
Wie bereikt de poort van Geneeskunde?
| starnieuws | Door: Redactie
Van de 135 kandidaten die voor dit collegejaar een plaats wilden bemachtigen bij de artsenopleiding, kunnen slechts dertig worden toegelaten. Vijftien kandidaten met de beste resultaten kregen rechtstreeks toegang; de overige vijftien plaatsen werden door loting verdeeld onder de resterende 120 kandidaten. Voor 105 jongeren eindigde de toelatingsprocedure daarmee in een teleurstelling. Sommigen hebben al meerdere keren geprobeerd via de loting binnen te komen. Achter die jaarlijkse strijd om de schaarse plaatsen gaat echter een groter vraagstuk schuil: krijgen jongeren uit alle bevolkingsgroepen
De definitieve kandidatenlijst van deze week laat zien dat de vijftien rechtstreeks geselecteerde kandidaten scores tussen 33 en 38 hebben behaald. Zij werden op grond van hun resultaten geselecteerd. Daarna zijn nog vijftien kandidaten via loting toegelaten. Volgens verkregen informatie zijn ruim twintig van de dertig toegelaten studenten van Hindoestaanse afkomst. Van de vijftien kandidaten die vanwege hun hoge cijfers rechtstreeks zijn geselecteerd, zijn dertien Hindoestanen.
De cijfers krijgen een bijzondere betekenis tegen de achtergrond van de recente studie Artsenopleiding, specialistische vervolgopleiding en medische personeelsplanning Suriname 2026-2035. Daarin wordt uitgebreid gekeken naar etniciteit, onderwijs en de toegang tot de medische opleiding.
Opvallend verschil
De studie laat een opmerkelijke tegenstelling zien. Marronjongeren vormen met 12.681 personen ongeveer 33,7 procent van de Surinaamse bevolking tussen 17 en 20 jaar en zijn daarmee binnen de gebruikte
Probleem begint veel eerder
De onderzoekers waarschuwen nadrukkelijk tegen de conclusie dat deze verschillen bij de toelating moeten worden gecorrigeerd met etnische quota of lagere eisen. Het probleem lijkt veel eerder in de onderwijsloopbaan te ontstaan. Wie Geneeskunde wil studeren, moet al op school de juiste route volgen en een stevige basis hebben in onder meer wiskunde, natuurkunde, scheikunde en biologie. De studie spreekt daarom van een science pipeline: de route die jaren vóór de universiteit begint en uiteindelijk bepaalt welke jongeren als gekwalificeerde kandidaten bij de medische faculteit aankomen.
Daarbij spelen volgens het onderzoek niet alleen aanleg en individuele prestaties een rol. Ook de kwaliteit van het onderwijs, beschikbaarheid van de juiste vakken, woonplaats, financiële mogelijkheden, taalvaardigheid, vervoer, huisvesting, voorbereiding, beroepsvoorlichting, mentorschap en rolmodellen kunnen bepalen wie uiteindelijk de universiteit bereikt.
Dat betekent ook
Geen kwestie van normen verlagen
De studie pleit daarom niet voor het verlagen van de toelatingsnormen. Integendeel: de academische en klinische kwaliteit van de artsenopleiding moet overeind blijven. Het beleid zou er volgens de onderzoekers op gericht moeten zijn dat meer jongeren uit alle districten en bevolkingsgroepen tijdig het vereiste niveau kunnen bereiken. Dat betekent al vanaf VOJ en VOS investeren in natuurwetenschappelijk onderwijs, begeleiding bij vakkenpakketkeuze, beroepsoriëntatie, mentorschap en waar nodig bijlessen, diagnostische toetsen, brugprogramma's en extra ondersteuning.
Etniciteit wordt in de studie dan ook niet voorgesteld als toelatingscriterium, maar als meetinstrument. Als een bevolkingsgroep ondanks haar omvang nauwelijks voorkomt onder de kandidaten, moet worden onderzocht
Ook capaciteit knelpunt
Tegelijkertijd is er een tweede probleem. Zelfs jongeren die wel aan de toelatingseisen voldoen, lopen tegen de beperkte capaciteit van de artsenopleiding aan. Dit jaar waren er 135 kandidaten voor slechts dertig plaatsen. De studie maakt duidelijk dat vooral de klinische fase niet onbeperkt kan worden uitgebreid. Er zijn volgens de gebruikte gegevens ongeveer 30 tot 40 co-schapsplaatsen beschikbaar. Daarnaast worden 79 actuele co-assistenten en 24 wachtende co-assistenten genoemd. Zonder uitbreiding van de klinische begeleiding kan een grotere instroom leiden tot wachttijden, kwaliteitsrisico's en demotivatie.
Daarmee legt de toelating van dit jaar twee verschillende problemen bloot. Aan de ene kant staan tientallen gekwalificeerde jongeren tegenover een beperkt aantal studieplaatsen. Aan de andere kant bereikt een aanzienlijk deel van het demografische potentieel van Suriname de toelatingspoort van Geneeskunde kennelijk nog niet.
De studie stelt daarom dat gelijke kansen niet betekenen dat iedere bevolkingsgroep
| starnieuws | Door: Redactie




































