
RvC-leden TAS vragen rechter vorderingen directeur Jap-A-Joe af te wijzen
| starnieuws | Door: Redactie
De zes leden van de Raad van Commissarissen (RvC) van de Telecommunicatie Autoriteit Suriname (TAS) hebben de kantonrechter vanmorgen gevraagd de vorderingen van TAS-directeur Wendy Jap-A-Joe af te wijzen. Volgens hen gaat het niet om een smaadzaak, maar om een bestuursconflict over het toezicht op de organisatie.
Tijdens de behandeling van het kort geding voerden Emanuel Scheek (president-commissaris) en de leden Joan Nibte, Steven Rodriguez, Jon-Feryann Martodikromo, Rhenius Revales en Orpheo La-Main verweer tegen de vorderingen van Jap-A-Joe. Scheek trad daarbij
De directeur had de zes commissarissen in rechte betrokken en eist onder meer een rectificatie, een verbod om zich publiekelijk over haar uit te laten, een voorschot op immateriële schadevergoeding en dwangsommen. Volgens haar hebben de commissarissen haar eer, goede naam en professionele reputatie aangetast.
De commissarissen betogen echter dat de procedure feitelijk een governancegeschil betreft. Volgens hen hadden hun uitlatingen en correspondentie uitsluitend betrekking op het functioneren van Jap-A-Joe als directeur van TAS en op onderwerpen als financiële verantwoording, jaarrekeningen, informatievoorziening, governance en de uitvoering van hun wettelijke toezichtstaak. Zij stellen dat dit zaken van publiek belang zijn en niet kunnen worden aangemerkt als smaad of laster.
Daarnaast voerden de gedaagden aan dat Jap-A-Joe de verkeerde procespartijen heeft gedagvaard. Volgens hen zijn zij als natuurlijke personen aangesproken, terwijl de bezwaren van
Ook stellen de commissarissen dat Jap-A-Joe onvoldoende concreet heeft aangegeven welke uitlating door welke commissaris onrechtmatig zou zijn gedaan. Volgens hen bevat het verzoekschrift vooral algemene kwalificaties, zonder dat per persoon wordt onderbouwd welke specifieke uitlating als smaad, laster of belediging moet worden aangemerkt.
Verder betogen de gedaagden dat de vragen en verzoeken om informatie die zij aan de directeur hebben gericht, voortvloeien uit hun wettelijke taak als toezichthouder. Het vragen om aanvullende informatie, transparantie of een onafhankelijk onderzoek kan volgens hen niet worden gelijkgesteld met een aantasting van iemands eer of goede naam.
De commissarissen verzoeken de kantonrechter primair Jap-A-Joe niet-ontvankelijk te verklaren en subsidiair al haar vorderingen af te wijzen. Eveneens vragen zij
Tijdens de behandeling van het kort geding voerden Emanuel Scheek (president-commissaris) en de leden Joan Nibte, Steven Rodriguez, Jon-Feryann Martodikromo, Rhenius Revales en Orpheo La-Main verweer tegen de vorderingen van Jap-A-Joe. Scheek trad daarbij
tevens op als procesgemachtigde van de gedaagden. De gedaagden zijn gedetailleerd ingegaan op het geschil.
De directeur had de zes commissarissen in rechte betrokken en eist onder meer een rectificatie, een verbod om zich publiekelijk over haar uit te laten, een voorschot op immateriële schadevergoeding en dwangsommen. Volgens haar hebben de commissarissen haar eer, goede naam en professionele reputatie aangetast.
De commissarissen betogen echter dat de procedure feitelijk een governancegeschil betreft. Volgens hen hadden hun uitlatingen en correspondentie uitsluitend betrekking op het functioneren van Jap-A-Joe als directeur van TAS en op onderwerpen als financiële verantwoording, jaarrekeningen, informatievoorziening, governance en de uitvoering van hun wettelijke toezichtstaak. Zij stellen dat dit zaken van publiek belang zijn en niet kunnen worden aangemerkt als smaad of laster.
Daarnaast voerden de gedaagden aan dat Jap-A-Joe de verkeerde procespartijen heeft gedagvaard. Volgens hen zijn zij als natuurlijke personen aangesproken, terwijl de bezwaren van
de directeur betrekking hebben op handelingen van de Raad van Commissarissen als toezichthoudend orgaan. Om die reden verzoeken zij de rechter haar niet-ontvankelijk te verklaren dan wel haar vorderingen af te wijzen.
Ook stellen de commissarissen dat Jap-A-Joe onvoldoende concreet heeft aangegeven welke uitlating door welke commissaris onrechtmatig zou zijn gedaan. Volgens hen bevat het verzoekschrift vooral algemene kwalificaties, zonder dat per persoon wordt onderbouwd welke specifieke uitlating als smaad, laster of belediging moet worden aangemerkt.
Verder betogen de gedaagden dat de vragen en verzoeken om informatie die zij aan de directeur hebben gericht, voortvloeien uit hun wettelijke taak als toezichthouder. Het vragen om aanvullende informatie, transparantie of een onafhankelijk onderzoek kan volgens hen niet worden gelijkgesteld met een aantasting van iemands eer of goede naam.
De commissarissen verzoeken de kantonrechter primair Jap-A-Joe niet-ontvankelijk te verklaren en subsidiair al haar vorderingen af te wijzen. Eveneens vragen zij
de gevorderde dwangsommen en schadevergoeding niet toe te kennen en de directeur in de proceskosten te veroordelen.
| starnieuws | Door: Redactie




































