
Simons verdraait weer de geschiedenis van de afgelopen vijf jaar
| surinamevandaag | Door: Redactie
President Jennifer Simons zei tijdens de onlangs gehouden persconferentie deze week dat de bevolking niet mag verwachten dat haar regering “in één jaar alles repareert wat in vijf jaar is kapotgegaan”. Die uitspraak klinkt krachtig, maar doet geen recht aan de economische werkelijkheid waarmee Suriname de afgelopen jaren werd geconfronteerd. Niet alles wat vandaag mis is, is immers in de periode 2020-2025 ontstaan. Simons verdraait dus weer de geschiedenis van de afgelopen vijf jaar.
Wie de recente geschiedenis eerlijk bekijkt, ziet dat de regering-Santokhi/Brunswijk in juli 2020 een land overnam dat al in een diepe economische en financiële crisis verkeerde. Dat is geen politieke interpretatie, maar een conclusie die ook wordt bevestigd door het Internationaal Monetair Fonds (IMF). Volgens het IMF erfde de nieuwe regering een economie met torenhoge schulden, uitgeputte internationale reserves, grote begrotingstekorten en ernstige bestuurlijke en financiële onevenwichtigheden. De problemen waren
Daar bleef het niet bij. Vrijwel direct na de regeringswisseling werd Suriname geconfronteerd met de wereldwijde coronapandemie. Ook het IMF stelt vast dat COVID-19 de toch al ernstige crisis verder verergerde. De economie kromp fors, de gezondheidszorg kwam onder zware druk te staan en de overheid moest noodmaatregelen treffen om een complete maatschappelijke ontwrichting te voorkomen. Dat waren omstandigheden waarop geen enkele Surinaamse regering invloed had.
Dat betekent niet dat de regering-Santokhi boven kritiek verheven is. Integendeel. Er zijn fouten gemaakt, hervormingen verliepen soms traag en veel burgers voelden de pijn van de noodzakelijke IMF-maatregelen. Maar het is iets heel anders om te beweren dat “alles in vijf jaar is kapotgegaan”. Daarmee wordt de indruk gewekt dat de economische problemen pas na juli 2020 zijn ontstaan, terwijl onafhankelijke internationale instellingen juist het tegenovergestelde hebben vastgesteld.
Sterker nog, dezelfde IMF-rapporten laten zien dat de economie gedurende het hervormingsprogramma weer tekenen van herstel begon te vertonen. De inflatie daalde fors ten opzichte van de piek, de staatsfinanciën stabiliseerden, de schuldenlast begon af te nemen en het vertrouwen van internationale kredietverstrekkers keerde voorzichtig terug. Dat wil niet zeggen dat alle problemen waren opgelost, maar wel dat er na de crisis van 2020 stappen door de regering Santokhi werden gezet om Suriname uit het diepe dal te trekken.
Juist daarom is de uitspraak van president Simons een verdraaiing van de werkelijkheid. Een staatshoofd hoort boven de partijpolitiek te staan en de samenleving een volledig beeld te geven van de werkelijkheid. Door vrijwel alle huidige problemen toe te schrijven aan de afgelopen vijf jaar, ontstaat een selectieve lezing van de geschiedenis waarin de economische erfenis van de voorgaande regering én de uitzonderlijke
Suriname verdient een eerlijk debat over het verleden. Dat debat begint met de erkenning dat de huidige uitdagingen niet het resultaat zijn van één regeerperiode, maar van jarenlang financieel wanbeleid door de NDP, gevolgd door een ongekende mondiale gezondheidscrisis. Wie die context weglaat, vertelt geen complete geschiedenis, maar een politiek verhaal. Dat helpt de bevolking niet verder en draagt ook niet bij aan het vertrouwen dat een regering juist zou moeten versterken.
| surinamevandaag | Door: Redactie




































