Het Surinaamse volk heeft als watermerk: "etnisch beklonken " . Klinkt het niet ietwat bezopen om nu eens op te merken , zoals Surinaamse minister Harold Rusland dat onlangs deed, dat etnische spanningen in Suriname een averechtse werking zouden kunnen hebben? Elke minuscule strijdvoering in Suriname en onder Surinamers heeft
doorgaans een raciale blikseminslag. Dat wat Surinamers gezamenlijk als volkseigenschap dragen is het elkaar niets gunnen, elkaar net KGB-undercovers in de smiezen houden met straffe maaiblikken uit de visuele awarapitten, elkaar dwars liggen, elkaar verraden om het eigen hachje te redden etc.
Surinamers vertrouwen elkaar niet , los van een enkeling
die vanuit een kritische distantie snerende kritiek op hen levert. Het enige dat Surinamers naadloos aan elkaar naait betreft de grappen, grollen en moppen, een potje sporten, troof call, de bigi dansies en dan houdt het echt op. In Nederland zijn ze ondergeschoven aan de toenmalige gastarbeiders die zichzelf hebben
weten op te werken tot zulk een eclatante bevolkingsgroepen dat er zelfs op monarchieël niveau niemand om hen heen durft.
Het blijft een trieste en foute zaak dat de diffusiviteit onder de Surinaamse bevolking in z’n geheel dusdanig groot is dat er amper sprake is van een natie. Er bestaat geen
collectief volksgevoel, collectief volksideaal, misschien een verkapte, situatieafhankelijke volkssolidariteit, zich latend kenmerken door een gevoel van meewarigheid en mededogen. Voor de rest is het trieste aanblik.
Het feit dat men bij gelegenheid een niet- Surinamer als bondgenoot binnen haalt om een andere Surinamer op een trefzekere en mis te verstane wijze
het strobreed in de weg te leggen, verklaart al tot welk eindpunt vele Surinamers zich via de spekgladde helling kunnen laten afglijden. Bea Vianen was hier in haar roman: “Het Paradijs van oranje “zelf ook erg cynisch en recht op het doel af geweest. René De Rooij liet zich in
zijn novelle “Verworpen vaderland “er ook niet van weerhouden Suriname te kwalificeren met alles wat laag van allooi en inferieur van kwaliteit zou zijn. Wat is nu precies juist?
De wijze waarop mensen een korte termijn geheugen hebben, bestaan er Surinamers met een korte termijn kritische instelling. Hun kritische instelling hangt
af van de snelheid waarmee enig inzicht van buiten naar hen toe-suist in plaats van zelfstandig te ontkiemen in hun eigen brein. Het resultaat is dat deze categorie ongecontroleerd in euforie geraakt en op dezelfde wijze in uitzinnigheid explodeert als het hen te bar begint te worden. Dit duidt meer
op een rusteloos bestaan.
Zakelijk-en objectief bezien, c.q. zonder spelend op de man maar meer op de half opgepompte bal, kan ik mij niet aan de indruk onttrekken dat het volk van Suriname tijdens het bewind van vorige presidenten met ingehouden woede en met opgedroogd schuim aan de mondhoeken de straat
optrok om te protesteren terwijl het economisch toen ook niet erg voor de wind ging. Er was destijds eveneens sprake van een (hitsige) first lady, van geldverduistering van zelfs $5 miljard, van stuivertjes verwisselen, van grondverdeling, van baantjes geoffreerd aan zelfs mentaal zwakkeren die eerder in een dolhuis thuis zouden
moeten horen dan in een draaiende fauteuil op enig departement etc.
Wat maakt het dat de opstandelingen deze keer zo onverstoorbaar en vastberaden zijn als voorheen? Ik vind het een goede zaak om met gerammel met pannen en potten een duidelijk afkeurenswaardig gebaar te maken tegen lui die zonder enige
prestatie opeens een benoeming krijgen toegeschoven waar zelfs hun cv door beginnen te verbleken. Wanneer ze een simpel rapport moeten schrijven begonnen ze ten gevolge van de enorme geestelijke inspanning uit alle vitale openingen te roken en te stomen alsof ze daarmee hun nostalgie uitbeeldden naar de antieke stoomlocomotief. Ik
vrees dat Santokhie een solide argument in de hand toegeschoven heeft gekregen om de op hem gerichte gifpijlen van zich af te wenden.
Zijn bezoek aan Nederland, daarbij opzichtig geflankeerd door de wanstaltige en onbeduidende Surinaamse ambassadeur te Den haag, die deze baan overigens gewoon geoffreerd kreeg, werd door Creoolse Nederlanders
weggehoond en weg-gejuicht op zeer raciale gronden. Santokhie werd ook gehinderd om een lezing te geven over de Creoolse vrijheidsstrijder Anton De Kom. Het motto was: " Een Hindoestaan moet ons niets komen vertellen over onze eigen historische held ". Als een Hollander dezelfde lezing had gegeven, zou men met deferentie
naar betrokkene staan luisteren alsof men in zijn verbeelding de fata morgana ontwaarde van de priester die ten tijde van de zending en missie met spiegeltjes en kraaltjes in de hand gestaag op hen afliep. Hoewel het niet in mijn intentie ligt om een vingerwijzing naar enige Surinamer in algemene
zin te doen die eigen mensen steeds ten achter blijven stellen ten opzichte van een niet-Surinamer, is de tijd aangebroken om tot inkeer en bezinning te komen.
Rabin Gangadin
(dichter, schrijver, literair-essayist en wetenschapper)
DISCLAIMER
style="color:#717171">SurinameNieuwsCentrale.com publiceert vaak ingezonden stukken van schrijvers.