• woensdag 22 May 2024
  • Het laatste nieuws uit Suriname
De opening van de Koloniale Staten aan de Gravenstraat in Paramaribo voor het zittingsjaar 1884-1885. (Albuminedruk Julius Muller, 1884)

Kiesstelsel 6#: Surinaams Kiesstelsel in historisch perspectief 1865-1980

| snc.com | Door: Hardeo Ramadin en Shardhanand Harinandan Singh  

Door: Hardeo Ramadin en Shardhanand Harinandan Singh
Met dank aan Mr Leendert Doerga & Dr Eric Jagdew (ADEK)

Foto: De opening van de Koloniale Staten aan de Gravenstraat in Paramaribo voor het zittingsjaar 1884-1885. (Albuminedruk Julius Muller, 1884)

Aanleiding en Vraagstelling

De belangstelling voor wijziging van het Kiesstelsel in Suriname werd op 20 december 2021 getriggerd door president Santokhi. Hij maakte bij de begrotingsbehandeling in DNA bekend, dat in regeringstop consensus bestaat over de wijziging.  Dat gaf mij de aanleiding om vooral de jongeren meer te informeren over het kiesstelsel in een historisch perspectief. De vraag is of het kiesstelsel in Suriname

sinds 1845 onrechtvaardig is geweest. De laatste wijziging vond in december 2018 plaats, echter zonder dat het rechtvaardig mag heten.

De roep naar wijziging van het Surinaams kiesstelsel wordt steeds luider. Het Surinaams kiesstelsel zou niet democratisch genoeg zijn en zelfs onrechtvaardig. SurinameNieuwsCentrale.com verdiept zich in deze kwestie en publiceert een serie artikelen over dit onderwerp. 

Wilt u ook een bijdrage leveren aan dit onderwerp? Stuur dan uw artikel naar: SurinameNieuwsCentrale@gmail.com

Klik hier voor een overzicht van deze artikelen.

Enfin, de indruk bestaat dat belangrijke politici vanaf dit jaar het stelsel zullen verbeteren. De geschiedenis leert dat het kiesstelsel sinds 1845 meerdere malen

werd gewijzigd, telkens door veranderende maatschappelijke inzichten en demografische verschuivingen in de samenleving. Vigerende machthebbers voerden de wijzigingen eerder in om  eigen groepsbelang te dienen dan het nationale belang. In dit deel wordt het licht gestraald op de wijzigingen vanaf 1865 tot 25 februari 1980. Een kroniek uit die periode volgt hieronder.

Oprichting van koloniale staten 1865

Met de oprichting van Koloniale Staten in 1865 werd het kiesrecht in Suriname ingevoerd. Hoewel de tot slaaf gemaakten deel uitmaakten van de bevolking mochten ze tot 1 juli 1873 nog geen aanspraak maken op het kiesrecht. De ‘toenmalige koloniale bevolking’ verkreeg wel het recht om negen volksvertegenwoordigers te kiezen. Als Nederlandse ingezetenen konden zij zich kandidaat stellen voor lidmaatschap van de Koloniale Staten. Evenwel werd hen door vereisten in de reglementen van de Koloniale Staten beperkingen opgelegd. Om het actief- en passief kiesrecht te kunnen uitoefen waren 3 restricties.

  1. Betaling van belasting over het jaarlijkse inkomen (censuskiesrecht).
  2. Vervulling van de vastgestelde eisen van verstandelijke ontwikkeling (capaciteitskiesrecht).
  3. Kiezers moesten aantonen dat zij in bezit waren van een ulo-diploma of hoger.

De eerste verkiezingen voor de Koloniale Staten vonden plaats op 5 april 1866. Het aantal leden van de Koloniale Staten was gesteld op 13. Gezien de beperkingen was het electoraat klein, zodat een lid per 200 kiezers in de Staten kwam. Er werden 9 leden door het electoraat gekozen en 4 door de Gouverneur van Suriname benoemd

Door wijziging van het kiesstelsel in 1901 werden alle Statenleden rechtstreeks gekozen. Toen werd de leeftijdsgrens voor kiezers geteld op 25 jaar of ouder. Opgemerkt wordt dat bij oprichting in 1865 er geen bepaling bestond waaruit kon blijken, dat het kiesrecht uitsluitend aan mannen was voorbehouden.

Staten van Suriname 1936

In 1936 werd een nieuwe staatsregeling van kracht. De naam Koloniale Staten werd gewijzigd in Staten van Suriname. Het belangrijkste verschil met de wetgeving uit 1865 was, dat vrouwen nog  werden uitgesloten van actief kiesrecht, maar ze genoten wel passief kiesrecht. Dat kwam door de wijziging van de grondwet in 1917 van Nederland. Daarbij werd het passief kiesrecht voor vrouwen  ingevoerd. Het duurde lang om in Suriname die wijzing voor de vrouw te verzilveren. Bij de Statenverkiezingen van 23 maart 1938 werd Grace Schneiders-Howard als eerste vrouwelijke Statenlid in Suriname gekozen. Het aantal statenleden was met 2 verhoogd naar 15. Daarvan werden 5 door de gouverneur benoemd en 10 door kiesgerechtigde ‘mannen’ gekozen.  

Vrouwenkiesrecht en komst van etnisch-politieke partijen in 1948

Pas in 1948 werd het algemeen kiesrecht ingevoerd. Ik was 4 jaar en ik begreep niet waar mijn moeder toen zo blij van werd. De beperkende toegang tot het kiesrecht was opgeheven. De kiesrechten van mannen en vrouwen werden gelijkgetrokken. Vanwege aanzienlijke demografische wijzigingen in districten buiten Paramaribo en door veranderende sociaalmaatschappelijke inzichten konden dat jaar meerdere politieke partijen van de grond komen. Met name de etnisch georiënteerde politieke partijen zoals de javaanse KTPI, creoolse NPS en hindoestaanse VHP bloeiden op. Deze politieke organisaties pakten hun kansen om middels de politiek hun groepsgebonden emancipatie en participatie in de Surinaamse samenleving te bevorderen. Vrouwen werden als kiezers bewust van hun politieke machtsuitoefening en grepen ook hun kans.

Het PSV Statenlid en advocaat J.A. de Miranda was in 1948 naar de Eerste Ronde Tafel Conferentie in Nederland gegaan, waar hij nadrukkelijk voor algemeen kiesrecht voor mannen én vrouwen in Suriname had gepleit. Na zijn terugkomst werd het algemeen kiesrecht ook voor vrouwen in Suriname ingevoerd. Zij kregen het actief kiesrecht. De VHP leider Mr. Jagernath Lachmon had zich als praktizijn samen met zijn leermeester J.A. de Miranda en de PSV’er pater Jozef Weidmann zich sterk gemaakt voor invoering van het vrouwen kiesrecht. De actieve bemoeienis van het Tweede Kamerlid mevrouw Corry Tendeloo mag niet worden vergeten.

Dr. Gobardhan-Rambocus & Dr.Hassankhan schreven in 1993, dat mede door invoering van het districtenstelsel de etnische politiekvoering werd versterkt ( p.29).

De eerste verkiezingen volgens de Staatsregeling van 1948 werden gehouden op 30 mei 1949. Die werden georganiseerd volgens het nieuwe kiesstelsel i c het districtenstelsel, waarbij het land werd verdeeld in 9 kieskringen. Elk kiesdistrict werd een vast aantal statenleden toegewezen. Van de 21 zetels in de Staten waren 10 bestemd voor vertegenwoordigers van district Paramaribo. De andere 8 districten konden samen 11 Statenleden afvaardigen; per kieskring één of meer. De politieke partijen konden in elk district een lijst indienen met daarop evenveel kandidaten als dat district mocht afvaardigen. Een kandidaat met de meeste stemmen werd afgevaardigd.

Onrechtvaardigheid van kiesstelsel 1948

Ten opzichte van de kiesregeling uit 1936 was het nieuwe kiesrecht een grote stap vooruit in het democratiseringsproces van etnische groepen en vrouwen. Maar dat was nog steeds onrechtvaardig.

Door alle wijzigingen ten opzichte van de regeling uit 1936 was het aantal kiesgerechtigden gestegen van circa  3.000 naar 96.000. Alle ingezetenen vanaf 23 jaar mochten hun stem uitbrengen. Eerder mocht dat vanaf 25 jaar. De leeftijdsgrens voor passief kiesrecht werd op 23 jaar gesteld. Het aantal Statenleden was naar 21 uitgebreid. Alle leden werden rechtstreeks gekozen door kiesgerechtigden. Dit stelsel leidde tot grote onevenwichtigheid in samenstelling van de Staten. De bevolking van Paramaribo was in grote meerderheid creools. Er woonden 34.234 kiesgerechtigden in Paramaribo dat 10 Statenleden kon afvaardigen. Paramaribo kon per 3. 423 kiesgerechtigden 1 zetel krijgen. De 3 kieskringen rondom Paramaribo met 29.877 kiesgerechtigden samen konden slechts 3 Statenleden afvaardigen. Dat was bijna 10.000 kiesgerechtigde per 1 parlementszetel. Dat leidde tot een onjuiste afspiegeling en onevenredigheid in de Staten.

Hardeo Ramadin, oud district Commissaris en ter zake deskundige van de verkiezingshistorie schreef in 2019, dat VHP samen met de toenmalige politieke partijen KTPI en PSV heftig tegen dit kiesstelsel protesteerden (2019 p.13). In zijn opvatting was het kiesstel te onrechtvaardig en zeker niet conform de beginselen van de democratische rechten van het electoraat.

Wijziging Kiesstelsel 1963

De onrechtvaardigheid van het kiesstelsel kwam tot uitdrukking door oververtegenwoordiging van district Paramaribo in de Staten. Daarbij manifesteerde zich de Afro- Surinaamse dominantie regelmatig. Om die terug te dringen werd in 1963 een nieuw, gemengd kiesstelsel ingevoerd. Daarbij kon iedere kiezer tweemaal de stem uitbrengen. Het aantal leden van de Staten werd dat jaar uitgebreid naar 36. Toen werd Isabella Richaards als vrouw namens NPS gekozen tot Statenlid. De marrons en inheemsen konden toen volwaardig aan de verkiezingen deelnemen. Drie jaar later in 1966 werd het aantal Statenleden opgetrokken naar 39. Overigens was in 1965 de kiesgerechtigde leeftijd van 23 in 21 jaar gewijzigd. Later werd die weer verlaagd naar 18 jaar.

Kiesstelsel 1977 tot 1980

Toen in 1975 Suriname een onafhankelijke republiek werd kreeg ze een parlementaire democratie met een ceremoniële president. De regering was ondergeschikt aan het parlement. Het kiesstelsel uit 1963 werd in grote lijnen gehandhaafd. Er konden 39 parlementsleden worden gekozen. Twaalf parlementszetels werden toegewezen op basis van evenredige vertegenwoordiging in de vorm van partij-afgevaardigden. De kiezer stemde hierbij op een partij; het kiesgebied was het hele land. Daarnaast kon de tweede stem volgens het personenmeerderheidsstelsel per kieskring worden uitgebracht.

Er werd onderscheid gemaakt tussen het stedelijk gebied en landelijke districten. Kieskring 1 ( Paramaribo)  mocht 10 parlementsleden afvaardigen en kieskring 2 (district Suriname)  mocht 6 leden kiezen. De overige 23 zetels konden door 8 kiesdistricten worden afgevaardigd. Afhankelijk van het inwoneraantal was dat 1 of 2 vertegenwoordiger(s) per district. Bij de verkiezingen van 8 maart 1980 leek VHP  grote zetelwinst te behalen. Dat werd door de coup op 25 februari 1980 belemmerd. Parlement en regering werden buiten werking gesteld evenals de grondwet en het kiesstelsel. De verkiezingen gingen uiteraard niet door.

In dit deel van de geschiedenis van Surinaams kiesstelsel wordt duidelijk dat machthebbers telkens hun belang lieten prevaleren boven het nationaal belang.  Hiermee wordt de vraag bevestigend beantwoord. Het kiesstelsel is altijd onrechtvaardig geweest.

Contact: Drs. S. Harinandan Singh/ singhs@hetnet.nl

 

 Geraadpleegde literatuur:

  1. Buiskool, J.A.E., De staatsinstellingen van Suriname, Martinus Nijhoff, ’s-Gravenhage, 1954.
  2. Buddingh', Hans, De geschiedenis van Suriname. Uitgeverij Rainbow, Amsterdam, 5e druk 2017. ISBN 9789041712516.
  3. Gobardhan-Rambocus, Lila & Hassankhan, Maurits: Immigratie en ontwikkeling, Paramaribo, ADEK 1993.
  4. Hoefte, Rosemarijn : ’Als de vrouwen het reveille zullen blazen’. Vrouwenkiesrecht in Suriname. Historica, tijdschrift voor gendergeschiedenis, 2019 , ISSN:1382-9314
  5. Ramadin, Hardeo: VHP zeventig jaar in politiek Suriname, januari 2019 Paramaribo.

| snc.com | Door: Hardeo Ramadin en Shardhanand Harinandan Singh