
Monorath krijgt 3 jaar voor voorbereiding uitvoering kinderbeschermingsverdragen
| starnieuws | Door: Redactie
Minister Harish Monorath gaat in op vragen. Suriname krijgt drie jaar de tijd om de uitvoering van vier Haagse kinderbeschermingsverdragen voor te bereiden. Minister Harish Monorath van Justitie en Veiligheid heeft tijdens de behandeling in De Nationale Assemblée (DNA) een wijziging voorgesteld waardoor de goedkeuringswet pas drie jaar na afkondiging in werking treedt. De bewindsman maakte ook bekend dat het Bureau voor Familierechtelijke Zaken (BUFAZ) wordt versterkt en omgevormd tot een directoraat. De wet werd met 30 algemene stemmen aangenomen.
De
Tijdens de behandeling bleek brede steun voor de toetreding, maar assembleeleden vroegen zich af of Suriname voldoende is voorbereid om de verdragsverplichtingen daadwerkelijk na te komen.
BUFAZ en OM krijgen centrale rol
Monorath maakte duidelijk hoe de regering de uitvoering wil organiseren. BUFAZ moet als centrale autoriteit optreden voor het Haagse Adoptieverdrag, het Alimentatieverdrag en het Kinderbeschermingsverdrag. Voor het Haagse Kinderontvoeringsverdrag wordt het Openbaar Ministerie (OM) aangewezen als centrale autoriteit. Volgens Monorath beschikt het OM over de deskundigheid en de contacten met andere instanties die nodig zijn om bij internationale kinderontvoering op te treden.
De minister erkende dat BUFAZ met verschillende uitdagingen kampt. Het ministerie werkt daarom aan de
UNICEF ondersteunt het ministerie daarbij zowel technisch als financieel. De minister verklaarde dat de aanbevelingen uit een onderzoek van 2022 nog steeds geldig zijn en zijn verwerkt in het operationele transformatieplan.
Waarom drie jaar?
De voorgestelde overgangstermijn van drie jaar leidde tot kritische vragen vanuit het parlement. Verschillende assembleeleden wilden weten waarom zoveel tijd nodig is, terwijl de voorbereidingen voor de verdragen al enkele jaren lopen. Monorath legde uit dat de termijn aansluit bij de geplande omvorming van BUFAZ. Volgens hem vergt de overgang van een afdeling binnen het ministerie naar een directoraat aanzienlijke organisatorische voorbereidingen. Een onmiddellijke omvorming tot een zelfstandige Raad voor Kinderbescherming acht hij niet realistisch.
/>De minister diende tijdens de behandeling een mondelinge wijziging in, waarbij werd bepaald dat de wet drie jaar na de dag volgend op de afkondiging in werking treedt. Ook werd vastgelegd dat de ministers die belast zijn met justitiële en buitenlandse aangelegenheden verantwoordelijk zijn voor de uitvoering. De wijziging leidde tot verdere vragen over de gevolgen van deze termijn en de mogelijkheid om bij de verdragen voorbehouden te maken.De
vier verdragen hebben betrekking op internationale kinderontvoering, interlandelijke adoptie, ouderlijke verantwoordelijkheid en kinderbescherming, en de inning van alimentatie over landsgrenzen heen. Zij moeten ervoor zorgen dat kinderen en ouders beter worden beschermd wanneer familierechtelijke problemen meerdere landen raken.
Tijdens de behandeling bleek brede steun voor de toetreding, maar assembleeleden vroegen zich af of Suriname voldoende is voorbereid om de verdragsverplichtingen daadwerkelijk na te komen.
BUFAZ en OM krijgen centrale rol
Monorath maakte duidelijk hoe de regering de uitvoering wil organiseren. BUFAZ moet als centrale autoriteit optreden voor het Haagse Adoptieverdrag, het Alimentatieverdrag en het Kinderbeschermingsverdrag. Voor het Haagse Kinderontvoeringsverdrag wordt het Openbaar Ministerie (OM) aangewezen als centrale autoriteit. Volgens Monorath beschikt het OM over de deskundigheid en de contacten met andere instanties die nodig zijn om bij internationale kinderontvoering op te treden.
De minister erkende dat BUFAZ met verschillende uitdagingen kampt. Het ministerie werkt daarom aan de
omvorming van het bureau tot een directoraat voor familierechtelijke zaken. Uiteindelijk moet deze ontwikkeling leiden tot de instelling van een Raad voor Kinderbescherming in Suriname. Voor de uitvoering van het transformatieplan is volgens Monorath al een commissie ingesteld.
UNICEF ondersteunt het ministerie daarbij zowel technisch als financieel. De minister verklaarde dat de aanbevelingen uit een onderzoek van 2022 nog steeds geldig zijn en zijn verwerkt in het operationele transformatieplan.
Waarom drie jaar?
De voorgestelde overgangstermijn van drie jaar leidde tot kritische vragen vanuit het parlement. Verschillende assembleeleden wilden weten waarom zoveel tijd nodig is, terwijl de voorbereidingen voor de verdragen al enkele jaren lopen. Monorath legde uit dat de termijn aansluit bij de geplande omvorming van BUFAZ. Volgens hem vergt de overgang van een afdeling binnen het ministerie naar een directoraat aanzienlijke organisatorische voorbereidingen. Een onmiddellijke omvorming tot een zelfstandige Raad voor Kinderbescherming acht hij niet realistisch.
Kritiek op voorbehouden en uitvoering
Verschillende assembleeleden vroegen aandacht voor de mogelijkheid om voorbehouden te maken bij bepaalde verdragsbepalingen. Daarbij ging het onder meer om de leeftijdsgrens bij alimentatie en de aansluiting op de nationale wetgeving. Ook werd gevraagd of de regering voldoende inzicht heeft in de kosten van internationale procedures, rechtsbijstand en de noodzakelijke versterking van de betrokken instellingen.
Monorath stelde dat afspraken over de verdeling en dekking van kosten verder moeten worden uitgewerkt. Hij benadrukte dat Suriname
verantwoordelijkheid moet nemen voor de kosten die samenhangen met de bescherming van zijn eigen kinderen. Assembleeleden wezen erop dat de overgangstermijn niet mag betekenen dat de voorbereiding wordt uitgesteld. Zij willen een duidelijk overzicht van de wetten die moeten worden aangepast, de benodigde financiële middelen en de instanties die verantwoordelijk worden voor de uitvoering.
Kinderombudsinstituut nog niet operationeel
De minister ging ook in op vragen over het Kinderombudsinstituut Suriname. DNA heeft de wetgeving daarvoor in 2024 goedgekeurd, maar de instelling is nog niet volledig operationeel. Volgens Monorath was een presidentiële werkgroep ingesteld om de organisatorische inrichting, personeelsbezetting, beloningsstructuur en noodzakelijke uitvoeringsbesluiten voor te bereiden. De termijn van deze werkgroep is inmiddels verstreken. Over een eventuele voortzetting moet nog een besluit worden genomen.
Monorath beschouwt het Kinderombudsinstituut en de vier Haagse verdragen als onderdelen van een breder stelsel voor kinderbescherming. Het instituut moet zich richten op de bescherming van
kinderrechten binnen Suriname, terwijl de verdragen internationale samenwerking mogelijk maken.
Bescherming in de praktijk
Tijdens het debat werd ook aandacht gevraagd voor de problemen waarmee kinderen in Suriname nu al worden geconfronteerd. Daarbij kwamen onder meer kinderarbeid, huiselijk geweld, seksueel misbruik en gebrekkige toegang tot onderwijs aan de orde.
Assembleeleden benadrukten dat internationale afspraken weinig betekenis hebben wanneer de bestaande instellingen onvoldoende functioneren. Met de goedkeuring van de vier verdragen heeft DNA ingestemd met een belangrijke uitbreiding van de internationale rechtsbescherming van kinderen. De regering moet de komende periode echter nog de noodzakelijke organisatorische en juridische voorzieningen treffen.
| starnieuws | Door: Redactie



































