• zondag 14 June 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname

“IMF positief” — maar het IMF zelf is een stuk minder enthousiast

| snc.com | Door: Redactie

Minister Wijnerman presenteert de jongste IMF-beoordeling als goed nieuws. Het volledige rapport vertelt een ander verhaal: verslappend beleid, oplopende inflatie en uitgestelde hervormingen.

Wat de minister wél zei

Wijnerman klonk in haar verklaring opvallend genuanceerd voor een regeringswoordvoerder. Ze waarschuwde voor importafhankelijkheid, erkende dat het prijsplafond op brandstof een kostenpost is voor de staat, en pleitte voor economische diversificatie. Dat zijn eerlijke signalen. Maar die schijnbare bescheidenheid verhult wat ze níet zei.

Wat het IMF werkelijk constateerde

1. Het beleid in 2025 was te ruim — en dat heeft gevolgen.
Het IMF stelt expliciet dat in de eerste helft van 2025 sprake was van een te ruim begrotingsbeleid, gecombineerd met onvoldoende restrictief monetair beleid. Het gevolg: de jaarlijkse inflatie liep op tot circa 11 procent. De verwachting is dat de inflatie pas in 2027 terugkeert naar een enkelvoudig cijfer. Gewone Surinamers voelen dit dagelijks in hun portemonnee — het CDS-persbericht rept er met geen

woord over.

2. Het IMF adviseert een begrotingsoverschot van 3,4 procent. De regering doet het tegenovergestelde.
Het fonds heeft de Surinaamse autoriteiten geadviseerd een begrotingsoverschot van ongeveer 3,4 procent van het bbp te realiseren in 2026, om inflatie te beteugelen en financiële buffers op te bouwen. Tegelijkertijd heeft de regering SRD 2,4 miljard uitgetrokken voor een nieuwe elektriciteitssubsidie. Dat staat haaks op het IMF-advies. Dit spanningsveld wordt in het regeringspersbericht niet benoemd.

3. Subsidies: “duur en onvoldoende gericht.”
De brandstof- en elektriciteitssubsidies die Wijnerman verdedigt als bescherming voor de burgers, worden door het IMF omschreven als duur en onvoldoende gericht op kwetsbare groepen. Het fonds adviseert de afbouw ervan te hervatten en in plaats daarvan in te zetten op gerichte ondersteuning. De minister noemt het prijsplafond als sociaal instrument — de IMF-kwalificatie van dat instrument blijft onvermeld.

4. Hervormingen lopen achter.
Het IMF constateert dat het tempo van cruciale hervormingen is

afgenomen. Concreet:
    •    Het nieuwe begrotingskader is uitgesteld, terwijl de bijbehorende wetgeving formeel al van kracht is sinds de begroting 2026.
    •    Het Spaar- en Stabilisatiefonds — bedoeld om toekomstige olie-inkomsten veilig te stellen — is nog niet volledig operationeel.
    •    Hervormingen op het gebied van aanbestedingen en corruptiebestrijding verdienen volgens het fonds “prioriteit.” Een diplomatieke formulering voor: er is te weinig mee gedaan.

5. De olie-vloek dreigt.
In een apart rapport waarschuwt het IMF expliciet voor de “olie-vloek”: de situatie waarbij een land dat grote olie-inkomsten ontvangt, juist slechter af is door slecht beheer, institutionele zwakte en verslapte begrotingsdiscipline. Het fonds adviseert dringend een stuurgroep aan te stellen die hervormingen aanstuurt, en wijst op personeelstekorten bij begrotings- en planbureaus die “dringend” moeten worden aangepakt. De staatsschuld blijft tot ten minste 2029 boven de tweehonderd procent van het IMF-quota — en daarom blijft Suriname onder verscherpt toezicht via

de zogeheten Post Financing Assessment-procedure.

Selectief citeren als regeringsstrategie

Het patroon is inmiddels herkenbaar. De CDS publiceert berichten die de positieve elementen van externe beoordelingen uitlichten, terwijl de kritische conclusies van diezelfde beoordelingen worden weggelaten. Het IMF zegt dat het glas halfvol is — en erkent tegelijk dat het lekt. De regering toont uitsluitend de volle helft.

Dit is geen neutrale communicatie. Het is een bewuste framing die burgers, journalisten en parlementariërs een vertekend beeld geeft van de werkelijke staat van de overheidsfinanciën — op precies het moment dat Suriname voor de grootste economische beslissingen in zijn geschiedenis staat.

De olie-hausse als alibi

De komst van grote olie-inkomsten — verwacht rond 2028 — functioneert in de regeringscommunicatie steeds meer als een universeel antwoord op alle zorgen. Schulden? Die lossen we af met olie-inkomsten. Subsidies? Die kunnen we betalen dankzij olie. Hervormingen uitgesteld? Dat regelen we als de olie stroomt.
Het IMF ziet dit

gevaar en benoemt het expliciet: een te snelle stijging van de overheidsuitgaven kan leiden tot inefficiëntie, inflatiedruk en macro-economische instabiliteit, ongeacht hoe hoog de olie-inkomsten zijn. De komende twee jaar zijn volgens het fonds cruciaal om instituties te versterken vóórdat de oliemiljarden binnenkomen. Niet erna.

Wat burgers mogen weten

De Surinaamse economie vertoont ook echte verbeteringen — dat is geen propagandafictie. De wisselkoers is gestabiliseerd, de goudproductie houdt redelijk stand, en er zijn hervormingen doorgevoerd die onder het IMF-programma hun vruchten beginnen af te werpen. Die vooruitgang is reëel.
Maar een regering die haar burgers serieus neemt, combineert goed nieuws met slecht nieuws. Ze legt uit waarom de inflatie oploopt, wat de kosten zijn van de subsidies die ze verdedigt, en waarom het parlement vragen stelt over miljarden aan nieuwe obligaties. Ze nodigt uit tot debat, in plaats van het te managen.
Wat de CDS deze week publiceerde, is geen voorlichting. Het

is reputatiebeheer. En dat verschil doet ertoe — zeker nu Suriname op een historisch kruispunt staat.

Bronnen: Communicatie Dienst Suriname, ABC Suriname, de Ware Tijd/DWT Online, Suriname Herald, Dagblad Suriname, IMF Article IV Staff Concluding Statement 2026, IMF Technical Assistance Report ‘Strengthening the Fiscal Framework Ahead of the Anticipated Oil Boom’.

| snc.com | Door: Redactie