
Minister Monorath woont herdenking 153 jaar Hindoestaanse Immigratie bij
| cds | Door: Redactie
Minister van Justitie en Politie, Harish Monorath, heeft de nationale herdenking van 153 jaar Hindoestaanse Immigratie bijgewoond. Tijdens de plechtigheid werd stilgestaan bij de betekenis van de komst van de eerste Brits-Indische contractarbeiders naar Suriname en hun belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van het land.
Op 5 juni wordt herdacht dat de eerste contractarbeiders in 1873 met het schip Lalla Rookh in Suriname arriveerden. Gedreven door hoop op een beter bestaan begonnen zij aan een reis naar een onbekend land, waar zij met moed, doorzettingsvermogen en opoffering een nieuwe toekomst opbouwden.
Breed gedragen nationale herdenking
De herdenkingsplechtigheid werd bijgewoond door president Jennifer Geerlings-Simons, vicepresident Gregory Rusland, ministers, leden van De Nationale Assemblée, districtscommissarissen en andere genodigden.
Tijdens de bijeenkomst werd uitgebreid stilgestaan bij de geschiedenis van de Hindoestaanse immigratie en de blijvende betekenis daarvan voor de Surinaamse samenleving. In verschillende toespraken werd benadrukt dat de immigranten niet alleen hun arbeid naar Suriname brachten, maar ook hun geloof, cultuur, taal, klederdracht en voeding. Deze elementen vormen vandaag de dag een belangrijk onderdeel van het multiculturele karakter van Suriname.
Religieuze diversiteit en historische verbondenheid
Een bijzonder onderdeel van de herdenking vormden de interreligieuze gebeden. Een pandit van de Sanatan Dharm-gemeenschap verzorgde een gebed, terwijl ook vanuit de islamitische gemeenschap een vertegenwoordiger een gebed uitsprak. Hiermee werd de religieuze diversiteit binnen de Hindoestaanse gemeenschap onderstreept.
Daarnaast sprak de ambassadeur van India in Suriname over de historische relatie tussen India en Suriname. Daarbij werd aandacht besteed aan de uitdagingen waarmee de eerste immigranten werden geconfronteerd en aan de culturele verbondenheid die tot op heden voortduurt.
Eerbetoon aan Baba en Mai
De Stichting Hindostaanse Immigratie (SHI) bracht tijdens de herdenking een eerbetoon aan de voorouders, bekend als Baba en Mai. Daarbij werd stilgestaan bij de hoop, vastberadenheid en veerkracht waarmee zij onder moeilijke omstandigheden een nieuw bestaan opbouwden en een blijvende bijdrage leverden aan de ontwikkeling van Suriname.
Boodschap van eenheid en gezamenlijke vooruitgang
President Geerlings-Simons benadrukte in haar toespraak dat vrijheid nooit vanzelfsprekend is, vooruitgang offers vraagt en waardigheid moed vereist. Volgens het staatshoofd is de geschiedenis van de Hindoestaanse immigratie geen verhaal van slachtofferschap, maar een verhaal van kracht, doorzettingsvermogen en bijdrage aan de opbouw van Suriname.
Zij wees op de belangrijke rol die de Hindoestaanse gemeenschap heeft gespeeld binnen de landbouw, het ondernemerschap en de culturele ontwikkeling van het land. Verder gaf zij aan dat de geest van de eerste immigranten voortleeft in de huidige generaties en dat de diversiteit van Suriname een bron van kracht vormt.
Het staatshoofd riep de samenleving op elkaar beter te leren kennen en gezamenlijk te blijven bouwen aan een sterk, verenigd en toekomstgericht Suriname.
Kranslegging als slotmoment
De herdenking werd afgesloten met het leggen van bloemen, kransen en mala’s bij de beelden van Baba en Mai. Hiermee werd respect betoond aan de offers van de voorouders en waardering uitgesproken voor hun blijvende bijdrage aan de ontwikkeling van Suriname.
| cds | Door: Redactie




































