• zondag 22 February 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname

Vuurwerkshow in verband met 50 jaar onafhankelijkheid van Suriname

Ingediend door admin op

In de nacht van maandag 24 op dinsdag 25 november wordt om precies 00.00 uur op de Surinamerivier, ter hoogte van het Onafhankelijkheidsplein, een feestelijke vuurwerkshow gehouden in verband met 50 jaar staatkundige onafhankelijkheid van Suriname.

De show wordt mogelijk gemaakt dankzij sponsoring van de Suriname Chinese United Association, in samenwerking met de vuurwerkimporteurs Carline Fireworks, Choi’s Fireworks, Lieuw Kon Fa en Soeng Ngie & Co.

Het aantal of de waarde van het vuurwerk dat zal worden afgeschoten, evenals de duur van de show, is op het moment van schrijven nog niet bekend.

Voor 2025 zijn tot en met vandaag al 68 containers

van 40 voet met vuurwerk in het land aangekomen en er zijn nog een aantal onderweg. De import van dit jaar is na jaren weer flink gestegen.

Dit jaar is er veel Surinaams getint vuurwerk geïmporteerd, zoals I Love Su, Bakroe, Faya Blo, Faya Lobi en Albina Watra.

 

Jong talent zingt en straalt tijdens Nationaal Schoolkorenfestival 2025

Ingediend door admin op

In het kader van 50 jaar Staatkundige Onafhankelijkheid van Suriname en het 15-jarig bestaan van het Conservatorium Suriname in november 2026, heeft het Directoraat Cultuur van het ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (MinOWC) het ‘Nationaal Schoolkorenfestival 2025’ georganiseerd. Het festival vond plaats op vrijdag 21 november 2025 als onderdeel van het Srefidensi-programma. Het was een feestelijk geheel in het Cultureel Centrum Suriname (CCS) – met acht deelnemende scholen – waarbij de opening werd verricht door president Jennifer Simons.

Het staatshoofd acht het waardevol dat er aandacht wordt geschonken aan kinderen en muziekscholen. “We moeten dit maximaal stimuleren, omdat muziek

in je leven niet alleen plezierig is, maar het is ook goed voor je hersenen.” Volgens de president kunnen leerlingen betere schoolprestaties behalen door het aanleren van muziek. Zij moedigde de leerlingen aan om hun best te blijven doen en riep leerkrachten op om het onderdeel muziek op de scholen voort te zetten.

Helima Poese, directeur Algemeen Vormend Onderwijs (AVO), heeft tijdens haar toespraak de leerlingen bemoedigd en in het bijzonder een dankwoord gericht aan de ouders en leerkrachten voor hun inzet bij het ontwikkelen van talenten bij de jongeren. “Alle waardering voor u allen! Zingen, dansen en sporten zijn allemaal

manieren om gezond te blijven, maar daarnaast geven ze je ook de kracht om verder te leren.”

Volgens Charmain Belfor, directeur van het Conservatorium Suriname, maakt het ‘Nationaal Schoolkorenfestival 2025’ deel uit van een reeks projecten die het conservatorium onderneemt om een aanwas van jongeren richting de instelling te stimuleren. Het festival richt zich op basisschoolleerlingen van 8 tot 12 jaar, met als doel hen te inspireren, samen te brengen en hun artistieke talent te ontwikkelen.

“Met dit project worden bovendien stageplekken gecreëerd voor muziekstudenten, waardoor zij waardevolle praktijkervaring kunnen opdoen. We vieren in november 2026 het 15-jarig bestaan van het Conservatorium Suriname en starten een jaar van tevoren met de feestelijke activiteiten”, aldus directeur Belfor.

OLIEPRIJZEN STIJGEN | GOUD ONDER DRUK DOOR STERKE DOLLAR EN FED-ONZEKERHEID

Ingediend door admin op

De olieprijzen zijn vrijdag in de vroege handel gestegen, nadat ze in de voorgaande sessie nog 2% waren gedaald. Brent-olie en WTI stegen beiden met 0,5%, tot respectievelijk $63,83 en USD 59,56 per vat.

Beleggers wegen momenteel de risico’s voor de Russische olievoorziening af, evenals een gemengd beeld van de Amerikaanse olievoorraden.

President Trump stuurde een Pentagon-delegatie naar Kyiv om de onderhandelingen over een beëindiging van de oorlog in Oekraïne nieuw leven in te blazen. Een mogelijke oplossing kan de opheffing van sancties op Russische olie betekenen, wat de zorgen over verstoringen van het aanbod zou kunnen verlichten. Tegelijkertijd daalden de Amerikaanse

ruwe-olievoorraden met 3,4 miljoen vaten, tegenover een verwachte stijging van 100.000 vaten, terwijl de voorraden benzine afnamen door lagere wekelijkse consumptie. Volgens MUFG-analist Soojin Kim zullen de markten zich richten op hoe sancties de handelsstromen beïnvloeden, of de aanbodgroei de vraag blijft overtreffen en hoe geopolitieke risico’s nieuwe volatiliteit veroorzaken.

Ondertussen daalden de goudprijzen donderdag met meer dan 1%, onder druk van een sterke dollar en verminderde verwachtingen van een renteverlaging door de Federal Reserve in december.

Spotgoud stond om 11:04 GMT 0,6% lager op USD 4.055,20 per ounce, terwijl de Amerikaanse decemberfutures 0,7% daalden tot USD 4.053,80 per ounce. De dollarindex

handhaafde zich nabij een twee weken hoogtepunt, waardoor goud duurder werd voor houders van andere valuta. “De sterkte van de dollar drukt op goud, maar de prijsschommelingen zijn typisch voor deze tijd van het jaar, met winstnemingen en boekafsluitingen die vroegtijdige investeringen beïnvloeden,” aldus onafhankelijk analist Ross Norman.

De Fed-minuten van de oktobervergadering tonen dat de centrale bank de rente verlaagde, ondanks waarschuwingen over mogelijke risico’s voor inflatie en vertrouwen van het publiek. Beleggers richten zich nu op het vertraagde Amerikaanse banenrapport over september, dat waarschijnlijk een stijging van 50.000 banen laat zien, meer dan het dubbele van de toename in augustus. Dit rapport wordt nu verwacht op 16 december, na de vertraging door de shutdown van de overheid. De kans op een renteverlaging in december wordt door de markten momenteel geschat op bijna 34%, tegenover 49% eerder deze week, volgens CME Group’s FedWatch-tool. UBS verhoogde ondertussen zijn goudprijsdoel voor midden 2026 met USD 300 tot USD 4.500 per ounce, gezien mogelijke Fed-renteverlagingen, aanhoudende geopolitieke risico’s en sterke vraag van centrale banken en ETF’s.

UNITEDNEWS

 

Verantwoorde herfinanciering en nieuw vertrouwen in het economisch beleid

Ingediend door admin op

Na het aantreden van deze Regering bleek dat de financiële situatie van ons land niet aan de eisen van transparantie, behoorlijk bestuur en lange termijn economische doelstellingen voldeed. 

Zo is onvoldoende balans gezocht tussen de kwantitatieve groei-indicatoren en de kwaliteit van het bestaan van het Surinaamse volk.

Het Ministerie van Financiën en Planning heeft in het financiële bestel van ons land een cruciale rol.

Als beheerder van Staatsfinanciën heeft het Ministerie de taak om onder andere toe te zien op adequate begrotingsbewaking, effectieve inning van Staatsinkomsten en een professioneel beheer van Staatsschulden. 

Deze laatste functie is conform de Wet op de Staatsschuld bij

het Bureau voor de Staatsschuld (SDMO) ondergebracht. Dit Bureau heeft een belangrijke beheers- en rapporterende taak binnen ons Staatsbestel. 

Uit  rapportages is gebleken dat de buitenlandse schuldenlast van Suriname niet adequaat was gestructureerd waardoor er onnodig extra druk op de Staatsbegroting werd gelegd. 

De rente -en aflossingsverplichtingen die, conform de huidige kredietovereenkomsten, op de begrotingen van de jaren 2026 en opeenvolgende jaren zouden komen te liggen, laten bij ongewijzigd beleid, geen ruimte om zaken die noodzakelijk zijn aan te pakken.  Investeringen in de medische sector, het onderwijs en onze infrastructuur zouden dan alleen op ad-hoc basis kunnen worden gerealiseerd. 

Na goed overleg en

en intern onderzoek tussen de President en de Minister van Financien en Planning is gemeend een herfinancieringstraject in te zetten. 

Het komt hierbij, in het kort, er op neer dat op basis van een cijfermatige analyse en uitgewerkte projecties voor de komende 5 jaar leningen die daarvoor in aanmerking komen versneld en vervroegd zouden worden afgelost. 

De aflossing zou dan komen uit nieuw te verkrijgen middelen op de internationale kapitaalmarkt. 

Deze operatie op de internationale kapitaalmarkt moest voór november 2025 worden afgerond omdat Suriname anders met een extra financiële last bij de aflossing van de obligaties die in 2033 vervallen, zou worden geconfronteerd. 

Dit is dan ook de reden waarom deze actie vanuit het Ministerie van Financiën zo snel mogelijk moest worden uitgevoerd. 

Het Ministerie van Financiën heeft daarvoor ook externe deskundigen aangetrokken. Deze kapitaalmarkt operatie is door Bank of America Securities (New York) gecoördineerd.    

De Minister van Financiën en Planning en haar advies team  — samen met de Minister van Olie, Gas en Milieu, en de Administrateur-Generaal van SDMO hebben in de periode 18 tot en met 30 oktober jongstleden in totaal ruim honderd presentaties (zogenoemde “Road shows “) in New York en Boston gehouden waarbij de huidige financiële situatie van Suriname is besproken, maar vooral de goede vooruitzichten van ons land zijn belicht. 

Hierbij heeft de Minister van Olie, Gas en Milieu een belangrijke bijdrage geleverd door de economische betekenis van de olie- en gassector in ons land te presenteren. 

Ook is de enorme potentie van ons land in de verdere verduurzaming van economische sectoren aangegeven en benadrukt. 

Op basis van hetgeen door het team onder leiding van de Minister van Financiën in New York is gepresenteerd hebben gerenommeerde investeringsmaatschappijen voor ruim 4,7 miljard Amerikaanse dollars ingeschreven. 

Voor het bereiken van het beoogde doel is daarvan USD 1,550 miljard (Een Miljard en Vijfhonderd en Vijftig miljoen Amerikaanse dollar) gecommitteerd. 

Deze operatie is niet alleen vanwege de opgehaalde bedragen een succes.  Veel belangrijker is het dat via Bank of America Securities (Bofa) ons land een niet eerder ervaren positionering op de internationale kapitaalmarkt heeft gekregen.

Dit momentum moeten wij verder benutten om de zo hoognodige investeringen ter vergroting van onze productiecapaciteit te realiseren. 

Deze operatie heeft verder als voordeel dat wij met de verkregen middelen dure leningen kunnen aflossen waardoor de dan vrijkomende ruimte op de staatsbegroting voor andere dringende verplichtingen /investeringen kunnen aanwenden. 

Met deze leningen zal ook de druk van de VRI, al op 10 januari 2026, worden afgenomen.

Het grootste voordeel hierbij is dat de wurgende greep die enkele kapitaalverschaffers op onze toekomstige olie-inkomsten hebben wordt verbroken. 

De regering is van oordeel dat alle natuurlijke hulpbronnen ten bate van het land moeten zijn en niet/ nooit aan een specifieke groep kan worden toegespeeld. 

In dat licht is het van belang aan te geven dat wij de operationalisering van het Spaar- en Stabilisatiefonds Suriname (SSFS) op korte termijn zullen inzetten. 

Dit Fonds moet, conform haar wettelijke taakstelling, waarborgen dat de inkomsten uit de olie- en gassector goed worden beheerd zodat daarmede welvaart en welzijn voor onze gehele natie een stabiele basis heeft.

Met de kapitaalverschaffers is afgesproken dat het Ministerie van Financiën periodiek, minimaal 1 keer per kwartaal, actuele informatie over onze economie zal presenteren.   

Concluderend kan worden gesteld dat deze actie vanuit de Regering het beheer van Staatsmiddelen ten goede komt; tevens is de kwaliteit van het beheer van schulden (debt management) verbeterd. 

Het beleid van de Regering ten aanzien van de financiering van de staatsuitgaven is duidelijk; allereerst moeten de staatsinkomsten effectiever geïnd worden.  Daarmee is reeds een aanvang gemaakt en is een aanmerkelijke toename van de belastingmiddelen te zien. 

Een aanzienlijk bedrag aan achterstallige belastingen is in de afgelopen maand ontvangen. 

Voor het financieren van projecten en programma’s zal de Regering met haar multilaterale partners, zoals dat nu reeds het geval is, nadere afspraken maken.  De rol van het Internationaal Monetair Fonds is in deze van belang om, door middel van technische ondersteuning, de kwaliteit en competenties van onze belangrijke financiële instituten te verbeteren.   

Daarnaast zal het ingezette prudent en transparant uitgavenbeleid worden gecontinueerd.

Onderstaand wordt een summiere toelichting op de inhoudelijke aspecten van de transactie gepresenteerd.

Besluitvorming voor de transactie

De transactie moest vóór eind november 2025 worden afgerond. Na die datum zou de terugkoop van de 2033-obligaties aanzienlijk duurder worden, wat de begroting extra zou belasten. Door nu te handelen, voorkomt de Staat hogere rentekosten en behoudt zij financiële ruimte.

De eerdere schuldherschikking werd begeleid door de adviesbureaus Lazard en White & Case. Hun mandaat liep af toen die operatie in 2023 werd afgerond, inclusief de uitgifte van een nieuwe bond met bijbehorende value‑recovery‑instrumenten.

Lazard heeft de vorige regering geadviseerd bij het structureren van de 2023‑deal, waarbij hoge coupon-obligaties (9,25% en 12,875%) werden ingeruild voor één nieuwe bond met een lagere coupon van 7,95% en een VRI die olie‑royalty’s koppelde aan de compensatie voor beleggers. De VRI stijgt met 9% per jaar in waarde en zou investeerders 30% van de olieroyalty’s van Suriname opleveren zodra offshore olie uit GranMorgu wordt geëxporteerd.Ook de royalty for all, de zgn. RVl was een advies van lazard.Het contract met Lazard is beëindigd na de eerdere deal. Zij hebben daarvoor een schrijven van deze Regering ontvangen.

De regering heeft verschillende opties vergeleken, zij koos voor de tender en nieuwe uitgifte via BofA.

Voor de selectie van underwriters gelden internationale procedures. De overheid heeft BofA gekozen vanwege haar kwaliteiten om op efficiënte wijze spelers op de internationale kapitaalmarkt te mobiliseren en toegang te hebben tot beleggers.

Deze nieuwste operatie van deze regering (2025) is geen herschikking maar een markttransactie waarbij Suriname nieuwe obligaties via een bepaalde systematiek heeft uitgegeven. In dat kader treedt BofA Securities op als deal manager.

De nieuwe transactie

De nieuwe operatie (2025) omvat twee nieuwe obligaties van in totaal US$ 1,575 miljard. Hoewel de nominale schuld stijgt, is dit geen netto nieuwe schuld. Het geld wordt gebruikt om de oude obligatie uit 2033 terug te kopen plus rente, om de VRI af te kopen, die in waarde is gestegen tot US$ 364,9 miljoen, om de commerciele leningen, waarvan deels, bilateraal af te lossen. En om de rente voor de eerste 5 perioden van deze 2 internationale bonds te kunnen betalen.

Dit verlaagt de toekomstige rentekosten; per saldo zal de schuldquote weliswaar toenemen door de inkoop van de VRI en het lenen van de rentevoorschotten, maar dit zal de rente-uitgaven tot medio 2028 verminderen en de aflossingen op de hoofdsom van alle geherfinancierde schulden komen te vervallen.

Kortom:

Omdat Suriname een kleine open economie is, blijft de begroting gevoelig voor olieprijzen en de wisselkoers. De nieuwe notes zijn onbevoorrecht en niet gedekt door olie-inkomsten; ze zijn algemene verplichtingen van de Staat. Voor valutarisico’s worden deviezenreserves aangehouden en heeft de Centrale Bank een floating exchange regime. In haar financiële meerjaren scenario’s is ook met flucturerende olieprijzen gerekend.

Afkoop van het Value Recovery Instrument (VRI)

Het Value Recovery Instrument (VRI) keerde 30% van de olieroyalty’s van blok 58 uit aan beleggers totdat zij hun verliezen op de oorspronkelijke obligaties plus de jaarlijkse waardestijging van de VRI hadden terugverdiend totdat alles was teruggevorderd via hun aandeel in onze olieroyalty’s.

De VRI steeg jaarlijks met de rente van 9%, nog voordat de staat olieroyalty’s zou moeten betalen. Dit maakte het instrument op den duur erg duur voor Suriname. Door de VRI volledig af te lossen met de opbrengst van de nieuwe obligaties, vermindert de overheid toekomstige dure schuldaflossingen en voorkomt ze dat toekomstige olie-inkomsten worden gedeeld met private partijen.

Het voordeel is dat 100% van de toekomstige royalty’s beschikbaar blijft voor de schatkist en voor het Spaar- en Stabilisatiefonds Suriname.

De nieuwe 2030‑ en 2035‑notes zijn niet gekoppeld aan olie-royalty’s. Het enige verplichte reserve-instrument is het Debt Service Account voor rentebetalingen. Voor de rest zijn de notes gewone schuldbewijzen.

Besteding van de bespaarde rentelasten

De vrijgekomen middelen worden ingezet voor sociale programma’s en investeringen: voor onderwijs, gezondheidszorg en infrastructuur.

Samenvattend de hoogtepunten van de transactie

IMF 2025 Artikel IV concludeert: hoge pre-verkiezingsuitgaven verstoren het macro-economisch stabilisatie proces

Ingediend door admin op

Van 10 – 21 November bezocht een delegatie van het Internationaal Monetair Fonds (IMF), Suriname voor de reguliere Article IV Consultatie. Met Suriname’s toetreding tot het IMF in 1978, heeft het land zich gecommitteert aan de surveillance verplichtingen vervat in de Articles of Agreement van het Fonds middels de uitvoering van deze consultaties.

Dit is de eerste Article IV missie na het EFF programma en heeft dus naast de normale surveillance ook een monitoringskarakter, waarbij de met het programma doorgevoerde en geïnitieerde maatregelen worden gemonitoord. Met ruim 50 ontmoetingen in 10 werkdagen, wordt een doorsnee van de Surinaamse economie geconsulteerd

en worden de uiteindelijke bevindingen vastgelegd in het Article IV rapport, welke in januari 2026 in de Uitvoerende Raad van het IMF zal worden behandeld en na toestemming van de autoriteiten gepubliceerd.

Het IMF constateert dat de in juli 2025 aangetreden regering onderstreept dat aan de vooravond van olie exploitatie voor de kust en de daarmee gepaard gaande grote inkomsten voor de Staat, significante hervormingen zullen moeten plaatsvinden ter vergroting van de binnenlandse absorptiecapaciteit middels de verbetering van de gezondheids-, onderwijs-, infrastructuur- en diversificatie potentie van de economie.

Toch toont het Fonds haar bezorgdheid met betrekking tot dreigende ontsporingen van het macro-economisch

stabilisatieproces. De basis oorzaak van deze verstoring mag vooral gezocht worden in de buitensporige pre-electoraleoverheidsuitgaven die een sterke geldgroei veroorzaakten met een krachtige doorwerking via de vraag naar goederen, diensten en vreemde valuta. Daardoor steeg de inflatie en de wisselkoers kwam onder toenemende druk te staan. In dit kader meldt het Ministerie van Financien en Planning dat zij reeds de nodige maatregelen  treft ter verbetering van de overheidsfinancien, zodat de druk op het monetair beleid beheersbaar blijft.

Ook pleit het IMF voor de versterking en operationaliseren van cruciale instituten zoals het Spaar- en Stabilisatiefonds (SSF), de introductie van een vijf-jaar overheidsfinancieel plan inhoudende uitgavenplafonds en een houdbaarheidsdoelstelling voor de totale staatsschuld. Ondanks de nijpende ontwikkelingsbehoeften, zullen de autoriteiten zeer zorgvuldig de uitgaven moeten  beperken.

Er is tevens aandacht gevraagd voor de toenemende electriciteitssubsidies en de inefficiënte sociale uitgaven. Daarnaast is gepleit voor de verdere versterking van transparantie- en anticorruptie controle mechanismen, voorlopend op de enorme toename van inkomsten uit de verkoop van fossiele brandstoffen. Voorts, wordt met nadruk gevraagd dat bij de Staatsbedrijven het bestuur en het financieelbeheer transparanter worden, waarbij niet geschroomd moet worden om slecht of ondermaats presterende bedrijven af te stoten.

De autoriteiten benadrukken hun welwillendheid en inzet om de economie te brengen op het pad van stabilisatie, duurzame groei en ontwikkeling.

Minister van Financien en Planning en de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank bespreken versnelde uitvoering van projecten en de nieuwe landenstrategie

Ingediend door admin op

De Minister van Financien en Planning heeft op 20 november overleg gevoerd met een delegatie van de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank (IDB), onder leiding van de heer Anton Edmunds, Regionaal Manager voor het Caribisch Gebied vergezeld van mevrouw Adriana La Valley, IDB vertegenwoordiger voor Suriname.

Het overleg stond in het teken van de voortzetting van de samenwerking tussen Suriname en de IDB, en de programmering voor 2026. Daarbij werd aandacht besteed aan de prioriteiten van de regering van Suriname in het licht van de verwachte ontwikkelingen in de olie- en gassector. De minister benadrukte dat Suriname zich tijdig moet voorbereiden om ervoor

te zorgen dat deze toekomstige inkomsten aan de gehele samenleving ten goede komen.

Momenteel voert Suriname 22 projecten uit in de samenwerking met de IDB, met een totale waarde van ongeveer USD 557 miljoen, waarvan ongeveer 69% nog moet worden uitgevoerd. De nadruk ligt daarom op voorstellen voor een versnelde implementatie van de lopende projecten. Speciale aandacht werd besteed aan beschikbare technische assistentie en schenkingen in plaats van het aangaan van nieuwe leningen. Ook werd besproken dat, gezien de huidige schuldpositie van het land, voorzichtigheid is geboden bij het aangaan van nieuwe financieringen.

De delegaties spraken verder over de nieuwe landenstrategie (Country

Strategy 2026-2031) tussen Suriname en de IDB, die binnenkort zal worden geformuleerd. Suriname zal hierin de koers bepalen, waarbij de IDB in nauw overleg met de regering en stakeholders zal werken aan de afstemming van deze strategie op de nationale ontwikkelingsprioriteiten en de assistentie die daarbij van de IDB gewenst is.

Tijdens de bijeenkomst werd ook uitvoering gegeven aan afspraken gemaakt tussen de President van de Republiek Suriname en de President van de IDB die tijdens COP30 in Belem, Brazilië. Hierbij zal onder meer aandacht worden besteed aan verschillende onderwijsinitiatieven onder andere de organisatie van een nationale onderwijsconferentie.

Daarnaast kwamen verschillende onderwerpen aan de orde, waaronder de assistentie in de energie- en sociale sector en de organisatie van fiscale trainingen in samenwerking met de University of the West Indies (UWI).

De gesprekken verliepen in een positieve en constructieve sfeer en onderstreepten de hechte samenwerking tussen de regering van Suriname en de IDB, gericht op duurzame ontwikkeling en financieel-economische stabiliteit.

Het Nationaal Archief Suriname lanceert tentoonstelling ter gelegenheid van 50 jaar onafhankelijkheid

Ingediend door admin op

Ter gelegenheid van 50 jaar onafhankelijkheid heeft het Nationaal Archief Suriname (NAS) een tentoonstelling gelanceerd. Deze tentoonstelling heeft als thema: “Ontwikkeling van de Republiek Suriname vanaf 1975 tot heden – Impressies van een land in beweging”.De officiële opening vond plaats op donderdag 20 november op het terrein van het NAS. Het programma bestond uit toespraken, een kunstexpressiemoment en optredens van Surinaamse artiesten.Onder de aanwezigen bevonden zich de vertegenwoordiger van de President, tevens minister a.i. van Binnenlandse Zaken, Harish Manorath, de directeur van Binnenlandse Zaken, Mohamad Nasier Eskak, en overige directieleden.Nationale Archivaris Rita Tjin Fooh benadrukte in haar toespraak dat

deze tentoonstelling tot stand is gekomen dankzij Stichting Skrifi, Stichting Beeld en Geluid en de medewerkers van NAS. Zij gaf aan met dankbaarheid terug te kijken op de vele momenten die Suriname hebben gevormd: momenten van hoop, strijd, pijn, vooruitgang en veerkracht.Voor de expositie zijn markante momenten geselecteerd gebeurtenissen die diepe indruk hebben achtergelaten, de koers van het land hebben beïnvloed en een blijvende rol spelen in het nationaal bewustzijn.“Met deze tentoonstelling willen wij niet alleen terugblikken, maar ook stilstaan bij de weg die wij samen hebben afgelegd én vooruitkijken naar de toekomst die wij als Surinamers vorm moeten geven,”
aldus Tjin Fooh.Minister a.i. Harish Manorath wees erop dat het bijzonder is dat de tentoonstelling werd geopend op de Dag van de Rechten van het Kind.“Wanneer wij willen investeren in een natie, moeten wij investeren in jongeren. Het is belangrijk dat wij als volk onze geschiedenis kennen,” zei Manorath.

Namens de President sprak hij zijn grote waardering uit voor de inzet en creativiteit van iedereen die aan de totstandkoming van deze tentoonstelling heeft bijgedragen. “Het is van belang dat wij onze geschiedenis koesteren, begrijpen en doorgeven niet alleen als bron van herinnering, maar ook als fundament voor duurzame vooruitgang.”De tentoonstelling omvat een fysieke expositie, onderverdeeld in drie thema’s: politiek-economische ontwikkeling, sociale ontwikkeling en sport en cultuur. Daarnaast is er een digitaal platform ingericht met een tijdlijn van belangrijke historische gebeurtenissen vanaf 1975 tot heden. Deze website is toegankelijk voor het publiek.De tentoonstelling is te bezoeken van 21 november tot en met 18 december 2025, van 08.00 tot 15.00 uur.