
Wat blijft over als de olie op is?
| starnieuws | Door: Redactie
Steven Alfaisi Bètawetenschappen als brug naar duurzame welvaart in Suriname
Om bovenstaande vraag te beantwoorden, moet je beschikken over inzicht en een vooruitziende blik. Het gaat om toekomstgericht denken en het scheppen van voorwaarden voor de periode na de olieproductie. Die exercitie deed Steven Alfaisi onlangs tijdens het openingscollege van de Faculteit der Wis- en Natuurkundige Wetenschappen van de Anton de Kom Universiteit van Suriname.Hij stelde dat deze vraag ook van toepassing is op goud. “Suriname kan inkomsten uit eindige natuurlijke
Om dit te bereiken, benadrukte hij, afgestemd op zijn publiek, de rol van biologie, wiskunde, natuurkunde en scheikunde. Deze wetenschappen moeten worden verbonden met mensen, gemeenschappen, ondernemerschap en goed bestuur. Alfaisi sprak vanuit zijn ervaring met community development en community relations bij Staatsolie en zijn huidige rol bij Miata Metals in de goudsector. Daarbij staat het begrip duurzaamheid centraal.
Investeringen vragen om berekeningen, technische ontwerpen, vergunningen en financiering, maar bovenal om mensen die duurzaam kunnen denken. In gemeenschappen waar investeringen plaatsvinden, leven namelijk mensen met concrete vragen. Is er straks werk voor mijn kind? Blijven het water en het voedsel dat we gebruiken veilig? Worden wij betrokken bij besluiten die onze leefomgeving veranderen? Waar kunnen we terecht bij schade of onenigheid?
In dit kader verwees hij naar de Amerikaanse econoom Joseph
De BRUG-methodiek
De BRUG-methodiek werd de aanwezigen aangereikt als praktisch denkkader waarmee onderzoek, besluitvorming en uitvoering met elkaar worden verbonden. BRUG staat voor Begrijpen, Richting kiezen, Uitvoeren en Gezamenlijk toetsen. Het uiteindelijke resultaat blijkt volgens Alfaisi uit een voorziening die werkt en waarvan mensen daadwerkelijk profijt hebben. Hiermee slaat hij ook een brug van olie-inkomsten naar blijvende ontwikkelingskracht.
Volgens de Wereldbank moet bij de winning van eindige hulpbronnen worden beoordeeld welk blijvend vermogen wordt opgebouwd. De inleider kan zich volledig in deze gedachtegang vinden.Om dit te realiseren, stelt hij drie ontwikkelingssporen voor.
Drie ontwikkelingssporen
Het eerste spoor heeft betrekking op beschermen en sparen. Wisselende
Ten slotte moet binnen het derde spoor gericht worden gekeken naar productie buiten de winningssector. Het gaat hierbij om onderzoek, ondernemingsvaardigheden, kwaliteitscontrole en toegang tot markten. Alfaisi benadrukt dat een evenwicht tussen deze sporen noodzakelijk is. Daarbij moeten inkomstenramingen, schuldverplichtingen, uitvoeringscapaciteit en maatschappelijke prioriteiten als onderbouwing dienen.
Nationale ruimtelijke ordening
Hij pleit voor de invoering van een Nationaal Ruimtelijk Ordeningsplan, met aandacht voor het behoud van de natuur, onze waterbronnen en cultureel waardevolle gebieden.
Voor landbouw, woningbouw, infrastructuur, toerisme en mijnbouw moet daarin specifieke ruimte worden gecreëerd, waarbij de keuzes
Economische diversificatie
Om te komen tot meer gevarieerde inkomstenbronnen voor ons land, benoemt Alfaisi vier sectoren: landbouw en verwerking, biodiversiteit en natuurtoerisme, water- en energiebeheer, en kennisdiensten en een circulaire economie. Uiteraard moeten bij mogelijke keuzes prioriteiten worden gesteld. Hierbij moet rekening worden gehouden met een aantoonbare behoefte of markt, de mogelijkheid om voldoende kwaliteit te leveren, kansen voor Surinamers, effecten op natuur en gezondheid en de vraag of de sector op termijn kan functioneren zonder permanente steun uit de olie-inkomsten.
Alfaisi pleit hierbij voor het operationeel maken van ontwikkelingscentra verspreid over het gehele grondgebied van Suriname. Het doel is de ontwikkeling beter te spreiden en publiek-private partnerschappen te stimuleren. Hij stelt voor dat de faculteit een jaarlijks programma ontwikkelt waarin studenten uit verschillende studierichtingen, samen met
Mogelijke onderwerpen zijn onderzoek naar waterkwaliteit, voedselverlies, afvalstromen, natuurtoerisme of energiegebruik. Studenten ontwikkelen hierdoor tijdens hun opleiding maatschappelijke betrokkenheid en leren de uiteindelijk verworven wetenschappelijke bagage ten dienste te stellen van de samenleving.
Carl Breeveld
Om bovenstaande vraag te beantwoorden, moet je beschikken over inzicht en een vooruitziende blik. Het gaat om toekomstgericht denken en het scheppen van voorwaarden voor de periode na de olieproductie. Die exercitie deed Steven Alfaisi onlangs tijdens het openingscollege van de Faculteit der Wis- en Natuurkundige Wetenschappen van de Anton de Kom Universiteit van Suriname.Hij stelde dat deze vraag ook van toepassing is op goud. “Suriname kan inkomsten uit eindige natuurlijke
hulpbronnen gebruiken om blijvende kennis, gezonde leefomstandigheden en een veelzijdige economie op te bouwen”, betoogde hij.
Om dit te bereiken, benadrukte hij, afgestemd op zijn publiek, de rol van biologie, wiskunde, natuurkunde en scheikunde. Deze wetenschappen moeten worden verbonden met mensen, gemeenschappen, ondernemerschap en goed bestuur. Alfaisi sprak vanuit zijn ervaring met community development en community relations bij Staatsolie en zijn huidige rol bij Miata Metals in de goudsector. Daarbij staat het begrip duurzaamheid centraal.
Investeringen vragen om berekeningen, technische ontwerpen, vergunningen en financiering, maar bovenal om mensen die duurzaam kunnen denken. In gemeenschappen waar investeringen plaatsvinden, leven namelijk mensen met concrete vragen. Is er straks werk voor mijn kind? Blijven het water en het voedsel dat we gebruiken veilig? Worden wij betrokken bij besluiten die onze leefomgeving veranderen? Waar kunnen we terecht bij schade of onenigheid?
In dit kader verwees hij naar de Amerikaanse econoom Joseph
Stiglitz, die aangaf dat ontwikkeling een maatschappelijke verandering is waarbij kennis, participatie en lokale betrokkenheid van belang zijn. Mensen moeten kunnen meewerken aan de ontwikkeling die hun leven raakt. Studenten moeten zich op basis hiervan steeds afvragen hoe wetenschappelijke kennis maatschappelijke betekenis krijgt.
De BRUG-methodiek
De BRUG-methodiek werd de aanwezigen aangereikt als praktisch denkkader waarmee onderzoek, besluitvorming en uitvoering met elkaar worden verbonden. BRUG staat voor Begrijpen, Richting kiezen, Uitvoeren en Gezamenlijk toetsen. Het uiteindelijke resultaat blijkt volgens Alfaisi uit een voorziening die werkt en waarvan mensen daadwerkelijk profijt hebben. Hiermee slaat hij ook een brug van olie-inkomsten naar blijvende ontwikkelingskracht.
Volgens de Wereldbank moet bij de winning van eindige hulpbronnen worden beoordeeld welk blijvend vermogen wordt opgebouwd. De inleider kan zich volledig in deze gedachtegang vinden.Om dit te realiseren, stelt hij drie ontwikkelingssporen voor.
Drie ontwikkelingssporen
Het eerste spoor heeft betrekking op beschermen en sparen. Wisselende
olieprijzen en veranderingen in productie-inkomsten lopen niet altijd parallel met overheidsuitgaven. Een spaar- en stabilisatiemechanisme draagt daarom bij aan het verdelen van middelen over een langere periode. Bij het tweede spoor gaat het om het versterken van mensen en publieke voorzieningen. Hierbij moet worden gedacht aan goed onderwijs, goede gezondheidszorg, betrouwbare energievoorziening, digitale verbindingen, onderhoud en infrastructuur.
Ten slotte moet binnen het derde spoor gericht worden gekeken naar productie buiten de winningssector. Het gaat hierbij om onderzoek, ondernemingsvaardigheden, kwaliteitscontrole en toegang tot markten. Alfaisi benadrukt dat een evenwicht tussen deze sporen noodzakelijk is. Daarbij moeten inkomstenramingen, schuldverplichtingen, uitvoeringscapaciteit en maatschappelijke prioriteiten als onderbouwing dienen.
Nationale ruimtelijke ordening
Hij pleit voor de invoering van een Nationaal Ruimtelijk Ordeningsplan, met aandacht voor het behoud van de natuur, onze waterbronnen en cultureel waardevolle gebieden.
Voor landbouw, woningbouw, infrastructuur, toerisme en mijnbouw moet daarin specifieke ruimte worden gecreëerd, waarbij de keuzes
steeds in samenhang met elkaar worden gemaakt. Betrokkenheid van gemeenschappen en respect voor hun rechten moeten daarvan een integraal onderdeel zijn.
Economische diversificatie
Om te komen tot meer gevarieerde inkomstenbronnen voor ons land, benoemt Alfaisi vier sectoren: landbouw en verwerking, biodiversiteit en natuurtoerisme, water- en energiebeheer, en kennisdiensten en een circulaire economie. Uiteraard moeten bij mogelijke keuzes prioriteiten worden gesteld. Hierbij moet rekening worden gehouden met een aantoonbare behoefte of markt, de mogelijkheid om voldoende kwaliteit te leveren, kansen voor Surinamers, effecten op natuur en gezondheid en de vraag of de sector op termijn kan functioneren zonder permanente steun uit de olie-inkomsten.
Alfaisi pleit hierbij voor het operationeel maken van ontwikkelingscentra verspreid over het gehele grondgebied van Suriname. Het doel is de ontwikkeling beter te spreiden en publiek-private partnerschappen te stimuleren. Hij stelt voor dat de faculteit een jaarlijks programma ontwikkelt waarin studenten uit verschillende studierichtingen, samen met
een praktijkpartner en een plaatselijke gemeenschap, werken aan een afgebakend vraagstuk.
Mogelijke onderwerpen zijn onderzoek naar waterkwaliteit, voedselverlies, afvalstromen, natuurtoerisme of energiegebruik. Studenten ontwikkelen hierdoor tijdens hun opleiding maatschappelijke betrokkenheid en leren de uiteindelijk verworven wetenschappelijke bagage ten dienste te stellen van de samenleving.
Carl Breeveld
| starnieuws | Door: Redactie
































