
OM kiest voor geleidelijke handhaving in eerste fase verplichte vermogensverklaring
| abc-Suriname | Door: Redactie
Het Openbaar Ministerie zal in de eerste invoeringsfase van de Verplichte Verklaring van Inkomen en Vermogen (VIV) terughoudend omgaan met strafvervolging bij niet-tijdige indiening. Dat blijkt uit een nieuwe richtlijn van de Procureur-Generaal bij het Hof van Justitie van Suriname, die op 16 februari 2026 in werking is getreden
De richtlijn is bedoeld om richting te geven aan de manier waarop het Openbaar Ministerie omgaat met publieke functionarissen die in deze beginfase nog niet (tijdig) hebben voldaan aan hun wettelijke verplichting om hun inkomen en vermogen te verklaren. Daarbij staan zorgvuldigheid, proportionaliteit
Kern van de richtlijn is een beleidsmatige hersteltermijn van zes maanden. Publieke functionarissen die na afloop van de wettelijke indieningstermijn geen VIV hebben ingediend, krijgen in beginsel alsnog de gelegenheid dit te doen zonder dat direct strafrechtelijke
De hersteltermijn wordt alleen toegepast wanneer geen sprake is van opzet, fraude, misleiding of bewuste weigering, en wanneer de betrokkene bereid is alsnog aan de verplichting te voldoen. Ook moet
De richtlijn beschrijft een gefaseerde werkwijze. Na een melding door de Anti-corruptie Commissie ontvangt de betrokken functionaris eerst een formele waarschuwing, waarin wordt gewezen op de wettelijke verplichting en de strafbaarstelling bij niet-naleving. Tijdens de daaropvolgende
Pas wanneer na afloop van de zes maanden nog steeds geen verklaring is ingediend, volgt een inhoudelijke beoordeling. Het Openbaar Ministerie kan dan besluiten tot sepot, een voorwaardelijk sepot, een strafrechtelijk onderzoek
De Procureur-Generaal benadrukt dat de richtlijn geen vrijstelling of uitstel van de wet inhoudt. De strafbaarstelling van het niet naleven van de VIV-verplichting blijft onverkort van kracht. In gevallen van expliciete weigering, herhaald negeren van waarschuwingen, misleiding of het bewust frustreren van toezicht, kan het Openbaar Ministerie direct overgaan
De richtlijn wordt uiterlijk zes maanden na afloop van de eerste indieningstermijn geëvalueerd. Daarbij wordt gekeken naar onder meer de nalevingspercentages, bevindingen van de Anti-corruptie Commissie en de maatschappelijke effecten. De richtlijn vervalt van rechtswege op 15 augustus 2026, tenzij zij eerder wordt gewijzigd of ingetrokken
Met deze aanpak kiest het Openbaar Ministerie voor een geleidelijke invoering van de VIV, waarbij bewustwording en naleving vooropstaan, maar waarbij uiteindelijk ook ruimte blijft voor handhaving wanneer dat nodig blijkt.
Download hier de richtlijn van de PG:
| abc-Suriname | Door: Redactie




































