• dinsdag 29 September 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname
Deel 6: Staatsolie, Gisteren Vandaag en Morgen

Deel 6: Staatsolie, Gisteren Vandaag en Morgen

| starnieuws | Door: Redactie

Jack Menke Staatsolie ontwikkelde in de driver seat sinds 1980 onshore olie, maar zit vandaag in aanhangwagens van multinationals zoals Totall Energies, met nabootsing van  hetzelfde ‘succesverhaal’ na olievondsten. Waar staat Suriname morgen als de offshore oliekoorts voorbij is en wereldwijd  olie en gas grotendeels zijn vervangen door renewables?

Onshore Driver seat
De huidige onshore olieproductie biedt Staatsolie in de driver seat direct toegang tot productiefactoren met kennis en partnerschappen voor succesvolle besluitvorming vanuit ‘Vertrouwen in eigen kunnen’. Noch externe noch
interne krachten konden het bedrijf uit de driver seat halen. Dit geldt ook voor Gulf Oil met wie een ‘production-sharing service contract’ werd getekend. Staatsolie kon  met haar vakbond buitenlandse- en staatselites buiten de invloedssfeer van het bedrijf  houden om te voorkomen dat verworvenheden werden afgeroomd of vernietigd. Het bedrijf overleefde de grootste bedreiging in 1998-1999, toen de staat Suriname het bedrijf wilde verkopen en/of derden toe te staan olie te winnen in de Tambaredjo-velden. Met een   breed maatschappelijk draagvlak vormde Staatsolie een verzetshaard die met de staat verbonden roofzuchtige politieke en economische elites kon bedwingen.

Offshore aanhangwagen
Na recente offshore olievondsten in Surinames kustgebied richten de grote ogen van vooral  weinig creatieve maatschappelijke elites  zich op de offshore olieproductie in 2028. Technologisch en infrastructureel betekent dit voor Staatsolie een overgang van onshore boorinstallaties en pijpleidingen naar  door Multinationals ontworpen drijvend productie-, opslag- en overslagschip  (FPSO)  en exporttankers.  Dit
markeert voor Staatsolie, de totale Surinaamse samenleving en toekomstige generaties tevens een sprong in een losbandige wereld. De huidige Offshore-olie koorts voltrekt zich in een situatie waarbij achtereenvolgende regeringen sinds onze onafhankelijkheid met kaalgeplukte planinstellingen niet verder komen dan ‘plannen met wat op je afkomt’ (planning  by default). Zonder een passende ontwikkelingsstrategie (Planning by design) met actieve maatschappelijke deelname kwam er daarom geen ontwikkeling). 

Valkuil extractieve offshore 
Vandaag  offert Staatsolie  haar succes story als inclusief bedrijf  voor door multinationals gecreëerde extractieve  groei. Met de van mijnbouw afhankelijke politieke en economische instituten beland Suriname weer in ‘overleven op korte termijn’. Ten eerste herhaalt zich de afhankelijkheid  van door de politiek gesteunde en van de politiek afhankelijke buitenlandse bedrijven die met offshoreolie productie enorme economische groei teweegbrengen, die eindigt zodra deze groei ophoudt. Ten tweede  komen door de grote  nadruk op de buitenlandse oliesector potentieel duurzame sectoren niet aan bod. Ten
derde ontbreekt een longterm geintegreerd Ontwikkelingsplan en gaat de focus op toekomstige offshore economische groei ten koste van maritieme ecosystemen, gebalanceerd klimaat en leefgebieden van vissers,  Inheemsen en Marrons. 

Energietransitie
Wereldwijd  zijn aardolie, gas en steenkool  met circa 80%  de belangrijkste energiebronnen. Maar rond 2050 zullen hernieuwbare bronnen (vooral wind- en zonne-energie) de hoofdrol vervullen. En verloopt de overgang  naar hernieuwbare bronnen steeds sneller. Suriname heeft de mogelijkheid om model te worden  met hernieuwbare bronnen (waterkracht, wind, zon en bio-energie) voor de eigen bevolking en de wereld. Dit kan tevens duurzame energievoorziening en rechtvaardige energietransitie voor Inheemse- en Marrongemeenschappen garanderen.  Met de  wereldwijd snelle afname van offshore olie kan Suriname als 93% meest beboste land met haar koolstof negatieve status  model worden voor ontwikkeling en duurzaamheid van binnen uit met prioriteit  voor hernieuwbare energie. Wereldwijd wordt  de vraag naar stroom tegen 2050 verdubbeld of verdrievoudigdn door de massale overstap
op elektrische auto's, warmtepompen en digitalisering met zonne-energie en windenergie als goedkoopste en grootste bronnen van elektriciteit.

Van Els/Helstone concluderen dat wat betreft de elektriciteitssector er een spanningsveld is tussen Surinames Nationally Determined Contribution (NDC) doelstellingen en de operationele realiteit van systeemplanning. (i) (Rudi Henri van Els/Miquel Helstone: Suriname and the NDC targets – a gap analysis using OSeMOSYS (2026). 47th International Association for Energy Economic International Conference, Chile.) Modellen tonen dat, hoewel een aandeel van 30–35% aan hernieuwbare opwekkings capaciteit technisch haalbaar is, de CO2 uitstoot blijft toenemen in 'Business-as-Usual'- en 'High-Demand'-scenario’s. Deze discrepantie onderstreept dat doelstellingen voor geïnstalleerde electrische capaciteit onvoldoende zijn. Doorslaggevend is het daadwerkelijk benutten van hernieuwbare energiebronnen, efficiënte thermische opwekking en het garanderen van investeringen.

Conclusie

Anno 2026 zit Staatsolie inclusief haar vier dochterondernemingen samen met het opportunistisch deel van de Surinaamse politiek-economische elite vastgeroest  in een extractief model.  De Surinaamse staat is sinds

1975 blijven steken in planning  by default  (‘wat op ze afkomt’) met extractieve politieke en economische instituten als aanhangwagens hollend achter multinationals, in plaats van ontwikkeling van binnenuit te ontwerpen met participatie van deskundigen en in harmonie met de natuur. De heersende politiek,  inclusief een grotendeels failliete staatsbedrijvensector, vergeet dat achtereenvolgens suiker, goud, bauxiet  - met de bestaande politieke en extractieve instituten vanuit een ‘default’ planning - het Surinaams volk nergens heeft gebracht. Dit geldt ook voor het ‘kort durend offshore oliepad naar schijnwelvaart  met Staatsolie als aanhangwagen.


Jack Menke


i) Rudi Henri van Els/Miquel Helstone: Suriname and the NDC targets – a gap analysis using OSeMOSYS (2026). 47th International Association for Energy Economic International Conference, Chile.


Zie ook:

● Deel 1: Offshore-olie en ‘oliedomheid’: Suriname op pad naar schijnwelvaart 

● Deel 2: Local content voor offshore-olie: omkering van ontwikkeling

● Deel 3: Local Development versus Local Content

● Deel 4: Offshore-oliekoorts: lessen uit Guyana

●

Deel 5: Olie-enclave: schijnwelvaart en apartheid

| starnieuws | Door: Redactie