• zondag 22 February 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname

Jogi: Stop omstreden projecten en focus op verkiezingen

Ingediend door admin op

Assembleelid Mahinder Jogi

 

 

 

Assembleelid tevens VHP-hoofdbestuurslid Mahinder Jogi vindt dat er geen ruis moet zijn bij de aanleg van de weg South Drain–Apoera en het verkavelingsproject FAI-Jarikaba. Volgens hem veroorzaken deze projecten onnodige commotie, vooral in aanloop naar de verkiezingen van 25 mei 2025. Deze moeten worden stopgezet en de focus moet liggen bij de verkiezingen, zegt Jogi in gesprek met Starnieuws.

Jogi uit zijn zorgen over de timing en financiering van het verkavelingsproject in Jarikaba, dat naar verluidt ruim US$ 23,4 miljoen zal kosten. “Waarom wordt er haast gemaakt met een project waarvoor geen openbare aanbesteding is gehouden,

terwijl er geen geld is voor andere urgente noden?”, vraagt hij zich af. Volgens het Assembleelid worden de begrotingen van zowel 2025 als 2026 belast, zonder dat deze zijn goedgekeurd door De Nationale Assemblee.

De politicus benadrukt dat de middelen beter ingezet hadden kunnen worden voor de wegstrekking Burnside–Nieuw Nickerie, die volgens hem directe voordelen biedt voor “alle Surinamers, in het bijzonder rijstboeren en hun gezinnen”.

Wat het project South Drain–Apoera betreft heeft de Aannemingsmaatschappij Baitali N.V. inmiddels een kortgeding  aangespannen tegen de Staat. Dit infrastructuurproject is gegund aan Shiwan Tushan Suriname N.V., een bedrijf van Bhagwatpersad Ramadhin,
voor circa US$ 44 miljoen. Baitali had eerder een inschrijving gedaan van minder dan US$ 10 miljoen voor hetzelfde traject, waarvan slechts de naam is gewijzigd.

“Projecten die verdeeldheid zaaien en het vertrouwen in de overheid ondermijnen, moeten worden opgeschort,” vindt Jogi. “De focus moet liggen op het waarborgen van vrije, eerlijke en transparante verkiezingen. Alles wat schaadt moet geparkeerd en heroverwogen worden", benadrukt Jogi.

Telesur nu formeel een NV; betere concurrentiepositie

Ingediend door admin op
Minister Uraiqit Ramsaran van Transport, Communicatie en Toerisme, tekent de oprichtingsactie van NV Telesur. (Foto's: Telesur Corporate Communication)

Met de officiële oprichting van NV Telesur is vandaag een nieuw hoofdstuk ingeluid in
de geschiedenis van het bedrijf. De transitie werd mogelijk gemaakt door de inwerkingtreding van de Machtigingswet NV Telesur. De omzetting van een ‘sui generis’ rechtspersoon naar een naamloze vennootschap markeert een strategisch moment in de bedrijfsontwikkeling. De nieuwe rechtsvorm moet zorgen voor meer flexibiliteit, transparantie en toekomstbestendigheid, en stelt het bedrijf beter in staat te opereren binnen een steeds veranderende en concurrerende markt.


Tijdens een bijzondere algemene vergadering van aandeelhouders, die eerder op de dag werd gehouden, zijn onder meer de volgende besluiten genomen:
- Goedkeuring van de gewijzigde statuten van NV Telesur;
- Vaststelling van de openingsbalans op basis van de eindbalans
per 31 december 2024;
- Benoeming van de directie en de Raad van Commissarissen, inclusief de aanwijzing van de president-commissaris;

- Bekrachtiging van alle voorbereidende handelingen van Telesur sui generis met het oog op de oprichting van de NV


De NV Telesur ingeschreven in het register van de KKF.


Ook werd tijdens de vergadering decharge verleend voor de jaarrekeningen van 2018 tot en met 2021. President Chan Santokhi, die de vergadering voorzat, benadrukte het belang van transparantie richting de samenleving en beloofde een spoedige publicatie van de jaarverslagen. Hij wees erop dat de koerswinsten in de genoemde periode zichtbaar effect hadden op de bedrijfsresultaten.

Telesur heeft zich de afgelopen jaren al onderscheiden als een innovatieve speler, met initiatieven zoals het Nationaal Breedband Project, de uitrol van LTE en 5G, en bijdragen aan e-services in Suriname. De transformatie naar een naamloze vennootschap wordt gezien als een versterking van deze koers.

Surinaamse onderscheiding voor Prof. dr. Salomon Kroonenberg

Ingediend door admin op

Ambassadeur Rajendre Khargi reikte in Den Haag namens de president van Suriname een decoratie uit aan een tiental personen van Surinaamse en van Nederlandse origine. Tot de laatste categorie behoorde prof. dr.
Salomon Kroonenberg, die werd onderscheiden als Officier in de Ere-Orde van de Palm. Kort na zijn afstuderen trad de thans 78-jarige Kroonenberg in 1971 als geoloog/petrograaf in dienst van de Geologische Mijnbouwkundige Dienst (GMD) van Suriname. Het was direct: liefde op het eerste gezicht.


Betrokkene heeft door de jaren heen enorme bijdragen geleverd aan de kennis van de geologie en de mijnbouw van ons land, en heeft meegewerkt aan het publiceren van de Geologische Kaart van Suriname. Hij heeft ook uitgebreid onderzoek gedaan in het Guianaschild en heeft samengewerkt met internationale en nationale instellingen en met personen als prof. dr. Theo
Wong, om geologische kennis in het algemeen, en die van Suriname in het bijzonder, te harmoniseren en te verdiepen (www.salomonkroonenberg.nl).

Na het aflopen van zijn contract in Suriname werkte Kroonenberg in Swaziland en later in Colombia, waar hij het onderzoek aan het Guianaschild kon voortzetten in aansluiting op zijn Surinaamse ervaringen. Hij was verder als hoogleraar verbonden aan de Landbouwuniversiteit Wageningen en de Technische Universiteit Delft. Maar oude liefde roest niet, en zo werkte hij vanaf 2002, op verzoek van prof. Theo Wong, in Suriname mee aan een aantal cursussen in de Petroleum Technology.

In 2008 werd prof. Kroonenberg benaderd door Braziliaanse geologen om de geologische kennis van het grensgebied tussen Suriname en Brazilië met elkaar te harmoniseren. Daaruit kwam in 2013 een gezamenlijke geologische expeditie voort langs de Sipaliwinirivier, een geologische kaart van het gebied en een publicatie.

In 2016 werd Kroonenberg wederom door prof. Wong, cursusleider van de door IAMGOLD gesponsorde MSc-cursus Mineral Geosciences, ingeschakeld om mee te werken aan de begeleiding van de afstudeerprojecten van studenten in die richting. Hem werd daarvoor een nul-aanstelling als (onbetaalde) buitengewoon hoogleraar aan de Faculteit Technologische Wetenschappen aangeboden en hij werd tevens benoemd tot lid van de Commissie voor Promoties en Eredoctoraten van de Anton de Kom Universiteit van Suriname.

Eenmaal weer als emeritus verbonden aan onderwijs en wetenschappelijk onderzoek in Suriname, stelde Kroonenberg een onderzoeksprogramma op in de Greenstone Belt, het noordelijkste deel van het Guianaschild in Suriname, het rijkst aan delfstoffen en het minst bekende: al meer dan 60 jaar was daar geen geologisch onderzoek gedaan, behalve door de goudmaatschappijen. Het onderzoek is van groot belang geweest voor het vergroten van de wetenschappelijke kennis over de geologie en de delfstoffen van Suriname, met name goud, koper, nikkel, chroom, mangaan, diamant, en de laatste jaren ook lithium, coltan, beryl en tin.

In 2017 maakte Kroonenberg contact met een consortium van goudmaatschappijen dat geïnteresseerd was in het Guianaschild, en gecoördineerd wordt door AMIRA, een Australische instelling gelieerd aan de University of Western Australia. Daaruit is het SAXI (South American Exploration Initiative) onderzoeksproject voortgekomen. De eerste activiteit daarin was een groot geologisch congres in 2019 in Torarica met bijna 200 deelnemers uit tien landen: de 11e Inter-Guiana Geological Conference. In de tweede fase van het SAXI-project organiseerde prof. Kroonenberg in 2021 een internationale expeditie langs de Marowijne- en Tapanahonyrivieren.

In december 2022 is de 12e Inter-Guiana Geological Conference in Georgetown, Guyana, gehouden, wederom door SAXI gesponsord, waar het onderzoek van door Kroonenberg begeleide nieuwe Surinaamse PhD-studenten, alsmede van BSc- en MSc-studenten, werd gepresenteerd. Bovendien publiceerde hij de laatste jaren samen met staf en studenten een groot aantal artikelen over de geologie van Suriname en het Guianaschild. Ook deed Kroonenberg met staf en BSc-studenten, in het kader van een samenwerkingsproject NIMOS-ADEKUS, onderzoek naar de achtergrondwaarden van kwik in bodems en verweringsprofielen in de Greenstone Belt. Ook dat onderzoek is inmiddels internationaal gepubliceerd.

In het kader van de groeiende belangstelling voor kritische mineralen voor de energietransitie, heeft deze internationaal gerespecteerde geoloog recentelijk een lans gebroken voor het opnieuw evalueren van de aanwezige delfstoffen in het binnenland van Suriname, met name lithium en coltan in de zogenaamde pegmatietgordel.

Prof. Kroonenberg heeft meegewerkt aan de publicatie van een groot aantal artikelen over Suriname (zie bijlage). Bij de kartering van Zuidwest-Suriname in 1977 bestudeerde hij uitvoerig de geschiedenis van het geschil met Guyana inzake de Tigri-driehoek, hetgeen uitmondde in de volgende stelling bij zijn proefschrift, namelijk: “De grenskwestie tussen Suriname en Guyana vloeit voort uit een met opzet verkeerd gekozen expeditieroute.” Zijn toewijding aan het vergaren van kennis omtrent de geologie van Suriname, mede voortvloeiend uit zijn diepe liefde voor het land, heeft hem terecht deze erkenning zijdens de Surinaamse Staat opgeleverd.

Evert G. Gonesh

Documenten: Bijlage_Research_Prof._Kroonenberg-1_.pdf

VSB: Directe herstel nodig legitimiteit verkiezingsproces

Ingediend door admin op

De Vereniging Surinaams Bedrijfsleven (VSB) volgt met groeiende bezorgdheid de recente ontwikkelingen in het verkiezingsproces. "Wat wij waarnemen is een verontrustend patroon van bestuurlijke onduidelijkheid, gebrekkige communicatie en een gebrek aan transparantie,
hetgeen de geloofwaardigheid van het gehele traject onder druk zet", zegt de VSB in een verklaring.

"Als maatschappelijke partner roepen wij de regering op tot het treffen van gepaste en onmiddellijke maatregelen om de rust, het vertrouwen en de legitimiteit van het verkiezingsproces te herstellen. Wij onderstrepen de noodzaak van goed bestuur, versterkte institutionele capaciteit en het inzetten van competente functionarissen die dit proces kunnen dragen."

De VSB verwacht van de autoriteiten volledige openheid, verbeterde communicatie en structurele correctie van de geconstateerde tekortkomingen, in het belang van onze democratische rechtsstaat en de stabiliteit van Suriname.

Overeenkomst rond 113.000 hectaren grond bevat ontoelaatbare bepalingen

Ingediend door admin op

Het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) is een public private partnerschip aangegaan met Suriname Green Energy Agriculture N.V., waarin een perceelland beschikbaar wordt gesteld aan het bedrijf, voor het winstgevend gebruiken voor Landbouw, Veeteelt, Aquacultuur en Agro-Toerisme. John Goedschalk, groene econoom en milieu-activist, zegt dat hij verbaasd is om bepalingen in de overeenkomst. Zo staat er dat er voor de uitvoer van het project, geen militeu-effecten studie nodig is. Onderaan het gesprek met Goedschalk en de PPP-overeenkomst.

Daarnaast moet jaarlijks 10% van de grond tot ontwikkeling gebracht worden. Er wordt daarom toestemming gevraagd om een incidentele houtkapvergunning. De overeenkomst

kon door deze aanvraag publiekelijk worden.

Het deel waar dit bedrijf gebruik van kan maken, is onderdeel van een groter terrein dat LVV ter beschikking heeft gehad van het ministerie van Grondbeleid en Bosbeheer, van ruim 113.000 hectaren tussen de Nickerie- en Coppenamerivier.

Er is gebruikgemaakt van een juridische kneep, zodat de spelregels van LVV gelden bij dit project en niet die van GBB.

ROM-minister Dasai tegen PPP-overeenkomst die LVV-minister Sewdien sloot met NV

Ingediend door admin op

De public private partnerschip overeenkomst tussen het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) en Suriname Green Energy Agriculture N.V., zal herzien moeten worden. Die voldoet nu niet aan de wet, stelt minister Marciano Dasai van Ruimtelijke Ordening en Milieu (ROM).

Er staat er dat er voor de uitvoer van het project, geen militeu-effecten studie nodig is. LVV-minister Prahlad Sewdien en de directeur van het bedrijf, hebben de overeenkomst ondertekend. Dasai was nog geen minister toen de PPP-samenwerking werd gesloten.

Dasai heeft kennisgenomen van de overeenkomst en zijn collega bij Grondbeleid en Bosbeheer (GBB) geadviseerd om niet aan de aanvraag voor een

houtkapvergunning mee te werken. Het perceelland wordt beschikbaar gesteld aan het bedrijf, voor het winstgevend gebruiken voor Landbouw, Veeteelt, Aquacultuur en Agro-Toerisme.

Het deel waar dit bedrijf gebruik van kan maken, is onderdeel van een groter terrein dat LVV ter beschikking heeft gehad van het ministerie van GBB, van ruim 113.000 hectaren tussen de Nickerie- en Coppenamerivier. Jaarlijks moet 10% van de grond tot ontwikkeling gebracht worden, staat in die overeenkomst.

Volgens Dasai is de wet meer dan duidelijk: een milieu-effectenstudie is verplicht voor dergelijke projecten. Zowel LVV als het bedrijf, zullen zich aan de wet moeten houden.

De overeenkomst:

Pakittow Stephano Biervliet nog steeds NDP-er; vanaf vandaag weer actief

Ingediend door admin op

Stephano Biervliet, alias Pakkitow, is nog steeds lid van de Nationale Democratische Partij (NDP) en is vanaf vandaag weer actief. Zijn stilte de afgelopen tijd was te wijten aan persoonlijke omstandigheden. Hij werd in februari groots binnengehaald bij de paarse partij.

Dat hij niet op de kandidatenlijst voorkomt heeft te maken met afspraken die hij met de voorzitter van de NDP heeft gemaakt. Over de inhoud van de afspraken wilde de politicus niets kwijt. Biervliet zegt blij te zijn met zijn stap naar de NDP.

Pakkitow zal zich inzetten voor het veldwerk ten behoeve van de NDP. Er wordt veel fake

news door de media verspreid. Hij heeft zich daarop verkeken, aldus de NDP-er. Hij was te gast in het programma Magazine-4.

VSB eist rust, vertrouwen en legitimiteit rond verkiezingsproces

Ingediend door admin op

De Vereniging Surinaams Bedrijfsleven (VSB) volgt met groeiende bezorgdheid de recente ontwikkelingen in het verkiezingsproces. Er wordt een verontrustend patroon van bestuurlijke onduidelijkheid, gebrekkige communicatie en een gebrek aan transparantie, geconstateerd. Dit zet de geloofwaardigheid van het gehele traject onder druk, stelt de VSB.

Als maatschappelijke partner roept de vereniging de regering op tot het treffen van gepaste en onmiddellijke maatregelen om de rust, het vertrouwen en de legitimiteit van het verkiezingsproces te herstellen. ‘Wij onderstrepen de noodzaak van goed bestuur, versterkte institutionele capaciteit en het inzetten van competente functionarissen die dit proces kunnen dragen’, schijft de VSB in een

verklaring.

De VSB verwacht van de autoriteiten volledige openheid, verbeterde communicatie en structurele correctie van de geconstateerde tekortkomingen, in het belang van de democratische rechtsstaat en de stabiliteit van Suriname.

Tweede Onderwijs- en Beroepenbeurs gericht op strategische nationale en regionale ontwikkelingen

Ingediend door admin op

President Chandrikapersad Santokhi heeft de tweede Onderwijs- en Beroepenbeurs geopend. Dit evenement vindt van 11-13 april plaats op het Mr. Dr. J.C. De Miranda Lyceum. Tijdens de beurs krijgen jongeren van omliggende scholen de kans zich te laten informeren over opleidings- en carrièremogelijkheden bij onderwijsinstellingen en bedrijven. Het staatshoofd had op donderdag 11 april de eer de opening te verrichten.

Tijdens de opening van de beurs benadrukte president Santokhi het belang van het beter afstemmen van opleidingen en trainingen op toekomstige kansen en uitdagingen. Hij verwees naar de dreiging van het verlies van arbeidsmarkten, de behoefte aan opleidingen in nieuwe

sectoren en het voorkomen van braindrain. “Met een bevolking van 600.000 inwoners moet Suriname investeren in opleidingen die gericht zijn op hoogwaardige banen, vooral in sectoren zoals toerisme, olie en gas, en nieuwe sectoren als klimaat en carboncredits. Grote investeringen zijn op komst, onder andere in de voedselverwerkingsindustrie, waarvoor moderne agrarische en technische kennis vereist is”, aldus de president. Het staatshoofd moedigde de aanwezige jongeren aan om de beurs te gebruiken als inspiratiebron voor hun toekomst.

President Santokhi benadrukte daarnaast het belang van de modernisering van onderwijsprogramma’s, zodat deze beter aansluiten op de behoeften van het land en bijdragen aan economische

groei. Hij stelde dat samenwerking tussen onderwijsinstellingen, bedrijven en de overheid cruciaal is bij het voorbereiden van Surinaamse jongeren op strategische nationale, regionale en internationale ontwikkelingen.

Minister Henry Ori van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (minOWC) gaf aan dat het ministerie al geruime tijd werkt aan het verbeteren van de relatie tussen onderwijs en de arbeidsmarkt. “De arbeidsmarkt ondergaat veel veranderingen, en het is essentieel dat het onderwijs zich aanpast, met name op het gebied van curriculumontwikkeling. Via beroepsanalyses worden opleidingen beter afgestemd op de functies en taken in het bedrijfsleven”, legt hij uit. De bewindsman benadrukte dat de samenwerking met bedrijven verder versterkt moet worden, bijvoorbeeld door hun betrokkenheid bij het vaststellen van leerdoelen en beroepsprofielen. “De inhoud van opleidingen moet sneller en vaker worden aangepast – liefst elke 3 tot 5 jaar – om relevant te blijven”, voegde hij toe.

De onderwijsminister onderstreepte ook het belang van praktijkonderwijs: “Praktijkervaring is van groot belang. Meer stages en bedrijfsbezoeken zijn nodig om jongeren al tijdens hun opleiding, kennis te laten maken met de werkpraktijk.” Hij verwees naar het tienjarig basisonderwijs, waarin jongeren in de bovenbouw (leerjaar 9 en 10) vroeg moeten worden voorbereid op de arbeidsmarkt. Hierbij is de betrokkenheid van bedrijven gewenst, bijvoorbeeld door aanwezigheid op scholen en deelname aan vakgerichte activiteiten.

Minister Ori beschouwt de onderwijsbeurs als een belangrijk platform om jongeren te informeren over studierichtingen en carrièrekansen. Het ministerie heeft plannen om deze beurs jaarlijks te organiseren en verder te ontwikkelen.

SDGs moeten sleutelrol krijgen in partijprogramma’s, politieke organisaties

Ingediend door admin op
Assembleevoorzitter Marinus Bee en diverse Assembleeleden tijdens de workshop.

In aanloop naar de komende verkiezingen worden politieke partijen aangespoord om de duurzame ontwikkelingsdoelen (SDGs) een prominente plek te geven in hun partijprogramma’s.

Tijdens een workshop in het parlement, georganiseerd door het SDG-platform in samenwerking met De Nationale Assemblee (DNA), werd benadrukt dat politieke betrokkenheid essentieel is voor het behalen van deze mondiale doelen.


DNA-voorzitter Marinus Bee gaf aan dat de wetgevende macht al verschillende stappen heeft gezet om de SDGs te ondersteunen via aangenomen wetgeving. Toch is dit volgens hem niet voldoende: “Wetten alleen zijn niet genoeg. Er moet ook toezicht zijn op de uitvoering en er moeten financiële middelen beschikbaar worden gesteld via de nationale begroting.”


Op de workshop waren parlementaire als niet-parlementaire partijen bijeen om te reflecteren op de mate waarin

de SDGs zijn geïntegreerd in hun visies en plannen. Bee stelde voor om in het nieuw te vormen parlement een vaste commissie in het leven te roepen die zich specifiek bezighoudt met het monitoren en bevorderen van de ontwikkelingsdoelen. Jacinta Jong A Lok–Dundas, voorzitter van het SDG-platform, onderstreepte dat de overheid en het maatschappelijk middenveld samen verantwoordelijk zijn voor het realiseren van de doelen. Ze wees daarbij op de controlerende en richtinggevende rol die volksvertegenwoordigers spelen in het overheidsbeleid.


“Nu u het vertrouwen van de kiezer wilt winnen, moet u laten zien hoe u de SDGs wil integreren in uw beleidsvoorstellen,” stelde Jong A Lok-Dundas. Volgens haar bieden de SDGs een kader voor structurele verbeteringen op sociaal, economisch en ecologisch vlak. “Parlementariërs hebben de unieke mogelijkheid om deze doelen structureel te verankeren in beleid, wetgeving én de staatsbegroting. Dat is geen optie, maar een verantwoordelijkheid.”


Elizabeth Bradley, voorzitter van de SDG-landelijke commissie, riep de politieke partijen op om zich actief en langdurig te committeren aan thema’s als mensenrechten, duurzaamheid en gelijkheid. “De SDGs zijn geen theoretisch concept. Ze hebben directe impact op armoede, onderwijs, gezondheid en leefomgeving. Daarom moeten ze ook weerspiegeld worden in de staatsbegroting en wetgeving.” Zij wees erop dat de rol van het parlement cruciaal is, niet alleen bij het goedkeuren van wetgeving, maar ook bij het controleren van hoe overheidsmiddelen worden ingezet. “Het is aan u ervoor te zorgen dat deze doelen niet worden overschaduwd door partijpolitieke belangen.


Als afsluiting benadrukte Bradley dat het parlement bij elk besluit de vijf pijlers van de SDGs – People, Planet, Prosperity, Peace en Partnership – moet laten meewegen. “Alleen door structurele integratie van deze pijlers in het wetgevingsproces kan Suriname duurzame vooruitgang boeken. Het parlement speelt daarin een sleutelrol.”