
Egyptenaar verdacht van brandstichting door rechter-commissaris vrijgelaten
| starnieuws | Door: Redactie
De Egyptenaar Moaaz A., die ervan wordt verdacht op 14 augustus een woning in het district Brokopondo in brand te hebben gestoken, is op last van rechter-commissaris Duncan Nanhoe in vrijheid gesteld. Hij verklaarde een verzoek tot invrijheidstelling van advocaat Arjan Ramlakhan gegrond, ondanks verzet van het Openbaar Ministerie (OM).
De verdachte, die als verkoper werkzaam is, zou eerder een partybox op afbetaling hebben verkocht aan de vrouw die later slachtoffer werd. Volgens de beschikbare informatie kwam zij haar betalingsverplichtingen niet
Toen Moaaz A. zich later in het gebied bevond, zou hij zichzelf toegang tot de woning hebben verschaft en de partybox hebben meegenomen. Volgens verklaringen van ooggetuigen zou hij vervolgens de woning in brand hebben gestoken. Hij werd in verband hiermee aangehouden.
Ramlakhan diende namens zijn cliënt een verzoekschrift op grond van artikel 54a van het Wetboek van Strafvordering in. Daarbij werd onder meer aangevoerd dat de schade van het slachtoffer inmiddels volledig is vergoed door familie en/of vrienden van de verdachte. De vrouw heeft vervolgens een verklaring afgelegd waarin zij aangaf geen verdere bemoeienis met de zaak te willen en geen verdere strafvervolging van de verdachte te wensen.
Het OM verzette zich tegen de invrijheidstelling. Volgens het OM bestaat er nog onderzoeksbelang, omdat het slachtoffer nog met de verdachte zou
De verdediging voerde hiertegen verweer. Rechter-commissaris Nanhoe volgde uiteindelijk het standpunt van de advocaat, verklaarde het verzoek gegrond en gelastte de onmiddellijke invrijheidstelling van Moaaz A.
Ramlakhan zegt tegenover Starnieuws tevreden te zijn dat de rechter-commissaris zijn verzoek heeft gehonoreerd. Hij plaatst daarbij wel een kanttekening bij het verdere verblijf van zijn cliënt in Suriname. Mocht worden besloten dat de verdachte het land moet verlaten, dan zal hij daaraan als advocaat zijn medewerking verlenen, zegt Ramlakhan.
De verdachte, die als verkoper werkzaam is, zou eerder een partybox op afbetaling hebben verkocht aan de vrouw die later slachtoffer werd. Volgens de beschikbare informatie kwam zij haar betalingsverplichtingen niet
na en reageerde zij op een gegeven moment ook niet meer op telefoontjes van de verkoper.
Toen Moaaz A. zich later in het gebied bevond, zou hij zichzelf toegang tot de woning hebben verschaft en de partybox hebben meegenomen. Volgens verklaringen van ooggetuigen zou hij vervolgens de woning in brand hebben gestoken. Hij werd in verband hiermee aangehouden.
Ramlakhan diende namens zijn cliënt een verzoekschrift op grond van artikel 54a van het Wetboek van Strafvordering in. Daarbij werd onder meer aangevoerd dat de schade van het slachtoffer inmiddels volledig is vergoed door familie en/of vrienden van de verdachte. De vrouw heeft vervolgens een verklaring afgelegd waarin zij aangaf geen verdere bemoeienis met de zaak te willen en geen verdere strafvervolging van de verdachte te wensen.
Het OM verzette zich tegen de invrijheidstelling. Volgens het OM bestaat er nog onderzoeksbelang, omdat het slachtoffer nog met de verdachte zou
moeten worden geconfronteerd. Daarnaast zou zich bij de politie een derde persoon hebben gemeld die stelt eigenaar te zijn van de afgebrande woning.
De verdediging voerde hiertegen verweer. Rechter-commissaris Nanhoe volgde uiteindelijk het standpunt van de advocaat, verklaarde het verzoek gegrond en gelastte de onmiddellijke invrijheidstelling van Moaaz A.
Ramlakhan zegt tegenover Starnieuws tevreden te zijn dat de rechter-commissaris zijn verzoek heeft gehonoreerd. Hij plaatst daarbij wel een kanttekening bij het verdere verblijf van zijn cliënt in Suriname. Mocht worden besloten dat de verdachte het land moet verlaten, dan zal hij daaraan als advocaat zijn medewerking verlenen, zegt Ramlakhan.
| starnieuws | Door: Redactie



































