• donderdag 08 October 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname

Waarom vertrouwen, integriteit, aanspreekbaarheid en tegenspraak onmisbaar zijn in het AI-tijdperk

| snc.com | Door: Drs. Indra Balwant Gir

Kunstmatige intelligentie kan steeds meer, maar bepaalt niet zelfstandig hoe zij in de praktijk wordt ingezet en welke gevolgen dat heeft. Daarvoor blijven mensen nodig die keuzes maken, uitkomsten beoordelen en verantwoor­delijk­heid nemen.

Voor een belangrijke vergadering ligt een advies op tafel dat grotendeels met AI is opgesteld. Het document is helder, overtuigend en binnen enkele minuten tot stand gekomen. De cijfers ogen betrouwbaar en de aanbeveling wordt vrijwel zonder discussie overgenomen. Later blijkt dat een belangrijke groep niet in de analyse is mee­ge­nomen, waardoor de voorgestelde maatregel voor deze mensen ingrijpende gevolgen heeft. Niemand wilde bewust een verkeerde beslissing nemen, maar het bleef onduidelijk wie verantwoordelijk was voor een zorgvuldige beoordeling van het advies.

Precies daarin ligt de uitdaging. AI kan informatie verwerken, patronen herkennen en een professioneel ogend advies opstellen. De kwaliteit van een besluit wordt echter niet alleen bepaald door de mogelijkheden van de technologie, maar ook door de

manier waarop mensen haar gebruiken, controleren en bijsturen.

Verantwoord omgaan met AI gaat dan ook over meer dan software, data en regels. Het vraagt om vertrouwen, integriteit, aanspreekbaarheid en ruimte voor tegenspraak. Juist wanneer de werkdruk hoog is, een deadline nadert of een AI-advies overtuigend klinkt, wordt zichtbaar welke waarden het handelen werkelijk sturen. Daar komen soft controls in beeld: de gedragsmatige en culturele kant van beheersing, zoals voorbeeldgedrag, ongeschreven regels en de manier waarop mensen met elkaar omgaan

AI ondersteunt, de mens blijft verantwoordelijk

AI kan in enkele seconden een rapport samenvatten, een brief opstellen of een advies formuleren. Maar AI begrijpt niet wat eerlijkheid, menselijke waardigheid of verant­woorde­lijkheid betekenen: een systeem genereert op basis van gegevens een waarschijnlijke uitkomst. Die uitkomst kan overtuigend overkomen, maar toch onvolledig zijn of bepaalde groepen onbedoeld benadelen, zoals het voorbeeld hierboven laat zien.

De wezenlijke vraag is niet alleen óf AI een taak kan uitvoeren, maar

onder welke voorwaarden we de techno­logie willen inzetten om zorgvuldigheid te garanderen. Wie beoordeelt of alle relevante informatie en perspectieven zijn meegenomen? Wie weegt de belangen en mogelijke gevolgen af? En wie blijft aanspreekbaar voor het uiteindelijke besluit? Een organisatie kan die verant­woordelijkheid niet overdragen aan een algoritme. ‘De computer zei het’ is geen aanvaardbare uitleg voor een sollicitant, patiënt, student, klant of burger.

Dat vraagt om een open en kritische houding op alle niveaus. Medewerkers moeten twijfels en ontbrekende perspectieven kunnen aankaarten. Leidinggevenden moeten een veelbelovende toepassing durven bij te sturen. Bestuurders moeten kritische vragen niet alleen toestaan, maar benutten als waardevolle signalen.

Waar menselijke verantwoordelijkheid zichtbaar wordt

Verantwoordelijkheid krijgt pas betekenis wanneer zij zichtbaar wordt in het dagelijks handelen. De term soft controls klinkt misschien abstract, maar het gaat om concreet gedrag. Vier elementen staan daarbij centraal.

Vertrouwen. Vertrouwen betekent niet dat medewerkers ieder antwoord van AI zonder meer aannemen. Het betekent

dat zij zich veilig genoeg voelen om twijfels, onzekerheden en fouten bespreekbaar te maken. Onderzoek naar psychologische veiligheid laat zien dat teams die zich veilig voelen om fouten en twijfels te uiten, beter leren. Kijk bij een fout daarom niet alleen naar wie deze maakte, maar ook naar de omstandigheden waarin de fout kon ontstaan: werkdruk, onduidelijke afspraken, onvoldoende kennis of tekortkomingen in het systeem.

Integriteit. Integriteit wordt zichtbaar wanneer mensen zorgvuldig blijven handelen, ook als de snelle route aantrekkelijk is. Iemand presenteert bijvoorbeeld geen indrukwekkende cijfers, wanneer onduidelijk is hoe deze tot stand zijn gekomen. Integriteit is niet alleen weten wat verantwoord is, maar daar ook naar handelen.

Aanspreekbaarheid. Achter iedere belangrijke toepassing staat een mens die uitleg kan geven over het gebruik en de uitkomst. Niet iemand die uitsluitend weet op welke knop te drukken, maar iemand die de mogelijkheden en beperkingen van het systeem begrijpt, vragen kan beantwoorden en

een besluit kan heroverwegen. Wie gevolgen ondervindt van een besluit dat met AI tot stand kwam, moet weten wie daarop aanspreekbaar is.

Tegenspraak. Dit is misschien wel de meest onderschatte voorwaarde. Organisaties zeggen vaak dat kritische geluiden welkom zijn, maar werkelijke tegenspraak vraagt meer dan toestemming om iets te zeggen. Medewerkers moeten ervaren dat hun vragen serieus worden genomen en niet worden uitgelegd als negativiteit, weerstand of gebrek aan loyaliteit. Dat is vooral belangrijk wanneer al veel tijd, geld en bestuurlijk vertrouwen in een AI-toepassing is geïnvesteerd, want dan ontstaat de druk om vooral de voordelen te benadrukken. Echte ruimte voor tegenspraak betekent dat een organisatie bereid is een besluit opnieuw te bekijken, een invoering uit te stellen of zelfs te stoppen. Dat kost tijd, maar juist die tijd is de sleutel tot zorgvuldig en verantwoord handelen.

 

Verantwoord AI-gebruik rust op vier soft controls en een volwassen organisatiecultuur.
Verantwoord AI-gebruik
rust op vier soft controls en een volwassen organisatiecultuur." data-entity-type="file" data-entity-uuid="63ab3e18-18e7-4944-b800-0cd05e2bbc77" src="/sites/default/files/inline-images/Verantwoord-AI-gebruik-HR-768x433.jpg" />

Nederland: regels zijn pas het begin

In Nederland is dit onderwerp zeer actueel. De Europese AI Act wordt gefaseerd van kracht en stelt strengere eisen naarmate een toepassing meer risico oplevert. Een tekstsuggestie voor een interne nieuwsbrief is iets anders dan een systeem dat invloed heeft op werk, onderwijs, zorg of publieke dienstverlening. Sinds februari 2025 geldt een verbod op een aantal praktijken, zoals schadelijke mani­pulatie, het uitbuiten van kwetsbaarheden en bepaalde vormen van ‘social scoring’, waarbij mensen op basis van hun gedrag of persoonlijke kenmerken worden beoordeeld en benadeeld.

Ook is emotieherkenning met AI op de werkvloer en in het onderwijs verboden, behalve voor medische of veiligheidsdoeleinden. De strengste ver­plichtingen gelden voor losstaande AI-systemen met een hoog risico, zoals systemen die sollicitanten selecteren, examens beoordelen, bepalen wie voor een uitkering in aanmerking komt of de kredietwaardigheid van mensen beoordelen.

Zulke toepassingen kunnen grote gevolgen hebben voor iemands rechten en kansen en de invoering is uitgesteld tot 2 december 2027.

Voor AI-systemen die als veiligheidscomponent onderdeel zijn van gereguleerde producten, zoals AI in operatierobots, liften of industriële machines, gelden de verplichtingen voor hoog-risico-AI vanaf 2 augustus 2028. Ook wordt van organisaties verwacht dat zij sinds februari 2025 zorgen voor voldoende AI-geletterdheid van medewerkers.

Hoe zwaar de gevolgen van een falend systeem kunnen zijn, liet de toeslagenaffaire zien. Het ging daar niet om generatieve AI, die nieuwe inhoud zoals tekst en beelden maakt, maar om een algoritmisch risicomodel waarmee ouders ten onrechte als fraudeur werden aangemerkt. Tienduizenden gezinnen kwamen in ernstige financiële problemen en waarschuwingssignalen werden te lang onvoldoende serieus genomen. Het is een pijnlijke les over aanspreekbaarheid en tegenspraak.

Een juridisch kader kan niet bepalen hoe mensen zich in iedere situatie gedragen. Op papier kan staan dat een medewerker de uitkomst moet controleren,

terwijl dezelfde medewerker twintig dossiers per uur moet afhandelen. Een privacyregel kan helder zijn, terwijl een collega onder tijdsdruk toch gevoelige gegevens invoert. Een bezwaarprocedure kan bestaan, maar waardeloos zijn als niemand werkelijk luistert.

Suriname: technologie ondersteunt, vakmanschap blijft onmisbaar

Ook in Suriname biedt AI waardevolle kansen. Onder­nemers kunnen sneller offertes opstellen en klantvragen beantwoorden. Docenten kunnen lesmateriaal aanpassen aan verschillende niveaus. Zorgprofessionals kunnen administratieve informatie ordenen en de overheid kan omvangrijke documenten beter doorzoekbaar maken of publieke informatie begrijpelijker formuleren. Juist waar menskracht en middelen niet altijd ruim beschikbaar zijn, kan AI helpen de beschikbare capaciteit slimmer in te zetten.

Tegelijk vraagt dit om waakzaamheid. Stel dat een zorgverlener een AI-samenvatting gebruikt van een gesprek dat deels in het Sranantongo of Sarnámi werd gevoerd, en de nuance gaat verloren. Of dat een ondernemer met een chatbot een contract opstelt dat stilzwijgend op Neder­lands recht is gebaseerd. Een chatbot die overtui­gend Nederlands schrijft,

begrijpt niet vanzelf de Surinaamse wetgeving, talen, cultuur en dagelijkse werkelijkheid. Een automatisch gegenereerd antwoord is nog geen profes­sioneel oordeel. Pas wanneer techno­logische mogelijk­heden worden verbonden met menselijke én lokale kennis, ontstaat werkelijk toege­voegde waarde.

Suriname hoeft daarbij niet alles zelf uit te vinden. Regionale samenwerking rond verantwoorde AI in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied, bijvoorbeeld via het fAIr LAC-initiatief van de Inter-American Development Bank, kan toegang bieden tot kennis en praktijkervaring. Tegelijk moet de eigen context het vertrekpunt blijven: wat past bij onze samenleving, onze talen, onze instituties en onze waarden?

Vertrouwen als voorwaarde voor veiligheid

Neem een medewerker die onder tijdsdruk vertrouwelijke informatie invoert in een AI-toepassing en zich pas later realiseert dat dit mogelijk niet veilig was. De organisatie­cultuur bepaalt dan wat er gebeurt: wordt de vergissing direct besproken, zodat maatregelen kunnen worden genomen, of houdt de medewerker zich stil uit angst voor verwijten of gevolgen voor de eigen positie?

Veiligheid

ontstaat dus niet alleen door technische beveiliging, protocollen en toegangsregels, maar ook door de manier waarop een organisatie reageert wanneer iemand een fout meldt. Als openheid leidt tot beschul­diging of gezichtsverlies, blijven belangrijke signalen verborgen en wordt een probleem pas zichtbaar wanneer een burger is benadeeld, gegevens zijn gelekt of reputatieschade is ontstaan. Wanneer medewerkers erop kunnen vertrouwen dat een melding zorgvuldig en met aandacht voor leren wordt behandeld, kan een organisatie sneller ingrijpen en herhaling voorkomen. Vertrouwen is daarmee geen zachte luxe, maar een harde voorwaarde voor veiligheid.

Leiderschap begint met de juiste vragen

Verantwoord AI-gebruik begint niet bij een omvangrijk beleidsdocument, maar bij het gesprek over de keuzes die een organisatie maakt. Welk probleem willen we met AI oplossen? Welke informatie gebruikt het systeem? Wie controleert de uitkomst? Welke mensen kunnen gevolgen ondervinden van het besluit? En wie blijft uiteindelijk verantwoordelijk? Bestuurders en leidinggevenden hoeven daarvoor geen programmeur te worden,

maar moeten wel genoeg begrijpen van de mogelijkheden en beperkingen van AI om de juiste vragen te stellen. Drie eerste stappen:
  • Maak verantwoordelijkheid persoonlijk. Wijs bij elke belangrijke toepassing één aanspreekbare eigenaar aan die de mogelijkheden én beperkingen begrijpt.
  • Organiseer tegenspraak. Geef vóór invoering iemand de expliciete opdracht om te zoeken naar wat er ontbreekt, welke groepen niet zijn mee­genomen en wat er mis kan gaan.
  • Leer van fouten. Bespreek fouten en bijna-fouten met AI structureel en zonder schuldvraag, en pas de werkwijze aan.

De menselijke cultuur bepaalt de uitkomst

We hoeven niet te kiezen tussen enthousiasme en angst. AI kan werk menselijker maken door routinetaken over te nemen, informatie toegankelijker te maken en professio­nals meer ruimte te geven voor persoonlijke aandacht. Maar dat gebeurt niet vanzelf. Zonder duidelijke waarden en verantwoordelijkheden kan dezelfde technologie de afstand tot mensen vergroten, uitsluiting versterken en verantwoordelijkheid laten vervagen.

De beslissende factor is daarom niet alleen hoe geavan­ceerd een

AI-systeem is, maar ook hoe volwassen de organisatie ermee omgaat. Kunnen mensen twijfels en fouten bespreekbaar maken? Wordt zorgvuldig handelen gewaardeerd, ook wanneer dat extra tijd kost? Is duidelijk wie aanspreekbaar blijft? En is er werkelijk ruimte om een besluit te heroverwegen?

Hoe groter de rol van technologie wordt, hoe belangrijker de mensen zijn die haar ontwerpen, inzetten, controleren en interpreteren. AI verandert ons werk. De menselijke cultuur bepaalt de uitkomst.

Drs. Indra Balwant Gir MEd is docent Transition Dynamics aan de Erasmus Universiteit en ondernemer. Vanuit Inclusionsearch en de Softskills Academie begeleidt zij mensen en organisaties bij persoonlijk leiderschap, inclusie en verandering.

Bronnen

Edmondson, A. (1999). Psychological safety and learning behavior in work teams. Administrative Science Quarterly, 44(2), 350–383.

Europese Commissie. (2025). Digital Omnibus on AI (COM(2025) 836). https://digital-strategy­.­ec.europa.eu­/en­/policies­/regulatory-framework-ai

Europees Parlement & Raad van de Europese Unie. (2024). Verordening (EU) 2024/1689 tot vaststelling van geharmoniseerde regels betreffende artificiële intelligentie. https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj

Inter-American Development Bank. (z.j.). fAIr LAC.

https://fairlac.iadb.org

Kaptein, M. (2008). Developing and testing a measure for the ethical culture of organizations: The corporate ethical virtues model. Journal of Organizational Behavior, 29(7), 923–947.

Tweede Kamer der Staten-Generaal. (2020). Ongekend onrecht: Verslag Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (Kamerstuk 35 510, nr. 2).

| snc.com | Door: Drs. Indra Balwant Gir