
Wiens eigendom zijn medische gegevens?
| starnieuws | Door: Redactie
Sinds 1 mei 2025 heeft iedere patiënt in Suriname wettelijk inzagerecht in zijn medisch dossier. Dat heeft ook gevolgen voor de verslaglegging door de arts.
Ik ben arts. Ik houd verslagen bij van mijn patiënten. Van iedere patiënt leg ik de anamnese vast, beginnend met het ontstaan en het verloop van de klachten, gevolgd door mijn observaties en beoordeling en ten slotte het behandelplan: behandeling starten, onderzoek aanvragen of simpelweg noteren: patiënt gerustgesteld.
Een medisch dossier ontstaat dus uit verschillende soorten informatie:
Een bloedsuiker boven de 10 is een feit over het lichaam van de patiënt. “Hyperglykemie, onvoldoende gereguleerd, mogelijk therapieontrouw” is een oordeel van de arts. “Patiënt heeft weinig ziekte-inzicht” is nog nadrukkelijker een professionele beoordeling.
Van wie zijn deze gegevens? Eigenlijk past het begrip ‘eigendom’ hier niet. Medische gegevens zijn geen huis of auto. In de arts-patiëntrelatie gaat het eerder om rechten en plichten.
Met de invoering van het nieuwe Surinaamse Burgerlijk Wetboek (BW) op 1 mei 2025, heeft iedere patiënt een in de wet vastgelegd inzagerecht gekregen (Boek 7, artikel 7.456). De patiënt heeft nu rechtstreeks recht op inzage in en een kopie van het medisch
De patiënt mag lezen wat de arts over hem heeft geschreven. Bijvoorbeeld: klacht: “Patiënt is snel moe”. Observatie: “Patiënt maakt een vermoeide indruk”. Onderzoek: “Hb 6,0”. Oordeel: “Waarschijnlijk ijzergebreksanemie” of “Patiënt lijkt de ernst van zijn toestand te onderschatten”. Alles wat onderdeel is van het medisch dossier valt in principe onder het inzagerecht.
De wetenschap dat patiënten kunnen meelezen, verandert de verslaglegging. Vroeger schreef de arts vooral voor zichzelf en voor collega’s. Nu heeft hetzelfde verslag twee lezers: de collega én de patiënt.
Een psychiater kan bijvoorbeeld willen schrijven: “De oorzaak is mogelijk narcistische persoonlijkheidsproblematiek, patiënt legt de oorzaak van de problemen vooral buiten zichzelf en toont weinig inzicht in zijn eigen aandeel.” Als de arts weet dat de patiënt dit kan lezen, denkt hij dubbel na over formulering en gevolgen voor de behandelrelatie. Dat heeft een positieve kant.
Artsen worden gedwongen preciezer te formuleren, onnodig
Inzage kan ook misverstanden opleveren. Een arts noteert niet alleen feiten, maar ook onzekerheden en hypothesen: “maligniteit?”, “alcoholmisbruik?”, “somatisatie?”, “huwelijksproblemen?”, “beginnende psychose?”. Dat zijn geen definitieve diagnoses, maar denkstappen. Voor een collega is het vraagteken essentieel. Een patiënt kan dezelfde woorden ervaren als: ik heb kanker, de dokter denkt dat ik lieg, dat ik me aanstel of dat ik gek ben.
Daarin schuilt een paradox. Transparantie kan transparantie verminderen. Als artsen te veel vooruitlopen op reacties van patiënten, kunnen zij voorzichtiger worden met het vastleggen van hun gedachtegang. Het dossier wordt vriendelijker, maar mogelijk minder informatief. Een volgende arts moet kunnen zien waaraan zijn voorganger dacht, ook wanneer die gedachte later onjuist
Een kaliumwaarde van 3,1 verandert niet door verschil van mening. Begrippen als achterdocht, ziektebesef, persoonlijkheidsproblematiek, suïcidaliteit, manipulatief gedrag of onbetrouwbaarheid zijn daarentegen professionele beoordelingen. De patiënt kan terecht zeggen: “Dit gaat over mij”, terwijl de arts kan antwoorden: “Dit is mijn professionele beoordeling van wat ik observeer.”
Inzage betekent niet dat de patiënt bepaalt wat de arts mag opschrijven. Een patiënt kan niet zomaar passages laten verwijderen waarmee hij het oneens is. Hij heeft recht op transparantie, maar niet op een prettig dossier. Tegelijkertijd mag verslaglegging niet speculatief of slecht onderbouwd zijn.
‘Schrijf alsof de patiënt meeleest, maar niet om hem tevreden te stellen.’ Transparantie vraagt vooral onderscheid tussen feit, bron, observatie en interpretatie. Niet: “Patiënt liegt over alcohol”, maar: “Patiënt rapporteert maximaal twee glazen alcohol per dag; partner meldt afzonderlijk dagelijks 6–8 glazen; betrouwbaarheid van de alcoholanamnese is daarom onzeker.” Dat is minder kwetsend en medisch informatiever. Overigens kan informatie
De beste toets voor de arts is: “Kan ik deze patiënt uitleggen waarom ik dit zo heb opgeschreven?” Kan hij die uitleg niet geven, dan is het de vraag of het wel thuishoort in het dossier.
D. Balraadjsing
| starnieuws | Door: Redactie


































