• zondag 18 October 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname
De Grondwet van 1987: wat Waaldijks relaas toevoegt aan het huidige debat

De Grondwet van 1987: wat Waaldijks relaas toevoegt aan het huidige debat

| starnieuws | Door: Redactie

De recente bespreking door Carlo Jadnanansing op Starnieuws van de constitutionele kritiek van Hugo Fernandes Mendes roept een aanvullende vraag op: in hoeverre zijn de tekortkomingen van de Grondwet van 1987 te begrijpen vanuit de omstandigheden waaronder zij tot stand kwam? Naast de juridische inhoud verdient ook de overgang van militaire naar burgerlijke macht aandacht. Een gesprek dat ik kort vóór zijn overlijden met wijlen prof. dr. Ludwig Waaldijk in Paramaribo voerde en op band vastlegde, biedt hiervoor aanknopingspunten.

Waaldijk vertelde
over de bestuurlijke onzekerheid na de staatsgreep van 25 februari 1980 en over de latere voorbereiding van een nieuwe grondwet. Zijn relaas verbindt twee momenten: de aanvankelijke gedachten over een terugkeer naar een burgerregering en de terughoudendheid van de militaire machthebbers bij het vormgeven van de constitutionele orde in 1987. Juist die verbinding is relevant voor het huidige grondwetsdebat waarop Jadnanansing de aandacht vestigt.

Een burgerregering en de vraag naar de werkelijke macht
Volgens Waaldijk werd vrijwel direct na de machtsovername gesproken over een terugkeer naar een burgerregering. Dat gegeven verdient aandacht, omdat het vragen oproept over de bestuurlijke toekomst die de nieuwe machthebbers destijds voor ogen hadden. Daarbij moet onderscheid worden gemaakt tussen een regering met burgers en een democratische rechtsorde waarin de krijgsmacht daadwerkelijk onder burgerlijk gezag staat. De aanwezigheid van burgers in een regering zegt op zichzelf nog onvoldoende over de verdeling van de macht. Doorslaggevend
is wie uiteindelijk beslist, wie controle uitoefent en wie zich tegenover de bevolking moet verantwoorden.

Hier ligt de verbinding met 1987. Als militaire machthebbers ruimte bieden aan burgerlijk bestuur, betekent dat nog niet vanzelf dat zij ook bereid zijn hun invloed volledig aan democratische instellingen over te dragen. De vraag is daarom onder welke voorwaarden de terugkeer naar een constitutioneel bestel werd aanvaard.

Grondwetsvorming onder militaire invloed
Waaldijk vertelde dat vóór de uiteindelijke Grondwet verschillende voorstellen waren besproken. Hij noemde onder meer een ontwerp van Walter Lim A Po en eigen voorstellen voor de inrichting van het staatsbestel. Volgens zijn relaas kregen deze voorstellen geen doorgang. Deze mededelingen vragen om nader onderzoek naar de oorspronkelijke ontwerpen, de betrokken personen en de redenen waarom bepaalde keuzes werden gemaakt. Zij vestigen de aandacht op een wezenlijk punt: een grondwet ontstaat door selectie. Sommige voorstellen worden aanvaard, andere gewijzigd of terzijde
gelegd. Wie daarin de doorslag geeft, beïnvloedt de uiteindelijke inrichting van de staat.

Ook de onafhankelijkheid van een grondwetscommissie moet daarom inhoudelijk worden beoordeeld. Het predicaat ‘onafhankelijk’ zegt nog niet hoeveel ruimte een commissie werkelijk had. Kon zij vrij adviseren over de positie van de krijgsmacht? Kon zij voorstellen doen die de invloed van de bestaande machthebbers beperkten? En wie bepaalde uiteindelijk welke voorstellen werden overgenomen? Waaldijks relaas geeft aanleiding deze vragen te stellen. Het vormt op zichzelf geen sluitend bewijs voor alle antwoorden.

De betekenis voor het huidige debat
De bijdrage van Jadnanansing en de beschouwing van Fernandes Mendes richten de aandacht op de inhoudelijke tekortkomingen van het constitutionele bestel. Mijn aanvulling betreft de ontstaansgeschiedenis: welke machtsverhoudingen, belangen en beperkingen hebben aan de uiteindelijke tekst bijgedragen?

Dat onderscheid is belangrijk. Wanneer onduidelijkheden uitsluitend als juridische onvolkomenheden worden beschouwd, bestaat het risico dat hun politieke achtergrond buiten
beeld blijft. Sommige bepalingen kunnen ook het resultaat zijn geweest van compromissen waarmee de overgang naar burgerlijk bestuur mogelijk werd gemaakt. Of dat bij afzonderlijke bepalingen daadwerkelijk het geval was, moet zorgvuldig worden onderzocht.

De betekenis van Waaldijks relaas ligt daarmee niet in een nieuwe verklaring voor de staatsgreep. Zijn getuigenis helpt een onderzoeksvraag te formuleren die rechtstreeks aansluit op de huidige discussie: hoeveel ruimte bestond er bij de voorbereiding van de Grondwet van 1987 om een democratische staatsinrichting te ontwerpen die ook de militaire macht daadwerkelijk begrensde?

Van getuigenis naar systematisch onderzoek

Mijn opgenomen gesprek met Waaldijk is een mondelinge historische bron. Niet alle onderdelen heb ik onafhankelijk kunnen verifiëren. Zijn verklaringen moeten daarom worden getoetst aan ontwerpteksten, commissiestukken, correspondentie en andere getuigenissen. In ons gesprek benadrukte Waaldijk het belang van systematisch onderzoek. Die aansporing blijft relevant. Een grondige reconstructie kan duidelijk maken welke alternatieven voorlagen, waarom
zij afvielen en hoe de uiteindelijke keuzes tot stand kwamen.

Wie de Grondwet wil verbeteren, moet haar inhoud én haar ontstaansgeschiedenis begrijpen. Daarmee vormt Waaldijks relaas een aanvulling op het actuele debat: het nodigt uit om achter de constitutionele tekst ook de toenmalige verhoudingen tussen militaire macht en burgerlijk gezag te onderzoeken. Dat onderzoek kan helpen verklaren hoe de tekortkomingen zijn ontstaan die in het huidige debat als de ‘poreusheid’ van de Grondwet van 1987 worden aangeduid.

Headly R. Binderhagel

| starnieuws | Door: Redactie