• vrijdag 05 June 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname
Column: Het rechtmatige onding dat WIPA heet

Column: Het rechtmatige onding dat WIPA heet

| starnieuws | Door: Redactie

Na uren van debat, schorsingen, overleg, fractieberaad en politieke afwegingen heeft De Nationale Assemblée uiteindelijk besloten drie gewezen ministers, Riad Nurmohamed, Gillmore Hoefdraad en Bronto Somohardjo, in staat van beschuldiging te stellen. Daarmee is de weg vrijgemaakt voor verdere strafrechtelijke vervolging.

Voorstanders zullen zeggen dat de rechtsstaat heeft gezegevierd. Tegenstanders zullen beweren dat politieke motieven een rol hebben gespeeld. Het afgelegde traject laat echter zien waarom de Wet In Staat van Beschuldigingstelling Politieke Ambtsdragers (WIPA) misschien wel een van de merkwaardigste wetten in onze rechtsorde is.

De WIPA is niet ongrondwettelijk; integendeel, zij is gebaseerd op artikel 140 van de Grondwet. Volgens de wet mag DNA namelijk niet beoordelen of iemand schuldig is. Het parlement mag zich niet uitspreken over de vraag of er voldoende bewijs bestaat of dat een strafbaar feit daadwerkelijk is gepleegd. Dat is de taak van het Openbaar Ministerie en uiteindelijk van de rechter. 

De rol van DNA is veel beperkter. Het parlement moet uitsluitend beoordelen of vervolging van een politieke ambtsdrager in het algemeen belang moet worden geacht. Volgens NDP-parlementariër Ebu Jones moet DNA daarbij ook nagaan of er mogelijk sprake is van politieke vervolging. Jones herinnerde zijn collega's eraan dat DNA geen rechtbank is. De Assemblee moet niet bepalen of iemand schuldig is en evenmin of het bewijs sterk genoeg is. Die taak ligt bij het Openbaar Ministerie en uiteindelijk bij het Hof van Justitie. Maar juist die opmerking legt de zwakte van het systeem bloot. Want als het parlement de schuldvraag niet mag beoordelen, waarom moet het dan beslissen of een strafzaak mag doorgaan?

De memorie van toelichting maakt die spanning nog duidelijker. Daarin staat dat de uitzondering voor ministers en andere politieke ambtsdragers niets te maken heeft met de gepleegde handeling van de politieke ambtsdrager, maar met de "hoogheid van het ambt". Hun positie binnen het staatsbestel zou een extra politieke afweging rechtvaardigen. 



Tegelijkertijd benadrukt dezelfde toelichting dat DNA zich niet mag uitspreken over bewijs, schuld of strafbaarheid. Het parlement moet slechts beoordelen of vervolging bestuurlijke ontwrichting of maatschappelijke onrust kan veroorzaken. 
Daarmee wordt een politieke toets ingebouwd vóór een juridisch proces, terwijl tegelijkertijd wordt gezegd dat de politiek zich niet met de juridische inhoud mag bemoeien.

Wat begon als een juridisch traject eindigde als een politieke krachtmeting. De stemming maakte duidelijk dat de coalitie van zes partijen geen gezamenlijk standpunt wist te formuleren. Uiteindelijk werd de kwestie overgelaten aan het individuele stemgedrag van assembleeleden. Dat is op zichzelf niet verkeerd. Een volksvertegenwoordiger mag zelfstandig denken en stemmen. Maar het laat tegelijk zien hoe moeilijk het is om juridische besluitvorming los te maken van politieke belangen zodra politici een rol krijgen in het proces.

Opmerkelijk was daarbij de positie van de NDP. Met achttien zetels is zij de grootste coalitiepartij, maar juist tijdens deze stemming bleek dat die numerieke kracht geen politieke eenheid garandeert. Er waren verschillende opvattingen binnen de partij en er werd niet eensgezind gestemd. Bovendien bleek dat de resterende NDP-stemmen onvoldoende waren om de combinatie van de zeventien VHP-stemmen en de coalitieleden die de vorderingen van de procureur-generaal steunden, te blokkeren. De NDP is misschien wel de grootste politieke verliezer van de dag. Niet omdat zij verloor, maar omdat zichtbaar werd dat haar 18 zetels geen vanzelfsprekende politieke meerderheid is. De stemming zegt dus veel meer over de toekomst van drie gewezen ministers. Zij geeft ook inzicht in de werkelijke machtsverhoudingen binnen de coalitie.


De PL-fractie stemt tegen de vordering van Riad Nurmohamed.
Men kan veel vinden van Bronto Somohardjo. Toch kan hem één ding moeilijk worden ontzegd: consistentie. Vanaf het moment dat de procureur-generaal haar vordering indiende, heeft hij publiekelijk verklaard dat hij bereid was zich voor de rechter te verantwoorden. Hij vroeg niet om politieke bescherming, maar om een juridische beoordeling van de beschuldigingen. Tijdens de stemming bleef hij die lijn volgen. Hij stemde vóór zijn eigen in staat van beschuldigingstelling, maar tegen de vordering tegen Riad Nurmohamed.

En daarmee komen we terug bij de kernvraag: waarom moet een parlement beslissen of een rechter zijn werk mag doen? De Grondwet kent politieke ambtsdragers een bijzondere positie toe. Daar zijn verdedigbare argumenten voor. Maar tegelijkertijd blijft het een feit dat een gewone burger niet eerst langs een politieke meerderheid hoeft voordat een rechter zich over zijn zaak kan buigen.

Juist daarom blijft de WIPA zo'n merkwaardige constructie. Zij is wettig. Zij is grondwettig. Maar zij brengt politiek en recht samen op een plek waar zij eigenlijk gescheiden zouden moeten blijven. Dat maakt de WIPA niet onrechtmatig, maar wel tot wat zij al jaren is: een rechtmatig onding.


Wilfred Leeuwin

| starnieuws | Door: Redactie