
Notities uit de behandelkamer: Gezond genoeg om arm te zijn
| starnieuws | Door: Redactie
Khalid Saboerali Vrijwel iedere dag vraagt een patiënt mij om een medische verklaring voor het ministerie van Sociale Zaken. Deze verklaring dient als ondersteuning bij het aanvragen van sociale bijstand of voor de zogenaamde Moni Karta. Soms gaat het om iemand die door ziekte niet meer kan werken. Soms om iemand met een chronische aandoening. Maar vrijwel altijd gaat het om mensen die vooral één ding hebben: financiële problemen.
Dat zijn vaak geen mensen die niet willen werken. Integendeel. Het zijn
Economen kunnen grafieken maken. Beleidsmakers kunnen rapporten schrijven. Maar de gemiddelde Surinamer heeft een veel indrukwekkendere prestatie geleverd: rondkomen met een inkomen waarvan anderen niet begrijpen hoe dat eigenlijk mogelijk is. Op de polikliniek zie ik daar regelmatig de gevolgen van. Mensen die bepaalde medicijnen niet altijd op tijd kunnen halen, omdat zij de eigen bijdrage niet kunnen betalen. Mensen die weten dat ze gezonder moeten eten, maar voor wie gezond eten een financieel vraagstuk is geworden.
Mensen die
Ik schrijf die meestal graag. Als een document iemand kan helpen om ondersteuning te krijgen, waarom zou ik dat niet doen? Maar soms bekruipt mij een ongemakkelijk gevoel. Niet over de patiënt. Over het systeem. Want wat zegt het eigenlijk wanneer een arts moet bevestigen dat iemand een chronische ziekte heeft om in aanmerking te komen voor sociale ondersteuning? Het is een beetje alsof een
In Suriname hebben we ongemerkt een bijzonder systeem ontwikkeld. Wie arm is, komt niet altijd in aanmerking voor hulp. Wie arm én ziek is, maakt soms meer kans. Dat klinkt misschien hard, maar het is een observatie die veel zorgverleners zullen herkennen. Armoede wordt op die manier bijna een medisch probleem. Niet omdat armoede een ziekte is, maar omdat ziekte soms de snelste route lijkt naar erkenning van financiële nood. Dat kan nooit de bedoeling zijn.
Een samenleving zou in staat moeten zijn sociale kwetsbaarheid te herkennen zonder dat daar eerst een doktersstempel voor nodig is. Natuurlijk zullen medische verklaringen altijd nodig blijven voor mensen die door ziekte beperkt zijn in hun functioneren. Dat is logisch. Maar wanneer artsen steeds vaker
Mensen blijven werken. Mensen blijven zorgen voor hun kinderen. Mensen blijven familieleden ondersteunen. Mensen blijven lachen. Soms vraag ik mij af hoe. Misschien omdat Surinamers een bijzondere eigenschap hebben ontwikkeld: de kunst om door te gaan wanneer de cijfers allang zeggen dat het niet meer zou moeten kunnen. Dat verdient respect. Maar respect alleen betaalt geen rekeningen.
En misschien moeten we ons als samenleving afvragen waarom zoveel mensen elke dag moeten bewijzen dat zij hulp nodig hebben, terwijl hun situatie allang zichtbaar is. Want armoede is geen medische diagnose. En een doktersverklaring zou niet de toegangskaart tot bestaanszekerheid moeten zijn.
Khalid Saboerali
Disclaimer:
Deze column betreft een persoonlijke maatschappelijke beschouwing, gebaseerd
Dat zijn vaak geen mensen die niet willen werken. Integendeel. Het zijn
mensen die al werken. Soms hebben ze zelfs twee banen. Overdag een vaste betrekking. Daarna een tweede baan. In het weekend nog wat erbij. Sommigen rijden taxi, verkopen iets vanuit huis of hosselen. Niet om rijk te worden, maar om het einde van de maand te halen. Of beter gezegd: om te proberen het einde van de maand te halen. De creativiteit waarmee Surinamers dagelijks overleven, verdient veel bewondering.
Economen kunnen grafieken maken. Beleidsmakers kunnen rapporten schrijven. Maar de gemiddelde Surinamer heeft een veel indrukwekkendere prestatie geleverd: rondkomen met een inkomen waarvan anderen niet begrijpen hoe dat eigenlijk mogelijk is. Op de polikliniek zie ik daar regelmatig de gevolgen van. Mensen die bepaalde medicijnen niet altijd op tijd kunnen halen, omdat zij de eigen bijdrage niet kunnen betalen. Mensen die weten dat ze gezonder moeten eten, maar voor wie gezond eten een financieel vraagstuk is geworden.
Mensen die
bijna dagelijks rijst met ei en zout eten. Of rijst met een paar saucijsjes, soms afgewisseld met instant noodles. Niet omdat het hun favoriete gerecht is, maar omdat het betaalbaar is. Het is moeilijk iemand te overtuigen meer vis, groenten en fruit te eten wanneer de prijs van die producten een aanzienlijk deel van het maandbudget opslokt. De medische richtlijnen zijn vaak eenvoudiger dan de economische realiteit. En dan komt de vraag naar een verklaring. Doorgaans gebeurt dat aan het einde van het consult.
Ik schrijf die meestal graag. Als een document iemand kan helpen om ondersteuning te krijgen, waarom zou ik dat niet doen? Maar soms bekruipt mij een ongemakkelijk gevoel. Niet over de patiënt. Over het systeem. Want wat zegt het eigenlijk wanneer een arts moet bevestigen dat iemand een chronische ziekte heeft om in aanmerking te komen voor sociale ondersteuning? Het is een beetje alsof een
dokter zou moeten verklaren dat een alleenstaande moeder met drie kinderen in financiële problemen verkeert. Alsof sociale kwetsbaarheid pas zichtbaar wordt wanneer er een artsenstempel onder staat.
In Suriname hebben we ongemerkt een bijzonder systeem ontwikkeld. Wie arm is, komt niet altijd in aanmerking voor hulp. Wie arm én ziek is, maakt soms meer kans. Dat klinkt misschien hard, maar het is een observatie die veel zorgverleners zullen herkennen. Armoede wordt op die manier bijna een medisch probleem. Niet omdat armoede een ziekte is, maar omdat ziekte soms de snelste route lijkt naar erkenning van financiële nood. Dat kan nooit de bedoeling zijn.
Een samenleving zou in staat moeten zijn sociale kwetsbaarheid te herkennen zonder dat daar eerst een doktersstempel voor nodig is. Natuurlijk zullen medische verklaringen altijd nodig blijven voor mensen die door ziekte beperkt zijn in hun functioneren. Dat is logisch. Maar wanneer artsen steeds vaker
worden gevraagd om de gevolgen van armoede te certificeren, dan vertelt dat ook iets over de samenleving waarin we leven. Toch blijft het meest opmerkelijke niet de armoede zelf. Het meest opmerkelijke is de veerkracht.
Mensen blijven werken. Mensen blijven zorgen voor hun kinderen. Mensen blijven familieleden ondersteunen. Mensen blijven lachen. Soms vraag ik mij af hoe. Misschien omdat Surinamers een bijzondere eigenschap hebben ontwikkeld: de kunst om door te gaan wanneer de cijfers allang zeggen dat het niet meer zou moeten kunnen. Dat verdient respect. Maar respect alleen betaalt geen rekeningen.
En misschien moeten we ons als samenleving afvragen waarom zoveel mensen elke dag moeten bewijzen dat zij hulp nodig hebben, terwijl hun situatie allang zichtbaar is. Want armoede is geen medische diagnose. En een doktersverklaring zou niet de toegangskaart tot bestaanszekerheid moeten zijn.
Khalid Saboerali
Disclaimer:
Deze column betreft een persoonlijke maatschappelijke beschouwing, gebaseerd
op professionele ervaringen binnen de gezondheidszorg. De inhoud bevat geen informatie die herleidbaar is tot individuele patiënten, collega’s of specifieke zorginstellingen.
| starnieuws | Door: Redactie




































