
Dasai: Begrafeniswet is verouderd en uitvaartsector verkeert in ‘wildwestfase’
| suriname herald | Door: Redactie
Volgens assembleelid Marciano Dasai (VHP) gaat achter de recente wijziging van de Begrafeniswet veel meer schuil dan alleen een aanpassing van vergunningstarieven. Tijdens zijn betoog in De Nationale Assemblée stelde hij dat de wet die de basis vormt voor het begrafeniswezen en het beheer van begraafplaatsen in Suriname ernstig verouderd is en op belangrijke rechtsstatelijke en publiekrechtelijke punten niet meer functioneert.
Hoewel Dasai de verhoging van het vergunningstarief van SRD 20 naar SRD 250 noodzakelijk noemt, plaatste hij vraagtekens bij de onderbouwing van het nieuwe bedrag. Volgens hem is het voorstel gebaseerd op cijfers uit 2021 en heeft de inflatie de economische realiteit inmiddels veranderd.
Hij pleitte daarom voor een deugdelijke financiële onderbouwing en een indexatiemechanisme om te voorkomen dat het parlement binnen enkele jaren opnieuw voor hetzelfde vraagstuk staat. De parlementariër uitte daarnaast grote zorgen over de wijze waarop de uitvaartsector momenteel functioneert.
Volgens hem kunnen ondernemers zonder specifieke opleiding, kwaliteitscontrole of bewijs van bekwaamheid een uitvaartbedrijf beginnen. Hij omschreef de situatie als een “wildwestfase” waarin toezicht en regelgeving tekortschieten.
Zorgen over hygiëne en volksgezondheid Dasai verwees naar recent onderzoek waaruit volgens hem blijkt dat bij grafruimingen arbeiders soms zonder adequate bescherming werken in opengebroken grafkelders die onder water staan. Daarbij zouden zij worden blootgesteld aan kistresten en bacterieel vervuild water, wat risico’s voor de volksgezondheid met zich meebrengt.
Volgens hem ontbreken minimale wettelijke hygiëne- en veiligheidsnormen voor dergelijke werkzaamheden. Ook de administratieve organisatie van veel begraafplaatsen baart hem zorgen.
Volgens Dasai wordt op diverse locaties nog gewerkt met handgeschreven en onvolledige registers, waardoor de identiteit van overledenen en contactgegevens van nabestaanden soms niet meer kunnen worden achterhaald. Daardoor bestaat volgens hem het risico dat graven worden geruimd zonder dat familieleden daarvan op de hoogte zijn gesteld.
Meer rechtsbescherming voor nabestaanden Een ander belangrijk aandachtspunt betreft de positie van nabestaanden. Volgens Dasai biedt de huidige wet onvoldoende mogelijkheden om bezwaar te maken tegen besluiten tot grafruiming.
Nabestaanden zijn daardoor vaak aangewezen op kostbare civiele procedures bij de rechter. Hij pleitte voor laagdrempelige bezwaar- en beroepsprocedures via het ministerie van Binnenlandse Zaken.
Daarnaast vroeg hij aandacht voor religieuze en culturele verschillen binnen de Surinaamse samenleving. Volgens Dasai houden bepaalde geloofsgemeenschappen, waaronder de joodse en islamitische gemeenschap, evenals Javaanse en Chinese tradities, vast aan het principe van eeuwige grafrust. De huidige wet biedt volgens hem geen duidelijke regeling voor dergelijke situaties.
Toezicht zonder bevoegdheden Dasai stelde verder dat toezichthouders momenteel onvoldoende instrumenten hebben om op te treden tegen misstanden. Hoewel districtscommissarissen en het Openbaar Ministerie worden geïnformeerd over ruimingen, beschikken zij volgens hem niet over voldoende wettelijke bevoegdheden om plannen vooraf te toetsen of werkzaamheden stil te leggen wanneer zich problemen voordoen. Ook ontbreekt volgens hem een effectief sanctiestelsel voor overtredingen.
Verder wees hij op de toenemende druk op de beschikbare begraafplaatsruimte, met name in Paramaribo. Volgens Dasai zijn particuliere graven voor veel Surinamers nauwelijks betaalbaar geworden en worden alternatieve oplossingen toegepast waarvoor volgens hem geen duidelijke wettelijke basis bestaat.
Oproep tot integrale herziening Dasai presenteerde tijdens zijn betoog verschillende voorstellen voor een integrale modernisering van de Begrafeniswet. Daarbij noemde hij onder meer een wettelijke rangorde voor rechthebbenden, betere rechtsbescherming voor nabestaanden, uitbreiding van toezichtbevoegdheden voor de overheid en invoering van een afdwingbaar sanctiestelsel voor overtredingen.
Volgens het DNA-lid moet de huidige wetswijziging niet worden gezien als eindpunt, maar als het begin van een bredere hervorming van het begrafeniswezen. “De dood is een zekerheid die ons allen treft. Het is de dure plicht van dit parlement te zorgen dat ons land beschikt over een moderne, humane en rechtsstatelijk handhaafbare wetgeving die de waardigheid van onze overledenen en de cultuurrechten van hun nabestaanden onvoorwaardelijk waarborgt,” aldus Dasai.
| suriname herald | Door: Redactie




































