
Rechter verplicht Staat tot afgifte fytocertificaten ondanks brief LVV
| starnieuws | Door: Redactie
Kantonrechter Robert Praag heeft de Staat bij verkort vonnis op oudjaarsdag verplicht om fytosanitaire certificaten af te geven voor omvangrijke rondhoutladingen bestemd voor export naar India. Het vonnis is reeds uitgevoerd. Ondanks
de weigering van het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) zijn de houtladingen – circa 15.380 kubieke meter rondhout, met een geschatte waarde van USD 4,75 miljoen – toch verscheept naar India zonder fytosanitair certificaat. Een deel van het hout is inmiddels aangekomen in India, terwijl een ander deel nog onderweg is.De procedure was aangespannen door zes houtbedrijven: Pinnacle Timber Products NV, Green Wood World NV, Harmony Timber NV, Wintrip International NV, Bakhuis Forest NV en Atlantic Asia Resources NV. Zij werden vertegenwoordigd door de advocaten Shiraz Boedhoe en Joan Nibte. LVV-brief van oktober vormt basis van
conflictCentraal in het geschil staat een algemene bekendmaking van het ministerie van LVV van 27 oktober 2025, gericht aan alle houtexporteurs. In die brief kondigde LVV aan dat fytosanitaire certificaten uitsluitend zouden worden afgegeven indien strikt werd voldaan aan nationale en internationale eisen. Indien daaraan niet werd voldaan, zou export niet in behandeling worden genomen.
LVV stelde zich in deze zaak op het standpunt dat het rondhout van de bedrijven niet aan de voorwaarden voldeed en weigerde daarom certificering.
Toch verscheept naar IndiaIn hun inleidend rekest benadrukken de eisers dat India structureel circa 40 procent van hun totale afzetmarkt vormt. Het plotseling blokkeren van export naar deze kernmarkt tast volgens hen hun reputatie als betrouwbare handelspartners ernstig aan, ondermijnt hun marktpositie en brengt aanzienlijke, onvoorziene financiële schade met zich mee.De houtbedrijven stellen dat de minimale directe schade – bestaande uit de waarde van het rondhout plus gemaakte uitvoerkosten, exclusief boetes, rente, reputatieschade en proceskosten – USD 4.750.000 bedraagt. Volgens eisers is deze schade concreet, aantoonbaar en rechtstreeks het gevolg van onrechtmatig overheidshandelen.
Geen alternatief rechtsmiddelVolgens het rekest is de schade onherstelbaar zonder onmiddellijke rechterlijke voorziening aangezien gesprekken en correspondentie hierover geen oplossing had gebracht. De bedrijven stellen dat zij LVV herhaaldelijk hebben verzocht het besluit van oktober te herzien, maar dat dit zonder resultaat bleef. Omdat de schade zich al had verwezenlijkt en dagelijks verder opliep, bood een reguliere bodemprocedure volgens hen geen toereikend rechtsmiddel.De houtbedrijven vorderden dat de Staat binnen 24 uur de vereiste certificaten zou afgeven, op straffe van een dwangsom van SRD 5.000.000 per uur of per keer dat niet aan het vonnis zou worden voldaan.De kantonrechter volgde dit deels en legde een dwangsom van SRD 1.000.000 per uur op voor iedere keer dat de Staat weigert of nalaat uitvoering te geven aan het vonnis. Daarnaast werd de Staat veroordeeld tot betaling van SRD 13.350 aan proceskosten.Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, waardoor de Staat het onmiddellijk moest uitvoeren. Dat is inmiddels gebeurd; de dwangsom is daardoor niet verbeurd.De rechter heeft zich in het verkorte vonnis niet definitief uitgesproken over de vraag of het hout voldeed aan de LVV-voorwaarden, maar doorslaggevend geacht dat het hout zich (deels) al buiten Suriname bevond en dat uitstel zou leiden tot onomkeerbare schade. De volledige motivering van het vonnis moet nog worden gepubliceerd.| starnieuws | Door: Redactie



































