• woensdag 04 June 2025
  • Het laatste nieuws uit Suriname

‘Drukke’ Navratri periode afgesloten 

Ingediend door admin op

Een drukke periode van Navratri voor hindoe-gelovigen is vrijdag afgesloten. Navratri is de hindoeïstische feestperiode gewijd aan de verering van de universele moeder. Navratri duurt negen nachten en tien dagen. Elke nacht eert men een andere kant van de universele moeder. Gisteren waren vele tempels overal in het land bomvol. Er werden speciale yagya’s oftewel gebeden gehouden. Daarnaast werd er net als voorgaande dagen gezamenlijk vegetarische maaltijden genuttigd. 

Wereldwijd herdenken hindoe-gelovigen de strijd van Durga Mata tegen het kwade. Tijdens de negen nachten durende devotionele diensten, worden de negen manifestaties van Durga Mata vereerd. Dit alles moet de geest van de

toegewijde zuiveren en hem daarmee klaarmaken voor spirituele groei.

Het feest wordt gevierd voor negen nachten per jaar in het begin van oktober. 

Tijdens Navratri vereert men de universele moeder, de bron van alle energie. Door Haar te vereren, bidden we dat Ze onze levens zuivert en ons gezondheid, vreugde, vrede en welzijn brengt.

De verering van de Devi’s gedurende de negen dagen bestaat uit het zingen van bhajans, lofliederen aan de Devi’s, het offeren van prasad, het chanten van mantra’s, mediteren en bidden voor persoonlijke wensen. Navratri, een belangrijk hindoeïstisch festival, wordt jaarlijks met veel toewijding gevierd in Suriname. Niet lang na

dit feest volgt het lichtjesfeest Divali, dat dit jaar op 31 oktober gevierd zal worden.

Guyanese lessen

Ingediend door admin op

Surinamers nemen steeds de gelegenheid te baat om te herhalen dat Suriname een betere deal heeft gesloten over de olie-exploratie en -exploitatie dan Guyana. Dat kan waar zijn, er kan ook een kern van waarheid in zitten. In elk geval heeft het buurland een economische groei die ongekend is. Bezoekers van het land die met de doorsnee Guyanezen praten, zeggen dat de olieboom in sociaal opzicht het de inwoners van het land nog niet veel heeft opgeleverd. Er zijn in de afgelopen weken enkele zeer interessante artikelen in de Guyanese media verschenen die voor ons lessen moeten zijn waaruit we

moeten leren. Voordat we die berichten bespreken, is interessant te vermelden dat de Guyanese regering heeft besloten om elk huishouden in het land een eenmalige onvoorwaardelijke olie-uitkering te geven van Guyanese dollars 200.000. Dat komt neer op een bedrag van USD 1.000 per huishouden. In Suriname zou het neerkomen op een bedrag van ca SRD 32.000. Dat is het dubbele van een standaard maandsalaris. Het is een eenmalige uitkering en veel zal het niet betekenen structureel in het leven van de Guyanese huishoudens. 

De indruk die er bestaat is dat de multinationals Guyana behoorlijk bij de ballen beet hebben en dat

ons buurland genoegen neemt met kruimels. Met ExxonMobil probeert de Guyanese regering een goede band te onderhouden maar er zijn spanningen.  Zo was er dit jaar een bericht dat de Guyanese regering het oliebedrijf naar de rechter had gebracht voor het onderwaarderen van de waarde van equipment voor de olie-exploitatie. Kennelijk heeft de regering van Guyana hierdoor inkomsten misgelopen.  

Uit de berichten blijkt dat het belangrijk is dat de oliedeals openbaar moeten zijn. Is dat niet het geval, dan zullen later de lijken uit de kasten komen. En dan zullen ook onsmakelijke berichten over benadeling van de Staat Suriname in de krant komen. 

In Suriname zijn de oliedeals geheim en hebben partijen in DNA erop aangedrongen om de deals toch nog openbaar te maken. We lazen gisteren dat de Guyanese regering vindt dat ExxonMobil Guyana misschien niet de waarheid vertelt over de oliereserves van Guyana. Dat is een serieuze uiting van wantrouwen van de Guyanese regering naar de oliemaatschappij. Of het tactisch correct en handig is, is een ander punt. Het een en ander geeft aan dat de Guyanese regering behoorlijk in een conflict zit met de oliemaatschappij en zich steeds gepakt voelt. Dat de oliemaatschappij waarschijnlijk liegt werd door vicepresident Bharrat Jagdeo aangegeven tijdens een mediapersconferentie. 

Aanleiding voor de twijfels en het wantrouwen is dat er verschillende hoeveelheden van de reserves worden genoemd. Het gaat dan om aantallen van 11 miljard vaten, 11,6 miljard vaten en momenteel naar verluidt minder dan 11 miljard vaten. Bij het aanpakken van de kwestie maakte de vicepresident duidelijk dat het cijfer van de regering niet mag afwijken van dat van Exxon. Hoewel Exxon verslaggevers vertelde dat de regering haar eigen analyse had uitgevoerd om tot dit cijfer te komen, maakte Jagdeo duidelijk dat de staat niet over een dergelijke lopende regeling beschikt. Eerder werd bericht dat ExxonMobil in 2023 geen belastingen aan Guyana had betaald. Maar het bedrijf rapporteerde wel dat 656 miljoen dollar aan het land was overgedragen. Die indruk van een betaling aan de Guyanese regering wekte de Amerikaanse oliegigant door een openbaarmaking van betalingen die het bedrijf zou hebben gedaan aan gastregeringen. Uit deze openbare bekendmaking lijkt het, dat de Guyanese dochteronderneming van het bedrijf vorig jaar 656 miljoen dollar aan belastingen heeft betaald aan de regering van Guyana. De realiteit is echter dat Exxon geen inkomstenbelasting betaalt in Guyana. Het bedrijf heeft gezegd dat, hoewel het onderworpen is aan de inkomstenbelastingwetten van Guyana, de belastingen op de activiteiten van het bedrijf door de overheid worden betaald, en niet door het bedrijf zelf. 

Daarnaast krijgt Exxon vervolgens documentatie waaruit blijkt dat de belastingen in Guyana zijn betaald. Deze regeling is te danken of te wijten aan de Production Sharing Agreement (PSA) uit 2016 die de Guyanese coalitieregering onder Granger met ExxonMobil Guyana Limited (EMGL) heeft ondertekend voor het Stabroek-blok. 

Op woensdag 25 september diende Exxon een dossier in waarin werd bekendgemaakt, dat het 49 miljard dollar aan wereldwijde belasting- en heffingen had betaald – inclusief 16 miljard dollar aan inkomstenbelastingen. 

Onlangs meldde deze publicatie dat EMGL de afgelopen twee jaar niet meer dan GYD$ 197 miljard aan belastingen hoefde te betalen aan de Guyana Revenue Authority (GRA), aangezien de belastingen werden betaald door de regering in overeenstemming met de scheve PSA. De bepaling van het Stabroek Block-contract dat Exxon en zijn dochterondernemingen een belastingvrije behandeling in Guyana hebben, heeft zowel lokaal als internationaal kritiek gekregen. Het contract bepaalt in artikel 15.1 dat de contractant (EMGL) en zijn dochterondernemingen niet onderworpen zullen zijn aan belastingen, BTW, accijnzen, accijnzen, vergoedingen, heffingen met betrekking tot inkomsten uit aardolieactiviteiten, eigendommen of transacties, behalve zoals gespecificeerd in de overeenkomst. 

Verder bepaalt artikel 15.4 dat het bedrag dat gelijk is aan de door het bedrijf verschuldigde belastingen door de minister die verantwoordelijk is voor Petroleum zal worden betaald aan de commissaris-generaal van de GRA. Opgemerkt moet worden dat het contract ook de afgifte van een ontvangstbewijs aan ExxonMobil toestaat, waaruit blijkt dat de regering aan de lokale belastingvereisten heeft voldaan om de last van dubbele belastingheffing te voorkomen.

De door president Irfaan Ali geleide regering heeft expliciet verklaard dat vanwege de heiligheid van het contract de PSA van 2016 van kracht zal blijven, ondanks dat de deal als ‘scheef’ wordt bestempeld. Vorig jaar herhaalde president Ali tijdens een interview met BBC het standpunt van zijn regering om niet opnieuw te onderhandelen over de ‘scheve’ Exxon-deal. 

Bloomberg meldde onlangs dat Exxon vorig jaar 7,41 miljard dollar aan belastingen en royalty’s heeft betaald aan de Verenigde Arabische Emiraten (VAE), wat meer is dan enig ander land ter wereld. Indonesië, Nigeria en Maleisië behoorden ook tot de grootste belastingontvangers van ExxonMobil, met gezamenlijke betalingen van ongeveer 10,8 miljard dollar. In de VS, het grootste productieland van ExxonMobil, betaalde de oliegigant 6,6 miljard dollar, waarbij ongeveer tweederde naar staten en lokale overheden ging en de rest naar de federale overheid. Suriname moet op deze sluwe streken van multinationals bedacht zijn en alert blijven.

“Mijn leven bestond uit mensen voor de gek houden en genieten op andermans kosten”

Ingediend door admin op

“Ik heb alles verloren, vrienden, onderdak en heb geen gezin kunnen opbouwen”

“Het leven is op zich al moeilijk, maar om alleen te staan zonder familie of geliefde maakt het leven heel erg donker”, zegt M. in gesprek met Dagblad Suriname. De vrouw wil vanwege haar omstandigheden haar naam niet bekendmaken, maar wil wel haar verhaal vertellen en zo ook een boodschap sturen. 

“Ik ben dingen gaan gebruiken”

M. geeft aan dat zij nu helemaal op zichzelf is zonder baan, familie om haar heen en vaak genoeg is zij ook niet bij. “Mijn leven was heel anders, maar dankzij mijn foute stappen is

het helemaal verkeerd gegaan. Ik dacht dat het leven helemaal gemakkelijk was of zag het heel anders. Mijn leven bestond uit mensen voor de gek houden, genieten op andermans kosten en me niet druk maken om wat een ieder zegt. Aan het eind ben ik me gaan bemoeien met een heel moeilijke groep waarbij ik ook dingen ben gaan gebruiken, waar ik op gegeven moment niet meer zonder kon. Mijn beste vrienden waarschuwden mij, maar het ging het ene oor in en het andere uit. Op dat moment had ik een oma, ik bemoeide uiteindelijk ook niet met familieleden en
dit bleef jaren zo. Alles was mijn oma en dan nog gaf ik geen gehoor aan haar waarschuwingen. Als mens is het ook een beetje moeilijk op een moment wanneer je alles hebt. Want je denkt niet aan morgen of het gevaar dat met enkele dingen komt.”

“Ik begon al mijn bezittingen te verkopen”

“Nadat mijn oma stierf ging het nog even, maar na een tijd kwam het. Een verandering is ook moeilijk nu, want ik heb het niet meer in me om mensen in de maling te nemen en aan het eind zie ik er ook niet meer aantrekkelijk uit. Mijn verslaving heeft mij ook op een punt gebracht waarop ik al mijn bezittingen begon te verkopen om te krijgen wat mij goed liet voelen”, aldus de vrouw. 

Volgens M heeft zij alles verloren. “Ik heb alles verloren. Vrienden, onderdak en heb geen gezin kunnen opbouwen. Boven mijn vermogen denken, leven en mensen in de maling nemen heeft een grote rol gespeeld. Als ik de tijd maar terug kon draaien had ik het toch wel anders gedaan. Als ik naar mijn vader had geluisterd toen om mijn school af te maken, had ik toch iets kunnen worden en als ik maar naar mijn oma had geluisterd had ik toch een verandering kunnen brengen”. 

“Als een ouder je waarschuwt, is het niet voor zomaar”

M geeft aan dat zij vaak onder een balkon slaapt langs de straat. Zij heeft een onderdak aangeboden gekregen, maar dwaalt op één of andere manier. “Ik heb vaak hulp gekregen van vreemden, maar ik weet niet wat er met me gebeurt. Ik zit vaak te denken en probeer mijn doel gericht te houden, zelf op te knappen en niet meer langs de straat te slapen. Het lukt mij, maar is nog moeilijk. Ik heb begeleiding van een koppel, maar soms voel ik mezelf ook weer als een last. Er komen heel wat negatieve dingen in mij op, maar ik probeer mij sterk te houden.”

“Alle jonge mensen die ik langs de straat zie, waarschuw ik. Enkelen denken wel dat ik gek ben en lopen weg, maar er zijn anderen die naar mij luisteren. Ik kan niet terug in de tijd, maar hoop dat velen het anders kunnen doen. Makkelijk aan geld komen lijkt leuk, maar heeft ook zijn gevolgen. Doe je best, wees gehoorzaam, als een ouder je waarschuwt, is het niet voor zomaar. Geef gehoor en praat over dingen als het niet goed gaat. Vrienden hebben lijkt leuk, maar je moet ook de juiste mensen om je heen hebben. Niet alles wat blinkt is goud. Maak wat van jezelf en probeer een verandering te brengen in het leven. Het zal mij misschien beetje bij beetjes lukken, maar als jij dat nu kan doen, dan doe het voordat het te laat is”, aldus M.

(Foto: ter illustratie!)

TM

Minister AW&J: ‘Het jeugdbeleid in Suriname is per definitie versnipperd”

Ingediend door admin op

Het jeugdbeleid in Suriname wordt ontwikkeld in nauwe samenwerking met verschillende ministeries, zoals Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (OWC), Regionale Ontwikkeling en Sport (ROS), Justitie en Politie, Arbeid, Werkgelegenheid en Jeugdzaken (AW&J), en Volksgezondheid. Tijdens een persconferentie afgelopen woensdag deelde minister Steven Mac Andrew van AW&J mee dat er volgende week werkgroepen worden gevormd. Deze werkgroepen krijgen de taak om binnen drie maanden aanbevelingen te doen aan de regering over het aanpakken van problemen zoals vroegtijdig schoolverlaten, criminaliteit en geweld onder jongeren, het verminderen van seksueel overdraagbare aandoeningen, tienerzwangerschappen, en kindermishandeling. Verder zullen ze zich richten op het verbeteren van de

mentale en fysieke gezondheid van jongeren en het creëren van veilige, multifunctionele ruimtes voor hen.

De werkgroepen zijn opgezet met als doel geïntegreerde beleidsvoorstellen te ontwikkelen, waarbij vertegenwoordigers van verschillende ministeries betrokken zijn die verantwoordelijk zijn voor bepaalde aspecten van het jeugdbeleid. 

Minister Mac Andrew gaf aan dat, op basis van de aanbevelingen van deze werkgroepen, er zal worden beoordeeld welke aanbevelingen het beste bij welk ministerie passen. Er zijn al middelen gereserveerd in de begroting van 2025 om met deze aanbevelingen aan de slag te gaan. Daarnaast zullen de aanbevelingen uitgebreider worden besproken met de Jeugdraad om hun inbreng te waarborgen.

De

minister benadrukte het belang van consultaties met jongeren bij beleidsvraagstukken. Hij verwees naar het vorige jeugdcongres, waarbij voorafgaand ook consultaties plaatsvonden met jongeren uit verschillende districten. Het is de bedoeling dat de jongeren in november opnieuw bijeenkomen om de resultaten van deze consultaties te bespreken. “Op deze manier wordt ook de visie van de jongeren uit de districten meegenomen, wat moet leiden tot een nationale visie van de jeugd”, aldus de minister. 

De minister kondigde aan dat er binnenkort wordt gestart met sociaal-agogische vorming gericht op verschillende buurten. Hierbij zal samengewerkt worden met buurt- en jongerenorganisaties om jongeren na schooltijd op te vangen en hen in contact te brengen met maatschappelijk werkers en andere professionals. Dit initiatief is een van de prioriteiten die op korte termijn van start gaan en in 2025 wordt voortgezet. Voor de consultaties zijn al bezoeken afgelegd aan Brokopondo, Coronie en Commewijne.

SD

Jonge rangers helpen mee de flora en fauna te beschermen

Ingediend door admin op

Het gedrag en de betrokkenheid van jongeren in de huidige samenleving zijn onderwerpen die vaak in het nieuws komen. Vaak ligt de focus op de negatieve aspecten van hun gedrag, maar het is essentieel om ook de positieve bijdragen van jongeren aan de maatschappij te belichten. Organisaties zoals The Wildlife Rangers Club of Suriname (THE WRCS) spelen hierin een belangrijke rol door jongeren te trainen en te betrekken bij milieubehoud en natuureducatie. De redactie van Dagblad Suriname heeft deze organisatie benaderd om te vernemen wat deze jonge rangers zoal doen.

THE WRCS richt zich op jongeren in een levensfase waarin zij

belangrijke vaardigheden ontwikkelen en hun betrokkenheid bij de maatschappij kunnen versterken. Dit is een periode waarin ze niet alleen leren over de natuur, maar ook over verantwoord burgerschap en persoonlijke groei. Door deel te nemen aan deze organisatie krijgen jongeren de kans om hun kennis over Suriname’s biodiversiteit te vergroten en actief bij te dragen aan de bescherming van onze natuurlijke omgeving.

De Rangers van THE WRCS vervullen verschillende essentiële taken, waaronder:

– Educatie en bewustwording: Het vergroten van bewustzijn over natuurbehoud binnen hun gemeenschap.

– Bescherming van flora en fauna: Het monitoren en beschermen van lokale ecosystemen, vooral in beschermde gebieden zoals

Bigi Pan.

– Veldwerk: Het uitvoeren van observaties en bijdragen aan onderzoeksprojecten, wat hen waardevolle praktijkervaring biedt.

– Stimuleren van milieuvriendelijke gedragingen: Het bevorderen van duurzame initiatieven en gedragingen binnen hun omgeving.

De Rangers ontvangen geen directe financiële vergoeding, aangezien THE WRCS een non-profitorganisatie is die afhankelijk is van vrijwilligers. Ze profiteren echter van waardevolle trainingen, workshops en veldwerkervaringen, die hen helpen essentiële vaardigheden te ontwikkelen. Dit draagt niet alleen bij aan hun persoonlijke groei, maar bereidt hen ook professioneel voor op toekomstige carrières in milieubehoud en aanverwante vakgebieden. In sommige gevallen ontvangen ze basisuitrusting en kleding, wat hun betrokkenheid verder versterkt.

Belangrijk is dat THE WRCS gelijke kansen biedt aan zowel jongens als meisjes. Dit zorgt ervoor dat een diverse groep jongeren kan participeren in natuurbehoud, waarbij een breed scala aan perspectieven en ideeën wordt ingebracht in hun werkzaamheden.

De betrokkenheid van jongeren, zoals die van THE WRCS, is een lichtpunt in de maatschappij. Door hen te ondersteunen en op te leiden, dragen we niet alleen bij aan de bescherming van onze natuur, maar investeren we ook in de toekomst van deze jongeren. Hun inzet en enthousiasme zijn van groot belang voor zowel de natuur als de gemeenschappen waarin zij leven. Dit is een voorbeeld van hoe jongeren een positieve impact kunnen hebben en hoe volwassenen hen kunnen aanmoedigen en ondersteunen in hun ontwikkeling.

CS

District Para krijgt stiefmoederlijke behandeling: vuilophaal blijft uit 

Ingediend door admin op

Het district Para kampt met ernstige problemen, aangezien de vuilophaal al bijna een maand heeft stilgezeten. Dit is grotendeels te wijten aan het feit dat ondernemers voor de vuilophaal al zeker een jaar niet zijn uitbetaald. 

De minister van Openbare Werken (OW) heeft recentelijk ingegrepen door enkele pick-ups naar het district te sturen als “eerste hulp”-maatregel om de kritieke situatie aan te pakken en het afval op te halen. Woensdag begon men met de inzameling van afval in het westen van het district, waarbij donderdag de oostelijke gebieden aan de beurt waren. Echter, tot verbazing van de bewoners, zijn de pick-ups

niet verschenen.

De redactie van Dagblad Suriname sprak met de districtscommissaris (dc) van Para, Marlene Joden, die aangaf momenteel in overleg te zijn met de minister van Openbare Werken en de directeur van Openbaar Groen en Afvalbeheer om een oplossing te vinden voor het aanhoudende afvalprobleem in het district.

“Ik dacht dat de pick-ups de hele dag zouden rijden, maar ze hebben slechts twee ritten gedaan”, vertelt de dc. Ze benadrukt, dat de inzet van slechts één pickup niet voldoende is om de grote hoeveelheden afval in het district te verwerken, aangezien het vuil zich al meer dan drie weken heeft opgehoopt.

Bovendien wordt gebruikgemaakt van twee pick-ups van 3 ton in plaats van grote vuilniswagens. 

Het kernprobleem is dat de ondernemer die normaal verantwoordelijk is voor de vuilophaal, nog steeds op zijn betaling wacht. De hervatting van de werkzaamheden hangt af van de ministeries van Openbare Werken en Financiën, die de betalingen moeten vrijgeven. Zodra dit geregeld is, kan de ondernemer zijn werkzaamheden weer oppakken. Deze ondernemer is al jarenlang actief in het district en heeft een goed inzicht in welke gebieden aangepakt moeten worden voor de vuilophaal. Ondertussen probeerden particulieren tegen een vergoeding van SRD 10 per zak afval op te halen, voornamelijk in Rijsdijk. 

“Ik wil een oplossing voor dat het erger wordt”, geeft de districtscommissaris aan. Ze benadrukt ook dat er nu veel regen is, wat de situatie veel erger maakt. Ze merkt op dat het district een stiefmoederlijke behandeling krijgt. Op meerdere plekken in het district hangt een stank door de ophoping van afval. De meeste bewoners zetten hun afval netjes in een bak voor hun huis, maar volgens de DC zijn er ook mensen die hun afval langs de hoofdweg dumpen. Dit leidt tot verdere opstapeling van vuil en versterkt de geurhinder in de omgeving.

Para is een uitgestrekt district met ongeveer 25.000 inwoners. Als elke inwoner dagelijks één kilogram afval produceert, ontstaat er al snel een grote hoeveelheid afval. Het uitblijven van vuilophaal brengt aanzienlijke gezondheids- en milieurisico’s met zich mee. De ophoping van afval trekt ongedierte aan, zoals ratten en insecten, die ziekten kunnen verspreiden. Daarnaast kan het leiden tot bodem- en waterverontreiniging, een verslechterde luchtkwaliteit en een verhoogd risico op branden, wat de leefomgeving ernstig aantast.

SD

Beleid ontbreekt rond opslag en verwerking ziekenhuisafval, waaronder ook laagradioactief afval

Ingediend door admin op

Ziekenhuisafval lijkt geen issue te zijn voor betrokken instanties

Het beleid inzake de verwerking van ziekenhuisafval, waaronder laagradioactief afval, lijkt al vele jaren volledig te ontbreken. Met houtje-touwtje besluiten is ‘beleid’ gemaakt met betrekking tot al dat afval.

Het ReComSur fiasco in Saramacca

Medio februari 2011 werd bekend, dat medisch afval op verantwoorde en milieuvriendelijke manier verwerkt zou gaan worden. Daartoe hadden het afvalverwerkingsbedrijf ReComSur (Recycling Company Suriname) en het ministerie van Volksgezondheid een samenwerkingscontract ondertekend. ReComSur zou het medische afval ophalen om het vervolgens te vernietigen in een nieuwe verbrandingsoven van haar bedrijfsplant in Saramacca. Het ging om medisch afval van ziekenhuizen,

poliklinieken en andere gezondheidscentra. Het project werd bekostigd met een lening van de Inter-Amerikaanse ontwikkelingsbank (IDB). De kosten voor het project werden geraamd op in totaal 1,2 miljoen US dollar. 

Het werd een fiasco. Omwonenden klaagden over overlast, instanties als de Pan American Health Organization (PAHO) en het Nationaal Coördinatie Centrum voor Rampenbeheersing (NCCR waren zeer kritisch over de gang van zaken bij ReComSur in Saramacca  en wilden dat he bedrijf daar zou stoppen met de verwerking, verbranding van ziekenhuisafval.. 

Inmiddels bestaat ReComSur niet meer. Een betrokkene bij dit bedrijf laat de redactie van Dagblad Suriname weten: “ReComSur nv bestaat helaas niet

meer en wij verwerken ook geen medisch afval meer. Afval van onze klanten (beperkt) gaat naar de oven van het Streekziekenhuis Nickerie. Ik weet niet wat er met laagradioactief afval gebeurt.”

In reactie hierop heeft de redactie van Dagblad Suriname directrice Shaista Abdul van het Mungra Medisch Centrum in Nieuw Nickerie benaderd met de vraag of dit ziekenhuis ziekenhuisafval verbrandt afkomstig van onder andere ReComSur of andere ziekenhuizen. Een reactie is vooralsnog niet ontvangen.

Stichting WASPAR

In april van dit jaar berichtte Dagblad Suriname, dat de stichting WASPAR, Wasserij Particuliere Ziekenhuizen, aan de Drambrandersgracht in Paramaribo (in een bewoonde omgeving en zelfs een school in de nabijheid) al sinds 2022 geen medisch afval meer mag verbranden. Daarenboven beschikt het bedrijf niet over een Hinderwetvergunning. 

Maar, wat is de huidige stand van zaken rond WASPAR? Om daar helderheid over te verkrijgen benaderde de redactie van Dagblad Suriname in april minister Marciano Dasai van Ruimtelijke Ordening en Milieu. De bewindsman kwam met een uitgebreide reactie, voorafgegaan door een terugblik.

Dasai: “Tijdens een veldbezoek in maart 2022 zijn overtredingen geconstateerd. De verbrandingsactiviteiten vinden illegaal plaats, daar het bedrijf niet over de vereiste Hinderwetvergunning beschikt, die door de districtscommissaris moet worden verstrekt om de verbrandingsoven te mogen opereren. Bij een inspectieonderzoek van een toezichthoudende instantie later in het jaar werden weer overtredingen geconstateerd en werd op een gegeven moment vanwege de ernst van de overtreding met gevaar voor de volksgezondheid overgegaan tot sluiting.” Ook liet de minister in april weten, dat zijn ministerie “doende is na te gaan hoe ingespeeld kan worden op mogelijkheden die er zouden kunnen bestaan op regionaal niveau om de medische afvalverwerking op een veilige en duurzame manier te laten plaatsvinden en zo tot een duurzame oplossing te komen. Bij WASPAR wordt het medisch afval nu veilig opgeslagen. Het wordt gemonitord door het Bureau voor Openbare Gezondheidszorg.” Overigens, het laatste bericht op de Facebookpagina van WASPAR dateert van 16 december 2022…

Dagblad Suriname heeft op 2 oktober minister Dasai weer benaderd met de vraag wat de huidige stand van zaken is rond WASPAR  en deze keer was zijn reactie kort: ‘Ik breng dit weer onder de aandacht van de Nationale Milieu Autoriteit (red.: voorheen het Nationaal Instituut voor Milieu en Ontwikkeling in Suriname, NIMOS). En hou u op de hoogte.” 

Uiteraard heeft de redactie de NMA/NIMOS ook zelf benaderd, maar geen reactie mogen ontvangen. Ook de minister is met geen nadere reactie gekomen.

“Geen Hinderwetvergunning, de brandweer heeft de zaak gesloten”

De districtscommissaris van Paramaribo Noord-Oost, Ricardo Bhola, liet op 2 oktober weten: “Wij hebben geen Hinderwetvergunning gegeven. En de Brandweer heeft de zaak gesloten.” Duidelijke taal.

“Geen informatie over WASPAR”

Volksgezondheid-minister Amar Ramadhin, verantwoordelijk voor het reilen en zeilen binnen de volksgezondheid en dus ook binnen ziekenhuizen, stelt in een reactie “geen informatie over WASPAR” te hebben. Dat is vreemd, immers het gaat om de opslag en verwerking van afval uit ziekenhuizen en het ministerie van Volksgezondheid is, zoals hiervoor gesteld, verantwoordelijk voor de gezondheidszorg in brede zin. Het Academisch Ziekenhuis Paramaribo en het Diakonessenhuis hebben niet gereageerd op de vraag wat zij met hun afval doen.

Concluderend….. wat wordt gedaan met ziekenhuisafval?

Concluderend kan de essentiële vraag gesteld worden: wat gebeurt er met al het ziekenhuisafval, waaronder laagradioactief afval? Wordt het nog steeds bij WASPAR opgeslagen, wordt het nog steeds bij ReComSur in Saramacca opgeslagen of verdwijnt het wellicht met regulier afval op de vuilstort Ornamibo?

Ziekenhuisafval lijkt geen issue te zijn bij alle verantwoordelijke instanties.

Toename van aanhoudingen van Indiase migranten aan Amerikaanse grenzen

Ingediend door admin op

De Amerikaanse douane en grensbescherming rapporteerden meer dan 86.400 Indiase aanhoudingen bij de zuidwestgrens en 88.800 aan de noordgrens tussen oktober 2020 en augustus 2024.

 Indiase migranten vormen nu de grootste groep ongedocumenteerde migranten buiten Latijns-Amerika. 

Dit migratiepatroon wordt gedreven door economische instabiliteit in India en angst voor sektarisme. 

De “ezelroute” via mensensmokkelaars is een alternatief voor complexe visumprocessen. Ondanks strengere handhavingen blijven Indiase migranten significante aantallen bereiken, met de meeste aanhoudingen bij de noordgrens.

Levendige smokkel visblaas uit Guyana en Frans Guyana wordt aangepakt

Ingediend door admin op

Er schijnt al geruime tijd sprake te zijn van een levendige smokkel van visblaas uit Guyana en Frans Guyana. De lokale markt wordt hierdoor overspoeld waardoor de prijs is gaan kelderen. Minister Parmanand Sewdien van Landbouw, Veeteelt en Visserij ILVV) heeft op de persconferentie van de regeringsraad deze week aangekondigd, dat bij de politie controleposten te Burnside en Stolkertsijver verscherpte controles zullen worden uitgevoerd tegen de smokkel van visblaas.

Naast de verkoop van visvangst, is de verkoop van vers schoongemaakte visblaas voor Surinaamse vissers een belangrijke inkomstenbron. Verse visblaas wordt door opkopers nu voor gemiddeld USD 160 per kilogram opgekocht. Enkele

jaren geleden werd nog voor rond USD 195 voor een kilogram betaald door opkopers. De kelderende opkoopprijs van visblaas vanwege de illegale visserij en illegale invoer uit Guyana en Frans Guyana is een van de klaagpunten waarvoor het Visserscollectief aandacht vraagt van de regering. 

Visblaas die op de lokale markt wordt verhandeld wordt verkregen van de vissoorten bang bang, kandratiki en soms koepila. Vissers verwijderen tijdens de visvangst op zee de ingewanden uit de vis en de visblaas wordt als product apart verzameld. 

Enkele jaren geleden werd gemiddeld per visvaart nog tussen de 15 tot 20 kilogram visblaas verzameld. Door de aanwezigheid

van illegale vissers op zee wordt tegenwoordig met moeite gemiddeld slechts 8 kilogram visblaas gemaakt. 

Dekking expeditiekosten

Surinaamse vissers aangesloten bij het Visserscollectief zeggen dat ze in het verleden uit de verkoopopbrengsten van visblaas een aanzienlijk deel van hun expeditiekosten per vaart terug konden verdienen. Met de hoeveelheden die ze tegenwoordig maken en vanwege de kelderende opkkoopprijs kan slechts een fractie van de gemaakte kosten worden gedekt.

Verse schoongemaakte visblaas wordt in de zon gedroogd en als droog product op de markt gebracht. In de Chinese keuken wordt het veelal in soepgerechten gebruikt. Bij vooral Javanen wordt gedroogde visblaas als kroepoek geconsumeerd. 

Het overgrote deel van de opgekochte visblaas in Suriname vindt zijn weg naar de export. Mede vanwege de groeiende aanwezigheid van Chinezen in het land, is de laatste jaren sprake van een toenemende export van visblaas, voornamelijk richting China. Hoe groot deze exporthoevelheden zijn kan vooralsnog niet worden achterhaald. De toename van het exportvolume heeft vorig jaar de overheid ertoe gebracht de  exportwaarde van visblaas per kilogram fors te verhogen naar naar USD 30 per kilogram. 

De productie en export van visblaas is ondertussen ook bekend geworden in Brazilië en andere Zuid-Amerikaanse landen. Het product wordt voornamelijk naar China geëxporteerd.

India bereidt zich voor op de bouw van twee kernonderzeeërs

Ingediend door admin op

India heeft woensdag plannen goedgekeurd om twee van een nieuwe klasse kernonderzeeërs te bouwen, zeiden twee defensie functionarissen, in een project waarvan de kosten naar schatting ongeveer 450 miljard roepies ($ 5,4 miljard) bedragen.

Terwijl India zich haast om zijn leger te moderniseren in het licht van de groeiende aanwezigheid van China in de regio van de Indische Oceaan, richt het zich op het vergroten van de marinecapaciteiten en het verbeteren van de binnenlandse wapenproductiecapaciteit.

Het kabinet van premier Narendra Modi gaf groen licht voor de eerste twee onderzeeërs van een nieuwe klasse van zes die de Indiase marine van

plan is te maken, voegden de functionarissen toe, sprekend op voorwaarde van anonimiteit, maar weigerde leveringsdata te verstrekken.

China, ’s werelds grootste zeemacht, met meer dan 370 schepen, is een veiligheidszorg voor India sinds de banden in 2020 een duikvlucht namen nadat 24 troepen omkwamen bij gevechten langs hun Himalaya-grens. India, dat in het verleden twee nucleair aangedreven aanvalsonderzeeërs van Rusland leasede maar ze sindsdien heeft teruggegeven, is in gesprek met het land om er nog een te leasen.

De nieuwe onderzeeërs worden gebouwd in het scheepsbouwcentrum van de overheid in de zuidelijke haven van India, Visakhapatnam.

Feedback sturen