• zondag 13 September 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname
Eerst het kinderbeschermingssysteem op orde, dan een crisisopvang

Eerst het kinderbeschermingssysteem op orde, dan een crisisopvang

| starnieuws | Door: Redactie

Een crisisopvang voor kinderen is een noodzakelijke en humane voorziening. Maar een gebouw is nog geen kinderbeschermingssysteem. En precies daar ligt in Suriname het probleem.

Op 30 augustus 2026 werd weer bevestigd wat al langer bekend is: Suriname heeft nog altijd geen volwaardige eigen crisisopvang voor kinderen in acute nood. Minister Diana Pokie van Sociale Zaken en Volkshuisvesting wil een crisis- en doorgangshuis realiseren, maar een geschikt gebouw ontbreekt. Tegelijkertijd erkent zij dat het toezicht op bestaande opvanginstellingen “niet goed genoeg”
is en dat het totaal aantal actieve instellingen landelijk onduidelijk is.

Dat brengt een ongemakkelijke vraag naar voren:
Wat heb je aan een nieuwe crisisopvang als je onvoldoende weet waar de bestaande instellingen zijn, wie ze exploiteert, hoeveel kinderen er verblijven, aan welke kwaliteitseisen ze voldoen en wie verantwoordelijk is voor hun veiligheid?

Een register is geen administratieve luxe
De wet schrijft registratie en toezicht op opvanginstellingen voor. Toch blijkt uit recente verklaringen dat veel instellingen niet bij Sociale Zaken geregistreerd zijn. Eerder werd ook gemeld dat SoZaVo niet over exacte gegevens beschikte over het aantal operationele instellingen.

Dit is geen klein administratief mankement. Een landelijk register is de basis van kinderbescherming. Zonder een betrouwbaar register kan de overheid niet effectief plannen, inspecteren, capaciteit bepalen of risico’s inschatten.

Je kunt geen adequaat toezicht houden op een systeem waarvan je niet precies weet waar de onderdelen zich
bevinden.

Toezicht rammelt al jaren
Dit is geen nieuw probleem. De Wet Opvanginstellingen is sinds 2014 van kracht. Toch waren de toezichtraden in 2026 nog niet volledig ingevuld. De afdeling die landelijk toezicht moet houden kampt met ernstig personeelstekort. Volgens de minister waren er slechts acht medewerkers voor het toezicht op instellingen in het hele land, terwijl ook vervoersmiddelen ontbraken.

Het primaire probleem is dus niet alleen een ontbrekend gebouw, maar vooral een tekort aan systeemcapaciteit.

En dan: wie gaat het doen?

Een crisisopvang is geen hotel. Daar werken professionals met kinderen die mogelijk zijn mishandeld, verwaarloosd, uitgebuit, getraumatiseerd of acuut bedreigd. Er moet 24 uur per dag deskundigheid beschikbaar zijn. Er moet risicotaxatie plaatsvinden en er moeten beslissingen worden genomen over veiligheid, medische zorg, familiecontact, juridische bescherming en vervolghulp.

Vooral moet iemand verantwoordelijkheid nemen voor ieder individueel kind.

Dat vraagt om gekwalificeerde medewerkers,
gedragsdeskundigen, maatschappelijk werkers, pedagogisch medewerkers, casemanagers en professioneel management.

Juist daar ligt een kwetsbaarheid. In april meldde Suriname Herald dat minister Pokie verklaarde dat het ministerie in het verleden gebruikt werd om partijloyalisten te plaatsen, waardoor er een tekort aan deskundig personeel is ontstaan.

Als dat inderdaad de bestuurlijke werkelijkheid is, moeten we de vraag durven stellen:

Hoe voorkomen we dat een nieuwe, kwetsbare kinderbeschermingsvoorziening opnieuw een plek wordt waar politieke loyaliteit belangrijker is dan professionele deskundigheid?

Dit is geen aanval op individuele ambtenaren, maar een vraag over de inrichting van de staat.

Niet beginnen bij stenen
De volgorde van denken moet anders:
Niet: we hebben een crisisopvang nodig → zoek een gebouw → zoek mensen.

Maar: welke functie moet de opvang vervullen → welke professionele standaarden zijn nodig → wie is verantwoordelijk → welk personeel en toezicht zijn nodig → hoe wordt financiering
structureel geregeld → en pas dan: welk gebouw past daarbij?

Een gebouw zonder deskundigheid is slechts een gebouw.

Van plaatsing naar bescherming
In de discussie over crisisopvang wordt te weinig gesproken over wat er ná de eerste opvang gebeurt.

Een kind dat vandaag uit een onveilige situatie wordt gehaald, heeft morgen nog steeds bescherming nodig.

Wie maakt de risicotaxatie? Wie onderzoekt de gezinssituatie? Wie bepaalt of terugkeer verantwoord is? Wie houdt het kind daarna in beeld? Wie coördineert onderwijs, gezondheidszorg, psychosociale hulp en juridische bescherming?

Daarvoor is casemanagement nodig.

Een kind mag niet van crisisopvang naar opvanginstelling verdwijnen en vervolgens uit beeld raken. Het heeft een beschermingsplan nodig en een verantwoordelijke professional die het traject bewaakt.

Eerst het kind, dan het gebouw
Een crisisopvang kan levens redden. Daarom moet Suriname die voorziening krijgen. Maar laten we voorkomen dat we opnieuw beginnen bij stenen.
/>
Begin bij het kind. Begin bij veiligheid. Begin bij deskundigheid. Begin bij registratie en onafhankelijk toezicht. Begin bij casemanagement.

Zorg voor duidelijke verantwoordelijkheden tussen Sociale Zaken, Justitie, politie, gezondheidszorg, opvanginstellingen en maatschappelijke organisaties.

Want uiteindelijk is de vraag niet: “Hebben we een crisisopvang?”

De werkelijke vraag is:
“Als een kind vannacht in gevaar is, weten we dan wie het opvangt, wie het beschermt, wie verantwoordelijk is en wie ervoor zorgt dat het morgen niet opnieuw tussen de mazen van het systeem valt?”

Als het antwoord daarop nog niet overtuigend “ja” is, hebben we niet in de eerste plaats een gebouwprobleem.

We hebben een kinderbeschermingsprobleem.

Wij willen niet verhinderen dat er een crisisopvang komt. Wij willen voorkomen dat Suriname een crisisopvang krijgt die zelf een nieuw probleem wordt.

Dat is vanuit kinderen gedacht. En uiteindelijk is dát waar beleid aan getoetst moet worden.
/>
Stichting Kinderen Centraal
Anneke Matil

| starnieuws | Door: Redactie