• donderdag 06 August 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname
Essay I: Van Zee naar Land - Wat Suriname moet weten over Nieuwe Raffinaderij en Gas-to-Shore

Essay I: Van Zee naar Land - Wat Suriname moet weten over Nieuwe Raffinaderij en Gas-to-Shore

| starnieuws | Door: Redactie

Marcel Chin-A-Lien

De vondst, en waarom ze niet vanzelf iets voor Suriname betekent


De grote olie- en gasvondsten voor de kust bieden Suriname ongekende kansen. Maar welke keuzes moeten worden gemaakt om die rijkdom om te zetten in duurzame ontwikkeling? In deze zesdelige serie geeft petroleum- en energieadviseur Marcel P.T. Chin-A-Lien een toegankelijke uitleg over de betekenis van een Nieuwe Raffinaderij en Gas-to-Shore voor de toekomst van het land.


Voor de kust van Suriname is de laatste vijf jaar meer bewezen olie

en gas gevonden dan in de hele voorafgaande geschiedenis van ons land bij elkaar. 

In Blok 58, ongeveer 150 kilometer uit de kust, hebben TotalEnergies en APA achter elkaar putten geboord — Maka Central, Sapakara, Krabdagu, Kwaskwasi, Keskesi en meer — en telkens olie geraakt. Het eerste ontwikkelingsproject uit dit blok, GranMorgu, gaat rond 2028 de eerste olie leveren, met een drijvend productieschip dat ontworpen is voor ongeveer 220.000 vaten per dag — meer dan tien keer wat Suriname zelf per dag verbruikt.

In Blok 52, dat door Petronas en Staatsolie wordt gehouden, is het beeld anders: hier is vooral gas aangetroffen. De belangrijkste vondsten heten Sloanea en, meer recent, SAC-1. Onafhankelijke evaluaties spreken over ordegroottes van 2 tot 2,5 biljoen kubieke voet aan winbaar gas — genoeg om een nationaal programma tientallen jaren te voeden.

En dit is nog maar het begin. Blok 53, Blok 65, de blokken langs
de grens met Guyana en de diepwaterblokken verder westwaarts zijn nog maar deels aangeboord. Deskundigen schatten dat wat er onder de Surinaamse continentale plaat kan zitten, in de orde van meerdere miljarden vaten olie en tientallen biljoenen kubieke voet gas ligt. Ter vergelijking: ons buurland Guyana is met een vergelijkbaar geologisch decor uitgekomen op ruim 11 miljard vaten olie-equivalent aan bewezen reserves en groeit nog steeds door. Suriname ligt in exact dezelfde geologische provincie. Dit is geen fantasie. Dit is een geologisch feit, ondersteund door putdata, seismische gegevens en gepubliceerd wetenschappelijk onderzoek.

Waarom 'gevonden' niet hetzelfde is als 'geleverd aan Suriname'

Nu komt het punt waar de meeste burgers overheen worden gepraat. Een vondst onder de zee is nog geen inkomen aan de wal. Er zit een lange keten tussen "een put die olie aantreft" en "een gezin in Domburg dat er iets van merkt".

Wat er offshore
gebeurt, is dit: de contractant (TotalEnergies, APA, Petronas en anderen) haalt olie en gas naar boven, betaalt de kosten terug uit de zogenoemde cost oil en cost gas, en deelt de rest — de profit oil en profit gas — met de staat volgens de Production Sharing Contract. Van die opbrengst houdt Staatsolie namens Suriname een deel. Over de winst wordt daarnaast belasting geheven.

Wat er tot nu toe gebeurt met dat deel voor de Staat, is dat de olie wordt verscheept naar het buitenland — naar raffinaderijen in de Verenigde Staten, Europa en Azië — waar zij wordt omgezet in benzine, diesel, kerosine en kunststoffen. Suriname krijgt daarvoor wel een prijs: de olieprijs op de wereldmarkt, per vat, meestal Brent minus een kwaliteitscorrectie. Maar wij krijgen niet de verwerkte toegevoegde waarde. Die blijft in Rotterdam, Houston of Singapore.

Bij het gas is de situatie zo mogelijk nog
scherper. Als er niets wordt geregeld, gaat het gas óf terug de put in (re-injectie), óf het wordt gekoeld tot vloeibaar aardgas (LNG) en per tanker geëxporteerd. In beide gevallen komt er thuis niets binnen behalve een dollarprijs.

Dit is niet bedoeld als beschuldiging — een oliebedrijf mag zijn marge maximaliseren en de wereldmarkt is een gegeven. Het is bedoeld als constatering: een offshorevondst levert alleen dan iets structureels op aan de wal wanneer de staat expliciet regelt dat een deel van de olie én van het gas hier wordt verwerkt.

Waar NR en GtS in het plaatje passen
Hier komen de twee begrippen binnen die deze serie behandelt.
NR — de Nieuwe Raffinaderij — is het instrument waarmee een deel van de offshoreolie hier, in Suriname, wordt verwerkt tot benzine, diesel en kerosine. In plaats van ruwe olie te exporteren en brandstoffen terug te kopen, vindt de
verwerking in eigen land plaats. De toegevoegde waarde blijft dan in Suriname.
GtS — Gas-to-Shore — is het instrument waarmee offshoregas via een pijpleiding aan land wordt gebracht, waar het wordt gebruikt voor elektriciteitsopwekking, industrie en op termijn voor kunstmest en de chemische industrie. Het gas verlaat het land dan niet als LNG, maar wordt omgezet in stroom, producten en werkgelegenheid.

Beide instrumenten hebben één ding gemeen: zij zetten de offshorevondst om in binnenlandse waarde. Zonder deze instrumenten blijft de offshorevondst wat zij technisch is — een export van grondstoffen — en niet wat zij in potentie kan zijn: een fundament onder de Surinaamse economie.

Waarom 'heel Suriname' — niet één stad, niet één sector
Een raffinaderij staat op één plek. Een gasbehandelingsinstallatie staat op één plek. Toch hoort de vraag te zijn wat NR en GtS betekenen voor heel Suriname, niet voor één stad. Ik noem vijf
lijnen.

De rijstboer in Nickerie heeft belang bij goedkopere kunstmest uit binnenlands gas en bij stabiele dieselprijzen.
De houtwerker in Marowijne heeft belang bij een stabielere wisselkoers, omdat brandstofimport minder dollars uit het land trekt.

De schoolgaande jongere in Paramaribo heeft belang bij belastinginkomsten die naar onderwijs kunnen gaan in plaats van naar brandstofsubsidies.


De inheemse gemeenschap in Sipaliwini heeft belang bij een fonds naar Noors model dat een deel van de gasinkomsten reserveert voor de volgende generatie, inclusief voor gebieden die vandaag nog ver van het elektriciteitsnet liggen.
De oudere in een verpleeghuis in Nieuw-Nickerie heeft belang bij een betrouwbare stroomvoorziening die niet uitvalt omdat een dieseltanker vertraging oploopt.

Geen van deze vijf groepen profiteert als de offshorevondst beperkt blijft tot de export van ruwe grondstoffen. Alle vijf profiteren ervan als een deel van de vondst onshore wordt verwerkt.

Wat volgt in de rest van de
serie

In Essay II bespreek ik de omvang van de vondst vanuit technisch perspectief en leg ik het begrip conversie uit in gewone taal. In Essay III leg ik uit wat een raffinaderij precies is en wat Gas-to-Shore inhoudt. In Essay IV bespreek ik de voorwaarden waaronder NR en GtS kunnen functioneren. In Essay V geef ik de risico's en bezwaren eerlijk weer. In Essay VI vat ik samen welke vragen iedere burger zou moeten stellen aan degenen die hierover gaan beslissen. Het doel is dat u, als lezer, aan het einde van deze serie niemand hoeft na te praten. U kunt zelf een oordeel vormen. Dat is wat een burger in een petroleumland verdient.


Marcel P. T. Chin-A-Lien 

Petroleum- en Energie-adviseur

| starnieuws | Door: Redactie