• zondag 22 February 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname

Dode bij verkeersongeval Highway

Ingediend door admin op

Vandaag is één persoon overleden bij een aanrijding tussen een vrachtwagen en een personenauto op de Martin Luther King Highway.

De politie van Domburg kreeg de melding binnen. Er zijn twee slachtoffers waarvan een is overleden en de andere zwaargewond. Die persoon is afgevoerd naar het ziekenhuis.

Het is nog onduidelijk hoe de aanrijding heeft kunnen plaatsvinden. Het gaat om een trekker voor houtblokken. De verschillende eenheden zijn ter plaatse voor een onderzoek.

Tijd is rijp voor onafhankelijke verkiezingsautoriteit, stelt Bee

Ingediend door admin op

Minister Marinus Bee van Binnenlandse Zaken (BIZA) – het minsterie belast met de organisatie van de verkiezingen – wil een onafhankelkijke verkiezingsautoriteit. ‘Ik denk dat de tijd nu rijp is om zo’n verkiezingsautoriteit in het leven te roepen’, stelt de bewindsman. Hiervoor moeten alle voorbereidingen nog gedaan worden en binnen regeringsverband besproken worden.

De nieuwbakken minister zegt dat er een hoofdlijnen akkoord is in coalitieverband, op basis waarvan het beleid uitgezet zal worden. Hij noemt verbetering van overheidssystemen voor efficientie, een verbeterde dienstverlening bij het CBB, het genderbeleid en het ambtenarenapparaat.

Bee was hiervoor voorzitter van De Nationale Assemblée. In totaal

is hij 15 jaar lid geweest van het parlement. Op de vraag als hij het parlementair werk zal missen, zegt Bee aan een nieuwe uitdaging toe te zijn.

Beluister het volledig gesprek met Bee in ABC Actueel:

EX-MINISTER ADVISEERT NIEUWE REGERING OM TWEEDE IMF-PROGRAMMA TE OVERWEGEN

Ingediend door admin op

Foto: Voormalig minister van Financiën en Planning Stanley Raghoebarsing.

Gewezen minister van Financiën en Planning, Stanley Raghoebarsing, roept de nieuw aantredende regering onder leiding van president Jennifer Geerlings-Simons op om serieus werk te maken van een tweede samenwerkingsprogramma met het Internationaal Monetair Fonds (IMF).

Volgens de gewezen bewindsman is een dergelijk programma noodzakelijk om de eerste drie jaren van de nieuwe regeerperiode financieel te kunnen overbruggen.

Raghoebarsing verwees in zijn oproep naar een recente uitspraak van Ramon Abrahams, ondervoorzitter van de Nationale Democratische Partij (NDP), die een hernieuwde samenwerking met het IMF als verstandig bestempelde. De oud-minister gaf aan dat het ministerie over

ervaren technische teams beschikt die het eerste IMF-programma, uitgevoerd onder de vorige VHP-regering, succesvol hebben begeleid. “Ik hoop dat de nieuwe regering daarvan gebruikmaakt” zei hij.

Raghoebarsing wijst ook op de strenge houding van IMF, en dat de nieuwe regering zich daarop moet voorbereiden indien gekozen wordt met dit instituut in zee te gaan. Hij noemde de organisatie “soms koppig” en wees op de trage besluitvorming en de starre houding.

“Ze denken dat ze het altijd beter weten, maar soms weten wij het beter.” Toch onderkent hij de voordelen van samenwerking met multilaterale instellingen, waaronder toegang tot financiering tegen gunstige voorwaarden, langere

looptijden en versterking van de internationale kredietwaardigheid van Suriname. “Als je naar het IMF gaat, dan is dat niet alsof je naar Walt Disney of Colakreek gaat. Het betekent dat je land in ernstige problemen verkeert,” aldus Raghoebarsing.

Volgens hem bevinden Suriname en haar economie zich momenteel in een strategische positie om met het IMF te onderhandelen over een milder vervolgprogramma. “De moeilijke maatregelen zijn al genomen. Gebruik dat als onderhandelingsruimte,” adviseerde hij.

UNITEDNEWS

 

AFLOSSINGSVERMOGEN BLIJFT ZWAK PUNT ONDANKS MACRO-ECONOMISCHE VOORUITGANG

Ingediend door admin op

Foto: Voormalig minister van Financiën Stanley Raghoebarsing.

Suriname heeft de afgelopen vijf jaar significante vooruitgang geboekt op macro-economisch gebied, maar het aflossingsvermogen van de overheid blijft een belangrijk aandachtspunt.

De indicatoren geven een gemengd beeld over de toekomst. De totale overheidsschuld daalde van 121 procent van het bruto binnenlands product (bbp) in 2020 naar 84 procent medio 2025.

Hoewel dit een aanzienlijke verbetering betekent, ligt de schuldquote nog altijd fors boven de internationale norm van 60 procent. De vooruitgang is reëel, maar de marges blijven kwetsbaar.

Volgens de afgetreden financiënminister Stanley Raghoebarsing is duurzame begrotingsstabiliteit alleen mogelijk als fiscale hervormingen worden voortgezet. Hij wees

daarbij op het belang van efficiëntere belastinginning, verbreding van de belastinggrondslag en structurele uitgavendiscipline. “Verantwoord financieel beheer is essentieel om het vertrouwen van internationale financiële instellingen en investeerders vast te houden.”

De inzichten en aanbevelingen uit zijn analyse zijn overgedragen aan het nieuwe kabinet onder leiding van president Jennifer Geerlings-Simons, dat op 16 juli officieel aantrad. Raghoebarsing gaf aan dat de inkomende regering voortbouwt op een herstelde macro-economische basis, maar waarschuwde dat voortdurende beleidsdiscipline noodzakelijk blijft. De stabiliteit is fragiel.

UNITEDNEWS

 

 

NATIONALE EENHEID EN GEDEELDE VERANTWOORDELIJKHEID CRUCIAAL KOMENDE VIJF JAREN

Ingediend door admin op

Foto: President drs. Jennifer Geerlings-Simons en vicepresident dr. Gregory Rusland.

President Jennifer Geerlings-Simons heeft bij haar installatie als staatshoofd een krachtig beroep gedaan op nationale eenheid en gedeelde verantwoordelijkheid.

In haar eerste rede gaf zij aan dat het succes van haar regering in belangrijke mate zal afhangen van de bereidheid van alle Surinamers om gezamenlijk de uitdagingen aan te pakken waarmee het land geconfronteerd wordt.

Samen met vicepresident Gregory Rusland liet zij duidelijk blijken dat het kabinet inzet op samenwerking en inclusiviteit. Geerlings-Simons citeerde tijdens haar toespraak nationalistische dichtregels van Shrinivási en Dobru om haar oproep tot verbondenheid te onderstrepen.

“We zijn onze broeders

hoeder. In elke fase waar ons land doorheen gaat zullen we ervoor moeten zorgen dat de naaste zich ook kan ontplooien, ook kansen heeft, zich ook goed voelt,” aldus de president.

Met deze woorden gaf zij aan alle bevolkingsgroepen in het herstelproces te willen betrekken en streeft ze naar vermindering van de maatschappelijke polarisatie die is toegenomen tijdens de verkiezingscampagne van 25 mei en de daaropvolgende coalitievorming. “Onze geschiedenis heeft ons samengebracht. Onze voorouders hebben veel doorstaan om ons dit prachtige, rijke land na te laten. Het geluk van Suriname maken we samen,” aldus Geerlings-Simons.

UNITEDNEWS

 

 

 

Historisch moment: Proclamatie van het Nationaal Instituut voor Geschiedenis en Cultuur

Ingediend door admin op

In een sfeervolle bijeenkomst in het Lala Rookh-gebouw is het Nationaal Instituut voor Geschiedenis en Cultuur (NIGC) officieel geproclameerd op dinsdag 15 juli 2025. Toenmalig minister van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur, Henry Ori, sprak in het bijzijn van gewezen president Chandrikapersad Santokhi, wetenschappers, cultuurdragers en studenten van een historische mijlpaal voor Suriname.

De oprichting van het NIGC valt samen met het vijftigjarig jubileum van de Surinaamse staatkundige onafhankelijkheid. Volgens de gewezen minister is er geen beter moment denkbaar om de proclamatie van dit instituut te laten plaatsvinden. Het NIGC is volgens Ori geen vanzelfsprekendheid, maar het resultaat van jarenlange bezinning,

overleg en visie. Het getuigt van het besef dat Surinamers zelf het recht én de verantwoordelijkheid hebben om hun geschiedenis en cultuur te onderzoeken, te documenteren en door te geven.

Ori benadrukte dat de Surinaamse geschiedenis te vaak is verteld door anderen, vanuit buitenlandse perspectieven. Het is tijd voor wat hij noemt de dekolonisatie van de geest. Dat vraagt om een nieuwe manier van denken, waarbij Surinamers zelf het verhaal over hun verleden, heden en toekomst vertellen. Het instituut moet bijdragen aan het herschrijven van de geschiedschrijving, vanuit de eigen context en met erkenning van inheemse kennis, orale tradities en onderbelichte

perspectieven.

Het Nationaal Instituut voor Geschiedenis en Cultuur zal zich inzetten voor wetenschappelijk onderzoek naar de Surinaamse geschiedenis, cultuur en erfgoed. Het werk zal zich uitstrekken van prekoloniale tot postkoloniale tijden, waarbij zowel materiële als immateriële cultuur aandacht krijgen. Daarbij gaat het niet alleen om archieven, maar ook om muziek, mondelinge overleveringen, rituelen, gemeenschapsstructuren en culturele expressievormen. De samenwerking met gemeenschappen is daarbij essentieel.

In zijn toespraak maakte Ori duidelijk dat het werk van het instituut niet op zichzelf staat, maar stevig verankerd moet worden in het onderwijs. “Wat wordt onderzocht, moet ook terug te vinden zijn in schoolboeken, lesmaterialen en culturele activiteiten voor jongeren. Op die manier wordt geschiedenis geen statisch vak, maar een levendige dialoog waarin jongeren hun wortels leren kennen en leren denken vanuit een Surinaams perspectief.”

Een ander belangrijk aandachtspunt is het zichtbaar en toegankelijk maken van het erfgoed van alle bevolkingsgroepen in Suriname. Dat erfgoed – vastgelegd in liederen, gebouwen, kunstvormen, gebruiken en verhalen – vormt volgens Ori de basis voor een gedeelde nationale identiteit. Het NIGC zal zich dan ook actief inzetten voor het behoud, de digitalisering en de ontsluiting van dat erfgoed in samenwerking met onder meer de Anton de Kom Universiteit, het Nationaal Archief, culturele organisaties en internationale partners.

De toespraak werd afgesloten met een krachtige oproep aan alle Surinamers om actief deel te nemen aan dit nieuwe kennisplatform. In zijn woorden: “Laat ons samen bouwen aan een instituut dat ons versterkt, onze zelfwaardering voedt en ons verenigt in plaats van verdeelt.”

Nieuwe LVV-minister maakt kennis met het personeel

Ingediend door admin op

In een ontspannen sfeer heeft de nieuwe minister van Landbouw, veeteelt en Visserij (LVV), Mike Noersalim, vandaag officieel kennisgemaakt met het personeel van het ministerie. De bewindsman was 25 jaar geleden ook werkzaam op het ministerie van LVV op het directoraat Visserij als kwaliteitsmanager. Tijdens een motiverende toespraak benadrukte hij het belang van samenwerking en daadkracht om de sectoren verder te versterken.

Hij gaf aan: “Nu bevinden we ons in een moeilijke periode waarin deze regering heeft aangegeven dat de agrarische sector een van de belangrijkste sectoren zal worden,niet alleen olie en gas, maar ook de agrarische sector.

De minister van

LVV sprak zijn waardering uit voor het harde werk van het ministerie en stelde dat hij met veel enthousiasme en toewijding aan de slag gaat. Daarbij noemde hij twee urgente problemen die hij bij zijn aantreden heeft aangetroffen en die hij met prioriteit wil aanpakken: de illegale visserij en de uitdagingen binnen de rijstsector.

Hij streeft naar een team voor crisismanagement dat ervoor zorgt dat de problemen sneller worden aangepakt.

 “Illegale visserij schaadt niet alleen onze maritieme rijkdommen, maar bedreigt ook het levensonderhoud van vele vissersgezinnen. Het is onze plicht om deze praktijken met kracht te bestrijden en duurzame visserij te bevorderen,”

aldus de minister.

Daarnaast wees hij op de noodzaak om de rijstsector te moderniseren en te ondersteunen, zodat deze kan bijdragen aan voedselzekerheid en economische groei. “De rijstsector is de ruggengraat van veel gemeenschappen. We zullen inzetten op innovatie, betere infrastructuur en steun voor onze boeren, zodat zij toekomstbestendig kunnen produceren.”

Met deze duidelijke focus nodigt de minister het personeel uit om gezamenlijk te werken aan oplossingen en zo een duurzame en bloeiende landbouw-, veeteelt- en visserijsector te realiseren. Hij sloot af met de woorden:” Wij zijn team LVV! Eén team, één taak!”

“DNA ZAL NIEUWE REGERING SCHERP IN DE GATEN HOUDEN”

Ingediend door admin op

De Nationale Assemblee (DNA) kijkt met vertrouwen, maar ook hoge verwachtingen, uit naar het functioneren van het nieuwe Kabinet Simons-Rusland.

Voorzitter Ashwin Adhin spreekt de hoop uit dat het nieuwe leidersduo zal bijdragen aan stabiliteit, rechtvaardigheid en morele helderheid in het bestuur van het land. Volgens Adhin rust er een zware verantwoordelijkheid op de schouders van de nieuwe president en vicepresident. De toekomst van Suriname zal naar zeggen van Adhin in belangrijke mate afhangen van de wijze waarop die gezamenlijk leidinggeeft aan het land.

Hij wees op de constitutionele taken die bij beide functionarissen liggen. De president heeft volgens Adhin de

plicht om de eenheid van de staat te waarborgen en het bestuur te leiden met visie en integriteit. De vicepresident daarentegen moet zorgen voor een effectieve coördinatie van het regeringsbeleid en fungeren als schakel tussen regering en parlement.

Adhin benadrukte verder dat de Assemblee een actieve en verantwoordelijke rol zal blijven vervullen. “Wij zullen onze controlerende taak met ernst uitoefenen, maar ook streven naar constructieve samenwerking in het belang van het land.”

Het nieuwe kabinet staat voor grote uitdagingen, waaronder economische versterking, sociale rechtvaardigheid en institutioneel herstel. De Assemblee rekent erop dat het leiderschap van Geerlings-Simons en Rusland richting geeft aan een

nieuw tijdperk van vertrouwen, stabiliteit en goed bestuur.

UNITEDNEWS

Minister Bouva zet koers uit tijdens kennismaking met medewerkers MinBIS

Ingediend door admin op

Op donderdag 17 juli 2025 heeft de waarnemend minister van Buitenlandse Zaken, Internationale Handel en Samenwerking, Krishna Mathoera (BIS), het overdrachtsprotocol officieel ondertekend met haar opvolger, minister Melvin Bouva. Tijdens een korte ceremonie op het ministerie heeft minister Mathoera de nieuwe bewindsman veel succes toegewenst bij de uitoefening van zijn taken en het internationaal vertegenwoordigen van Suriname.

Directeur Buitenlandse Zaken, Miriam Macintosh, heette de nieuwe minister namens alle medewerkers van harte welkom op het ministerie en adresseerde de aanwezigen op een voor het ministerie typische wijze. ‘Goedemorgen, goedemiddag en goedenavond’ begroette zij niet alleen alle aanwezigen in de zaal maar

ook de medewerkers van de buitenposten die online ingelogd waren. De directeur gaf aan dat het misschien het kleinste ministerie was wat personeel betrof, maar dat de werkdruk enorm was en desalniettemin de productie hoog was. Zij bevestigde namens alle medewerkers de toezegging van volledige ondersteuning naar de minister toe ten behoeve van de duurzame ontwikkeling van Suriname.

In zijn toespraak grapte Minister Bouva dat hij zou moeten wennen aan het loslaten van de beperkingen van zijn twee minuten spreektijd, refererend aan zijn ervaring als parlementariër in de Nationale Assemblee. Vervolgens deelde de minister zijn visie voor het ontwikkelingspad van het

ministerie en sprak waardering uit, met medeneming van de medewerkers op de buitenposten, voor het goede werk dat wordt verzet.

De minister sprak van een “bijzondere eer en enorme verantwoordelijkheid” om in dienst van Suriname het buitenlands beleid mee vorm te geven. De bewindsman benadrukte het belang van goed bestuur, duurzaamheid en samenwerking. “Ik ben misschien geen carrièrediplomaat, maar wel iemand met visie, toewijding en de bereidheid om te luisteren. Diplomatie begint bij luisteren en dat begint hier, binnen ons eigen huis,” benadrukte de minister.

Verder stond de minister stil bij de grote veranderingen in de wereld, zoals de komst van kunstmatige intelligentie, sociale media en geopolitieke verschuivingen. “Deze ontwikkelingen vragen om een slagvaardig ministerie dat zich aanpast aan de tijd” gaf hij mee. In dat kader kondigde de minister aan dat het ministerie voortaan opereert onder de naam: Ministerie van Buitenlandse Zaken, Internationale Handel en Samenwerking, kortweg MinBIS.

Minister Bouva onderstreepte verder het belang van capaciteitsversterking en institutionele ontwikkeling binnen de organisatie. “We kunnen niet blijven werken zoals we gewend waren. Bij- en omscholing, versterking van projectmanagement en duurzame partnerschappen krijgen in het eerste jaar prioriteit,” stelde de minister.

Met het oog op de aanstaande olie-exploitatie vanaf 2028, benadrukte de minister de noodzaak voor strategische voorbereiding en begeleiding, zodat de opbrengsten ten goede komen aan alle Surinamers. Daarnaast sprak de minister zich uit voor een “homecoming-programma” voor Surinamers in diaspora: “We moeten hen hoop en perspectief bieden om terug te keren en bij te dragen aan de opbouw van ons land.”

Met deze visie en plannen positioneerde minister Bouva zich als een bewindsman die dicht bij zijn mensen wil staan en met hen samenwerkt aan een diplomatieke koers die recht doet aan de belangen en waarden van Suriname. “Het werk begint nu” stelde de minister.

PRESIDENT SIMONS BREEKT MET AUTONOME FINANCIERING KABINET VAN DE PRESIDENT

Ingediend door admin op

Foto: Drs. Jennifer Geerlings-Simons, president van de Republiek Suriname.

Met een duidelijke breuk met het verleden heeft president Jenny Simons woensdag aangekondigd dat er een einde komt aan het zelfstandig financieringsmechanisme van het Kabinet van de President.

Daarmee zet zij een punt achter een praktijk die onder haar voorgangers steeds meer terrein won: het opzetten en uitvoeren van projecten buiten de reguliere ministeriële kaders om.

Tijdens haar eerste persconferentie als president maakte Simons helder dat het Kabinet van de President geen uitvoerend orgaan is, maar een ondersteunende structuur met een strikt omschreven taak. “Het Kabinet is geen ministerie, geen uitvoeringsinstantie. Het is een

high-level kantoor dat adviseert, voorbereidt en ondersteunt. En dat moet zo blijven,” stelde ze resoluut.

Volgens de president ligt de uitvoering van regeringsbeleid volgens de Grondwet exclusief bij de ministers. “De president coördineert, maar voert niet uit. Beleid wordt samen met de regering ontwikkeld, vastgesteld in regeringsvergaderingen en vervolgens uitgevoerd door de verantwoordelijke bewindslieden,” lichtte ze toe.

Ook de rol van presidentiële adviseurs wordt door Simons opnieuw gedefinieerd. “Zij adviseren mij en daarmee de regering, maar ze zijn geen beleidsmakers. Ze stellen geen programma’s op en voeren ook niets zelfstandig uit.” Daarmee wijst ze impliciet elke praktijk af waarbij het kabinet op

eigen houtje projecten initieert of middelen verdeelt.

Bij haar aantreden trof Simons volgens eigen zeggen een organisatiestructuur aan binnen het kabinet die meer leek op die van een ministerie, compleet met directoraten en programma-eenheden. Dat is volgens haar in strijd met de Grondwet. “Het kabinet heeft geen wettelijke bevoegdheid om geld uit te geven of programma’s te beheren. Dat is en blijft de taak van de ministeries,” onderstreepte ze.

De operationele ondersteuning van het staatshoofd moet daarom voortaan verlopen via het directoraat Algemene Zaken van het ministerie van Binnenlandse Zaken. “Zij zijn verantwoordelijk voor de middelen en faciliteiten die ik nodig heb om mijn werk als president te doen. Zo houden we de lijnen helder en de verantwoordelijkheden zuiver.”

Met deze beleidswijziging verdwijnen ook initiatieven zoals het Bureau Eenheid dat door voormalig president Santokhi werd opgezet, evenals het Bureau Volkscontacten onder Bouterse. Zulke bureaus, die opereerden onder het presidentieel gezag met zelfstandige middelen en opdrachten, passen volgens Simons niet in een zuiver staatsbestel.

Dat neemt niet weg dat de president signalen uit de samenleving belangrijk blijft vinden. Simons kondigde aan veldmedewerkers in te zetten om direct contact te houden met de bevolking. Zij krijgen géén fondsen om projecten uit te voeren. Hun taak is het verzamelen van informatie over wat er leeft onder de mensen en wat de impact is van het gevoerde beleid. Dat zal helpen om gericht bij te sturen, maar de uitvoering blijft bij de ministeries.

In 2023 kreeg het Kabinet van de President nog SRD 605,6 miljoen toegewezen op de begroting, waarvan SRD 461,6 miljoen voor operationele kosten en SRD 144 miljoen voor beleidsprogramma’s zoals armoedebestrijding en ICT. In de begroting van 2024 werd dat bedrag teruggebracht tot SRD 110 miljoen, specifiek gericht op beleidsmatige ondersteuning zonder uitvoerende rol.

Met deze hervorming keert het Kabinet van de President terug naar zijn grondwettelijke fundament: een administratief en adviserend lichaam, niet een parallel uitvoeringskanaal. Simons maakt daarmee haar voornemen duidelijk om bestuurlijke zuiverheid, transparantie en constitutionele discipline centraal te stellen in haar presidentschap.

UNITEDNEWS