• dinsdag 09 June 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname
Brug over oostelijke grens biedt ontwikkelingsperspectieven

Brug over oostelijke grens biedt ontwikkelingsperspectieven

| starnieuws | Door: Redactie

De constructie van een brug over de Marowijnerivier ter bewerkstelliging van een vaste oeververbinding tussen Suriname en Frans-Guyana zal een gigantische ontwikkelingsrevolutie met zich meebrengen in het oosten van het land. Dit moet worden gezien als een rechtstreekse en fysieke toegang tot de Europese Unie, met al haar ongekende economische mogelijkheden.

Voorgesteld wordt om deze civieltechnische constructie neer te zetten in de omgeving van het gecombineerde marron- en inheemse dorp Bigiston. Aan de Franse zijde zou de brug moeten uitkomen op

Saint-Jean-du-Maroni (Jean Jean). Dit uit kostenoverwegingen, omdat de rivier daar geografisch minder breed is dan ter hoogte van Albina. Daarnaast wordt het gebied daardoor beter en gemakkelijker toegankelijk voor iedereen.


Onderdeel van dit bijzondere infrastructurele project moet een gescheiden, 15 kilometer lange tweebaansweg zijn vanaf Albina naar bovengenoemd dorp, in zuidelijke richting langs de Marowijnerivier. Door deze aanpak wordt dit rurale gebied ontsloten en kan het worden getransformeerd tot een modern gebied met alle innovatieve en moderne faciliteiten. In een later stadium kan deze weg worden doorgetrokken tot het Pakira-gebied.

De infrastructurele ontsluiting van het gebied zal de mogelijkheid openen om het agrarische potentieel langs de linkeroever van de Marowijnerivier ten volle te benutten. De uiterst vruchtbare grond langs de rivier kan worden ingezet om landbouw op grote schaal te bedrijven ten behoeve van de lokale en exportmarkt.

Vanwege de eeuwenoude jeremiade rond de veerverbinding tussen Albina en Saint-Laurent
wordt het wel tijd dat er een structurele oplossing komt voor deze penibele aangelegenheid. Steeds weer wordt de schuld afgeschoven op Frans-Guyana, dan weer op Suriname. Hierbij is slechts het reizende publiek het slachtoffer van deze gang van zaken.

Er ligt al jaren een moderne veerboot aan de ketting bij de Fransen, terwijl de aanmeerfaciliteiten aan Surinaamse zijde in Albina al geruime tijd technisch zijn aangepast. Wat er gebeurt, is dat de veerboot om voor het publiek tot nog toe duistere en onverklaarbare redenen niet vaart. Op basis van deze beschuldigende sfeer bekruipt mij het gevoel dat de samenwerking in de toekomst niet veel beter zal worden.

Wat de regering nu moet doen, is een team van deskundigen samenstellen om een haalbaarheidsstudie uit te voeren. Daarbij zal men alle aspecten in kaart moeten brengen. Er moet duidelijk worden omschreven wat de demografische, sociale, milieutechnische, economische, financiële en technische
impact voor de gemeenschap zal zijn.

In dit traject zal men het een en ander met de Fransen moeten bespreken om ook hun inzichten mee te nemen. Wat de financieringsmodaliteiten betreft, liggen er voldoende scenario's voor de hand. Na 2030 kan een belangrijk deel van de financiering afkomstig zijn uit de olie-inkomsten, terwijl ook de Fransen een substantiële bijdrage kunnen leveren.


Hoopgevend is dat president Jennifer Simons zich hierover zeer recent tijdens een persconferentie duidelijk heeft uitgesproken. Zij ziet een brug als een middel om de economische ontwikkeling met de buurlanden te stimuleren. Minister van Buitenlandse Zaken Melvin Bouva heeft reeds instructies van de president gekregen om verkennende gesprekken met de Fransen hierover op te starten.

Als directe ontwikkelingsimpuls van een brug over de oostelijke grensrivier kan ook de impact van de moderne havenfaciliteiten van Moengo worden meegenomen. De Cotticarivier en de Commewijnerivier bieden tot zeker 150 kilometer landinwaarts
toegang tot de haven van Moengo.

We praten dan over overslag van vrachtvervoer uit de hele wereld — de Verenigde Staten, Europa, Azië en Afrika — naar Saint-Laurent, Kourou, Cayenne en het noordelijke gedeelte van Brazilië.

In het verlengde van de onlangs gesloten bilaterale overeenkomsten van de regering met Brazilië en de Dominicaanse Republiek om de economische ontwikkeling van Suriname te stimuleren, moet dit geheel serieus worden benaderd. Dit moet worden gezien als onderdeel van het bredere geheel van de economische en financiële doelen die wij als land nastreven.

Ettiré Patra

| starnieuws | Door: Redactie