• donderdag 30 July 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname

Politieman Sergio C. op vrije voeten; verdediging spreekt van civiel geschil over graafmachine

| waterkant | Door: Redactie

Politieambtenaar Sergio C. is vandaag door het Openbaar Ministerie in Suriname (OM) in vrijheid gesteld, nadat zijn raadsman, advocaat Derrick Veira, een verzoek had ingediend op grond van artikel 54A van het Wetboek van Strafvordering. C. zat sinds maandag 16 juli in verzekering op verdenking van verduistering van een graafmachine.

Volgens de verdediging is geen sprake van een strafbaar feit, maar van een zakelijk geschil dat is ontstaan uit een samenwerking in de goudsector. C. exploiteerde als ondernemer in het binnenland een graafmachine die eigendom was van een zakenpartner. De opbrengsten uit de goudwinning zouden, na aftrek van kosten en lonen, gelijkelijk tussen beide partijen worden verdeeld.

Toen de goudwinning niet langer rendabel bleek, besloten beide partijen de samenwerking met wederzijds goedvinden te beëindigen. De graafmachine werd vervolgens, na overleg met de eigenaar, naar Commewijne gebracht voor reparatie. Volgens advocaat Veira was de eigenaar volledig op de hoogte van de verplaatsing en

onderhield hij zelf contact met de reparateur.

De verdediging stelt verder dat de eigenaar later zelfstandig een nieuwe samenwerking met de reparateur aanging, waarna de graafmachine opnieuw in de goudvelden werd ingezet. Daarmee zou de betrokkenheid van C. bij de machine zijn geëindigd. Daarnaast zou C. een overeengekomen huurbedrag van 5.000 USD voor het gebruik van de graafmachine volledig hebben voldaan. Die betaling zou via een andere advocaat zijn verricht.

Volgens de raadsman bevestigen meerdere getuigen, onder wie een collega van Crisis en anderen, dat alle verplaatsingen van de graafmachine met medeweten en toestemming van de eigenaar hebben plaatsgevonden. Uit hun verklaringen zou bovendien blijken dat de eigenaar steeds wist waar de machine zich bevond.

Veira voert aan dat de zaak een civielrechtelijk geschil betreft en geen strafrechtelijk karakter heeft. Volgens hem was de politie van Nieuwe Grond vanaf het begin op de hoogte van de betaalde huursom, maar werd C. desondanks als

verdachte aangemerkt.

De advocaat uit daarnaast kritiek op het opsporingsonderzoek. Volgens de verdediging werd C. al in maart 2026, terwijl hij voor werkzaamheden in Brazilië verbleef, op de opsporingslijst geplaatst. Nadat hij hiervan op de hoogte was geraakt, keerde hij volgens Veira op eigen initiatief terug naar Suriname. De raadsman stelt dat de reputatie van zijn cliënt, die tevens politieambtenaar is, hierdoor ernstige schade heeft opgelopen.

Ter ondersteuning van zijn standpunt overhandigde de verdediging een memorystick aan het Openbaar Ministerie met onder meer betalingsbewijzen, communicatie tussen C. en de eigenaar van de graafmachine en ander bewijsmateriaal. Volgens Veira tonen deze stukken aan dat geen sprake is geweest van verduistering.

De verdediging verwijt de politie ernstige tekortkomingen in het onderzoek en stelt dat onvoldoende feiten en omstandigheden aanwezig waren om C. als verdachte aan te merken en in verzekering te stellen. Het Surinaamse Openbaar Ministerie heeft C. inmiddels in vrijheid gesteld.

| waterkant | Door: Redactie