
ANALYSE | DE BUREN BOEREN AL LANDINWAARTS
| united news | Door: Redactie
Terwijl Suriname debatteert of landbouw buiten de kustvlakte mag, oogsten Guyana en het Braziliaanse Roraima al soja en maïs op grond die ooit als ongeschikt gold. Wat deden zij, en wat kan Suriname daarvan overnemen? Het eerlijke antwoord: veel, maar niet alles.
Vorige week liet United News zien dat de landbouwzonering van LVV en Embrapa uit 2017 de stelling “landbouw hoort in de kustvlakte” maar half steunt. Van de grond die goed is voor maïs ligt 85 procent buiten de jonge kustvlakte, vooral op de plateaus achter de savannegordel.
De vraag is dan: kan dat ook in de praktijk? Daarvoor hoeven we niet ver te kijken. Aan beide kanten van de grens loopt het experiment al.
Guyana voerde in 2016 hetzelfde debat als Suriname nu. De toenmalige landbouwminister Noel Holder zei het destijds onomwonden: de kust ligt onder zeeniveau, het klimaat verandert, dus moet de landbouw naar binnen. Een Braziliaans bedrijf begon dat jaar
Die savannes zijn geen rijke grond. Landbouwonderzoekers van CARDI beschrijven ze als zure, voedselarme zandgronden die alleen met deskundig beheer goede oogsten geven. Een van de investeerders van het huidige project zei in 2022 openlijk dat zij bewust de slechtste grond hadden gekozen, omdat ze het oerwoud niet wilden kappen. De grond had een zuurgraad (pH) van 4,1 tot 4,7. Het consortium bracht in twee rondes dolomietkalk uit de Dominicaanse Republiek aan, samen ongeveer 10 ton per hectare, en werkt daarna met zo min mogelijk grondbewerking om organische stof op te bouwen.
De cijfers groeiden stap voor stap:
De soja-oogst bij Tacama haalde in 2024 gemiddeld zo’n 3 ton per hectare. De afnemers zitten in eigen land: veevoerfabrieken en pluimveebedrijven, die zelf in het consortium zitten. Guyana importeert jaarlijks naar schatting 40 miljoen US-dollar aan veevoer.
Wat opvalt is de rol
Eerlijk is ook: de doelen schoven telkens op. Eind 2023 werd voor eind 2024 nog ongeveer 10.500 ha aangekondigd; het werden er ongeveer 4.900. Zelfvoorziening werd van 2025 naar 2026 verlegd. Landinwaarts boeren lukt, maar het gaat langzamer dan politici zeggen.
Roraima: van 57.000 naar 163.000 hectare
Aan de zuidkant van Guyana ligt de Braziliaanse deelstaat Roraima. Ook daar was de lavrado, de open savanne rond Boa Vista, lang vooral veeweide. Inmiddels is Roraima een nieuwe sojagrens van Brazilië.
In 2025 stond er volgens de producentenvereniging Aprosoja-RR 132.000 hectare soja, met een verwachte oogst van ongeveer 430.000 ton. Het totale areaal granen groeide tussen 2018 en 2025
De sector noemt zelf één rem die ook in Suriname bekend klinkt: juridische onzekerheid over grond. De deelstaatregering zet daarom in op regularisatie van grondtitels, naast onderzoek en infrastructuur. Sinds kort gaat soja ook per rivierschip over de Rio Branco naar de export.
De cerrado: ongeschikte grond geschikt gemaakt
Achter beide voorbeelden zit hetzelfde Braziliaanse verhaal. Tot de jaren zeventig gold de cerrado, de savanne van Midden-Brazilië, als ongeschikt voor akkerbouw: te zuur, te arm. Het onderzoeksinstituut Embrapa veranderde dat met kalk, kunstmest en rassen die op die zure grond gedijen.
Dat is hetzelfde Embrapa dat in 2017 met Suriname de landbouwzonering maakte. De les uit de cerrado is niet dat elke grond geschikt is. De les is dat geschiktheid ook een kwestie is van kennis, investering en tijd: wat in 1970 “ongeschikt” heette, is nu het
Die omwenteling had wel een prijs. Een groot deel van de oorspronkelijke cerrado is verdwenen, en het gebied is nu een van de hoofdpunten in de internationale discussie over ontbossing voor soja.
Waarom Suriname het niet zomaar kan kopiëren
Hier zit het ongemakkelijke verschil. Guyana en Roraima boeren op savanne: open land, waar geen bos hoeft te wijken. In Suriname is het juist omgekeerd.
De open savannes van Suriname liggen vooral op de gebleekte witte zanden van de savannegordel. De zonering van 2017 beoordeelt die eenheden, samen bijna 194.000 hectare, als ongeschikt voor alle vier de onderzochte gewassen. De goede plateaugronden daarachter, de eenheden 20 tot en met 25, liggen vrijwel allemaal onder bos.
Suriname kan dus niet kiezen tussen “savanne of oerwoud” zoals Guyana deed. Wie buiten de kust de beste droge akkerbouwgrond wil gebruiken, moet in de meeste gevallen bos ontginnen.
Dat heeft gevolgen voor de markt. De Europese
Drie routes voor Suriname
Dat maakt de buren niet minder leerzaam. Het betekent dat Suriname een eigen route moet kiezen, of een combinatie:
Wat de buren vooral laten zien, is wat de staat moet doen. Guyana legde wegen, silo’s en een steiger aan en gaf grond in delen uit. Roraima werkt aan grondtitels. Brazilië investeerde decennia in onderzoek. In Suriname ontbreekt nog de basis: de zonering van 2017 beoordeelde soja niet eens, terwijl dat juist het gewas is waar de buren mee groeien. Een bijgewerkte zonering met soja en veldgegevens zou een logische eerste stap zijn.
Conclusie: de vraag is
De buren bewijzen dat graanteelt buiten de kust kan, ook op grond die ooit als ongeschikt werd afgeschreven. Ze bewijzen ook dat het jaren duurt, dat de staat moet investeren en dat de mooie doelen meestal later worden gehaald dan beloofd.
Suriname heeft één nadeel dat Guyana en Roraima niet hebben: onze goede grond ligt onder bos, onze open grond is arm. Dat maakt de keuze moeilijker, niet overbodig. Wie het binnenland op voorhand afschrijft, laat de grootste voorraad landbouwgrond van het land ongebruikt. Wie er zonder plan op afgaat, verspeelt bos, markttoegang en vertrouwen. Tussen die twee ligt het werk dat de buren al doen: onderzoek, infrastructuur, gefaseerde uitgifte en duidelijke regels.
Bronnen
UNITEDNEWS|ANALYSE
| united news | Door: Redactie




































