
Masterclass waarschuwt: olie-inkomsten alleen garanderen geen welvaart
| starnieuws | Door: Redactie
Karel Eckhorst benadrukt de stappen die ondernomen moeten worden rond oil & gas. Het toekomstige succes van Surinames Spaar- en Stabilisatiefonds zal niet worden bepaald door de omvang van de olie-inkomsten, maar door de kwaliteit van het beheer, de transparantie en het bestuur ervan. Die boodschap stond centraal tijdens de eerste masterclass over het Spaar- en Stabilisatiefonds, die vrijdag werd gehouden in Hotel Torarica.
De bijeenkomst bracht vertegenwoordigers samen uit de overheid, de private sector, de academische wereld, vakbonden en de
Minister Patrick Bruinings van Olie, Gas en Milieu benadrukte in zijn openingstoespraak dat Suriname zich aan het begin bevindt van een leerproces. Hoewel landen als Noorwegen vaak als voorbeeld worden genoemd, wees hij erop dat ook daar het beheer van olie-inkomsten zich door de jaren heen heeft ontwikkeld en aangepast aan nieuwe inzichten.
Volgens de inleiders Karl Eckhorst en René Abrahams is het vaststellen van wetgeving slechts een eerste stap. Minstens zo belangrijk is het versterken van de instituties die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de Wet Spaar- en Stabilisatiefonds Suriname, waaronder het ministerie van Financiën en Planning.
Tijdens de presentaties werd benadrukt dat het fonds deel uitmaakt van een breder systeem van overheidsfinanciën. Dat vraagt volgens de deskundigen niet
Een belangrijk uitgangspunt van het Surinaamse model is dat de middelen van het fonds in het buitenland worden belegd. Daarmee wordt voorkomen dat grote geldstromen rechtstreeks in de lokale economie terechtkomen en economische verstoringen veroorzaken. De opbrengsten van die beleggingen kunnen vervolgens via begrotingsregels worden ingezet voor nationale ontwikkelingsdoelen.
De deelnemers kregen ook de waarschuwing mee dat een fonds op zichzelf geen garantie biedt tegen economische problemen. Om het zogenoemde Dutch disease-effect te voorkomen, zal Suriname zijn economie verder moeten diversifiëren. Daarbij werden investeringen in micro-, kleine en middelgrote ondernemingen, onderwijs, kennisontwikkeling en vakopleiding genoemd als essentiële voorwaarden voor duurzame groei.
Tijdens de masterclass werd eveneens stilgestaan bij de geschiedenis van het idee achter een nationaal spaarfonds. Reeds in de jaren zeventig wees Frank Essed op het
De bijeenkomst werd georganiseerd door de Youth Education and Leadership Foundation (YELF) in samenwerking met de Suriname Energy Chamber (SEC). Bij de afsluiting benadrukte Orlando Olmberg, voorzitter van de SEC, dat het fonds uiteindelijk moet bijdragen aan economische stabiliteit en duurzame welvaart voor toekomstige generaties. Tegelijkertijd waarschuwde hij dat geen enkel fonds bescherming biedt tegen slecht bestuur.
"Het succes van het fonds zal uiteindelijk niet worden bepaald door de omvang van de middelen die het beheert, maar door de kwaliteit van het bestuur dat erover waakt", stelde Olmberg. Volgens hem zijn prudent financieel beheer, transparantie en maatschappelijke betrokkenheid onmisbare voorwaarden om ervoor te zorgen dat de toekomstige olie-inkomsten daadwerkelijk ten goede komen aan de ontwikkeling van Suriname.
De bijeenkomst bracht vertegenwoordigers samen uit de overheid, de private sector, de academische wereld, vakbonden en de
energiesector. Tijdens de masterclass werd uitgebreid stilgestaan bij de rol die het fonds moet vervullen bij het duurzaam beheren van toekomstige inkomsten uit olie en gas.
Minister Patrick Bruinings van Olie, Gas en Milieu benadrukte in zijn openingstoespraak dat Suriname zich aan het begin bevindt van een leerproces. Hoewel landen als Noorwegen vaak als voorbeeld worden genoemd, wees hij erop dat ook daar het beheer van olie-inkomsten zich door de jaren heen heeft ontwikkeld en aangepast aan nieuwe inzichten.
Volgens de inleiders Karl Eckhorst en René Abrahams is het vaststellen van wetgeving slechts een eerste stap. Minstens zo belangrijk is het versterken van de instituties die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de Wet Spaar- en Stabilisatiefonds Suriname, waaronder het ministerie van Financiën en Planning.
Tijdens de presentaties werd benadrukt dat het fonds deel uitmaakt van een breder systeem van overheidsfinanciën. Dat vraagt volgens de deskundigen niet
alleen om sterke regelgeving, maar ook om modernisering van het begrotingsproces, deskundige beleidsvoorbereiding en een actieve betrokkenheid van de samenleving.
Een belangrijk uitgangspunt van het Surinaamse model is dat de middelen van het fonds in het buitenland worden belegd. Daarmee wordt voorkomen dat grote geldstromen rechtstreeks in de lokale economie terechtkomen en economische verstoringen veroorzaken. De opbrengsten van die beleggingen kunnen vervolgens via begrotingsregels worden ingezet voor nationale ontwikkelingsdoelen.
De deelnemers kregen ook de waarschuwing mee dat een fonds op zichzelf geen garantie biedt tegen economische problemen. Om het zogenoemde Dutch disease-effect te voorkomen, zal Suriname zijn economie verder moeten diversifiëren. Daarbij werden investeringen in micro-, kleine en middelgrote ondernemingen, onderwijs, kennisontwikkeling en vakopleiding genoemd als essentiële voorwaarden voor duurzame groei.
Tijdens de masterclass werd eveneens stilgestaan bij de geschiedenis van het idee achter een nationaal spaarfonds. Reeds in de jaren zeventig wees Frank Essed op het
belang van verstandig beheer van inkomsten uit natuurlijke hulpbronnen. Die gedachte werd later verder uitgedragen door onder anderen Karl Eckhorst en voormalig Staatsolie-directeur Rudolf Elias.
De bijeenkomst werd georganiseerd door de Youth Education and Leadership Foundation (YELF) in samenwerking met de Suriname Energy Chamber (SEC). Bij de afsluiting benadrukte Orlando Olmberg, voorzitter van de SEC, dat het fonds uiteindelijk moet bijdragen aan economische stabiliteit en duurzame welvaart voor toekomstige generaties. Tegelijkertijd waarschuwde hij dat geen enkel fonds bescherming biedt tegen slecht bestuur.
"Het succes van het fonds zal uiteindelijk niet worden bepaald door de omvang van de middelen die het beheert, maar door de kwaliteit van het bestuur dat erover waakt", stelde Olmberg. Volgens hem zijn prudent financieel beheer, transparantie en maatschappelijke betrokkenheid onmisbare voorwaarden om ervoor te zorgen dat de toekomstige olie-inkomsten daadwerkelijk ten goede komen aan de ontwikkeling van Suriname.
| starnieuws | Door: Redactie




































