
COLUMN | LOCAL CONTENT BEGINT WAAR PRAATJES OPHOUDEN
| united news | Door: Redactie
Wat mij in de uitzending van deze week vooral opviel, was hoe snel local content in Suriname nog steeds een comfortabel woord wordt. Het klinkt goed. Het verkoopt goed. Het geeft het gevoel dat we allemaal straks vanzelf meeprofiteren van oil and gas. Maar zodra je de vraag concreet maakt, wordt het stil. Wanneer is een Surinaams bedrijf niet alleen lokaal, maar ook echt contracteerbaar? Daar draaide het gesprek uiteindelijk om.
Daarom vond ik het sterk dat Faid op mijn vraag of Suriname morgen tien grote opdrachten in de keten aankan, gewoon antwoordde: nee. Dat was misschien het eerlijkste moment van de uitzending. Want precies daar zit het probleem. We praten al jaren over kansen, maar opdrachtgevers kijken niet naar ons enthousiasme. Ze kijken naar iets veel saaier: kun je leveren, veilig werken, documentatie op orde hebben, gecertificeerd zijn, kwaliteit vasthouden en niet omvallen zodra de druk toeneemt?
En laat dat nu
Faid had daarin gelijk. Suriname heeft wel degelijk bedrijven met ervaring in zware industrie, via Staatsolie, Suralco en de mijnbouw. Er is dus een basis. Maar die basis is smal. Daaronder zit een veel grotere groep bedrijven die wel wil meedoen, maar er nog niet klaar voor is. Dat is geen belediging. Dat is gewoon de realiteit. En hoe eerder we dat onder ogen zien, hoe beter.
Ana Rita had op haar beurt ook een punt toen zij zei dat ondernemers niet moeten blijven wachten op de overheid. Dat hoor ik zelf ook te vaak: eerst moet de wetgeving komen, eerst moet de regering iets doen, eerst moet Staatsolie iets openzetten. Nee. Een ondernemer die serieus wil meedoen, moet vandaag al beginnen met processen, documentatie, standaarden, registratie en professionalisering. De tijd van afwachten is allang voorbij.
Maar laten we
Precies daarom vond ik de Blue Wave-discussie zo interessant. Op papier klinkt het goed: bedrijven trainen, structureren, certificeren, klaarstomen. Alleen werd het gesprek pas echt waardevol toen de pijnlijke vraag op tafel kwam: en daarna? Want als een bedrijf het traject doorloopt, een certificaat krijgt, en vervolgens nog steeds nul opdrachten uit die route haalt, dan moet je durven vragen wat de echte toegevoegde waarde is. Dan is local content niet mislukt als idee, maar wel onvolwassen in uitvoering.
Dat is
Ook het punt over 2028 verdient nuance. Faid suggereerde dat er vóór “first oil” relatief weinig te halen valt en dat de echte, stabielere kansen pas daarna komen. Dat snap ik, maar als algemene stelling is het te simpel. TotalEnergies en Staatsolie laten zien dat er juist ook in de ontwikkelingsfase al logistieke en ondersteunende activiteiten zijn; alleen zitten de zwaarste en meest lucratieve delen van de keten vaak hoger in de tier-structuur en buiten bereik van de meeste lokale spelers. Dus ja, na 2028 kan het structureler worden. Maar nee, tot 2028 is het niet leeg.
De echte vraag is dus niet of Suriname local content
Want uiteindelijk doet oil and gas niets voor lokale bedrijven uit zichzelf.
Local content begint pas waar praatjes ophouden en leveringscapaciteit begint.
ADVERTORIAL | BUSINESS RADIO
| united news | Door: Redactie



































