
Gajadien: Reguleer virtuele activa, maar voorkom overregulering
| starnieuws | Door: Redactie
VHP-fractieleider Asis Gajadien Suriname moet virtuele activa en de dienstverlening daaromheen reguleren, maar moet voorkomen dat een te zwaar toezichtstelsel innovatie afremt en kleine lokale ondernemers uit de markt drukt. VHP-fractieleider Asis Gajadien vindt dat de ontwerpwet Toezicht Virtuele Activa Dienstverleners daarom op verschillende punten moet worden aangepast. De belangrijkste regels moeten volgens hem bovendien in de wet zelf staan en niet grotendeels worden overgelaten aan richtlijnen van de Centrale Bank van Suriname (CBvS).
Gajadien, die ook lid is van de
Hij wees erop dat deze vorm van betalingsverkeer ook in Suriname al een rol speelt. Volgens Gajadien zou naar zijn inschatting ongeveer 30 procent van bepaalde handels- of importtransacties via stablecoins, waaronder USDT, plaatsvinden. Hij vroeg de regering om hierover duidelijkheid te geven, omdat volgens hem geen studie beschikbaar is die de omvang precies vaststelt.
De politicus benadrukte dat zijn fractie niet tegen regulering is. Een volledig dichtgereguleerde markt vindt hij echter evenmin wenselijk. Suriname moet voldoen aan internationale standaarden van onder meer de Financial Action Task Force (FATF), maar die standaarden schrijven volgens hem
Kleine aanbieder is geen internationaal platform
Gajadien pleitte daarom voor een duidelijk risicogebaseerd en proportioneel toezichtstelsel. Een kleine Surinaamse dienstverlener met enkele cliënten kan volgens hem niet op dezelfde manier worden behandeld als een groot internationaal handelsplatform. Ook verschillende activiteiten moeten van elkaar worden onderscheiden. Een onderneming die digitale activa voor klanten bewaart, loopt andere risico's dan een broker, exchange of technologiebedrijf dat alleen infrastructuur ontwikkelt. De wet zou daarom expliciet moeten bepalen dat de zwaarte van het toezicht wordt afgestemd op onder meer de omvang van de onderneming, het aantal cliënten, het beheerde vermogen en de risico's van de activiteiten.
Daarbij uitte Gajadien kritiek op de grote ruimte die in het ontwerp aan de Centrale Bank wordt gegeven om regels later via richtlijnen vast te stellen. Essentiële normen moeten volgens hem door de
Stablecoins apart bekijken
Gajadien wil ook een scherpere afbakening van wat precies onder virtuele activa valt. Digitale klantenkaarten, spaarpunten, vouchers en tickets die eventueel blockchaintechnologie gebruiken, hoeven volgens hem niet automatisch als virtuele activa te worden beschouwd.
Voor stablecoins ziet hij juist reden voor specifiekere regels. Stablecoins die stellen volledig gedekt te zijn door bijvoorbeeld Amerikaanse dollars brengen volgens hem andere risico's mee dan Bitcoin. Hij stelde onder meer voor dat dergelijke uitgevers voldoende liquide reserves moeten aanhouden, dat deze reserves afgescheiden worden gehouden en onafhankelijk worden gecontroleerd en dat houders hun tokens tijdig moeten kunnen inwisselen.
Overgangsregeling voor bestaande bedrijven
Een ander belangrijk punt is de positie van bedrijven die al actief zijn wanneer de wet ingaat. Gajadien stelde voor dat bestaande aanbieders die zich
Hij plaatste ook vraagtekens bij het uitsluiten van natuurlijke personen en eenmanszaken. FATF schrijft volgens hem geen specifieke rechtsvorm voor. Daarnaast keerde hij zich tegen de voorgestelde 51%-regel voor gekwalificeerde deelnemingen. De betreffende bepalingen zouden volgens hem moeten worden geschrapt en anders moeten worden ingericht.
Ruimte om te experimenteren
Opvallend is Gajadiens voorstel om in de wet ruimte te creëren voor een zogenoemde regulatory sandbox. Innovatieve financiële bedrijven zouden dan gedurende een beperkte periode onder gecontroleerde omstandigheden nieuwe diensten kunnen testen.
De Centrale Bank zou daarbij voorwaarden kunnen stellen aan onder meer de duur, het aantal klanten, de maximale omvang van de activiteiten en de bescherming van cliënten. Volgens Gajadien kan Suriname
Ook consumentenbescherming en cybersecurity moeten volgens hem sterker worden geregeld. Dienstverleners moeten onder meer beschikken over adequate beveiliging van wallets en cryptografische sleutels, continuïteitsplannen en procedures voor het melden van ernstige ICT-incidenten.
Buitenlandse platforms
Gajadien vroeg daarnaast aandacht voor het ongelijke speelveld tussen Surinaamse bedrijven en grote buitenlandse cryptoplatforms. Een lokale onderneming moet straks vergunning- en toezichtkosten betalen, kapitaal aanhouden, accountants inschakelen en rapporteren aan de Centrale Bank. Onduidelijk is volgens hem hoe dezelfde eisen daadwerkelijk kunnen worden opgelegd aan een buitenlands platform dat via internet Surinaamse klanten bedient.
Hij wil daarom van de regering weten hoe de CBvS het toezicht technisch gaat uitvoeren, welke expertise op het gebied van blockchainanalyse aanwezig is en welke investeringen in systemen en opleidingen noodzakelijk zijn. Gajadien pleitte uiteindelijk voor een eenvoudiger wettelijk kader dat gaandeweg
De consequenties van de wet moeten eerst goed in kaart worden gebracht. Het doel moet volgens hem niet zijn om zoveel mogelijk regels vast te stellen, maar om een werkbaar stelsel te creëren dat financiële risico's beheerst en tegelijkertijd ruimte laat voor innovatie en ondernemerschap.
Gajadien, die ook lid is van de
commissie van rapporteurs, stelde tijdens de behandeling in De Nationale Assemblee dat er geen discussie hoeft te zijn over de noodzaak van regulering. Virtuele activa, waaronder cryptomunten en stablecoins, maken steeds meer deel uit van het internationale financiële verkeer en brengen naast kansen ook risico's met zich mee, zoals fraude, witwassen en terrorismefinanciering.
Hij wees erop dat deze vorm van betalingsverkeer ook in Suriname al een rol speelt. Volgens Gajadien zou naar zijn inschatting ongeveer 30 procent van bepaalde handels- of importtransacties via stablecoins, waaronder USDT, plaatsvinden. Hij vroeg de regering om hierover duidelijkheid te geven, omdat volgens hem geen studie beschikbaar is die de omvang precies vaststelt.
De politicus benadrukte dat zijn fractie niet tegen regulering is. Een volledig dichtgereguleerde markt vindt hij echter evenmin wenselijk. Suriname moet voldoen aan internationale standaarden van onder meer de Financial Action Task Force (FATF), maar die standaarden schrijven volgens hem
niet voor dat alle soorten aanbieders aan precies hetzelfde zware toezicht moeten worden onderworpen.
Kleine aanbieder is geen internationaal platform
Gajadien pleitte daarom voor een duidelijk risicogebaseerd en proportioneel toezichtstelsel. Een kleine Surinaamse dienstverlener met enkele cliënten kan volgens hem niet op dezelfde manier worden behandeld als een groot internationaal handelsplatform. Ook verschillende activiteiten moeten van elkaar worden onderscheiden. Een onderneming die digitale activa voor klanten bewaart, loopt andere risico's dan een broker, exchange of technologiebedrijf dat alleen infrastructuur ontwikkelt. De wet zou daarom expliciet moeten bepalen dat de zwaarte van het toezicht wordt afgestemd op onder meer de omvang van de onderneming, het aantal cliënten, het beheerde vermogen en de risico's van de activiteiten.
Daarbij uitte Gajadien kritiek op de grote ruimte die in het ontwerp aan de Centrale Bank wordt gegeven om regels later via richtlijnen vast te stellen. Essentiële normen moeten volgens hem door de
wetgever worden bepaald. Hij verwees daarbij naar eerdere toezichtwetten waarbij volgens hem problemen zijn ontstaan doordat bevoegdheden onvoldoende duidelijk waren begrensd.
Stablecoins apart bekijken
Gajadien wil ook een scherpere afbakening van wat precies onder virtuele activa valt. Digitale klantenkaarten, spaarpunten, vouchers en tickets die eventueel blockchaintechnologie gebruiken, hoeven volgens hem niet automatisch als virtuele activa te worden beschouwd.
Voor stablecoins ziet hij juist reden voor specifiekere regels. Stablecoins die stellen volledig gedekt te zijn door bijvoorbeeld Amerikaanse dollars brengen volgens hem andere risico's mee dan Bitcoin. Hij stelde onder meer voor dat dergelijke uitgevers voldoende liquide reserves moeten aanhouden, dat deze reserves afgescheiden worden gehouden en onafhankelijk worden gecontroleerd en dat houders hun tokens tijdig moeten kunnen inwisselen.
Overgangsregeling voor bestaande bedrijven
Een ander belangrijk punt is de positie van bedrijven die al actief zijn wanneer de wet ingaat. Gajadien stelde voor dat bestaande aanbieders die zich
tijdig aanmelden en binnen twaalf maanden een volledige vergunningaanvraag indienen, hun activiteiten mogen voortzetten totdat definitief over de aanvraag is beslist. De Centrale Bank zou alleen bij ernstige en onmiddellijke risico's eerder moeten kunnen ingrijpen.
Hij plaatste ook vraagtekens bij het uitsluiten van natuurlijke personen en eenmanszaken. FATF schrijft volgens hem geen specifieke rechtsvorm voor. Daarnaast keerde hij zich tegen de voorgestelde 51%-regel voor gekwalificeerde deelnemingen. De betreffende bepalingen zouden volgens hem moeten worden geschrapt en anders moeten worden ingericht.
Ruimte om te experimenteren
Opvallend is Gajadiens voorstel om in de wet ruimte te creëren voor een zogenoemde regulatory sandbox. Innovatieve financiële bedrijven zouden dan gedurende een beperkte periode onder gecontroleerde omstandigheden nieuwe diensten kunnen testen.
De Centrale Bank zou daarbij voorwaarden kunnen stellen aan onder meer de duur, het aantal klanten, de maximale omvang van de activiteiten en de bescherming van cliënten. Volgens Gajadien kan Suriname
daarmee nieuwe technologie stimuleren zonder het toezicht op witwassen en andere risico's los te laten.
Ook consumentenbescherming en cybersecurity moeten volgens hem sterker worden geregeld. Dienstverleners moeten onder meer beschikken over adequate beveiliging van wallets en cryptografische sleutels, continuïteitsplannen en procedures voor het melden van ernstige ICT-incidenten.
Buitenlandse platforms
Gajadien vroeg daarnaast aandacht voor het ongelijke speelveld tussen Surinaamse bedrijven en grote buitenlandse cryptoplatforms. Een lokale onderneming moet straks vergunning- en toezichtkosten betalen, kapitaal aanhouden, accountants inschakelen en rapporteren aan de Centrale Bank. Onduidelijk is volgens hem hoe dezelfde eisen daadwerkelijk kunnen worden opgelegd aan een buitenlands platform dat via internet Surinaamse klanten bedient.
Hij wil daarom van de regering weten hoe de CBvS het toezicht technisch gaat uitvoeren, welke expertise op het gebied van blockchainanalyse aanwezig is en welke investeringen in systemen en opleidingen noodzakelijk zijn. Gajadien pleitte uiteindelijk voor een eenvoudiger wettelijk kader dat gaandeweg
kan worden uitgebreid. Suriname moet volgens hem voorzichtig beginnen met reguleren en op basis van de ontwikkeling van de markt en opgedane ervaringen het toezicht verder uitbouwen.
De consequenties van de wet moeten eerst goed in kaart worden gebracht. Het doel moet volgens hem niet zijn om zoveel mogelijk regels vast te stellen, maar om een werkbaar stelsel te creëren dat financiële risico's beheerst en tegelijkertijd ruimte laat voor innovatie en ondernemerschap.
| starnieuws | Door: Redactie


































