• zondag 22 February 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname

Viering 80 jaar onafhankelijkheid Indonesië in teken diplomatieke betrekkingen met Suriname

Ingediend door admin op

De Indonesische ambassade in Suriname heeft in het kader van de viering van 80 jaar onafhankelijkheid van de Republiek Indonesië een receptie georganiseerd in de Ballroom van Hotel Torarica. Bij deze gelegenheid op donderdag 28 augustus 2025 zijn ook president Jennifer Simons en enkele ministers aanwezig geweest. Indonesië verkreeg op 17 augustus 1945 zijn onafhankelijkheid van Nederland en ging in 1976 diplomatieke betrekkingen aan met Suriname. Zowel president Simons als de Indonesische ambassadeur Agus Priyono hebben stilgestaan bij de aanstaande 50 jaar van diplomatieke banden.

Voor ambassadeur Priyono was de receptie, met de aanwezigheid van de verschillende gasten, een bijzondere

gelegenheid. “Dit is een uiting van de vaste wil om de samenwerking tussen Suriname en Indonesië verder te versterken.” President Simons onderstreepte de sterke historische, culturele en menselijke band tussen beide landen. Zij feliciteerde Indonesië namens het volk en de regering van Suriname en sprak haar waardering uit voor de vooruitziende visie van Indonesië richting Golden Indonesia 2045. Daarnaast benadrukte het staatshoofd de blijvende invloed van de Javaanse gemeenschap, die een integraal onderdeel vormt van de Surinaamse samenleving.

President Simons prees ook de recente overeenkomst inzake archief-samenwerking en gaf aan dat de Surinaamse regering het Indonesische voorstel voor een arbeidsakkoord in

overweging neemt, in het licht van de belangrijke bijdrage van Indonesische werknemers in de visserij-, mijnbouw- en bosbouwsector. “Onze landen hebben een unieke band die politiek en geografie overstijgt. We zijn familie”, aldus president, eraan toevoegend: “De komende viering van 50 jaar diplomatieke betrekkingen biedt ons de kans om onze samenwerking verder te verdiepen en nieuwe mogelijkheden te verkennen, onder meer in handel en investeringen.”

Met het driemaal aanslaan van de gong lanceerde ambassadeur Priyono officieel de reeks van evenementen die in 2026 georganiseerd zullen worden om het gouden jubileum van diplomatieke samenwerking te markeren. Daarnaast kondigde hij aan dat midden volgend jaar in Paramaribo de zevende gezamenlijke bilaterale commissie zal plaatsvinden, als platform om samenwerking op het gebied van cultuur, onderwijs en economie verder te versterken.

President Simons en VN bespreken hervormingen en duurzame ontwikkeling

Ingediend door admin op

President Jennifer Simons heeft op donderdag 28 augustus een constructief overleg gevoerd met Joanna Kazana, resident coördinator van de Verenigde Naties (VN) in Suriname. Het gesprek op het Kabinet van de President werd door Kazana omschreven als positief en stond in het teken van de samenwerking tussen Suriname en de VN.

Belangrijke thema’s waren de hervorming van staatsinstellingen, de versterking van de overheidscapaciteit en de verbetering van de gezondheidszorg, met speciale aandacht voor niet-overdraagbare ziekten, geestelijke gezondheid en de bijbehorende wetgeving. Ook werd de carbon negatieve status van Suriname besproken. Kazana onderstreepte het belang van het behoud van de bossen

en verwees naar het bezoek van VN-secretaris-generaal António Guterres in 2022, waarbij aandacht werd gevraagd voor kusterosie.

Minister Melvin Bouva van Buitenlandse Zaken, Internationale Handel en Samenwerking (BIS) nam eveneens deel aan de bijeenkomst. Er werd vooruitgeblikt op de 80e Algemene Vergadering van de VN in New York in september, waar president Simons Suriname zal vertegenwoordigen en diverse high-level bijeenkomsten zal bijwonen.

De VN-functionaris sprak haar bewondering uit voor de multiculturele samenleving van Suriname, die zij een geschenk noemde dat gekoesterd moet worden. Ze benadrukte dat de VN Suriname wil ondersteunen bij duurzame ontwikkeling, mensenrechten en inclusie, en moedigde de samenleving aan

om ambitieus te zijn en gezamenlijk verantwoordelijkheid te nemen voor de toekomst.

“OLIE IN SURINAME: LESSEN UIT LATIJNS-AMERIKA VOOR EEN DUURZAME TOEKOMST”

Ingediend door admin op

door Jef Crab, mondiaal humanist

Als mondiaal humanist en ethisch-ecoloog kon ik niet voorbijgaan aan een uitzonderlijk boeiende bijdrage van dr. Anwar Elawadi in DBS, getiteld: De Surinaamse droom – van individueel succes naar collectieve zorg.

In heldere en krachtige bewoordingen [i] schetst hij de uitdaging waarvoor wij als samenleving staan. Is dit een teken dat er binnen onze gemeenschap steeds meer stemmen opgaan om het Buen Vivir — dat al verankerd is in de grondwetten van sommige buurlanden — ook in Suriname ingang te doen vinden? Dat vereist echter een fundamenteel nieuw beleid. In dit artikel biedt United News mogelijke uitgangspunten voor

de vraag :  Hoe kan Suriname economische bloei realiseren zonder de fouten van het extractivisme te herhalen?

De recente olievondsten voor de kust van Suriname wekken hoop op economische bloei, maar roepen tegelijk fundamentele vragen op. Hoe voorkomen we dat Suriname dezelfde weg inslaat als vele Latijns-Amerikaanse landen, waar extractivisme leidde tot ecologische schade, sociale spanningen en economische kwetsbaarheid?

Deze risico’s zijn niet los te zien van de druk die wordt uitgeoefend door internationale economische machtsstructuren en monetaire instellingen. Onze kersverse presidente en haar regeerteam zullen zich geconfronteerd zien met deze obstakels. Het is een doolhof vol valkuilen.

Maar zijn er werkelijk goede

alternatieven? Of zal ook onze regering, zoals in de voorbije decennia bij onze buren gebeurde, uiteindelijk de marionet worden van deze krachten?  

Want Latijns-Amerika betaalt nu nog steeds de prijs voor beleid gestoeld op extractivisme  en post-extractivisme.

Latijns-Amerika is een continent van overvloed: goud, olie, lithium, hout, soja – de natuurlijke rijkdommen lijken onuitputtelijk. Maar achter deze overvloed schuilt een ontwikkelingsmodel dat steeds meer onder vuur ligt: extractivisme.  Het hieruit voortvloeiende beleid volgt een economisch groeimodel, gebaseerd op grootschalige ontginning van natuurlijke hulpbronnen voor export. Het hieruit voortvloeiende beleid levert op korte termijn weliswaar inkomsten op, maar laat op lange termijn een spoor van grote ecologische en sociale schade na.

Zo wijst de Wereldbank op de ecologische tol van het model. In haar analyse van de Braziliaanse exportgroei [ii] wordt duidelijk dat economische expansie gepaard gaat met ontbossing, watervervuiling en verlies van biodiversiteit. Vooral in de beginfase van exportgroei zijn de milieuschade en sociale verstoringen het grootst.

De Economische Commissie voor Latijns-Amerika en het Caribisch gebied (ECLAC), een VN-orgaan, spreekt zelfs van een “ecologische tragedie”.  In het rapport uit 2020 : De milieutragedie van Latijns-Amerika en het Caribisch gebied [iii] stelt de commissie dat het huidige ontwikkelingsmodel fundamenteel onhoudbaar is.

Hun conclusie is: “…dat de schade aan de biosfeer van de planeet steeds groter wordt, verergerd door klimaatverandering, in de context van een internationale economische orde die onevenwichtig, oneerlijk en niet-inclusief is…”    Ze pleit voor een structurele transitie naar een economie die duurzaamheid en sociale rechtvaardigheid centraal stelt.

En ook al voelen wij, in de straat, niet meteen dat er bossen verdwijnen of onze ecologische levensvoorwaarden onder druk komen te staan, wat we wel voelen is de financiële druk op het huishoudbudget.  En ook dat vaart mee in het kielzog van het extractivisme.

Het is publiek geheim dat multinationals – in opdracht van hun steenrijke aandeelhouders – lobbyen binnen internationale organisaties. Op hun beurt beïnvloedt dat regeringen in het maken van beleid en he nemen van beslissingen.   Het na te streven ontwikkelingsmodel – waarvoor zo druk wordt gelobbyd en zwaar wordt betaald – is extractivisme.

Zo fluisteren WereldBank en IMF onze regering in het oor hoe we de schuldenlast kunnen verlichten en economisch herstel bewerkstelligen.  Het na te streven ontwikkelingsmodel is extractivisme.  Daarvoor krijg je op dit ogenblik bijvoorbeeld een lening van bijna zevenhonderd miljoen US$ over drie jaren.  Als beleidsmaker en hoofd van een regering denk je dan misschien : “ Dat zal alvast helpen deze regeerperiode door te komen.”

Helaas is de keerzijde de verplichte invoering van financiële maatregelen die vooral de zwaksten in de bevolking treffen.  Hieronder alvast invoering van btw en afschaffing van subsidies op elektriciteit en brandstof en de liberalisatie van de wisselkoers. Allen maatregelen die de koopkracht op korte termijn onder druk zetten.  En dat voelt Moesje in haar portemonnee…

Al in 2016 waarschuwde een rapport van Oxfam [iv] dat extractivisme de al extreme ongelijkheid in de regio vergrootte.  Land en macht concentreren zich bij een kleine elite, terwijl inheemse volkeren en boerenbevolking worden gemarginaliseerd of zelfs verdreven. Het rapport documenteert talloze gevallen van intimidatie, geweld en zelfs moord op milieuactivisten.

“De ongelijkheid in landbezit is nergens ter wereld zo groot als in Latijns-Amerika,” stelt Oxfam. “Extractivisme versterkt deze kloof.”

De keerzijde van extractivisme is dus alvast zichtbaar in de ecologische schade en sociale spanningen. Mijnbouw en olie-exploitatie leiden tot ontbossing, watervervuiling en verlies van biodiversiteit. Inheemse gemeenschappen worden vaak zonder inspraak van hun land verdreven. Volgens DeWereldMorgen [v] zijn er honderden conflicten in Latijns-Amerika rond extractieve projecten:  “Inheemse volken worden systematisch genegeerd in ontwikkelingsdoelen. Hun land wordt ingenomen voor mijnbouw, olie en monoculturen.”

 

Tegenover deze destructieve dynamiek staat immers een groeiende beweging van inheemse leiders, milieuactivisten en wakkere burgers die pleiten voor alternatieven. Zij wijzen op het belang van lokale zeggenschap, ecologische bescherming en eerlijke verdeling van baten. 

De balans is duidelijk: extractivisme heeft Latijns-Amerika geen duurzame welvaart gebracht, maar eerder een erfenis van ongelijkheid, ecologische verwoesting en sociale conflicten. Dus niet verwonderlijk dat het verzet groeit.  Denken we maar aan Pikin Saron…(zie foto onder)

Met de agenda extractivisme in het achterhoofd, wordt er wellicht meer duidelijk aan deze pijnlijke zaak.

Het wordt hoogdringende tijd voor een ander model – een dat de rijkdom van het continent niet uitput, maar beschermt en deelt.

Voor we de vraag stellen of onze nieuwe Presidente en haar team dit aandurven, is het goed een kijkje te nemen in de voorbije decennia bij onze buren.  “After all…history repeats itself”, klinkt een bekend gezegde.

In de jaren 2000 kozen linkse regeringen in Bolivia, Ecuador en Venezuela voor een model van neo-extractivisme. De ontginning van olie, gas en mineralen werd niet stopgezet, maar gepresenteerd als een tijdelijke fase om sociale programma’s te financieren. Evo Morales sprak van “respect voor Moeder Aarde”, maar tegelijkertijd steeg de grondstoffenexport aanzienlijk. Walter Lotens, de bekende Latin-America Watcher die ook jarenlang in Suriname verbleef (met de bijnaam Iron Man in onze atletiek wereld), schreef in Uitpers [vi] dat het de bedoeling was dat dit model als overgang zou dienen naar een post-extractivistische samenleving, maar in de praktijk bleef het extractivisme dominant.  

Dus niets veranderde, behalve het aangetaste milieu en de ondermijnde sociale structuren.

En hoewel deze aanpak op korte termijn sociale vooruitgang bracht, blijft het model kwetsbaar voor externe schokken zoals de daling van olieprijzen.

De afhankelijkheid van grondstoffen maakt nationale economieën immers zeer kwetsbaar. Toen de olieprijs in 2014 kelderde, stortten economieën zoals die van Venezuela en Ecuador in. Het Belgische MO*, een mondiaal magazine [vii] analyseerde hoe het Ecuadoraanse model onder Correa aanvankelijk sociale vooruitgang bracht, maar uiteindelijk faalde:   “De inheemse beweging keerde zich tegen Correa’s beleid, dat steeds meer steunde op olie-inkomsten en buitenlandse investeringen.”

Die daling van grondstofprijzen sinds 2014 leidde trouwens tot een economische crisis in de hele regio. In Venezuela daalde het BBP met meer dan 30%, en ook Ecuador moest sociale uitgaven terugschroeven.

In Suriname bevinden we ons op hetzelfde kruispunt als onze buurlanden.

Met de verwachte productie uit Blok 58, waar TotalEnergies en APA Corporation actief zijn, staat Suriname mogelijk aan de vooravond van een olierijk tijdperk. Dat biedt zeker economische perspectieven, maar draagt ook grote risico’s in zich.  De ervaring van buurland Guyana toont nu al dat olie-exploitatie niet automatisch leidt tot welzijn. In een ander artikel getiteld : Olie Guyana, de meeste dromen zijn bedrog [viii] rapporteert hetzelfde MO* dat vissers in Guyana hun vangsten zien dalen door olieboringen, en dat activisten rechtszaken aanspannen tegen de overheid wegens milieuschade.

Het begint overal wat te broeien, zo lijkt het wel…

In het begin van de 21e eeuw kozen verschillende linkse regeringen in Latijns-Amerika voor een opvallende strategie: het behoud van de bestaande extractieve economieën — gebaseerd op de grootschalige winning en export van natuurlijke rijkdommen — maar met een fundamenteel andere verdeling van de opbrengsten. Onder leiders als Evo Morales (Bolivia), Rafael Correa (Ecuador) en Hugo Chávez (Venezuela) ontstond een model dat bekendstaat als neo-extractivisme.

In plaats van de winsten uit mijnbouw, olie- en gasexport te laten vloeien naar multinationals of een kleine elite, werden ze ingezet voor sociale programma’s. Overheden investeerden in onderwijs, gezondheidszorg, infrastructuur en armoedebestrijding. Volgens kritische analyses, zoals die van het tijdschrift Uitpers, leidde dit beleid inderdaad tot een merkbare daling van de armoede en een toename van publieke voorzieningen.

Maar toch had ook deze vooruitgang een prijs.

Hoewel de intentie was om via herverdeling sociale rechtvaardigheid te bevorderen, bleef het economische fundament grotendeels onveranderd. De afhankelijkheid van grondstoffenexport werd zelfs versterkt.

:Zoals Walter Lotens het in 2020 scherp formuleerde [ix] : “Morales IV = extractivisme IV.  De belofte van een overgang naar een post-extractivistische samenleving bleef grotendeels dode letter.”

Het neo-extractivistische model bleek kwetsbaar voor externe schokken, zoals de daling van olieprijzen of fluctuaties in de wereldmarkt voor mineralen. Wanneer de inkomsten uit export terugliepen, kwamen ook de sociale programma’s onder druk te staan. Bovendien leidde de intensieve exploitatie van natuurlijke hulpbronnen tot ecologische schade, conflicten met inheemse gemeenschappen en aantasting van biodiversiteit.

Wat begon als een poging tot emancipatie en herverdeling, mondde uit in een paradox: sociale vooruitgang werd gefinancierd met middelen die de ecologische en culturele fundamenten van diezelfde samenleving ondermijnden. De belofte van een post-extractivistische toekomst — waarin economie en ecologie in balans zijn — bleef grotendeels onvervuld.

De vraag dringt zich dan ook wereldwijd op: hoe kan een samenleving werkelijk duurzaam zijn als haar welvaart afhankelijk blijft van het uitputten van de aarde?

Gelukkig hoeven we het wiel niet opnieuw uit te vinden. 

In een wereld die nog wordt gedomineerd door economische groei en individualisme, kozen Bolivia en Ecuador al voor een andere koers. Beide landen hebben het concept Buen Vivir opgenomen in hun grondwetten — een levensvisie die draait om welzijn, verbondenheid en respect voor de natuur. In Bolivia wordt het vertaald als vivir bien (Aymara: suma qamaña), in Ecuador als sumak kawsay (Quechua).  Deze termen verwijzen naar een leven in volheid, in harmonie met anderen en met de aarde. Volgens Uitpers is het een wereldbeeld dat welzijn definieert als collectief en ecologisch [x], niet als individueel en consumptief.

Dat werd al in hun nieuwe grondwetten verankerd.  Deze landen garanderen fundamentele rechten zoals:

Wat deze rechten bijzonder maakt, is dat ze niet alleen individueel zijn, maar ook collectief en ecologisch verankerd.

In Bolivia staat de kinaboom symbool voor een economie die het leven centraal stelt. Voormalig president Evo Morales zette dit beeld kracht bij door het kapitalistische model te contrasteren met een alternatief waarin voedselproductie, biodiversiteit en gemeenschapszin voorop staan.

David Choquehuanca, historicus, antropoloog, Aymara-leider en – vooral – Boliviaanse vicepresident vatte Buen Vivir samen in tien leidende principes  [xi].

Daaronder vallen:

Deze principes vormen de basis voor een beleid dat verder kijkt dan louter economische groei.

In zijn publicatie Van roofbouw naar opbouw beschrijft intercultureel filosoof Wil Heeffer [xii] het concept Buen Vivir als een bevrijdingsfilosofie die breekt met de westerse logica van exploitatie [xiii]. en groei.  Deze filosofie is niet slechts een lokale visie uit de Andes, maar een ethisch erfgoed van inheemse volkeren in de hele wereld.  Ze roept op tot een samenleving die gebouwd is op gelijkheid, duurzaamheid, solidariteit en culturele diversiteit — waarden die haaks staan op het dominante neoliberale ontwikkelingsmodel.

Heeffer benadrukt dat Buen Vivir niet alleen een alternatief economisch model is, maar vooral een andere manier van zijn: een wereldbeeld waarin de mens niet boven, maar in relatie tot de natuur staat. Het is een oproep tot een fundamentele herziening van onze omgang met de aarde, met elkaar en met onszelf. In plaats van roofbouw en uitputting, pleit deze filosofie voor opbouw, herstel en verbondenheid.

In Suriname wisten we het ook allang.  In juli 2002 reserveert The Washington Diplomat – het tijdschrift voor de diplomatieke wereld – zijn hele middenpagina voor een artikel  genoemd Finding A Balance.  Het is het pleidooi van Maurits Coppieters [xiv] voor de onmiddellijke implementatie van Eeuwige Lente, Leven met voldoende in een wereld van overvloed, gepubliceerd door het Surinaamse Stichting Ecosystem 2000.  Het kwam tot stand door intens contact met inheemsen en in stamverband levenden gekoppeld aan moderne wetenschappelijk onderbouwde, ethisch-ecologische inzichten.   Het was toen immers al decennialang duidelijk dat een ontwikkelingsmodel waarbij winstmaximalisatie voorop staat nefast is voor zowel het milieu als het sociale weefsel van een samenleving. 

In reactie op de mogelijk cynische vraag van economen die vasthouden aan zogenaamd “pragmatisch denken” — of een terugkeer naar het stenen tijdperk wordt bepleit — is het belangrijk te benadrukken dat de oproep niet gericht is op teruggaan, maar op vooruit leren denken. De wereld staat voor grote uitdagingen, en zoals Albert Einstein ooit stelde: “Je kunt een probleem niet oplossen met dezelfde denkwijze die het heeft veroorzaakt.”

Wanneer het huidige groeimodel, dat financieel en economisch gestuurd is, aan de basis ligt van de ecologische en sociale problemen waarmee samenlevingen wereldwijd kampen, dan is het ongeschikt als fundament of instrument voor de noodzakelijke verandering. Wat nodig is, is een nieuw denkkader — een dat niet langer draait om winstmaximalisatie, maar om welzijn, duurzaamheid en verbondenheid.

Het is het vinden van het evenwicht – Finding A Balance – tussen welvaart en welzijn

Een mooi voorbeeld van Buen Vivir, is het leven van Elias Mamani Quisara [xv] , een 73-jarige veehoeder uit Oruro, Bolivia. Hij leeft met zijn vrouw van de opbrengst van vier koeien, maakt kaas en brood, en ruilt met buren. Zijn verhaal toont hoe Buen Vivir niet draait om consumptie, maar om verbondenheid, eenvoud en waardigheid:  “Ik weet dat het leven beter kan, maar ik heb zeker niet te klagen. Ik ben al oud en heb een gelukkig leven gehad.”

Als de nieuwe regering in Suriname stappen in die richting kan zetten, zal het nageslacht ons zeker dankbaar zijn.  Want ook bij ons is het Buen Vivir  nog sterk geworteld in onze diverse culturele waarden.  Om maar enkele te noemen:

En…laten we eerlijk zijn: we willen niet allen in het grootste huis wonen en met de grootste auto rondrijden, noch gouden kronen opzetten of koning zijn.  Dat geldt slechts voor weinigen onder ons.

Wel wil elke Surinamer een gelukkig leven.  Een zinvol leven zonder angst voor onze kinderen en hun kinderen. Het creëren van die samenleving waarin geborgenheid en rechtvaardige welvaartspreiding centraal staan DAT is de primaire taak van eenieder die een ambt heeft aanvaard.  Dienaar zijn van het geluk van het volk.

Suriname staat vandaag op dat kruispunt: het kan kiezen om niet dezelfde fouten te herhalen die elders zijn gemaakt, maar het kan ook een eigen pad uit te stippelen — een pad dat economie, ecologie en gemeenschap niet tegenover elkaar plaatst, maar met elkaar verbindt.We moeten in gedachten houden dat extractivisme geen neutraal economisch model is. Het is een bewuste keuze, met diepgaande sociale en ecologische gevolgen. In veel landen heeft het geleid tot tijdelijke welvaart, maar ook tot langdurige afhankelijkheid, milieuschade en sociale spanningen.

Het concept Buen Vivir, geworteld in de levensfilosofie van inheemse volkeren uit de Andes en het Amazonegebied, biedt een inspirerend kompas. Het stelt welzijn boven winst, verbondenheid boven competitie, en respect voor de natuur boven uitputting. In een tijd waarin mondiale crises zich opstapelen, is deze eeuwenoude wijsheid actueler dan ooit.

Enkele aanbevelingen voor Surinaamse beleidsmakers kunnen zijn:

En, gelukkig genoeg, hoeven we het wiel dus niet opnieuw uit te vinden.

 João Capiberibe  [xvi] voerde als gouverneur van Amapá van 1995 tot 2002 een beleid dat sterk gericht was op sociale rechtvaardigheid, transparantie en ecologische verantwoordelijkheid. Hij stond bekend om zijn strijd tegen corruptie en zijn inzet voor participatieve democratie, waarbij burgers actief betrokken werden bij het bestuur.

Capiberibe verdedigde het duurzaam gebruik van natuurlijke rijkdommen, met aandacht voor het versterken van de lokale economie en het beschermen van het Amazonegebied. Zijn beleid werd beïnvloed door zijn nauwe betrokkenheid bij inheemse gemeenschappen en zijn ervaring met de sociale en ecologische uitdagingen van de regio.

In slechts vier jaren tijd evolueerde Amapá van een behoeftige staat in de Braziliaanse Federatie naar een exporterende.  Zijn beleid is alvast een voorbeeld van hoe bestuur in het Amazonegebied sociaal en ecologisch verantwoord kan worden ingericht. Enkele concrete resultaten van zijn bestuur waren:

BRONNEN

[i] https://www.srnieuws.com/de-surinaamse-droom-van-individueel-succes-naa…

[ii] https://blogs.worldbank.org/en/developmenttalk/the-environmental-impact…

[iii] https://www.cepal.org/en/publications/46105-environmental-tragedy-latin…

[iv] https://www.oxfam.org/en/research/unearthed-land-power-and-inequality-l…

[v] https://www.dewereldmorgen.be/artikel/2015/11/09/nauwelijks-aandacht-vo…

[vi] https://www.uitpers.be/morales-iv-extractivisme-iv/

[vii] https://www.mo.be/analyse/de-opstand-van-de-inheemse-beweging-tegen-de-… 

[viii] https://www.mo.be/reportage/olie-guyana-de-meeste-dromen-zijn-bedrog

[ix] https://www.uitpers.be/bolivia-tussen-buen-vivir-en-extractivisme/

[x] https://www.uitpers.be/de-dubbelzinnige-rol-van-david-choquehuanca/

[xi] https://www.dewereldmorgen.be/artikel/2022/09/16/manifest-buen-vivir-va…

[xii] Wil Heeffer is een Nederlandse interculturele filosoof. Hij studeerde filosofie in Tilburg, Amsterdam en Rotterdam, en werkte samen met internationale denkers zoals Jürgen Habermas, Richard Bernstein en Enrique Dussel. Zijn werk richt zich sterk op Latijns-Amerikaanse bevrijdingsfilosofie en interculturele dialoog, met bijzondere aandacht voor het concept Buen Vivir en de wijsheid van inheemse volkeren

[xiii] https://www.dewereldmorgen.be/artikel/2019/04/25/naar-een-filosofie-van…

[xiv] Maurits Coppieters (ⴕ 2004) was erevoorzitter van het Vlaams Parlement, voormalig lid van het Europees Parlement en voormalig voorzitter van het Belgisch Nationaal Centrum voor Ontwikkelingssamenwerking. In 2001 ontving hij de Marnixring Eremedaille, de hoogste onderscheiding voor personen die een uitzonderlijke bijdrage aan de samenleving hebben geleverd.  Bij die gelegenheid uitte hij zijn bezorgdheid over de manier waarop jonge politici hun carrière vormgaven – meer als beroep dan als roeping.

[xv] https://www.mo.be/extra/hoe-het-leven-mooi-bolivia

[xvi] https://pt.wikipedia.org/wiki/Jo%C3%A3o_Capiberibe

UNITEDNEWS

POLITIE | VOORZICHTIG MET JOUW VERTROUWELINGEN

Ingediend door admin op

Foto: Waarnemend korpschef Melvin Pinas.

De politie roept de samenleving op om voorzichtig te zijn met het delen van persoonlijke informatie en kritisch te kijken naar wie zij in hun directe omgeving toelaten.

Uit recente bevindingen blijkt dat veel inbraken en berovingen zorgvuldig worden voorbereid door mensen uit de vertrouwenskring van het slachtoffer.

Waarnemend korpschef Melvin Pinas geeft aan dat criminelen meestal planmatig te werk gaan. Voor hun daden hebben zij gedetailleerde informatie nodig, die vaak via een bekende van het slachtoffer wordt verkregen.

Het gaat hierbij om zogenoemde ‘intellectuele daders’: personen die niet zelf het strafbare feit plegen, maar anderen aanzetten en voorzien

van de nodige gegevens.

De politie adviseert burgers alert te blijven op hun persoonlijke netwerk en niet achteloos informatie over hun eigendommen of gewoonten te delen. De rovers maken gebruik van bekomen informatie om toe te slaan. “Ze moeten sowieso over informatie beschikken. En dat wordt gedaan door een intellectuele dader. Een intellectuele dader is iemand die dicht bij jou is. En hij gaat nooit het strafbaar feit plegen. Hij gaat anderen in stelling brengen om zo een daad te plegen”, aldus Pinas.

Volgens Pinas is het duidelijk dat criminelen hun doelwitten zorgvuldig uitkiezen en zelden willekeurig toeslaan. Bewustzijn binnen de eigen

kring kan daardoor een belangrijke bijdrage leveren aan het voorkomen van criminaliteit.

UNITEDNEWS

 

SAINT LUCIA MAAKT ZICH ZORGEN OM SPANNINGEN TUSSEN VS, VENEZUELA EN GUYANA

Ingediend door admin op

Fotocompilatie van Donald Trump, de Guyanese president Irfaan Ali, de Venezolaanse president Nicolás Maduro en de premier van Saint Lucia, Philip J. Pierre.

De regering van Saint Lucia laat in een verklaring weten dat zij de de toenemende spanningen tussen Venezuela en Guyana, evenals de inzet van Amerikaanse militaire eenheden in het zuidelijk Caribisch gebied zorgwekkend vindt.

Premier Philip J. Pierre maakte maandag duidelijk dat zijn land zich bij de verdere afhandeling van de kwestie zal scharen achter het Verdrag van Chaguaramas en de gezamenlijke lijn van de CARICOM-lidstaten.

Volgens Pierre is het in het belang van Saint Lucia dat de regio vreedzaam

blijft en dat confrontaties worden vermeden. Hij onderstreepte dat het land geen enkele vorm van geweld accepteert, noch intern noch regionaal.

De premier gaf aan dat Saint Lucia de situatie nauwlettend blijft volgen en de officiële reactie van CARICOM zal afwachten. Binnen het Verdrag van Chaguaramas is vastgelegd dat het buitenlands beleid gecoördineerd wordt via de Raad voor Buitenlandse en Gemeenschapsbetrekkingen (COFCOR), die verantwoordelijk is voor gezamenlijke standpunten over internationale en hemisferische vraagstukken.

Een verklaring van CARICOM kan volgens Pierre vertraging oplopen doordat de huidige voorzitter van de organisatie, de Jamaicaanse premier Andrew Holness, zich midden in een verkiezingscampagne bevindt voor de

stembusgang op 3 september.

UNITEDNEWS

 

 

ONZEKERHEID ROND CORANTIJNBRUG ONDER NIEUWE REGERING

Ingediend door admin op

Foto: Voormalig minister Raid Noermohamed en minister Stephan Tsang van Openbare Werken en Ruimtelijke Ordening (OWRO).

De realisatie van de Corantijnbrug, bedoeld om Suriname en Guyana met elkaar te verbinden, staat onder de regering van president Jennifer Geerlings-Simons ter discussie.

Waar tijdens het kabinet-Santokhi nog werd gesuggereerd dat de voorbereidingen al vergevorderd waren, blijkt nu dat er geen gegevens voorhanden zijn over een openbare aanbesteding en dat financiële middelen ontbreken.

Minister Stephan Tsang van Openbare Werken en Ruimtelijke Ordening (OWRO) gaf aan dat hij in de begrotingen geen middelen voor dit project heeft teruggevonden. Ook binnen de Raad van Ministers is geen documentatie

beschikbaar die bevestigt dat er een tender is uitgevoerd of afspraken zijn gemaakt.

Volgens de minister is zelfs de vermeende gunning van een opdracht voor de bouw van de brug nooit officieel aan Suriname doorgegeven. Althans, die documenten heeft hij tot en met deze week niet aangetroffen op zijn ministerie

De minister laat er geen geheim over bestaan dat de brug voor hem momenteel geen prioriteit heeft. “De timing is niet goed. Twee weken terug heb ik een bezoek gekregen van het Chinees bedrijf dat kennelijk de tender in Guyana heeft gewonnen. Ik wist daar niks van. Ik heb ook helemaal geen

informatie daarover gekregen. Hier in RVM hebben we dat ook besproken. We hebben ook geen informatie daarover gekregen. Het is nooit opgenomen in geen enkele begroting sinds 2020”, bevestigd de bewindsman. “Dus het is ook voor mij een beetje krabben aan mijn hoofd wat daar de bedoeling van is. In ieder geval draagt de regering geen kennis van enige tender op dit moment”, zegt minister Tsang.

De Corantijnbrug werd jarenlang gezien als een strategisch initiatief om de economische en logistieke samenwerking met Guyana te versterken. De huidige onduidelijkheid en het gebrek aan middelen maken echter duidelijk dat de uitvoering voorlopig opgeschort blijft.

UNITEDNEWS

 

 

 

 

 

VN-functionaris Joanna Kazana voert constructief gesprek met president Simons

Ingediend door admin op

President Jennifer Simons heeft een ontmoeting gehad met Joanna Kazana, resident coördinator van de Verenigde Naties (VN) voor Suriname. De bijeenkomst, die door de VN-functionaris als uiterst positief en constructief wordt beschreven, stond in het teken van de voortdurende samenwerking tussen de Surinaamse regering en de Verenigde Naties (VN). Tijdens het overleg op donderdag 28 augustus op het Kabinet van de President kwamen de gezamenlijke prioriteiten voor de toekomst aan bod, waaronder de hervorming van staatsinstellingen en de versterking van de capaciteit van zowel de centrale als de lokale overheid.

President Simons benadrukte haar visie om sterke instituten te creëren

en ervoor te zorgen dat alle Surinamers de kans krijgen om bij te dragen aan de ontwikkeling van het land. Ook stond ze stil bij de gezondheidszorg, in het bijzonder niet-overdraagbare ziekten en de hervorming van het gezondheidssysteem. Daarnaast werden onderwerpen zoals geestelijke gezondheid en de bijbehorende wetgeving besproken.

Een belangrijk gespreksonderwerp was de carbon negatieve status van Suriname. Resident coördinator Kazana onderstreepte het belang van het behoud van de Surinaamse bossen, die niet alleen een natuurlijke rijkdom zijn voor het land, maar ook voor de hele regio en de wereld. Ze herinnerde aan het bezoek van VN-secretaris-generaal António Guterres in

2022, waarbij hij inheemse gemeenschappen bezocht en mangroves plantte om het probleem van kusterosie te benadrukken.

Minister Melvin Bouva van Buitenlandse Zaken, Internationale Handel en Samenwerking (BIS), was eveneens aanwezig bij de bijeenkomst. Hij en de VN-functionaris bespraken de aanstaande 80e Algemene Vergadering van de VN, die in september in New York plaatsvindt. President Simons zal spreken bij de opening van het algemene debat en deelnemen aan diverse high-level bijeenkomsten. De resident coördinator noemde dit een uitgelezen kans om de stem van Suriname op het wereldtoneel te laten horen.

Kazana benadrukte de belangrijke rol van het ministerie van BIS bij de coördinatie van de duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG’s), met name in de samenwerking met de private sector om overheidsbeleid te richten op duurzaamheid. Ze benadrukte verder dat in deze fase van snelle ontwikkeling, het beschermen van de essentiële sectoren zoals gezondheidszorg, onderwijs en milieu van cruciaal belang is.

Kazana sprak haar bewondering uit voor de multiculturele Surinaamse samenleving, waarbij de verschillende etniciteiten en culturen op harmonieuze wijze samenkomen. Ze noemde dit een geschenk dat gekoesterd moet worden. De VN-functionaris moedigt Surinamers aan om ambitieus te zijn, groots te dromen en elkaar verantwoordelijk te houden voor de toekomst. “De VN beschouwt de samenwerking met Suriname als zeer bijzonder en wil elk streven van de regering op het gebied van duurzame ontwikkeling, mensenrechten, vrouwenrechten en kinderrechten ondersteunen”, legt ze uit. “De VN wil niemand achterlaten”; een principe dat volgens Kazana ook in het beleid van president Simons duidelijk naar voren komt.

Justitieminister Monorath brengt kennismakingsbezoek aan structuren en afdelingen in het westen

Ingediend door admin op

De minister van Justitie en Politie Harish Monorath, heeft op vrijdag 29 augustus 2025 een tweedaagse kennismakingsbezoek gestart aan diverse structuren en afdelingen van zijn ministerie in het westen van het land. Het betrof onder andere politieposten en brandweerkazernes in de districten Saramacca, Coronie en Nickerie.

De kennismaking begon in Jarikaba, waar minister Monorath het lokale politieapparaat en de ondersteunende diensten bezocht. Hier kreeg hij een beeld van de dagelijkse werkzaamheden, uitdagingen en de staat van de faciliteiten. Zowel leidinggevenden als het uitvoerend personeel kregen de gelegenheid om aan de minister de knelpunten aan te kaarten.

Na Jarikaba trok de delegatie

verder door Saramacca en richting Coronie. Op beide locaties bracht Monorath bezoeken aan politieposten en brandweerkazernes. Hij benadrukte daarbij het belang van een sterke en goed uitgeruste veiligheidsketen in de districten:

“De mannen en vrouwen in uniform staan dicht bij de gemeenschap. Het is mijn taak om ervoor te zorgen dat zij de middelen en ondersteuning krijgen die nodig zijn om hun werk effectief te doen,” aldus de minister.

Tijdens de bezoeken kreeg hij telkens een rondleiding door de gebouwen, waarbij zowel de staat van het materieel als de personele bezetting uitvoerig aan de orde kwam.

Het werkbezoek wordt op zaterdag 30 augustus

afgesloten in Nickerie. Daar staat een uitgebreide rondleiding gepland bij de hoofdpost van de politie en de regionale brandweer. Ook hier zal de minister  het personeel spreken en zich laten informeren over de huidige situatie en de specifieke behoeften van dit district.

Verbinding met het veld

Met deze bezoeken wilt minister Monorath niet alleen kennismaken met de mensen in het veld, maar ook inzicht krijgen in de operationele omstandigheden en de noden van de verschillende diensten. Het ministerie van Justitie en Politie heeft de komende periode meerdere initiatieven op de agenda staan die gericht zijn op versterking van de politieorganisatie, modernisering van de brandweer en verbetering van de samenwerking met lokale gemeenschappen.

Het Ministerie van Justitie en Politie benadrukt dat het versterken van de veiligheid in de districten een gezamenlijke verantwoordelijkheid is. Door de directe dialoog met het personeel in het veld wil de minister beleid en praktijk dichter bij elkaar brengen. Het ministerie blijft zich inzetten voor professionalisering, transparantie en het vergroten van het vertrouwen tussen de samenleving en de veiligheidsdiensten.

De bewindsman wordt tijdens zijn bezoek vergezeld door de directeur Operationele Diensten Bies Somai, de Onderdirecteur Algemeen Beheer Jomena, mevrouw Georgetine Acton, voormalig korpschef in Nederland, die sinds kort als senior adviseur aan het ministerie verbonden is, de wnd. Korpschef Melvin Pinas, directeur Beleidsvoorbereiding en Beheer KPS Rishi Akkal, wnd. Korpshoofd Brandweer Imrick Edam, directeur IMT Beveiliging en Bijstandsdienst Suriname Guillame Coulour, directeur Pertabsingh Patjai van het Korps Penitentiaire Ambtenaren en andere topfunctionarissen.

ORDENING KLEINSCHALIGE GOUDSECTOR HEEFT NOG LANGE WEG TE GAAN

Ingediend door admin op

Foto: Minister David Abiamofo van Natuurlijke Hulpbronnen (NH).

De ordening van de kleinschalige goudsector vereist aanzienlijk meer aandacht en middelen om daadwerkelijk gerealiseerd te worden.

Uit begrotingsdocumenten blijkt dat tussen 2023 en het einde van dit jaar ruim SRD 44,2 miljoen is uitgetrokken voor de beoogde ordening. Voor een sector die jaarlijks miljarden aan omzet genereert, is dit bedrag volgens experts onvoldoende.

In 2024 heeft de kleinschalige goudsector via diverse verplichtingen ongeveer SRD 1,4 miljard bijgedragen aan de staatskas, ondanks dat het overzicht en de regulering binnen de sector nog verre van optimaal zijn.

Volgens minister David Abiamofo van Natuurlijke Hulpbronnen (NH) kunnen aanzienlijk

hogere opbrengsten worden gerealiseerd, mits er voldoende investeringen worden gedaan.

Projecties voor de langere termijn voorzien in een verdubbeling van de investeringen, met een budget van SRD 81,2 miljoen voor 2026-2028. Desondanks blijft twijfel bestaan of dit voldoende is om de gewenste ordening volledig te realiseren.

Abiamofo wijst bovendien op logistieke uitdagingen binnen het ministerie, met name bij de dienst die verantwoordelijk is voor toezicht en regulering van de sector. “Die dienst is nog niet volledig uitgerust om de taken uit te voeren,” aldus de minister, die ook tijdens de vorige regering leiding gaf aan NH.

Ondertussen blijven sommige goudzoekers de regelgeving negeren.

Langs de weg naar Atjoni in het district Brokopondo is recent een goudspoor actief waar de mijnwerkers zich ongestoord bewegen. Het district kampt al langere tijd met terugkerende problemen op verschillende locaties, waaronder de bufferzone bij het stuwmeer en het gebied rond de Muloschool in Brokopondo Centrum. Abiamofo geeft aan dat er opnieuw actie nodig is: “Langs de weg naar Atjoni hebben we eerder opgetreden, maar de goudzoekers zijn teruggekeerd. We zullen opnieuw werk moeten maken van de handhaving.”

UNITEDNEWS

 

 

Chinese ambassadeur bespreekt onderwijs- en cultuurkansen met minister Currie

Ingediend door admin op

De Chinese ambassadeur in Suriname, Lin Ji, bracht een beleefdheidsbezoek aan minister Dirk Currie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur. Het gesprek op dinsdag 27 augustus 2025 stond in het teken van de verdere verdieping van de samenwerking tussen beide landen op het gebied van onderwijs en cultuur. Daarbij kwamen onderwerpen als studie- en beursmogelijkheden, taalonderwijs en culturele uitwisseling uitgebreid aan bod.

In de Raad van Ministers werd volgens de minister melding gemaakt van drie Surinaamse studenten die naar China zijn vertrokken om hun studie voort te zetten. Tijdens het onderhoud met de ambassadeur werd bekeken hoe dit soort kansen in

de toekomst kan worden uitgebreid. Minister Currie benadrukte dat het van belang is dat dergelijke mogelijkheden beter worden gecommuniceerd richting de samenleving, zodat jongeren en hun ouders goed geïnformeerd kunnen beslissen over hun toekomst.

Een belangrijk onderdeel van het gesprek betrof de Chinese Ambassador Scholarship. Deze beurs werd in januari 2025 voor het eerst uitgereikt aan dertien studenten van de Anton de Kom Universiteit van Suriname (AdeKUS). Het initiatief is in lijn met de oprichting van het Confucius Instituut in 2017, dat Surinamers de kans biedt de Chinese taal te leren en kennis te maken met de Chinese cultuur. De ambassadeur

gaf aan dat er plannen bestaan om dit programma verder uit te breiden. Zo kunnen niet alleen universiteitsstudenten, maar ook jongeren uit het voortgezet onderwijs deelnemen.

Uitvoering van de Chinese Language Bridge Competition werd ook besproken. Deze internationale taal- en cultuurwedstrijd, die jaarlijks in verschillende landen wordt georganiseerd, stimuleert scholieren en studenten om hun kennis van het Mandarijn en de Chinese cultuur te verdiepen en biedt winnaars de kans om door te stromen naar vervolgrondes in China.

Naast onderwijs werd ook cultuuruitwisseling onderstreept als belangrijke pijler van de bilaterale relatie. Ter gelegenheid van 48 jaar diplomatieke betrekkingen tussen China en Suriname werd in november 2024 in Theater Thalia een groots cultureel programma gepresenteerd uit de Chinese provincie Zhejiang. Ambassadeur Lin Ji, zelf afkomstig uit deze provincie, sprak zijn wens uit om soortgelijke evenementen in de toekomst te herhalen, waarbij ook kunst en jong talent een rol zullen spelen.

Minister Currie werd tot slot uitgenodigd voor deelname aan het China-CELAC Forum dat in november 2025 in Beijing wordt georganiseerd. Daar krijgt Suriname de gelegenheid om met andere landen uit Latijns-Amerika en het Caribisch gebied te spreken over gezamenlijke onderwijsthema’s, waaronder de invoering van technologie in het onderwijs.