• vrijdag 17 April 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname

MILITAIRE OPBOUW IN DE CARIBISCHE ZEE | WAT WIL WASHINGTON ECHT BEREIKEN IN VENEZUELA?

Ingediend door admin op

Bronnen: AP | CNN LATIN AMERICA |FIRSTPOST

De spanningen tussen de Verenigde Staten en Venezuela lopen opnieuw hoog op.

Washington heeft drie Aegis-geleide-wapendestroyers en duizenden militairen naar de Caribische wateren rond Venezuela gestuurd, officieel om Latijns-Amerikaanse drugskartels te bestrijden. Maar achter dit verklaarde doel schuilt volgens analisten een bredere geopolitieke strategie, waarbij de toekomst van president Nicolás Maduro en de machtsverhoudingen in de regio centraal staan.

De regering-Trump stelt dat de inzet van marineschepen noodzakelijk is om de instroom van fentanyl en cocaïne richting de VS tegen te gaan. Trump bestempelde onlangs de Venezolaanse bende Tren de Aragua, de Salvadoraanse MS-13 en zes

Mexicaanse criminele organisaties tot “buitenlandse terroristische groeperingen” – een juridische kwalificatie die de weg vrijmaakt voor internationale sancties en militaire operaties. Toch wijst de timing op meer dan alleen drugsbestrijding. Washington verdubbelde de beloning voor de arrestatie van Nicolás Maduro van 25 naar 50 miljoen dollar en beschuldigt hem openlijk van betrokkenheid bij narcohandel. Daarmee wordt de militaire opbouw rond Venezuela ook een middel om de druk op Maduro’s regime verder op te voeren.

Critici zien dit als een poging om de Venezolaanse regering te isoleren en de machtsbalans in Latijns-Amerika te hertekenen, eerder dan een puur veiligheidsvraagstuk.

Venezuela reageerde fel op

de Amerikaanse stappen. Minister van Buitenlandse Zaken Yvan Gil noemde de aantijgingen “imperialistische leugens” en benadrukte dat het land sinds het vertrek van de Amerikaanse DEA in 2005 zelf aanzienlijke resultaten heeft geboekt in de strijd tegen georganiseerde misdaad. Het ministerie stelde dat Washingtons “dreigementen en laster” eerder wijzen op wanhoop over het falen van zijn Latijns-Amerika-beleid dan op een geloofwaardige veiligheidsstrategie.President Nicolás Maduro kondigde aan dat Venezuela zijn defensie aanzienlijk zal versterken. Meer dan 4,5 miljoen leden van de volksmilitie, opgericht door Hugo Chávez, worden ingezet om het nationale grondgebied, havens en luchthavens te beveiligen. In een televisietoespraak zei hij: “Wij verdedigen onze zeeën, ons luchtruim en ons land. Geen enkel imperium zal Venezolaans grondgebied aanraken.”

De Amerikaanse militaire aanwezigheid en Venezolaanse tegenreactie baren zorgen in de regio. Volgens de Community of Latin American and Caribbean States (CELAC) kan de oplopende spanning de “Peace Zone” – een gezamenlijk initiatief om Latijns-Amerika te vrijwaren van militaire conflicten – onder druk zetten. Ondanks wisselende berichten over de daadwerkelijke aanwezigheid van de Amerikaanse oorlogsschepen dicht bij Venezolaanse wateren, lijkt de boodschap vanuit Washington duidelijk: de strijd tegen drugskartels dient ook als instrument om politieke tegenstanders te verzwakken. Voor Caracas is dit niets minder dan een aanval op de nationale soevereiniteit. De confrontatie laat zien dat de Caribische Zee opnieuw toneel wordt van machtsvertoon. Terwijl Washington stelt te strijden tegen criminaliteit, vreest Venezuela dat de militaire opbouw slechts een dekmantel is voor regime change. Daarmee dreigt een nieuwe impasse, waarbij het werkelijke slagveld niet de oceaan is, maar de legitimiteit en stabiliteit van de Venezolaanse staat.

UNITEDNEWS |REGIO

 

IACHR RONDT ONDERZOEK AF NAAR MOGELIJKE MENSENHANDEL BIJ CUBAANSE MEDISCHE MISSIES

Ingediend door admin op

De Inter-Amerikaanse Commissie voor de Rechten van de Mens (IACHR) staat op het punt haar onderzoek af te sluiten naar de vraag of de Cubaanse medische missies onder mensenhandel vallen.

Het onderzoek, dat enkele jaren geleden begon nog vóór de ambtsperiode van de Amerikaanse president Donald Trump, kreeg destijds extra aandacht doordat Washington deze programma’s als een vorm van mensenhandel bestempelde. Volgens de VS ontvangen Cubaanse artsen en verpleegkundigen hun loon niet rechtstreeks van de gastlanden, maar via de Cubaanse overheid, die slechts een beperkt deel aan hen doorgeeft.

Albert Ramdin, secretaris-generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS), bevestigde dat het

onderzoek werd gestart na meldingen over mogelijke schendingen van de rechten van Cubaanse medici binnen deze hulpprogramma’s. “Dat heeft uiteindelijk geleid tot een project van het Inter-Amerikaanse Hof. Momenteel werkt men aan het eindrapport, dat binnenkort aan de secretaris-generaal wordt aangeboden,” aldus Ramdin. Op basis van dit rapport zullen nieuwe besluiten volgen.

Tijdens Ramdins periode als Surinaams minister van Buitenlandse Zaken werd de kwestie ook in Paramaribo aangekaart door de Amerikaanse regering. Toen bleek dat de samenwerkingsovereenkomst tussen Suriname en Cuba al was beëindigd en niet werd verlengd. Volgens Ramdin wilde de Surinaamse regering destijds aanpassingen doorvoeren in de afspraken.

Volgens regeringsbronnen

kwam het onderwerp onlangs opnieuw aan de orde tijdens een kennismakingsgesprek tussen de Amerikaanse ambassadeur Robert Faucher en de huidige Surinaamse minister van Buitenlandse Zaken, Melvin Bouva.

Op vragen over de inhoud van dat overleg en het officiële standpunt van de regering heeft Bouva vooralsnog geen reactie gegeven.

Amerikaanse sancties en ingetrokken visa

Los van het IACHR-onderzoek kondigde het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken woensdag aan dat visa zijn ingetrokken van diverse Braziliaanse regeringsfunctionarissen, voormalige medewerkers van de Pan-Amerikaanse Gezondheidsorganisatie (Paho) en hun familieleden.

Volgens Washington droegen zij verantwoordelijkheid voor het Braziliaanse Mais Médicos-programma, waarin Cubaanse artsen onder omstandigheden werkten die zouden neerkomen op gedwongen arbeid.

Het ministerie stelt dat de betrokken functionarissen Paho inschakelden als tussenpersoon om samen te werken met Cuba, waarbij Braziliaanse grondwettelijke regels werden genegeerd. Bovendien zouden zij Amerikaanse sancties hebben omzeild en betalingen aan de Cubaanse staat hebben verricht, in plaats van rechtstreeks aan de artsen.

‘Duidelijk signaal’

Het Mais Médicos-programma werd in 2013 gelanceerd om medische zorg in afgelegen Braziliaanse regio’s te verbeteren en trok honderden Cubaanse artsen aan. Volgens Amerikaanse bronnen en getuigenissen hield de Cubaanse staat echter het grootste deel van hun salaris in. Dat benadeelde niet alleen de betrokken artsen, maar zorgde ook voor tekorten in Cuba zelf.

Bij naam worden twee voormalige Braziliaanse functionarissen genoemd: Mozart Julio Tabosa Sales en Alberto Kleiman, beiden destijds actief bij het ministerie van Volksgezondheid en nauw betrokken bij het programma. Door hun visa in te trekken wil Washington “een duidelijk signaal afgeven dat de Verenigde Staten iedereen verantwoordelijk zullen houden die het systeem van gedwongen arbeid van het Cubaanse regime faciliteert,” aldus het ministerie.

UNITEDNEWS

 

ONDANKS VERTRAGINGEN WORDT DE OLIEHAUSSE IN SURINAME SNEL WERKELIJKHEID

Ingediend door admin op

Bron: Oilprice

Na jaren van onzekerheid lijkt Suriname eindelijk de vruchten te plukken van een langverwachte olieboom.

Het land, dat kampt met armoede en diepe economische crises, staat aan de vooravond van een grootschalige offshore-ontwikkeling die het economisch landschap ingrijpend kan veranderen.

In de afgelopen tien jaar heeft Paramaribo met belangstelling de ontwikkelingen in buurland Guyana gevolgd, dat zich dankzij succesvolle offshoreboringen in hoog tempo heeft ontpopt tot een van ’s werelds jongste petrostaten. Suriname kende intussen positieve, maar wisselvallige resultaten: ontdekkingen op zee gingen gepaard met vertragingen, onzekerheid en tegenvallende data. Die vertragingen troffen een economie die al verzwakt was door de

coronapandemie en een zware schuldenlast.

De gevolgen waren groot. Het land raakte in 2023 opnieuw in een diepe financiële crisis. De levensduurte steeg scherp, wat leidde tot grootschalige protesten waarbij demonstranten zelfs het parlement bestormden. De toenmalige president Chandrikapersad Santokhi voerde een streng door het IMF opgelegd hervormingsprogramma door: forse bezuinigingen, het schrappen van energiesubsidies en een sterke devaluatie van de Surinaamse dollar. Hoewel dit pakket stabiliteit bracht – de groei terugkeerde, de inflatie daalde en het vertrouwen van investeerders toenam – betaalde Santokhi er een hoge politieke prijs voor.

In juli 2025 verloor hij het presidentschap, mede door de sociale onrust

en hardnekkige corruptieverdenkingen. President Jennifer Geerlings-Simons nam sindsdien het roer over. Toch bleef in Suriname de overtuiging bestaan dat de offshore-olieontdekkingen de sleutel vormden tot economisch herstel. De cijfers onderstrepen die noodzaak: het bbp daalde in tien jaar tijd met 13 procent, van 5,13 miljard dollar in 2015 naar 4,46 miljard in 2024. Eén op de zes inwoners leeft in armoede.

De eerste hoopgevende vondst dateert van januari 2020, toen APA in Blok 58 de Maka Central-1 put ontdekte. Daarna volgden vier andere vondsten, waarvan de meest recente in 2022: Krabdagu. Nadere onderzoeken bevestigden dat de Sapakara- en Krabdagu-velden samen circa 750 miljoen vaten winbare olie bevatten.

De olie is van het type licht en zoet, met een laag zwavelgehalte – bijzonder aantrekkelijk in een markt die steeds meer inzet op schonere brandstoffen.

Toch bleven knelpunten bestaan. Slechte exploratieresultaten, droge putten en zorgen over het gas-olieverhouding bemoeilijkten de definitieve investeringsbeslissing (FID). Eind 2022 stelde operator TotalEnergies de beslissing dan ook uit.

Pas in oktober 2024 kondigden TotalEnergies en APA de FID aan voor een investering van 10,5 miljard dollar in de ontwikkeling van de Sapakara- en Krabdagu-velden. Het project kreeg de naam GranMorgu en ligt 150 kilometer voor de kust van Paramaribo. Het reservoir bevat meer dan 750 miljoen vaten winbare olie.

GranMorgu zal bestaan uit één boorschip (FPSO), 16 productieputten en 16 injectieputten. De capaciteit van de installatie bedraagt 220.000 vaten olie per dag, met opslagruimte voor 2,1 miljoen vaten. Daarnaast kan dagelijks 450 miljoen kubieke voet gas worden geproduceerd. De eerste olieproductie wordt verwacht in 2028 – twee jaar later dan aanvankelijk gepland.

Het project past in de wereldwijde energietransitie. De carbon footprint van GranMorgu wordt geschat op minder dan 16 kilogram CO₂ per vat olie-equivalent, lager dan het wereldgemiddelde van 18 kilo, maar hoger dan in Guyana, waar gemiddeld 9 kilo wordt uitgestoten. TotalEnergies installeert een volledig elektrische FPSO en belooft geen routineflaring toe te passen; het geproduceerde gas wordt volledig hergebruikt. Daarmee wil het concern bijdragen aan het behoud van Suriname’s status als koolstofnegatief land. De Surinaamse bossen absorberen jaarlijks circa 8,8 miljoen ton CO₂, tegenover een nationale uitstoot van slechts 7 miljoen ton.

De financiële vooruitzichten zijn indrukwekkend. Staatsolie, de nationale oliemaatschappij, bezit een belang van 20% in GranMorgu, goed voor 2,4 miljard dollar. Dit moet bijdragen aan het verdrievoudigen van de bedrijfsopbrengsten tot bijna 1,8 miljard dollar tegen 2030. Over de gehele levensduur kan GranMorgu tussen de 16 en 26 miljard dollar aan inkomsten genereren – een veelvoud van Suriname’s huidige bbp.

Voor een land dat de afgelopen jaren gebukt ging onder armoede, sociale onrust en economische malaise, lijkt de langverwachte olieboom eindelijk werkelijkheid te worden.

UNITEDNEWS

 

Dc’s krijgen slechts SRD 1 miljoen per jaar voor werkzaamheden

Ingediend door admin op

President Jennifer Simons heeft tijdens een kennismakingsbijeenkomst met alle districtscommissarissen (dc’s) gisteren, benadrukt dat de decentralisatie “nu echt moet starten”. Tijdens het overleg is gesproken over de uitdagingen en kansen per district, evenals de wijze waarop de districtshoofden hiermee zijn omgegaan in de periode 2020–2025. Daarnaast zijn lopende en afgeronde projecten toegelicht, adviezen uitgebracht en ervaringen gedeeld met het staatshoofd. Veel dc’s hebben aangekaart dat zij vrijwel zonder financiële ondersteuning hebben gefunctioneerd, omdat de wettelijk toegekende budgetten al jarenlang niet zijn aangepast. Momenteel ontvangen de districten jaarlijks tussen de SRD 500.000 en SRD 1 miljoen voor hun beheer,

een bedrag dat volgens hen onvoldoende is om de noodzakelijke werkzaamheden uit te voeren.

Om toch vooruitgang te boeken, zijn sommige districtscommissarissen samenwerkingen aangegaan met bedrijven in Publieke-Private Partnerschappen (PPP’s), of hebben zij steun gezocht bij donoren en NGO’s. Landelijke knelpunten die door meerdere dc’s zijn benoemd, betreffen onder andere de vuilophaal, het gebrekkige wagenpark, achterstallig wegenonderhoud en slecht onderhouden sportfaciliteiten, in het bijzonder zwembaden.

Naast de algemene uitdagingen werden ook districtsgebonden problemen besproken. In Brokopondo vormt de vervuiling door goudwinning een bedreiging voor de toerismesector. In Sipaliwini heerst een nijpend tekort aan leerkrachten en medicijnen. Daarnaast gaven enkele dc’s aan dat

er tractoren waren aangeschaft voor verdeling onder de districten, maar dat deze nooit zijn aangekomen.

Verdachte militair meldt zich aan bij de MP

Ingediend door admin op

De 41-jarige militair O.B., die enkele uren na zijn arrestatie op 4 augustus was gevlucht, heeft zich op vamdaag aangemeld bij de Militaire Politie. Dit maakt het Ministerie van Defensie bekend.

De verdachte militair is direct voorgeleid bij de hulpofficier van Justitie en is ter zake overtreding van de Wet Verdovende Middelen onmiddellijk aangehouden en in verzekering gesteld.

Bij hem werd op 4 augustus een grote hoeveelheid cocaïne aangetroffen toen hij op het punt stond om naar Nederland te vertrekken. De drugs werden aangetroffen in snoep die in zijn bagage zat. Hij werd door de Narcotica Brigade overgedragen aan de

Militaire Politie. Kort daarna wist hij echter te ontsnappen.

RAMDIN STAAT 100% ACHTER JESSURUN

Ingediend door admin op

Foto: Voormalig minister van Buitenlandse Zaken en huidig secretaris-generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS), Albert Ramdin en zijn adviseur Xaviera Jessurun.

Voormalig minister van Buitenlandse Zaken en huidig secretaris-generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS), Albert Ramdin, zegt overtuigd te zijn dat zijn adviseur Xaviera Jessurun niet buiten haar bevoegdheden is getreden in haar rol als president-commissaris bij de Surinaamse Luchtvaartmaatschappij (SLM).

Hij reageert daarmee op het nieuws dat het Openbaar Ministerie (OM) haar officieel als verdachte heeft aangemerkt in het strafrechtelijk onderzoek naar de luchtvaartmaatschappij.

“Ik moet eerlijk zeggen dat ik het hele verhaal niet goed begrijp,” aldus Ramdin. Volgens

hem vloeiden Jessuruns handelingen rechtstreeks voort uit besluiten van clusterministers, die besproken en goedgekeurd waren in de ministerraad. “Er is destijds veel gebeurd, maar alles is verlopen in overleg met de regering en de verantwoordelijke ministers,” benadrukt hij.

Onderzoek sleept al jaren

Ramdin bevestigt dat ook hijzelf als clusterminister is gehoord door de rechter-commissaris en dat daarbij alle relevante stukken zijn overgedragen. Hij wacht de uitkomst van het onderzoek rustig af, maar hekelt de trage voortgang. Het strafrechtelijk onderzoek loopt al sinds 2022 zonder dat er een eindbeslissing is genomen.

“Het is niet correct om mensen jarenlang onder verdenking te laten zonder resultaat.

Iedereen is onschuldig tot het tegendeel is bewezen, maar er moet ook een redelijke termijn zijn,” zegt hij. Volgens Ramdin kan een langdurige verdachte-status ernstige reputatieschade veroorzaken, iets wat in strijd is met internationale verdragen.

“Weloverwogen keuze”

Ondanks de commotie blijft Ramdin achter zijn keuze staan om Jessurun als adviseur bij de OAS aan te stellen. Zij leverde volgens hem al waardevol werk bij zijn ministerie en speelde een belangrijke rol tijdens zijn campagne voor het OAS-leiderschap. “Ze heeft zich ook binnen de organisatie bewezen en wordt erkend door collega’s,” aldus Ramdin.

Jessurun: “Ik word gecriminaliseerd”

Jessurun zelf reageerde fel op haar Facebookpagina. Ze zegt genoeg te hebben van de “sensatie en stemmingmakerij” in de media, die volgens haar gebaseerd is op feitelijke onjuistheden, suggestieve koppen en zelfs cartoons.

Sinds de start van het onderzoek in 2022 stelde zij zich terughoudend op en werkte volledig mee aan het justitieel proces. Aanvankelijk werd zij als getuige gehoord en leverde zij uitgebreide documentatie aan. Daarna bleef het lange tijd stil, tot zij in januari 2025 plotseling opnieuw werd opgeroepen – dit keer als verdachte, zonder duidelijke uitleg of inzage in het dossier.

Volgens Jessurun zijn de beschuldigingen vaak vaag of zelfs absurd. Zo zou haar “verduistering” worden verweten, omdat documenten die zij zelf aan justitie had overhandigd later spoorloos waren. “Ik geef je iets, het verdwijnt, en dan is het mijn schuld,” schrijft ze verontwaardigd.

Politieke agenda’s

Jessurun stelt dat veel aantijgingen terug te voeren zijn op misverstanden, kleine fouten of politieke belangen. Ze wijst erop dat het onderzoek inmiddels meer dan drie jaar duurt zonder dat er een concreet resultaat is. “Ik voel me gecriminaliseerd en publiekelijk beschadigd, terwijl iedereen onschuldig is tot het tegendeel is bewezen.”

Hoewel ze het proces verder wil laten lopen, zegt ze haar kant van het verhaal nu publiekelijk te delen om tegenwicht te bieden. “Als mensen lang genoeg een eenzijdig beeld voorgeschoteld krijgen, wordt dat vanzelf de waarheid. Maar niets is minder waar.”

Behalve Jessurun zijn ook voormalig SLM-directeur Paul de Haan en de toenmalige juridisch adviseur Prenobe Bissesur verdachte in het lopende onderzoek. Alle betrokkenen verblijven momenteel in het buitenland.

UNITEDNEWS

GERELATEERD AAN: ”DE MAAT IS NU ECHT VOL” VOLGENS XAVIERA JESSURUN

 

Politie treft illegaal vervoerde vogels aan bij controlepost Burnside

Ingediend door admin op

De politie van de controlepost Burnside heeft op dinsdag 19 augustus 2025 omstreeks 13.45 uur, acht stuks gekooide vogels aangetroffen in een voertuig dat vanuit Nickerie richting Paramaribo reed. Het betrof het soort Ananki (Anas Bahamensis), in de volksmond bekend als de “Steelduck”.

De autobestuurder S.R. (36) werd ter plaatse aangehouden voor overtreding van de Jachtwet, aangezien het volgens de jachtkalender in de periode juni tot en met september een gesloten seizoen is voor deze vogelsoort. Hij werd ter voorgeleiding overgebracht naar het politiebureau Coronie en verklaarde dat hij de vogels van ene B.D. (66), alias ”Pee”, in Nickerie had

ontvangen om deze in Paramaribo af te geven. Kort daarna meldden B.D. en S.A. (29) zich eveneens op het politiebureau aan en verklaarden dat de vogels afkomstig waren van S.A., waarna ook zij werden aangehouden.

Na afstemming met het Openbaar Ministerie waren alle drie verdachten in verzekering gesteld. Het drietal kreeg vervolgens de gelegenheid om de zaak buiten proces af te handelen. Na het betalen van een fikse boete zijn de drie verdachten heengezonden. De vogels zijn voor verdere afhandeling overgedragen de Dienst Lands Bosbeheer (LBB).

De politie doet wederom een beroep op de samenleving om zich te houden aan de geldende

jachtregels en perioden, teneinde de natuur en diersoorten te beschermen.