• maandag 02 November 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname
De pg, het monopolie en de boodschap aan het parlement

De pg, het monopolie en de boodschap aan het parlement

| starnieuws | Door: Redactie

De weigering van procureur-generaal (pg) Garcia Paragsingh om de door PL-fractievoorzitter Bronto Somohardjo gevraagde vervolgingscijfers te verstrekken, is op zichzelf al opmerkelijk. Maar wat de kwestie echt staatsrechtelijk problematisch maakt, is de motivering. In haar brief van 28 oktober schrijft Paragsingh dat zij bij haar beoordeling “mede rekening” heeft gehouden met het feit dat er een strafrechtelijk onderzoek tegen Somohardjo loopt dat nog niet is afgerond. Een nadere toelichting op het verband tussen dat lopende onderzoek en het verzoek om algemene, geanonimiseerde
statistische gegevens ontbreekt echter volledig.

Dat is geen detail. Somohardjo vroeg niet om zijn eigen dossier, maar om cijfers over de behandeling van verdachten bij drugsdelicten, huiselijk geweld, mishandeling en diefstal, uitgesplitst naar etniciteit en vervolgingsbeslissingen. Het gaat dus om informatie die de kern raakt van de parlementaire controle op het vervolgingsbeleid. Door een dergelijk verzoek af te wijzen met een beroep op de persoon van de vragensteller, haalt de PG een individuele strafzaak uit haar eigenlijke context en gebruikt zij die als een politiek instrument om een volksvertegenwoordiger het zwijgen op te leggen. Somohardjo verwoordt dat zelf treffend: “Zodra mijn persoonlijke strafzaak wordt aangehaald om een verzoek over het algemene vervolgingsbeleid af te wijzen, moet ik mij afvragen of men mij daarmee het zwijgen wil opleggen.”

De pg heeft formeel de bevoegdheid om informatie te weigeren, bijvoorbeeld met een beroep op operationele belangen of de privacy van
verdachten. Maar dat zijn andere argumenten dan “er loopt een zaak tegen u”. Die argumenten had zij dan moeten aanvoeren en kenbaar moeten motiveren. Nu volstaat zij met een verwijzing die elke toetsbare grondslag mist. Daarmee plaatst zij niet alleen de controlefunctie van het parlement onder druk, maar ondermijnt zij ook het vertrouwen in de onafhankelijkheid van het Openbaar Ministerie.

En dat brengt ons bij het structurele probleem: het vervolgingsmonopolie. In Suriname berust de beslissing wie wel en niet strafrechtelijk wordt vervolgd exclusief bij de procureur-generaal. Dat monopolie is bedoeld als waarborg tegen politieke inmenging, maar het maakt het systeem ook uiterst kwetsbaar. Één persoon, in een kleine en politiek verweven samenleving, kan met een enkele brief beslissen welke informatie het parlement wel en niet bereikt. Zo wordt een institutionele waarborg tegen politieke druk in de praktijk een persoonlijke macht die zich moeilijk laat corrigeren.

Het is dan
ook niet toevallig dat er in het parlementaire debat over de herinrichting van de rechterlijke macht wordt gepleit voor een College van Procureurs-Generaal. Verschillende deskundigen en politici (waaronder ondergetekende) hebben erop gewezen dat Suriname al decennia kampt met selectieve vervolging, politieke inmenging en straffeloosheid bij machtsmisbruik, en dat deze problemen het directe gevolg zijn van een kwetsbaar systeem waarin één enkele pg onder grote druk kan worden gezet. Een college van drie gelijkwaardige en politiek onafhankelijke pg’s, met een duidelijke portefeuilleverdeling en de eis dat politiek gevoelige besluiten door ten minste twee leden worden gedragen, zou dat moeten doorbreken.

Tegenstanders noemen een college symboolpolitiek of een verzwakking van het OM. Maar de kwestie-Somohardjo laat zien dat de huidige constructie het probleem is. Niet omdat de zittende pg persoonlijk zou handelen uit politieke voorkeur, maar omdat het systeem haar de ruimte geeft om een parlementair controleverzoek te blokkeren met een
beroep op een strafzaak tegen de controleur. Een college dwingt tot collegiale toetsing, tot interne tegenspraak en tot gedeelde verantwoordelijkheid — precies de waarborgen die nu ontbreken.

De weigering van de PG is daarom niet slechts een incident. Het is een symptoom van een OM dat te veel op één persoon leunt en te weinig institutionele weerbaarheid kent. Wie de rechtsstaat serieus neemt, kan niet volstaan met de vraag of de PG dit argument mocht bedenken. De vraag is of een democratie het zich kan permitteren dat één functionaris met een onvoldoende gemotiveerde verwijzing naar een lopende strafzaak de controlerende taak van het parlement frustreert. Het antwoord op die vraag is nee. En dat is de sterkste reden om het monopolie te doorbreken en een college van PG’s in te stellen.


Colvin Overdiep
Criminoloog

Documenten: bijlage_Somohardjo_vs_pg_.pdf

| starnieuws | Door: Redactie