• zondag 22 February 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname

NIEUWE BORINGEN IN BLOK 52 MOETEN POTENTIEEL ‘GOUDEN ZONE’ VOOR SURINAAMSE OLIE-INDUSTRIE AANTONEN

Ingediend door admin op

Bron: OilNow

Staatsolie heeft aangekondigd dat in de tweede helft van 2025 twee belangrijke exploratieboringen zullen plaatsvinden in Blok 52, gelegen voor de kust van Suriname.

Het gaat om de putten Caiman-1 en Kiskadee-1, die zullen worden geboord onder leiding van PETRONAS, de operator van het blok. Deze boringen moeten het potentieel aantonen van de zogeheten ‘gouden zone’ – een geologisch veelbelovende strook waar zich naar verwachting aanzienlijke olie- en gasreserves bevinden.

Volgens Staatsolie zullen in 2025 in totaal minstens vier exploratieputten worden geboord. Naast de activiteiten in Blok 52 wordt in Blok 5, dat onder beheer staat van Chevron, de Korikori-1 put

aangeboord. In Blok 65, waar Shell de operator is, staat de boring van Araku Deep-1 op de planning. Beide putten bevinden zich buiten de ‘gouden zone’.

Staatsolie stelt dat het exploratieprogramma op termijn kan leiden tot de ontdekking van nieuwe olie- en gasvelden, en benadrukt dat 2025 een cruciaal jaar kan worden voor de verdere ontwikkeling van de offshore energiesector in Suriname.

Sinds 2020 is volgens het Noorse onderzoeksbureau Rystad Energy al ongeveer 2,2 miljard vaten olie-equivalent aan winbare voorraden ontdekt in Suriname. Daarmee geldt het land als een van de aantrekkelijkste nieuwe oliegebieden ter wereld. Onderzoeksbureau Wood Mackenzie schat de olievoorraad

zelfs op ruim 2,4 miljard vaten, met daarnaast nog eens 12,5 biljoen kubieke voet aan aardgasreserves.

ENERGY

GERELATEERD AAN| JAGESAR | STAATSOLIE KLAAR VOOR LEIDENDE ROL IN SURINAME’S ENERGIESECTOR

 

CARICOM-ambassadeur Haakmat-Konigferander overhandigt materiaal aan CARICOM-jeugdambassadeurs

Ingediend door admin op

Op maandag 5 mei 2025 heeft de ambassadeur van Suriname voor de CARICOM, Chairmé Haakmat-Konigferander, de CARICOM-jeugdambassadeurs Richard Pinas en Arantxa Swedo voor een beleefdheidsbezoek ontvangen op het Ministerie van Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerking (BIBIS). Tijdens de ontmoeting overhandigde de Ambassadeur informatiemateriaal over het “I am CARICOM” project, een initiatief van het CARICOM-secretariaat om jongeren bewust te maken van de rol en het belang van de regionale samenwerking.

“Dit project is opgezet om jongeren meer betrokken te laten zijn bij wat CARICOM betekent,” lichtte Ambassadeur Haakmat-Konigferander toe. “Met deze informatie kunnen ze direct aan de slag. Het boek ‘I am

CARICOM! Kofi’s Journey’ vertelt het verhaal van een schooljongen, Kofi, die deelneemt aan een quiz met als doel een reis te winnen door de CARICOM-regio. Hiermee maakt hij kennis met de lidlanden en leert hij over integratie, vaardigheden voor jongeren, en de oprichting van de CARICOM. De Jeugdambassadeurs zullen het materiaal gebruiken bij hun activiteiten, afgestemd op hun jaarplan en hun missie om jongeren te bereiken.

Arantxa Swedo gaf aan dat zij al bezig zijn met verschillende awarenessprogramma’s en reeds projecten hebben uitgevoerd waarbij de CARICOM het fundament vormt. “Onze leuze is: ‘We live and breathe CARICOM’. Dat betekent dat we,

waar we ook zijn, bewust praten over regionale integratie. De Verenigde Naties en de CARICOM zijn onlangs een jeugdgerichte samenwerking aangegaan en dus zullen we in de komende periode samenwerken omtrent de Sustainable Development Goals (SDGs). Via beide corpsen willen we de boodschap verspreiden, onder andere op scholen die we zullen bezoeken”, benadrukte Swedo.

Swedo gaf verder mee dat het jeugdcorps geschiedenis wil schrijven door te starten met het eerste nationale CARICOM-jeugdcorps. “Het wordt een samenwerking van verschillende organisaties die actief zullen werken aan awareness en projecten over de CARICOM. De boodschap is simpel: het is makkelijk om ver te zoeken, maar we moeten niet vergeten dat we deel zijn van de CARICOM. Als je studeert in CARICOM-verband, help je indirect mee aan de opbouw van je eigen land. Dus als je een trotse Surinamer wilt blijven, zeg ik: live and breathe CARICOM en wees deel van de regionale integratie”, benadrukte zij.

Richard Pinas gaf aan dat het belangrijk is dat het gevoel van saamhorigheid bij jongeren wordt versterkt. “Ze moeten beseffen dat ze niet alleen burgers van Suriname zijn, maar ook regionale burgers van de CARICOM.” Hij deelde hierbij een quote die hem steeds inspireert “There’s nothing Wrong with the Caribbean that cannot be fixed by what is Right with the Caribbean. And what is Right with the Caribbean is its Youth!”

Ambassadeur Haakmat-Konigferander gaf mee trots te zijn op gedrevenheid van de Jeugdambassadeurs en alle geloof te hebben in hun verrichtingen. “De boodschap is duidelijk: de jeugd is de sleutel tot oplossingen in de regio. Wij moeten eraan werken om die verandering teweeg te brengen”, besloot de Ambassadeur.

VHP WIL MINISTERIE VAN STAATSBEDRIJVEN IN VOLGEND KABINET

Ingediend door admin op

Foto: VHP-voorzitter en president Chan Santokhi.

De VHP wil na de verkiezingen van 25 mei een speciaal ministerie oprichten dat zich exclusief zal richten op het beheer en beleid van staatsbedrijven.

Dit voornemen is gepresenteerd tijdens de lancering van het verkiezingsprogramma van de partij voor de periode 2025-2030. Bij eventuele onderhandelingen om tot een coalitie te komen zal de partij dit als eis op tafel leggen.

Volgens VHP-voorzitter en president Chan Santokhi is het huidige beheer van de parastatale bedrijven versnipperd en inefficiënt. Staatsbedrijven vallen nu onder verschillende ministeries, zonder eenduidige beleidslijnen of voldoende transparantie.

De partij stelt dat, met uitzondering van enkele ondernemingen,

er nauwelijks actuele financiële rapportages beschikbaar zijn.

De VHP baseert haar voorstel op een recente doorlichting van de parastatale sector, waarbij is vastgesteld welke bedrijven als strategisch worden aangemerkt en in aanmerking komen voor investeringen, en welke bedrijven gecommercialiseerd, afgestoten of zelfs verkocht zullen worden. “De nota ligt er. Er is al beleid geformuleerd en er is een wet over parastatale bedrijven ingediend bij De Nationale Assemblée,” aldus Santokhi.

Met de oprichting van een apart ministerie beoogt de VHP meer centrale aansturing, efficiëntie en transparantie in het beheer van staatsbedrijven. De hervorming wordt gepresenteerd als een stap richting modernisering van het staatsapparaat,

versterking van de publieke verantwoording en het aantrekken van private investeerders. Volgens de partij is het beleid opgesteld in samenwerking met het bedrijfsleven en zal het worden ondersteund door aangepaste wetgeving.

UNITEDNEWS

 

 

PRESIDENT SANTOKHI TERUGHOUDENDHEID MET VERKIEZINGSBELOFTEN

Ingediend door admin op

Foto: VHP-voorzitter en president Chan Santokhi.

VHP-voorzitter en president Chan Santokhi kiest in aanloop naar de verkiezingen voor een opvallend terughoudende houding bij het doen van verkiezingsbeloften.

Deze strategie is ingegeven door de ervaringen van de afgelopen regeerperiode, waarin eerdere ambitieuze beloftes moeilijk waar te maken bleken.

Bij zijn aantreden in 2020 had Santokhi onder meer beloofd de economische situatie binnen 200 dagen aanzienlijk te verbeteren. Al snel bleek echter dat de uitdagingen waarmee de regering werd geconfronteerd veel groter waren dan verwacht. Factoren zoals de impact van de COVID-19-pandemie, een beperkte informatiepositie voorafgaand aan de machtsovername en de noodzaak om binnen een

coalitie te opereren, maakten snelle resultaten onmogelijk.

De president erkent dat beleidsuitvoering complexer is dan vooraf ingeschat. Volgens hem heeft de ervaring van de afgelopen jaren geleid tot een meer realistische benadering binnen de VHP.

Bij de komende verkiezingen wil de partij plannen presenteren die beter zijn afgestemd op de realiteit, met duidelijke uitleg over de financiële haalbaarheid ervan.

Santokhi gaat nu uit van concrete financieringsplannen bij het doen van beloftes, om zo de verwachtingen van de bevolking beter te managen en teleurstellingen te voorkomen. Hij uit tevens kritiek op andere partijen die volgens hem nog steeds onrealistische beloften doen, zoals het toezeggen

van gratis onderwijs zonder duidelijke dekking van de kosten.

UNITEDNEWS

VHP | ONDERWIJS BINNENLAND IN MOEDERTAAL

Ingediend door admin op

De zittende VHP-regering doet een fundamentele belofte om het onderwijsstelsel in het binnenland grondig te hervormen. Mocht de partij na de verkiezingen van 25 mei opnieuw aan de macht komen, dan zullen leerlingen in het binnenland onderwijs volgen én getoetst worden in hun moedertaal.

Deze ingreep is bedoeld om de onderwijsachterstanden in afgelegen gebieden aan te pakken en gelijke kansen te bevorderen.

Uit onderzoek blijkt dat het gebruik van het Nederlands als voertaal in het onderwijs voor veel binnenlandse scholieren een aanzienlijke belemmering vormt. Dit heeft geleid tot lagere leerprestaties en een verhoogd aantal schooluitvallers. Door leerlingen naast het Nederlands ook in

hun moedertaal les te geven, hoopt de VHP hier verandering in te brengen.

De partij ziet in meertalig onderwijs een kans om niet alleen de schoolresultaten te verbeteren, maar ook het zelfvertrouwen en de culturele identiteit van de leerlingen te versterken.

De plannen omvatten een officiële invoering van meertalig onderwijs in het binnenland. Leerlingen moeten hierdoor op hun eigen plek, in hun eigen taal, kwalitatief goed onderwijs kunnen genieten. Ook is het voornemen en noodzaak voor het wegnemen voor kinderen om naar de kustvlakte af te reizen om goed onderwijs te volgen. Daartoe wordt een systeem van afstandsonderwijs ontwikkeld, waarmee onderwijs via

digitale middelen dichter bij huis wordt gebracht.

Daarnaast kondigde de VHP de oprichting aan van een speciaal studiefonds ter waarde van 25 miljoen Amerikaanse dollar. Dit fonds is bedoeld om financiële drempels weg te nemen en studieverlaters te voorkomen. Met dit initiatief wil de partij garanderen dat geen enkele leerling of student de school hoeft te verlaten vanwege geldgebrek. Het fonds zal ondersteuning bieden aan scholieren en studenten uit financieel kwetsbare gezinnen, zodat zij hun opleiding kunnen afronden zonder zich zorgen te maken over basisvoorzieningen of collegegeld.

UNITEDNEWS

 

14 VAN DE 39 LANDEN AMERIKA’S HEEFT ONVOLDOENDE ARTSEN, VERPLEEGKUNDIGEN EN VERLOSKUNDIGEN

Ingediend door admin op

Een nieuw rapport van de Pan-Amerikaanse Gezondheidsorganisatie (PAHO), The Health Workforce in the Americas: Regional Data and Indicators, waarschuwt dat 14 van de 39 landen in de Amerika’s onvoldoende artsen, verpleegkundigen en verloskundigen hebben om te voldoen aan de gezondheidsbehoeften van hun bevolking.

Suriname komt ook voor op de lijst. Zonder directe ingrepen dreigt de regio tegen 2030 geconfronteerd te worden met een tekort van tussen de 600.000 en 2 miljoen zorgprofessionals, wat de toegang tot en dekking van universele gezondheidszorg ernstig in gevaar zou brengen.

Hoewel de regio gemiddeld 66,57 zorgprofessionals per 10.000 inwoners telt, boven de door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO)

vastgestelde norm van 44,5, blijven de verschillen tussen landen groot. Landen als Haïti (6,38) en Honduras (7,13) kampen met ernstige tekorten, terwijl Cuba en de Verenigde Staten bijna vier keer het streefcijfer halen.

Belemmerende factoren zijn onder meer een beperkte opleidingscapaciteit, een vergrijzend personeelsbestand, migratie (vooral in het Caribisch gebied) en een ongelijke spreiding van zorgpersoneel.

Het rapport analyseert de situatie van de gezondheidszorgmedewerkers in de Amerika’s aan de hand van acht beroepsgroepen: artsen, verpleegkundigen, verloskundigen, tandartsen, apothekers, fysiotherapeuten, psychologen en wijkgezondheidswerkers. Een van de opvallendste bevindingen is de grote variatie in beschikbaarheid en verdeling per beroep en land.

Verpleegkunde, de beroepsgroep waarover

de meeste gegevens beschikbaar zijn, blijkt voor 89,78% uit vrouwen te bestaan. De dichtheid varieert sterk: van 131,5 verpleegkundigen per 10.000 inwoners in de Verenigde Staten tot slechts 3,84 in Haïti. Voor artsen laat het regionale gemiddelde nog een lichte mannelijke meerderheid zien (51,3%), al meldt een derde van de landen dat er inmiddels meer vrouwelijke artsen zijn dan mannelijke, wat wijst op een voortgaande feminisering van het beroep. Voor psychologen zijn gegevens beperkt beschikbaar: slechts 14 landen rapporteerden cijfers, met de hoogste dichtheden in Argentinië (17,98) en Costa Rica (16,85).

Ook over wijkgezondheidswerkers zijn data schaars, behalve in Brazilië en enkele Caribische landen, terwijl deze beroepsgroep cruciaal is voor de eerstelijnszorg. Verloskundigen zijn vooral vertegenwoordigd in Engelssprekende Caribische landen zoals Antigua en Barbuda, en in Zuid-Amerikaanse landen zoals Chili. Van de 34 landen die gegevens over tandartsen aanleverden, voeren Cuba (16,71), Chili (14,81) en Paraguay (12,81) de lijst aan. Voor apothekers meldden 23 landen cijfers; Costa Rica (11,56), Canada (10,54) en de Verenigde Staten (10,45) hebben de hoogste dichtheden. Achttien landen leverden gegevens over fysiotherapeuten aan, met Chili als koploper (18,46), gevolgd door de Verenigde Staten (8,79).

De meerderheid van de zorgprofessionals bevindt zich in de leeftijdscategorie 35-44 jaar, wat wijst op een relatief jonge beroepsbevolking. Toch is vergrijzing een punt van zorg in onder meer de Verenigde Staten en Guatemala, waar bijna de helft van de artsen 55 jaar of ouder is.

PAHO benadrukt in het rapport dat zonder strategische investeringen in opleiding, regulering, arbeidsomstandigheden en spreiding van zorgpersoneel de doelstellingen van universele, rechtvaardige en veerkrachtige zorgsystemen onhaalbaar zijn. De organisatie roept op tot het versterken van informatiesystemen voor gezondheidszorgpersoneel, het uitbreiden van opleidingen voor verloskundigen en psychologen, en het ontwikkelen van intersectorale beleidsmaatregelen om talent te behouden.

UNITEDNEWS

WERELDWIJDE VOEDSELPRIJZEN STIJGEN VOOR DERDE MAAND OP RIJ | HOGERE PRIJZEN VOOR GRANEN, VLEES EN ZUIVEL

Ingediend door admin op

De wereldwijde voedselprijzen zijn in april 2025 voor de derde achtereenvolgende maand gestegen, aangejaagd door hogere prijzen voor granen, vlees en zuivelproducten.

Dat blijkt uit de nieuwste cijfers van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO). De FAO Food Price Index, die de maandelijkse prijsbewegingen van internationaal verhandelde voedselgrondstoffen volgt, steeg met 1,0% ten opzichte van maart en lag 7,6% hoger dan in april 2024. Ondanks deze stijging blijft de index 19,9% lager dan het piekniveau van maart 2022, kort na de uitbraak van het conflict in Oekraïne.

De FAO Cereal Price Index nam in april met 1,2% toe. Wereldwijde

tarweprijzen stegen licht door een beperkter exportaanbod uit Rusland, terwijl de rijstprijzen opliepen door een grotere vraag naar geurige variëteiten. Ook de maïsprijzen gingen omhoog als gevolg van seizoensmatig lagere voorraden in de Verenigde Staten. Volgens de FAO droegen valutaschommelingen en aanpassingen in handelsbeleid bij aan de aanhoudende prijsvolatiliteit.

De vleesprijzen lieten eveneens een stevige stijging zien. De FAO Meat Price Index steeg met 3,2% ten opzichte van maart, met prijsstijgingen in alle vleescategorieën, vooral bij varkensvlees. Ook de prijzen voor rundvlees trokken aan, met name in Australië en Brazilië, door een aanhoudende wereldwijde importvraag en beperkte exportmogelijkheden.

De zuivelprijzen gingen eveneens

omhoog. De FAO Dairy Price Index steeg met 2,4% ten opzichte van maart en lag maar liefst 22,9% hoger dan een jaar geleden. De stijging werd vooral gedreven door internationale boterprijzen, die een nieuw record bereikten vanwege dalende voorraden in Europa.

Niet alle voedingscategorieën lieten echter prijsstijgingen zien. De FAO Vegetable Oil Price Index daalde met 2,3% ten opzichte van maart, hoewel deze nog altijd 20,7% hoger lag dan een jaar geleden. De prijzen voor palmolie daalden aanzienlijk door een seizoensmatig hogere productie in belangrijke Zuidoost-Aziatische landen, terwijl de wereldwijde prijzen voor soja- en raapzaadolie juist stegen door een sterke wereldwijde importvraag. Ook de suikerprijzen daalden: de FAO Sugar Price Index daalde met 3,5% ten opzichte van de voorgaande maand. Deze daling werd voornamelijk toegeschreven aan zorgen over de wereldeconomische vooruitzichten en de mogelijke impact daarvan op de vraag vanuit de dranken- en voedselverwerkende sector.

De FAO handhaafde haar prognose voor de wereldwijde tarweproductie in 2025 op 795 miljoen ton, vergelijkbaar met het niveau van 2024. De vooruitzichten wijzen op een recordopbrengst in Azië, mede dankzij India en Pakistan, evenals verbeterde omstandigheden in Zuid-Europa en Noord-Afrika. Tegelijkertijd drukken neerslagtekorten in Noord-Europa en het Nabije Oosten en aanhoudende droogte in de Verenigde Staten op de algehele vooruitzichten.

De wereldwijde graanproductie voor 2024 werd licht naar beneden bijgesteld tot 2.848 miljoen ton. De rijstproductie in 2024/25 wordt echter verwacht met 1,5% toe te nemen tot een recordhoogte van 543,6 miljoen ton. De FAO verwacht dat het wereldwijde graanverbruik in 2024/25 met 1,0% zal stijgen tot 2.870 miljoen ton, vooral door een hoger gebruik van maïs als diervoeder in China en de Russische Federatie en een groeiende rijstconsumptie in diverse Afrikaanse landen.

De wereldwijde graanvoorraden zullen volgens de FAO met 1,9% dalen tot 868,2 miljoen ton tegen het einde van het seizoen 2025. Dit resulteert in een verwachte voorraad-gebruiksratio van 29,9% voor 2024/25, een niveau dat nog steeds als een comfortabele buffer wordt beschouwd.

De FAO verlaagde haar prognose voor de wereldwijde graanhandel in 2024/25 licht naar 478,6 miljoen ton, een daling van 6,8% ten opzichte van 2023/24 en het laagste niveau sinds 2019/20. Vooral de internationale handel in grove granen zal naar verwachting krimpen, mede door een lagere vraag uit China en kleinere exportvoorraden maïs in Brazilië. Daarentegen zal de wereldwijde handel in rijst naar verwachting met 1,2% groeien tot een recordniveau van 60,4 miljoen ton.

UNITEDNEWS

 

Zwarte Jeep volledig uitgebrand; brandstichting niet uitgesloten

Ingediend door admin op

In de nacht van zondag op maandag is een zwarte Jeep Cherokee volledig uitgebrand op de hoek van de Pakaniestraat en Krakoenstraat in Suriname.

Brandstichting wordt niet uitgesloten.

Volgens brandweervoorlichter Olton Pinas kwam de melding rond 04.30 uur binnen. De brandweer had het vuur binnen twintig minuten onder controle, maar kon niet voorkomen dat het voertuig volledig uitbrandde.

De Surinaamse politie was eveneens ter plaatse en is een onderzoek gestart. Uit de eerste bevindingen blijkt dat er sporen zijn aangetroffen die mogelijk wijzen op opzettelijke brandstichting.

De politie van Geyersvlijt behandelt de zaak verder.

Ook NDP’er Edwards beweert dat VHP verkiezingen niet op eerlijke manier kan winnen

Ingediend door admin op

Naast NDP’er André Misiekaba en PL-voorzitter Paul Somohardjo vindt ook NDP-parlementariër Iona Edwards dat de Vooruitstrevende Hervormingspartij (VHP) op geen enkele manier de verkiezingen in Suriname op een eerlijke manier kan winnen.

“Ik hoor ze zeggen dat ze de verkiezingen grandioos gaan winnen. Mensen, stay woke! A enige fasi fa den man dyaso o wini a verkiezing, na ifi den fraudeer,” zei Edwards zondagavond op een massameeting van de Nationale Democratische Partij (NDP) in Marowijne.

Volgens de politica is het de taak van het Surinaamse volk om waakzaam te zijn. In ieder geval stelt zij dat het volk de VHP al doorheeft.

“Dus

ook al kopen ze de oproepingskaarten of geven ze je geld, het volk heeft ze door. En als we het veld mogen geloven, dan zien we dat de mensen alert zijn. Ze weten ook dat het geld dat je ze geeft maar voor eventjes is. Daarna gaan ze weer vier jaren lang pinaren alvorens men weer komt met hun tovenarij,” aldus de NDP’er.

Volgens Edwards, die op nummer 9 staat van de kandidatenlijst, zijn er minder dan drie weken over voor de NDP om kameraadschap en eenheid te tonen en een keus te maken voor leiders die het werkelijk menen met

het volk.

Eerder was in een ingezonden artikel te lezen dat ‘wanneer een partij geen plannen meer heeft voor het volk, ze met modder begint te gooien’. Een absurde, ongefundeerde en vooral respectloze uitspraak die alle fatsoensnormen overschrijdt: