• vrijdag 17 April 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname

POGING SANTOKHI OM ZEVEN EXTRA STAATSWAGENS TE BEHOUDEN AFGEWEZEN

Ingediend door admin op

Voormalig president Chandrikapersad Santokhi heeft vergeefs geprobeerd zijn wagenpark, grotendeels bekostigd door de staat, bijna onaangetast te behouden.

Minister Stephan Tsang van Openbare Werken en Ruimtelijke Ordening (OWRO) maakte bekend dat Santokhi per brief had verzocht zeven dienstauto’s extra te mogen houden, bovenop de drie waarop hij volgens de wet recht heeft. De regering wees dit verzoek resoluut af.

Bij de machtsoverdracht aan het kabinet-Simons-Rusland, ruim een maand geleden, bleek dat Santokhi dertig voertuigen onder zijn beheer had, meer dan welke president in Suriname ooit heeft gehad. Twintig van deze auto’s werden onmiddellijk teruggehaald. De oud-president had nog tien wagens ter

beschikking, en wilde die veiligstellen voor persoonlijke doeleinden.

De nieuwe regering acht het onacceptabel om een gewezen president meer privileges te verlenen dan zijn voorgangers of de zittende president.

Tijdens zijn presidentschap kwam Santokhi herhaaldelijk onder vuur te liggen vanwege zijn omvangrijke colonne. Vooral op de Indira Gandhiweg veroorzaakten de stoeten met sirenes en zwaailichten forse verkeersopstoppingen en ergernis onder burgers. Ondanks beloften om in te krimpen, bleef de colonne tot het einde van zijn termijn onvoostelbaar groot.

UNITEDNEWS

REACTIE MONAC BIJ VERKLARING VAN MINISTER TSANG OP 13 AUG ‘25 IN DNA

Ingediend door admin op

Ingezonden: Ed Hogeboom

Op een door een DNA-lid gestelde vraag waarom Openbare Werken eerder geen medewerking heeft verleend aan de totstandkoming van het MONAC-project (renovatie Waterkant), heeft huidig minister Tsang zaken aangeduid die helaas niet correct zijn en ons noodzaken hier publiekelijk op in te gaan.

Allereerst is voor de nieuwe minister goed om te memoreren dat dit project reeds in 2014 werd aangeboden aan toenmalig NDP-onderwijsminister Adhin. Helaas bleek na enkele besprekingen met o.m. minister Relyveld dat het gehele watergebied tussen De Waag en de SMS-steiger kort daarvoor reeds was uitgegeven aan CACTUS NV., die voornemens was om in dat UNESCO-gebied

een hotel te bouwen. Dat veroorzaakte veel publieke commotie. De uitgifte van dat terrein werd uiteindelijk in 2019 ingetrokken. Noot: de ‘rechtsopvolger’ van het inmiddels failliete CACTUS heeft daarvoor recentelijk als compen-satie van de overheid een schadevergoeding geclaimed/ontvangen ter waarde van 8,5 miljoen dollar! Toen MONAC kort na die intrekking de nieuw aangetreden NDP onderwijsminister Peneux benaderde met de vraag of er ruimte was om nog eens te praten gaf die aan dat hij het niet echt opportuun vond. Mogelijk dat minister Tsang na intern overleg en bestudering van de feiten kan begrijpen dat er voor ons na al
die onproductieve jaren en a-nationale houdingen geen reden was om het project weer aan te bieden. MONAC heeft zich al 3 keer tegen dezelfde steen gestoten. Genoeg is genoeg.

Overigens brengen we in herinnering dat na het enthousiaste project-onthaal en de schriftelijke bevestiging van de VHP-regering in 2021 er wederzijds begrip was dat dit een voor Suriname uitzon-derlijk groot Public Private Partnership-project was en dat het nodig zou zijn om eerst de hoofdlijnen ervan vast te leggen in een Memorandum Of Understanding (MOU). Dat gebeurde kort daarna. In 4 pagina’s werden de posities en verantwoordelijkheden van MONAC en die van de Regering vastgelegd en de grote lijnen geschetst van hoe het project aangepakt zou worden. Na ondertekening van de MOU zouden er samenwerkingsovereenkomsten ontwikkeld worden tussen MONAC en de aangewezen clusterministeries die door de regering als ‘projectdragers’ waren geïden-tificeerd waaronder TCT en uiteraard het Ministerie van Onderwijs/Cultuur.

Minister Tsang memoreert de naam Centrale Bank van Suriname, maar dat is onjuist: dit project betrof het sterk verwaarloosde Waterkant-gedeelte van de Kromme Elleboogstraat tot pompgemaal a/d Jodenbreestraat. Er is geen sprake van renovatie van de CBvS dat langs het PURP-gedeelte ligt.

BIBIS functioneerde vanaf 2021 als projectleider die eerst de MOU met MONAC zou bespreken. Maar BIBIS haakte na 12 maanden af met de mededeling dat het haar niet gelukt was om (binnen de VHP-regering) alle neuzen in 1 richting te krijgen. Frappant was dat er in dat jaar geen enkele bespreking met MONAC was gevoerd. OW zou overnemen van BIBIS.

Terwijl minister Nurmohammed van OW in februari 2023 aangaf dat hij binnen 2 maanden alle commentaren van de clusterministeries verzameld zou hebben en er dan een brede discussie over de MOU c.q. het project zou komen, kwam daar niets van terecht. De door de minister naar voren geschoven OW-consultant Boender werd naast zijn andere taken ook ingeschakeld om de meningen van ministeries en andere informatie te verzamelen. Er was regelmatig contact met hem, maar hij kon -zoals hij zelf aangaf- slechts brieven laten uitgaan en wachten.

Het was niet MONAC die volgens minister Tsang ‘geen steakholdersmeetings’ wilde organiseren, maar de Minister Nurmohamed die dat tegen alle bedoelingen en afspraken juist wel ging doen, in plaats van de MOU te bespreken! Kennelijk zocht hij wat reuring!

Ook zou er volgens minister Tsang niet gereageerd zijn op een (verzoek/brief) tot het doen van een ESIA-onderzoek. Ook dat moeten we stellig tegenspreken. OW heeft ons nooit enig verzoek voor een ESIA gedaan. Bovendien zou dat nooit vooraf aan een MOU gaan.

Minister Nurmohamed hield zich daarentegen juist bezig met het buiten MONAC om onverwacht beleggen van publieke stakeholdersmeetings, persconferenties en andere weinig productieve zaken en wilde zelfs ‘alvast’ een internationale organisatie inschakelen voor het doen van toekomstgericht compensatie-onderzoek tbv de Vreedzaammarkt-standhouders. Allemaal zaken die niets te maken hadden met de voorafgaande MOU-bespreking. Toen we een keer een opmerking maakten dat dit soort zaken erg vertragend werkten, werd ons fijntjes voorgehouden dat dit soort projecten in het buitenland altijd meer dan 10 jaar aan voorbereiding vergden. De teneur werd steeds duidelijker.

Terwijl na 2,5 jaar de door MONAC geconcipieerde draft-MOU nog geen enkele keer besproken was, kwam minister Nurmohamed vervolgens midden 2023 met een zelfgemaakte MOU die duidelijk ontsproten was aan een corruptieve mind setting: MONAC zou alle door haar geïnitieerde uitvoeringsovereenkomsten steeds eerst moeten afstemmen met OW, terwijl ingeval OW vanuit haar ministeriele taakstelling projecten wenst uit te voeren zij mocht volstaan met een mededeling aan MONAC.

Alle samenwerkingsdetails waren weggelaten. In tegenstelling tot wat je zou verwachten na de opmerkingen van minister Tsang: de woorden ESIA of UNESCO kwamen in die MOU zelfs niet voor! En dat terwijl in de MOU van MONAC zelfs een aparte paragraaf aan UNESCO was gewijd. De minister was er niet gelukkig mee dat we die MOU afwezen, zijn “standaardmodel” voor grote PPP-projecten.

We besloten een brief aan de President te richten, doch we kregen ook daar geen enkele reactie op. Het werd steeds duidelijker, maar toch haakten we niet af.

Kennelijk als gevolg van ons schrijven aan de President, belegde minister Nurmohamed in december ’23 alsnog een allereerste bespreking van onze MOU. Het was een onderonsje op het kantoor van de OW-minister waarbij geen enkele van de clusterministers (!) aanwezig was, doch alleen zijn eigen consultant en de heer Soebdhan van het Kabinet van de President. Er werden enkele merendeels cosmetische aanpassingen in de MOU naar voren gebracht. De minister kreeg enkele dagen daarna een nieuwe versie en gaf via z’n consultant door dat hij ermee akkoord was. Er kon ‘helaas’ niet getekend worden omdat OW nog geen advies van MinFin ontving! Minister Nurmohamed besloot 2 weken daarna (jan ‘24) het project weer terug te schuiven naar BIBIS.

Bijlage_bij.MONAC_bekendmaking_inzake_VHP_tegenwerking_rev-1_.pdf

UNITEDNEWS

Verpleegster doet aangifte tegen ex vanwege diefstal, bedreiging en mishandeling

Ingediend door admin op

Een 25-jarige verpleegster in Suriname heeft in de nacht van vrijdag op zaterdag aangifte gedaan van diefstal, bedreiging en mishandeling tegen haar 29-jarige ex-partner.

De politie kreeg rond 01.00 uur een melding binnen dat een man zijn ex-partner mishandelde. Bij aankomst troffen de wetsdienaren een grote menigte aan. Aangeefster J.C. verklaarde dat ze twaalf jaar een relatie had met de verdachte Z.E., met wie ze drie kinderen heeft. In juni besloot ze de relatie te beëindigen vanwege zijn agressieve gedrag.

Volgens de vrouw is ze herhaaldelijk slachtoffer geweest van mishandelingen. Zo werd ze op 5 maart dit jaar ernstig toegetakeld, waarbij haar

oog zwaar gezwollen raakte. Uit angst, en met het oog op haar kinderen, deed zij destijds geen aangifte.

(adsbygoogle = window.adsbygoogle || []).push({});

Op 2 augustus ontdekte de vrouw dat er 17.000 Surinaamse dollars uit haar woning verdwenen waren. Toen zij haar partner hierover confronteerde, gaf hij toe het geld te hebben meegenomen, met de belofte het terug te brengen. Dat gebeurde echter nooit. Op 15 augustus bleek bovendien een bedrag van 250 euro uit haar woning te zijn verdwenen.

Diezelfde avond drong de verdachte de woning binnen, waar hij zijn ex-partner

aanviel. J.C. verklaarde dat zij door hem werd gewurgd in aanwezigheid van haar zus. Ook zou de ex haar met een hamer hebben bedreigd en haar telefoon hebben afgepakt. Daarbij uitte hij ernstige bedreigingen.

Op aanwijzing van de aangeefster werd de verdachte door de politie ter plaatse aangehouden. Tijdens een korte ondervraging gaf hij toe dat hij het geld had weggenomen en de telefoon in de woning had verborgen.

De verdachte werd gearresteerd en overgebracht naar het politiebureau. Na afstemming met het Surinaamse Openbaar Ministerie is de verdachte in verzekering gesteld.

Bromfietser zonder valhelm blijkt bij controle ook drugs bij zich te hebben

Ingediend door admin op

De 29-jarige R.F. is in de nacht van vrijdag op zaterdag door de politie in Suriname aangehouden aan de Nieuw Weergevondenweg. Hij werd tijdens een verhoogde surveillance door leden van het Regio Bijstandsteam Midden gecontroleerd en bleek in het bezit te zijn van verdovende middelen.

R. reed zonder valhelm op een bromfiets en kon bij de controle geen bescheiden van het voertuig overleggen. Hij verklaarde dat de bromfiets toebehoorde aan een zekere ‘Oki’, maar kon geen adres of verdere gegevens van deze persoon verstrekken.

De politie merkte bovendien op dat het chassisnummer van de bromfiets ontbrak en dat het voertuig niet geregistreerd

stond in het systeem.

(adsbygoogle = window.adsbygoogle || []).push({});

Tijdens de ondervraging viel het de agenten op dat de verdachte zich zenuwachtig gedroeg en probeerde een tas die hij bij zich droeg aan het zicht te onttrekken. Bij controle van de tas trof de politie een groot geldbedrag en drugs aan.

De drugs en de tas werden in beslag genomen. R. verklaarde dat de middelen voor eigen gebruik bestemd waren.

De verdachte, de bromfiets en de in beslag genomen goederen werden overgebracht naar politiebureau Latour en vervolgens overgedragen aan de Narcotica Brigade. Daar

werden de drugs in aanwezigheid van de verdachte officieel gewogen en geregistreerd.

Na afstemming met het Surinaamse Openbaar Ministerie is R.F. in verzekering gesteld.

BELEIDSUITGANGSPUNTEN MINISTERIE OLIE, GAS EN MILIEU BLIJFT OMSTREDEN

Ingediend door admin op

Foto compilatie: Minister van Olie, Gas en Milieu (OGM)Patrick Brunings

De samenvoeging van milieubeheer en olie- en gasontwikkeling onder één ministerie blijft tot controverse leiden. De oprichting van het Ministerie van Olie, Gas en Milieu (OGM) roept in politieke kringen twijfels op over de onafhankelijkheid en geloofwaardigheid van het milieubeleid.

Tijdens de begrotingsbehandeling 2025 uitte coalitieparlementariër Jennifer Vreedzaam (NDP) scherpe kritiek. “Wie heeft bedacht dat milieu een olie- en gas-aangelegenheid is?”, vroeg zij retorisch. Volgens Vreedzaam is de combinatie “zeer conflicterend” en moet milieubeleid strikt gescheiden worden van olie- en gasontwikkeling.

Minister David Abiamofo van Natuurlijke Hulpbronnen, die ad interim toezicht hield

op OGM, stelde dat de regering zich bewust is van de tegenstrijdigheden. Volgens hem biedt de bundeling juist efficiëntie: beleidssturing is geconsolideerd, terwijl milieutoetsing onafhankelijk blijft onder de Nationale Milieu Autoriteit (NMA). “Waar sommigen een spanningsveld zien, ziet de regering een kans,” aldus Abiamofo.

De oprichting van OGM is ook politiek ingegeven. De NPS eiste een apart ministerie voor olie- en gasbeheer als voorwaarde voor deelname aan de coalitie.

Onder het kabinet-Santokhi werd dit idee aanvankelijk geaccepteerd, maar politieke druk vanuit ABOP leidde tot het alternatief: het ministerie Ruimtelijke Ordening en Milieu (ROM). Dit ministerie werd echter opgeheven na de formatie

van het huidige kabinet, waarna OGM werd opgericht en door de NPS ingevuld.

Critici waarschuwen dat de combinatie van milieubescherming met de exploitatie van fossiele brandstoffen de deur openzet voor belangenverstrengeling.

UNITEDNEWS

SURINAME OP KRUISPUNT VAN GROEI: DE OLIEBOOM ONTSLUIERT EEN ARBEIDS- EN HUISVESTINGSPARADOX

Ingediend door admin op

Dit is een sammenvating van het VES artikel: Over de toekomstige arbeidsvraag | De impact van de oliesector

Terwijl de recente olievondsten de belofte van ongekende economische groei met zich meebrengen, staat Suriname op een cruciaal keerpunt. De komst van de olie-industrie brengt niet alleen kansen, maar legt ook diepgewortelde structurele problemen bloot. Een coherente analyse van het huidige landschap onthult een paradox: ondanks een aanzienlijk werkloosheidscijfer heerst er een nijpend tekort aan gekwalificeerde arbeidskrachten. Tegelijkertijd zet een toenemende migratiestroom de toch al overbelaste infrastructuur zwaar onder druk.

De economische expansie dreigt te vervallen in de zogenaamde ‘Dutch disease’ of Nederlandse ziekte,

waarbij de opkomst van één dominante sector, in dit geval de olie-industrie, leidt tot de verwaarlozing van andere economische pijlers. Dit roept de vraag op in hoeverre de verwachte groei de rest van de Surinaamse economie ten goede zal komen. In een land waar de arbeidsmarkt al kampt met een fundamentele ‘kwalitatieve discrepantie’—waarbij er voldoende mensen zijn, maar niet de juiste vaardigheden—wordt de uitdaging alleen maar groter. Volgens gegevens van het International Labour Office (ILO) bedroeg de beroepsbevolking in 2021 zo’n 230.000 mensen, waarvan 13.700 werkloos. Het aanwezige arbeidspotentieel beschikt echter vaak niet over de benodigde technische en beroepsvaardigheden om
in de groeiende sectoren te werken. De noodzaak tot massale investeringen in beroepsonderwijs en technische opleidingen is urgenter dan ooit.

Migratie en de druk op sociale infrastructuur

De dynamische arbeidsmarkt is onlosmakelijk verbonden met migratie. Historisch gezien heeft Suriname te maken gehad met golven van immigranten, van Guyanezen tot de recentere toestroom van Chinezen. Deze nieuwe groepen dragen bij aan de economie, maar hun integratie verloopt met grote moeite. De bestaande sociale infrastructuur, waaronder huisvesting, gezondheidszorg, onderwijs en transport, is onvoldoende toegerust om de toegenomen bevolkingsdruk te weerstaan.

De huisvestingscrisis in Paramaribo is een prominent voorbeeld van deze problematiek. De oncontroleerbare bevolkingsgroei in de hoofdstad legt een enorme druk op de beschikbare woonruimte. Er is een dringende behoefte aan de ontwikkeling van nieuwe woonwijken en een herziening van het beleid om een veilige en leefbare omgeving voor alle bewoners te garanderen. Het ‘Chinese model’ van flexibele arbeidskracht, zoals besproken in het rapport, mag dan wel pragmatisch zijn voor de exploitatie van de arbeidsmarkt, het benadrukt ook het gebrek aan regulering en de kwetsbaarheid van werknemers.

De Weg Vooruit: Samenwerking en Duurzame Groei

Het pad naar duurzame vooruitgang vereist meer dan alleen economische groei. Het vraagt om een gecoördineerde aanpak die alle sectoren omvat. Volgens experts kan de volledige implementatie van de olie-expansie alleen tot betere maatschappelijke uitkomsten leiden als er een sterke samenwerking is tussen beleidsmakers, de private sector en internationale partners. De focus moet liggen op het benutten van de ‘multiplicator effecten’—de kansen voor groei in sectoren buiten de oliewinning zelf.

Een fundamentele verschuiving in het overheidsbeleid is noodzakelijk. Het moet niet alleen gericht zijn op het aantrekken van buitenlandse investeringen, maar ook op de versterking van de binnenlandse beroepsbevolking door gerichte opleiding en training. Daarnaast moet er een adequaat juridisch kader komen om de rechten van zowel lokale als buitenlandse werknemers te waarborgen. De uitdagingen zijn immens: de financiële middelen van de overheid zijn beperkt en de samenwerking tussen beleidsmakers en het bedrijfsleven is niet altijd optimaal. Echter, door de confrontatie met deze realiteit aan te gaan en te investeren in menselijk kapitaal en infrastructuur, kan Suriname de belofte van welvaart waarmaken en ervoor zorgen dat de voordelen van de nieuwe economie breed en duurzaam worden gedeeld door de hele bevolking.

UNITEDNEWS

Misiekaba: “Surinaamse verpleegkundigen moeten werk in Europa gaan doen dat ver beneden hun opleidingsniveau is”

Ingediend door admin op

Uit de honderden verpleegkundigen die Suriname in de afgelopen periode hebben verlaten om te gaan werken in het buitenland, is een deel volgens minister André Misiekaba van Volksgezondheid, Welzijn en Arbeid bereid om terug te keren.

“We weten dat honderden verpleegkundigen het land hebben verlaten, maar gelukkig hoor ik dat een deel terug wil. Van onze werkers die gegaan zijn naar het Caribisch gebied, is een belangrijk deel wel terechtgekomen in ziekenhuizen. Dus die zitten goed.

Maar sommige van onze mensen die naar Europa zijn gegaan, moeten werk doen dat ver beneden hun opleidingsniveau is, omdat ze gewoon niet terecht zijn gekomen

zoals dat was beloofd en dus terug moeten komen,” zei Misiekaba tijdens de begrotingsbehandeling in De Nationale Assemblée (DNA).

(adsbygoogle = window.adsbygoogle || []).push({});

Volgens de bewindsman heeft met name het Academisch Ziekenhuis Paramaribo (AZP) een heel plan ontworpen om de mensen terug te nemen. Hijzelf denkt echter dat er breder moet worden gegaan en te zijner tijd zal hij een oproep doen aan de mensen die willen terugkomen en zal er gekeken worden naar welke incentives kunnen worden gegeven.

“Misschien de vliegtickets betalen, enzovoorts. We zijn daarover bezig na te denken. Tegelijkertijd zal de groep die we terughalen niet

voldoende zijn, omdat we veel werkers hebben verloren. Dus kijken we met bevriende naties met wie we al in zee zijn gegaan in het verleden, hoe op korte termijn die gap te vullen.

Tegelijkertijd kijken wij ook naar onze opleidingsinstituten die misschien op afstand wat meer mensen in dezelfde tijd kunnen opleiden. Dan bedoel ik vooral het COVAB, zodat wij na een jaar ongeveer tot meer beheersbare proporties kunnen komen,” aldus de minister.