• zondag 09 August 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname
Bedrijfsleven pleit voor sterke Investeringswet en onafhankelijke SITA

Bedrijfsleven pleit voor sterke Investeringswet en onafhankelijke SITA

| chronostimes | Door: Redactie

De Surinaamse economie heeft dringend behoefte aan een modern, transparant en internationaal concurrerend investeringsbeleid. Een goed ingerichte Investeringswet en een professioneel functionerende Suriname Investment and Trade Agency (SITA) kunnen investeringen aantrekken, lokale ondernemingen versterken, export bevorderen en bijdragen aan duurzame economische groei.

Het bedrijfsleven ondersteunt de doelstellingen van de ontwerp Investeringswet en de ontwerpwet SITA. Tegelijkertijd bieden de huidige ontwerpen volgens het bedrijfsleven nog onvoldoende waarborgen voor rechtszekerheid, transparantie, gelijke behandeling, goed bestuur en een voorspelbare uitvoering. Vooral voor het midden- en kleinbedrijf kunnen onduidelijke regels, dubbele rapportageverplichtingen en ruime bestuurlijke bevoegdheden grote gevolgen hebben.

Eerst een nationaal investeringsbeleid

Een Investeringswet kan niet op zichzelf staan. Zij moet voortvloeien uit een integraal nationaal investeringsbeleid waarin wordt vastgelegd welke economische ontwikkeling Suriname nastreeft, welke sectoren prioriteit krijgen en welke resultaten van investeerders worden verwacht.

class="p3 wp-block-paragraph">De ontwerpwet bevat algemene beginselen en procedures, maar volgens het bedrijfsleven nog onvoldoende objectieve criteria voor de selectie van prioritaire sectoren en de toekenning van fiscale en niet-fiscale faciliteiten. Daardoor bestaat het risico dat beslissingen afhankelijk worden van individuele bestuurlijke inzichten, met onzekerheid en ongelijke behandeling als gevolg.

Het investeringsbeleid moet daarom duidelijk maken welke investeringen bijdragen aan duurzame werkgelegenheid, exportcapaciteit, importvervanging, nationale waardeketens, lokale toegevoegde waarde en kennis- en technologieoverdracht. Niet alleen de omvang van het geïnvesteerde kapitaal moet bepalend zijn; ook de economische, sociale en duurzame bijdrage aan Suriname moet worden meegewogen.

Objectieve criteria en een gelijk speelveld

Het gelijkheidsbeginsel moet expliciet in de wet worden verankerd. Lokale, buitenlandse en diaspora-investeerders moeten onder vergelijkbare omstandigheden aanspraak kunnen maken op dezelfde rechten, bescherming en faciliteiten.

Differentiatie tussen sectoren kan noodzakelijk

zijn, maar moet gebaseerd zijn op vooraf vastgestelde, objectieve en openbaar toegankelijke criteria. Ook moet duidelijk zijn welke activiteiten, zoals handel, dienstverlening, bouw en kansspelen, al dan niet voor specifieke faciliteiten in aanmerking komen.

De wet moet daarnaast rekening houden met de positie van het lokale MKB. Investeringen moeten lokale ondernemingen versterken en niet verdringen. Duidelijke local-contentvoorwaarden kunnen bijdragen aan lokale werkgelegenheid, het gebruik van Surinaamse goederen en diensten, kennisoverdracht en de ontwikkeling van nationale waardeketens.

Transparante en meetbare investeringsfaciliteiten

Fiscale en niet-fiscale incentives moeten worden gekoppeld aan concrete en meetbare prestaties. Daarbij kan worden gekeken naar duurzaam gecreëerde arbeidsplaatsen, jaarlijkse herinvesteringen, betaalde belastingen, exportwaarde en exportgroei, importvervanging, lokale toegevoegde waarde, kennis- en technologieoverdracht, samenwerking met lokale ondernemingen en de bijdrage aan nationale waardeketens.

Een wettelijke horizonbepaling is daarbij wenselijk. Investeringsfaciliteiten mogen

niet onbeperkt blijven bestaan zonder evaluatie van het beoogde resultaat. Een periodieke beoordeling, bijvoorbeeld iedere drie tot vijf jaar, kan inzicht geven in de economische effectiviteit en maatschappelijke opbrengsten.

Ook de controle op de naleving moet duidelijk worden geregeld. De wet moet bepalen welke instantie toezicht houdt, welke informatie moet worden overgelegd en welke professionele verklaring daarvoor vereist is. Een verklaring van een accountant heeft bijvoorbeeld niet zonder meer dezelfde reikwijdte en bewijskracht als een verklaring van een belastingconsulent. Die verschillen moeten juridisch en uitvoerend helder worden afgebakend.

Rechtszekerheid en effectieve rechtsbescherming

Investeerders moeten vooraf weten binnen welke termijn op een aanvraag wordt beslist en wat de gevolgen zijn wanneer de overheid niet tijdig reageert. Een regeling voor stilzwijgende goedkeuring kan procedures versnellen, maar mag geen onduidelijkheid creëren over de verantwoordelijkheid van de investeerder om aan alle

wettelijke voorwaarden te voldoen.

Ook bij intrekking van faciliteiten moet duidelijk zijn welke functionaris of instantie bevoegd is, op welke gronden een besluit kan worden genomen en waartegen bezwaar en beroep kunnen worden ingesteld. De algemene formulering “een andere bevoegde instantie” biedt volgens het bedrijfsleven onvoldoende rechtszekerheid.

Naast toegang tot de nationale rechter verdient het aanbeveling een onafhankelijke regeling voor investeringsgeschillen op te nemen, waaronder internationaal erkende arbitragemogelijkheden. Voor internationale investeerders zijn ook garanties tegen onteigening zonder passende compensatie en waarborgen voor de repatriëring van winsten en kapitaal in vreemde valuta belangrijke voorwaarden.

Bij opeising of onteigening moet de vergoeding rechtvaardig, tijdig en daadwerkelijk ontvangen zijn. Daarbij moet zorgvuldig worden beoordeeld of de vergoeding ten minste de reële waarde van de investering dekt en ook rekening houdt met aantoonbare schade.

wp-block-paragraph">Ook overgangsrecht is noodzakelijk voor ondernemingen die reeds investeringsfaciliteiten genieten. Zij moeten erop kunnen vertrouwen dat eerder rechtmatig toegekende rechten niet onverwacht verloren gaan door de invoering van een nieuw stelsel.

SITA als facilitator, niet als extra bestuurslaag

Het bedrijfsleven onderschrijft de noodzaak van een professionele organisatie voor investerings- en exportbevordering. SITA moet zich volgens het bedrijfsleven primair ontwikkelen tot een faciliterende, coördinerende en promotionele organisatie. Zij moet geen extra bestuurlijke of administratieve laag vormen en geen taken overnemen die wettelijk zijn opgedragen aan ministeries, de Belastingdienst, de KKF, het Algemeen Bureau voor de Statistiek of andere bevoegde instanties.

De voorgestelde Single Window-functie kan grote voordelen bieden, mits deze wettelijk en operationeel wordt verankerd. Investeerders moeten via één geïntegreerd digitaal loket toegang krijgen tot relevante procedures en informatie. Overheidsdiensten moeten digitaal met elkaar samenwerken, met duidelijke wettelijke

doorlooptijden en meetbare prestatienormen.

Daarbij hoort het beginsel “One Company, One Reporting Obligation”. Gegevens die al bij een overheidsinstantie beschikbaar zijn, mogen niet telkens opnieuw bij een onderneming worden opgevraagd. Dit vermindert administratieve lasten en voorkomt dubbele registratie- en rapportageverplichtingen.

Goed bestuur en onafhankelijke deskundigheid

SITA heeft vanwege haar strategische economische taak een sterke governance-structuur nodig. De benoeming, schorsing en het ontslag van directieleden en commissarissen moeten plaatsvinden via transparante procedures en op basis van vastgestelde profielschetsen, deskundigheidseisen en integriteitscriteria.

Het georganiseerde bedrijfsleven en onafhankelijke deskundigen moeten evenwichtig in de Raad van Commissarissen zijn vertegenwoordigd. Vertegenwoordigers van het bedrijfsleven zouden door representatieve nationale ondernemersorganisaties moeten worden voorgedragen. Dit kan bijdragen aan deskundigheid, onafhankelijk toezicht en maatschappelijk draagvlak.

Ook de prestaties van de directie moeten periodiek worden beoordeeld

aan de hand van vooraf vastgestelde indicatoren. Daarbij moet niet alleen worden gekeken naar het aantal aangetrokken investeringen, maar ook naar de bijdrage aan werkgelegenheid, exportgroei, importvervanging, kennisontwikkeling, lokale ondernemingen en nationale waardeketens.

Verder moet volledige duidelijkheid bestaan over de financiering van SITA. Wanneer een belangrijk deel van de middelen afkomstig is van internationale financieringsinstellingen, moet wettelijk worden geregeld wie toezicht houdt, hoe de middelen worden verantwoord, aan wie de externe accountant rapporteert en of verschillende financieringsbronnen afzonderlijk worden geadministreerd.

Constructieve samenwerking noodzakelijk

Het bedrijfsleven is niet tegen de Investeringswet of SITA. Integendeel: beide instrumenten zijn volgens de ondernemersorganisaties noodzakelijk voor de toekomstige economische ontwikkeling van Suriname. Juist vanwege hun strategische betekenis moeten zij vanaf het begin goed worden ingericht.

De ontwerp Investeringswet kan in haar huidige vorm echter nog niet worden

ondersteund. Een fundamentele herziening is nodig, waarbij eerst een integraal nationaal investeringsbeleid wordt vastgesteld en de wet daarop wordt afgestemd. Tegelijkertijd moet de ontwerpwet SITA worden versterkt met duidelijke waarborgen voor onafhankelijkheid, deskundigheid, transparantie, rechtsbescherming en samenwerking met het bedrijfsleven.

De gezamenlijke ondernemersorganisaties pleiten daarom voor inhoudelijk overleg voordat de wetsontwerpen verder in procedure worden gebracht. Een open en serieus consultatieproces biedt de mogelijkheid om te komen tot wetgeving die investeringen aantrekt, lokale ondernemingen versterkt, rechtszekerheid biedt en bijdraagt aan een duurzame en inclusieve ontwikkeling van Suriname.

Bron: Vereniging Surinaams Bedrijfsleven (VSB)

Redactie Chronos

| chronostimes | Door: Redactie