• vrijdag 17 April 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname

Diplomaten Hong Kong en China maken opwachting bij president

Ingediend door admin op

President Jennifer Simons heeft woensdag een ontmoeting gehad met Jim Lok, de honorair consul van Suriname in Hong Kong, en Zhang Run, directeur-generaal van de Department of Latin American and Caribbean Affairs van het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken.

Honorair consul Lok toonde zich dankbaar voor de ontmoeting in de historische context van 50 jaar Staatkundige Onafhankelijkheid. Hij benadrukte dat hij met het Surinaamse staatshoofd belangrijke onderwerpen heeft besproken, vooral op het gebied van economie en ontwikkeling. “Ik heb een paar adviezen kunnen geven aan de president en ook voor de toekomst, hoe wij het verder zullen uitwerken”, aldus

Lok.

Volgens de functionaris biedt Hong Kong wereldwijde expertise, onder meer in de financiële sector en in de goudhandel. Vorig jaar werd in de Chinese stad de Hong Kong Gold Exchange (HKGX) opgericht; een beurs die faciliteiten en diensten biedt voor de handel in edelmetalen, zoals goud en zilver. “Wanneer Suriname zover is, kan Hong Kong veel kennis hierover delen. De president heeft momenteel al opdracht gegeven aan de ministers om dit op het gebied van de handel in goud en edelmetalen verder te bespreken met Hong Kong. En dan kijken we in de toekomst wat wordt”, stelt Lok.

Directeur-generaal Zhang Run

sprak ook zijn waardering uit voor de ontmoeting met het Surinaamse staatshoofd. Volgens de Chinese topdiplomaat gaf president Simons blijk van haar positieve indruk van China en de bestaande bilaterale relatie. “Ik hoop dat beide partijen, gebaseerd op de huidige solide basis, het samenwerkingspotentieel verder kunnen benutten en de bilaterale relatie kunnen bevorderen, zodat deze meer voordelen brengt voor beide volkeren”, aldus Run.

De topbestuurder van de Department of Latin American and Caribbean Affairs stond ook kort stil bij de onafhankelijkheid van Suriname, waarvan op dinsdag 25 november het 50ste jubileum werd gevierd. “Ik wens Suriname oprecht toe dat het zijn onafhankelijkheid en autonomie, vreedzame ontwikkeling, en solidariteit en saamhorigheid tussen de verschillende etnische groepen blijft behouden. Ik geloof dat u nog meer en grotere successen zult behalen in uw nationale ontwikkeling.” Zo voegde Run eraan toe.

DC’s: opruiming na Srefidensi kon pas nadat publiek vertrokken was

Ingediend door admin op

Districtscommissaris Marlon Budike van Paramaribo-Noord en Ruchsana Ilahibaks van Paramaribo-Midden zijn best tevreden met de wijze waarop hun gebieden na de Srefidensi-festiviteiten, zijn schoongemaakt. Ze hadden graag dat er gelijk na de activiteiten was schoongemaakt, echter kon dit pas nadat de feestvierders waren vertrokken. De dc’s benadrukken afzonderlijk in gesprek met de Communicatie Dienst Suriname (CDS) dat het schoonhouden van de stad een verantwoordelijkheid is van elke burger.

Budike is wel tevreden over de wijze waarop het deel dat onder hem valt, te weten de Palmentuin, Grote Combéweg en het Uitgaanscentrum, is aangepakt. De burgervader zegt dat is getracht om

zo min mogelijk klachten te krijgen vanuit de gemeenschap nadat de festiviteiten waren afgelopen. Over het schoonhouden van de Palmentuin zegt de functionaris dat er vooral met de organisaties die activiteiten hadden, afspraken waren gemaakt over het opruimen van het vuil.

Ilahibaks benadrukt, dat tot laat in de ochtend is gefeest. Volgens haar kan het opruimen pas beginnen wanneer het publiek is vertrokken. De organisator van het evenement is volgens de uitgegeven vergunning verplicht om op te ruimen, maar zolang er nog activiteiten gaande zijn, kan dat niet onmiddellijk. Er zijn maatregelen genomen zegt de burgermoeder. ‘’We kunnen bijvoorbeeld besluiten geen

vergunning meer te verlenen als men zich niet aan de regels houdt. Zodra de activiteiten stoppen, moet er meteen worden opgeruimd – dat wordt onze focus”, aldus dc Ilahibaks.

De districtsbestuurder merkt op dat het schoonhouden van de stad niet alleen een verantwoordelijkheid is van de overheid, maar ook van de samenleving. Door vuil zelf op te ruimen of in de aanwezige tonnen te deponeren, wordt al een grote bijdrage geleverd. Beide districtscommissarissen pleiten voor meer bewustwording bij de gemeenschap over hoe om te gaan met vuil.

KPS ziet tal van voordelen in nieuw politie-uniform

Ingediend door admin op

Het Korps Politie Suriname (KPS) heeft afgelopen dinsdag, bij de viering van 50 jaar Srefidensi, tijdens de Parade/Defilé haar nieuw politie-uniform geïntroduceerd. Het idee voor het ontwerpen van een nieuw uniform is al vanaf het jaar 2020 gestart. De ontwerpers, Levens Anastacio en Waterberg Angelo, zijn beiden politiefunctionarissen en hebben zich vanaf die periode, ondanks weerstand, ingezet om dit project tot stand te kunnen brengen. Momenteel bestaat het huidige basis politie-uniform uit Bancroft als hoofddeksel, een hemd en een pantalon als broek. Het zogenoemde grijze uniform is al vanaf 1995 geïntegreerd en is vanaf dien nooit veranderd.

‘Politiewerk is

tactische werk’, schrijft het KPS. En het huidige uniform biedt ook niet de mogelijkheid om de werkzaamheden comfortabel uit te voeren.  Internationaal is de politie ook al overgestapt naar een tactische uniform, welke bestaat uit een trui (polo) en een lange broek. De ontwerpers hebben onderzoek verricht en zijn nagegaan welke het beste en werkbare model geschikt zou zijn voor de Surinaamse politie.

Het nieuwe uniform bestaat uit een Pet (baseball cap), een Trui (Polyester/dry fit) en een tactical broek. Enkele voordelen wat het nieuwe uniform, zijn volgens de politie:

Met de presentatie van het nieuw uniform is uiteraard de meest

voorkomende vraag “waarom het lijkt op die van Nederland”. De reden, stelt het KPS, is om het model en het fluweel groene kleur, zodat de politie zichtbaar en herkenbaar moet zijn. Wat het uniform onderscheidt, is dat er in het ontwerp, kleur balken in de vorm van onze Surinaamse vlag zijn aangebracht.

Suriname versnelt duurzame groei via blue economy

Ingediend door admin op

Tijdens de UNIDO General Conference in Riyad, Saudi-Arabië, heeft minister Andrew Baasaron van Economische Zaken, Ondernemerschap en Technologische Innovatie (EZOTI) deelgenomen aan het Side Event “Accelerating Blue Industry: Scaling Inclusive and Sustainable Industrial Solutions Across Blue Sectors.” Het panel heeft op maandag 24 november 2025 plaatsgevonden en bestond uit drie rondes, waarvan de minister aan de eerste twee heeft deelgenomen.

Tijdens de discussies heeft minister Baasaron het strategisch belang van de blue economy voor Suriname benadrukt. Suriname beschouwt de blue economy niet als een afzonderlijke sector, maar als een kernpijler voor nationale weerbaarheid, duurzame groei en toekomstige economische zekerheid. De

regering heeft zich daarbij gericht op innovatie, ondernemerschap en de ontwikkeling van klimaatbestendige waardeketens.

Een belangrijk aandachtspunt is de ontwikkeling van blue bio-economie en biotechnologie, waarbij Suriname de eigen rijke mariene en rivier gebonden biodiversiteit wil benutten voor hoogwaardige en milieuvriendelijke producten. Dit vereist een nauwe samenwerking tussen onderzoeksinstellingen en internationale partijen om innovatieve, economisch toepasbare oplossingen te ontwikkelen op basis van onze natuurlijke rijkdommen.

De minister heeft verder uiteengezet dat de modernisering van de visserijsector een prioriteit is. Aangescherpte verwerkingsstandaarden, verbeterde koudeketenlogistiek en digitale monitoring middels satelliettracking zullen bijdragen aan betere exportkansen, beperking van bijvangst en een duurzaam beheer van visbestanden.

Ook

duurzame aquacultuur is een beleidsprioriteit. Door ondernemerschap en technologische toegang voor Kleine en Middelgrote Ondernemingen (KMO’s) te bevorderen, beoogt de overheid de voedselzekerheid te verbeteren en de druk op wilde visbestanden te verlagen. De nadruk ligt op soorten met een hoge marktwaarde en lage ecologische impact.

Minister Baasaron heeft toegelicht dat Suriname inzet op modellen voor eco- en riviertoerisme waarbij natuurbehoud en culturele waarden centraal staan. Hierbij is een actieve participatie en eerlijk aandeel van lokale gemeenschappen, inclusief Inheemse en Tribale volkeren, in de toeristische waardeketen essentieel.

Daarnaast onderstreepte de minister het belang van de verduurzaming en digitalisering van havens en logistieke infrastructuur. Energie-efficiëntie, klimaatbestendige investeringen, waaronder kustversterking, mangroveherstel en moderne waarschuwingssystemen, moeten de nationale strategie versterken om aan internationale duurzaamheidsnormen te voldoen.

Tot slot benadrukte minister Baasaron de bereidheid van Suriname om deze ontwikkelingslijnen in nauwe samenwerking met regionale en internationale partners uit te bouwen. De blue economy vormt daarmee een kernonderdeel van Suriname’s transitie naar een veerkrachtige, koolstofarme en toekomstgerichte economie.

GENOEG TIJD NODIG OM NIEUWE GRENZEN SURINAME EN FRANS-GUYANA TE ACTIVEREN

Ingediend door admin op

Foto: De fractieleiders van de NDP en de VHP, respectievelijk Rabin Parmessar en Asiskumar Gajadien.

De fractieleiders van de NDP en de VHP vragen aandacht voor het instellen van een overgangsperiode bij de invoering van het wetsvoorstel over de grensbepaling van de Marowijne en de Lawa.

Hoewel de behandeling na tussenkomst van de tribale gemeenschappen voorlopig is stopgezet, dringen de twee grootste fracties erop aan dat de regering in deze tussentijd ook nadenkt over een aanpassingsfase. Die moet ervoor zorgen dat alle betrokken gemeenschappen, instanties en autoriteiten aan beide zijden van de Marowijnerivier kunnen wennen aan de nieuwe situatie.

Er zijn voorstellen gedaan

die variëren van zes maanden tot twee jaar. Minister van Buitenlandse Zaken Melvin Bouva staat open voor het idee van een overgangstermijn. Hij vindt een periode van zes maanden te kort, maar twee jaar te lang.

“Mogelijk één jaar. Ik wil uw gevoelens meenemen”, zegt de minister. “Dat betekent dat ik die ruimte van u nodig ga hebben om daartoe de juridische en politieke realiteit te bekijken, te bespreken en op basis daarvan te presenteren”, aldus Bouva.

De behandeling van het wetsvoorstel is donderdag verschoven naar een later te bepalen datum, nadat tribale gemeenschappen die tussen Suriname en Frans-Guyana wonen principiële bezwaren

kenbaar maakten. Zij stellen in een petitie dat de wet expliciet moet waarborgen dat vrije en onbelemmerde vaarroutes, toegang tot voorouderlijke gebieden en woonplaatsen, visserij en traditioneel economisch verkeer beschermd blijven.

UNITEDNEWS

 

Ashanti-koning heeft onderhoud met president, minister en Traditioneel Gezag

Ingediend door admin op

Koning Otumfuo Osei Tutu II van het Ashanti-rijk in Ghana, heeft een officieel bezoek gebracht aan president Jennifer Simons. Bij het onderhoud dat plaatsvond op woensdag 26 november 2025 op het presidentieel paleis, waren onder meer leden van de koninklijke delegatie, minister Melvin Bouva van Buitenlandse Zaken, Internationale Handel & Samenwerking (BIS) en Sergio Akiemboto, Chief of Staff van het Kabinet van de President, aanwezig.

Minister Bouva zegt dat in verband met de viering van 50 jaar Staatkundige Onafhankelijkheid van Suriname, het land significante buitenlandse vertegenwoordigingen op bezoek heeft gehad. “Ruim 19 buitenlandse missies waren hier vertegenwoordigd. Voor ons is

dit een bevestiging dat het buitenlands beleid en de strategie die we hanteren, werkt”, aldus minister Bouva. Hij geeft aan dat een aantal missies ook werkbezoeken waren, gekoppeld aan bilaterale zaken en andere relevante onderwerpen.

Het onderhoud met koning Osei Tutu II was dan ook onderdeel van dit programma. De gesprekken van de Ashantehene waren tweedelig. Hij heeft gesproken met de granmans van verschillende stammen alsook de Inheemsen. Dit gebeurde bij wijze van een “Krutu” met minister Miquella Huur van Regionale Ontwikkeling (RO) en president Simons.

Granman Albert Aboikoni van de Saramaccaners sprak na afloop van een bijzonder betekenisvolle ontmoeting. “Het was

een gelegenheid om de diepe gevoelens die er zijn vanwege de zwarte historie kort met hem te bespreken. Wij zijn van mening dat wat slecht was in het verleden, beter moet kunnen vandaag en wij zijn degenen die dat moeten bewerkstelligen”, stelt de granman.

Het opperhoofd is ervan overtuigd dat de koning zich met heel veel gedrevenheid kan inzetten om dit voor elkaar te krijgen. De granman spreekt ook zijn waardering uit voor de bereidheid van de Ashantehene om een rol te spelen en dat hij dit samen met de regering wil doen. Granman Aboikoni benadrukt dat de president de intentie heeft om de samenwerking verder te begeleiden. De Ashanti-koning heeft tevens aangeboden de Surinaamse gezagsdragers opnieuw uit te nodigen naar Ghana. En voor granman Aboikoni is dit heel belangrijk.

“Het gaat erom dat jij als leider verantwoordelijk moet zijn voor je eigen gemeenschap, natuurlijk ondersteund door de centrale overheid. Je hoeft niet constant je hand open te houden. Hij weet hoe dat kan, en als wij daar zijn, gaan wij van hem leren. Het wordt een levendige interactie tussen de gemeenschappen in Ghana en die in Suriname.”

Koning Osei Tutu II heeft vervolgens een beleidsbespreking gehad met president Simons. Daarbij kwamen diverse bilaterale thema’s aan bod, waaronder het onderzoeken van een directe vluchtverbinding tussen Ghana en Suriname. Minister Bouva deelt mee dat er verder is gesproken over onderwijs en uitwisseling alsook capaciteitsversterking van elkaars burgers. “Ook samenwerking op het gebied van gezondheidszorg is zeer potentieel. Ghana heeft verpleegkundigen die ze uitzenden naar andere landen om de zorg te versterken”, zegt de bewindsman.

Afgesproken is dat Suriname en Ghana begin 2026 komen met een gezamenlijke roadmap voor het uitwerken van de besproken initiatieven. Minister Bouva omschrijft de diverse bilaterale gesprekken als vruchtbaar en constructief. “Het waren voorbereidende gesprekken. Nu komt het moment van verder uitwerken. De focus ligt nu op het goed voorbereiden van het staatsbezoek van koning Willem-Alexander van Nederland. Daarna gaan we de besproken bilaterale zaken oppakken.”

SBB het technische werkinstituut het Ministerie van GBB draagt bij om Suriname’s bos- en klimaatpositie tijdens COP30 in Belém te versterken

Ingediend door admin op

Tijdens de 30e Klimaatconferentie van de Verenigde Naties (COP30) in Belém heeft de Stichting voor Bosbeheer en Bostoezicht (SBB), vallend onder het Ministerie van Grondbeleid en Bosbeheer (GBB), een belangrijke rol gespeeld binnen de Surinaamse delegatie. Met hun lang opgebouwde expertise in bosmonitoring, REDD+, mitigatie en internationale rapportage hebben dhr. René Ali Somopawiro en mw. Consuela Paloeng bijgedragen om ervoor te zorgen dat Suriname’s wetenschap, bosbescherming en onderhandelingspositie sterk en gezaghebbend naar voren traden op het internationale klimaatpodium.

SBB’s bijdrage werd ook zichtbaar in meerdere sessies en ministeriële bijeenkomsten. Tijdens het BIO-PLATEAUX-event, gericht op waterbeheer en grensoverschrijdende samenwerking, schetste dhr.

Somopawiro hoe waterstromen, bosgezondheid en gemeenschappen in Suriname onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Daarbij wees hij op risico’s zoals kwikvervuiling, sedimentatie en de toenemende druk van klimaatverandering. Het Maroni-riviergebied, waar data-uitwisseling met Frankrijk en Frans-Guyana al jaren plaatsvindt, noemde hij als voorbeeld van hoe wetenschap en partnerschap handen-in-een gaan. Hij riep op om de stap te zetten van monitoring naar concrete actie, waarbij vroegtijdige waarschuwingen, betrouwbare gegevens en betrokkenheid van lokale en inheemse gemeenschappen centraal staan. “Onze inzet voor de Amazone gaat verder dan nationale grenzen — het is een bijdrage aan het welzijn van de planeet,” benadrukte hij namens
Suriname.

Ook tijdens de ministeriële ACTO-meeting stond SBB’s rol sterk op de voorgrond. In zijn interventie herinnerde Somopawiro eraan dat Suriname al dertig jaar actief meebouwt aan een regionale visie voor de Amazone, onder meer via de ontwikkeling van nationale bosmonitoringssystemen die vandaag essentieel zijn voor klimaatactie. De goedkeuring van de eerste fase van ACTO’s nieuwe project Forests and Climate Change, een initiatief dat regionale monitoring, datadeling en technologische vernieuwing verder zal versterken, werd door Suriname verwelkomd als een belangrijke mijlpaal voor het gehele Amazonegebied.

Daarnaast vertegenwoordigde Somopawiro Suriname tijdens een grootschalig Brazilië–China-event over energietransitie en internationale samenwerking. Hij schetste hoe Suriname zijn klimaatvisie bouwt op een combinatie van weerbaarheid, bosbehoud en een zorgvuldig gereguleerde energietransitie. Het land beschikt met ruim 93% bosbedekking over één van de meest unieke ecologische profielen ter wereld, maar blijft tegelijkertijd kwetsbaar door de laaggelegen kustzone waar het grootste deel van de bevolking woont. Binnen die realiteit gebruikt Suriname de tijdelijke inkomsten uit energie als hefboom om te investeren in klimaatbestendige ontwikkeling, wetenschappelijke capaciteitsopbouw en de vergroening van de elektriciteitssector. Internationaal partnerschap en eerlijke toegang tot financiering blijven volgens Somopawiro noodzakelijk om deze ambities waar te maken.

Waar Somopawiro Suriname’s positie op het gebied van bosbeheer, adaptatie en energietransitie vertegenwoordigde, speelde Consuela Paloeng tegelijkertijd een cruciale rol binnen het formele onderhandelingstraject. Samen met Jurmen Adang, van het Ministerie van Olie, Gas en Milieu, vertegenwoordigde zij Suriname bij de technische onderhandelingen over Artikel 6.2 van het Parijsakkoord — het mechanisme dat samenwerking en verhandeling van emissiereducties tussen landen regelt.

In deze complexe onderhandelingen benadrukte Paloeng dat Suriname, als HFLD-land met uitzonderlijk hoge bosbedekking, een directe en aantoonbare bijdrage levert aan mondiale emissiereducties. Zij pleitte ervoor dat bosgerelateerde koolstofverwijdering, een bewezen, natuurlijke vorm van CO₂-reductie, volwaardig en eerlijk wordt erkend binnen internationale marktmechanismen. Daarbij waarschuwde zij dat een onderwaardering van bosrijke landen niet alleen onrechtvaardig zou zijn, maar het wereldwijde mitigatiepotentieel zou verzwakken.

Paloeng bracht verder, samen met Adang naar voren dat Artikel 6.2 één van de weinige kanalen is waarmee HFLD-landen voorspelbare, resultaten-gebaseerde financiering kunnen genereren voor duurzaam bosbeheer. Haar interventies, gericht op wetenschappelijke integriteit, gelijkwaardige behandeling van alle vormen van CO₂-verwijdering en eerlijke waardering van natuurlijke koolstofputten, zorgden ervoor dat Suriname’s positie binnen AOSIS en de bredere onderhandelingsgroep helder en krachtig werd verwoord.

Zowel Somopawiro als Paloeng zijn al geruime tijd betrokken bij de technische delegatie die Suriname vertegenwoordigt binnen de UNFCCC-processen. Met uitgebreide ervaring op het gebied van REDD+, Artikel 6, mitigatie en bosmonitoring leveren zij een consistente inhoudelijke bijdrage aan Suriname’s internationale klimaatpositie. Binnen SBB vervullen zij een belangrijke rol in het coördineren van technische klimaatdossiers, waaronder werkzaamheden die verband houden met de FOLU-sector, bosgerelateerde koolstofactiviteiten en de nationale rapportageverplichtingen onder het Parijsakkoord, zoals de National Communications, de NDC’s en het Forest Reference Emission Level.

Door hun langdurige betrokkenheid en inhoudelijke expertise helpen zij een waardevolle schakel te vormen tussen wetenschap, beleid en internationale diplomatie, in het bijzonder waar het de rol van bossen in klimaatverandering betreft.

De deelname aan COP30 bevestigt opnieuw dat GBB, via SBB, een cruciale rol vervult in het beschermen en duurzaam benutten van Suriname’s bossen en het versterken van kennis gedreven klimaatbeleid. Door actief deel te nemen aan regionale samenwerkingen, internationale onderhandelingstrajecten en wetenschappelijke programma’s draagt het Ministerie van GBB, via haar technische werkinstituut SBB, direct bij aan een toekomst waarin Suriname zijn positie als bosrijk, klimaatverantwoord en veerkrachtig land kan behouden.