
COLUMN | DE HOUTSECTOR LAAT ZIEN WAT SURINAME TE WEINIG DOET: WAARDE TOEVOEGEN!
| united news | Door: Redactie
Business Radio: Na de Uitzending…..Wat mij in de uitzending van deze week het meest opviel, was dat het gesprek over de houtsector eigenlijk over iets veel groters ging dan hout alleen. Op papier ging het over meubels, prefab woningen, kwaliteit, vakmanschap en ondernemerschap. In werkelijkheid ging het over een vraag die al jaren boven de Surinaamse economie hangt: waarom voegen wij zo weinig waarde toe aan wat we zelf hebben?
Aan tafel zaten twee ondernemers die laten zien dat het ook anders kan. Niet hout zien als iets dat je zo snel mogelijk kapt en verkoopt, maar als grondstof voor een beter eindproduct. Niet blijven hangen op rondhout of bulk, maar doordenken naar design, afwerking, verwerking, woningbouw en merkwaarde. Dat is economisch simpel gezegd altijd de betere route. Hoe verder je in de keten omhoog gaat, hoe meer waarde je zelf houdt.
Bij Randoe Meubelen zie je dat terug in kwaliteit
Wat beide verhalen bindt, is dat zij hout niet als eindpunt zien, maar als beginpunt.
En precies daar gaat het in Suriname te vaak mis.
We praten al decennialang over natuurlijke rijkdom alsof bezit op zichzelf al een verdienmodel is. Dat is het natuurlijk niet. Rijkdom zit niet in wat je hebt, maar in wat je ermee doet. Rondhout uitvoeren is makkelijk. Een goed meubel ontwerpen, produceren en verkopen is moeilijker. Een duurzame woning ontwikkelen
In het gesprek werd vrij open gezegd dat er in Suriname nog steeds een misvatting leeft rond hout. Alsof een houten woning iets is voor arme mensen. Dat is natuurlijk een merkwaardige gedachte in een land met een houten binnenstad waar mensen van over de hele wereld voor komen kijken. Het zegt iets over hoe scheef onze economische beeldvorming soms is. Wat lokaal is, wordt te snel gezien als minderwaardig. Wat geïmporteerd is, krijgt automatisch meer status. En precies die reflex maakt lokale productie zwakker dan nodig.
Daar zit ook een bredere les in voor beleid. Als ondernemers zeggen dat lokaal produceren in de praktijk zwaarder belast of minder gestimuleerd wordt dan import, dan moet je dat serieus nemen. Want dan organiseer je als land je
Wat mij verder opviel, was dat beide ondernemers uiteindelijk weer uitkwamen bij hetzelfde knelpunt dat we in Suriname in veel sectoren horen: arbeid en vakmanschap. Er is te weinig structurele beroepsopleiding. Mensen moeten in het bedrijf zelf worden opgeleid. Dat is bewonderenswaardig aan de kant van de ondernemer, maar ook een signaal van systeemzwakte. Een land dat serieus wil industrialiseren of lokale productie wil opschalen, kan niet blijven vertrouwen op alleen leerbanen in individuele bedrijven.
En toch zat er ook iets hoopvols in het gesprek. Beide gasten lieten zien dat samenwerking wel degelijk mogelijk is. Niet alles zelf willen doen, maar werken met partners, met uitbesteding, met kleinere makers, met vakmensen die op onderdelen meeleveren. Dat is precies
Dat is voor mij uiteindelijk de kern van deze uitzending. De dames aan tafel lieten zien wat Suriname veel vaker zou moeten doen: minder denken in grondstof, meer denken in eindproduct. Minder trots op wat uit de grond of uit het bos komt, meer focus op wat wij er hier zelf van kunnen maken. Minder import als reflex, meer productie als strategie.
De les van deze week is voor mij daarom helder: een land wordt niet rijk van wat het heeft.
Een land wordt rijk van wat het weet toe te voegen.
En precies daar ligt voor Suriname nog altijd de echte uitdaging.
Business Radio neemt een break.
Tot ziens in oktober, Henk-John.
ADVERTORIAL
| united news | Door: Redactie



































