• vrijdag 11 September 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname
Climbing Creek – de stille ramp (1)

Climbing Creek – de stille ramp (1)

| starnieuws | Door: Redactie

Er zijn van die plekken waar je komt en die je daarna nooit meer loslaten. Climbing Creek is er zo een. Een moeras in Nickerie, Suriname, dat langzaam vergiftigd wordt door zeewater. Niet door de natuur. Door een kanaal dat iemand ooit heeft laten graven.

Ik maakte de tocht erheen. Samen met een handvol militairen die proberen te herstellen wat anderen hebben stukgemaakt. Wat ik zag, wilde ik opschrijven. Niet omdat het mooi is. Omdat het verteld moet worden.

De
boot door het kanaal

Het is vroeg in de ochtend als we staan bij het irrigatiekanaal van Wageningen. De brug naar Climbing Creek. We wisten dat het geen gewone tocht zou worden, maar wat we zouden zien, overtrof alles.

Een kwartier later klinkt het geronk van een buitenboordmotor. Onze boot is er. Met onze rugtassen waarin water, wat fruit en wat krentenbollen zitten, stappen we in... gereed voor dit avontuur. De zon begint al aardig wat warm te worden in deze vroege uren waarin de boot ons door het kanaal brengt.


Het begin is prachtig, wat daarna volgt is een ramp.
Het uitzicht is er een van veel begroeiing langs weerszijden, droge hoge bomen, kustvogels die vroeg aan hun maaltijd beginnen en verrassend af en toe krijgen we in de boot gezelschap van vissen, die blijkbaar in de vaarroute van de boot komen. We gooien de vissen netjes weer
in het water. De kleine aluminiumboot met vier personen inclusief de bootsman, vaart met zijn 15 pk en probeert zoveel mogelijk de begroeiing te ontwijken. Hij wil voorkomen dat riet, wortels, drijfhout of drijfnetten in de propeller komen. Het vergt aardig wat vakmanschap.

De dam en de modder
Drie bochten verder in het kanaal komen we bij de dam. Hier moet de boot normaal gesproken overgetild worden.

Maar het water in Climbing Creek is te laag.

Er is voor gekozen een andere boot via de Climbing Creek naar ons toe te sturen. We wachten. We staan op de dam en voor ons strekt het moeras zich uit. Wat opvalt is de modder over zo'n honderd meter dat we kunnen zien. Er is slechts een plas water tussen het riet te zien waar het letterlijk kookt van vissen die vechten voor hun leven. Dichterbij in de modder zie

ik een vis, moe gestreden om te overleven, nog de laatste beweging maken met zijn zilvergrijze staartvin.



De lucht is gevuld met de geur van rottend vis en modder.

Nu pas begrijp ik wat die hoge, droge bomen betekenden die we aan het begin van onze reis zagen. Het waren geen dode bomen door droogte. Ze zijn vergiftigd – door de zee. Drie jaar geleden kwam een ondernemer op het briljante idee om een kanaal dwars door het moeras tot de zee te graven. Na instemming van de toenmalige LVV-minister (Landbouw, Veeteelt en Visserij) werd het kanaal gegraven. De reden voor het kanaal zijn duister. De gevolgen desastreus. Het zoetwater uit het moeras trekt naar de zee en het zoute water van de zee komt het moeras binnen. Het gevolg: massa-sterfte onder de zwampvissen, vegetatie die niet tegen zout water kan, gaat dood. Het zal slechts een schim
van de realiteit blijken.

De militair die zong

Na een uur wachten op de dam horen we gezang. We zien een militair in een boot zitten, terwijl een ander de boot voortduwt en trekt door de modder. Hij zit tot boven zijn dijen in de modder en probeert zoveel mogelijk wat steviger grond te vinden om de boot voort te trekken. De militair in de boot zingt om hem te bemoedigen en niet op te geven. Uiteindelijk springt ook hij in de modder, omdat het haast onmogelijk lijkt om de laatste honderd meter af te leggen om ons op te halen.



Aanvankelijk was gezegd dat het water wat hoger zou zijn deze ochtend. Maar het water heeft de dam duidelijk niet bereikt en trekt dus al weer terug naar zee. Het lukt de twee mannen met de hulp van een derde die met ons mee is gekomen, de
boot tot de dam te trekken zodat wij niet in de modder hoeven te stappen. De drie militairen springen daarop in het irrigatiekanaal om af te komen van alle toko toko. Een verfrissend bad.

Maar het water waarin ze baden, is geen gewoon water. Het is het water dat getuige is van een stille ramp. En ik heb het gezien.

Verder door de Climbing Creek
We laden de boot in met minimale bagage en een ijsbox. De tocht gaat nu door de Climbing Creek. De boot is zwaarder dus duwen de drie mannen het door de modder smurrie waar de brandende zon de stank alleen maar zwaarder maakt. Het water in de kanaal staat nergens hoger dan een meter. Links en rechts hangt het riet en drijft losgekomen vegetatie. De bootsman manoeuvreert tussen al het riet en doet zijn best de diepste punten te vinden. Af en toe
haalt hij de propeller omhoog om die op te schonen of te beschermen tegen het hout dat in de kanaal zit. Meter voor meter verplaatsen we ons door het kanaal. Dan blijkt de motor niet af te koelen, er zit vuil in de leiding. Met geen enkele mogelijkheid krijgen de mannen dat eruit.

De motor valt stil. Alleen het geruis van het riet is te horen. Het geluid van zacht stromend water mengt zich met het geroep van vogels. Wat opvalt is de schone omgeving, vrij van plastiek en blik. Tot nog toe was het enige uit de 'buitenwereld' een drijfnet die bleef steken in de propeller. De stank van rottend vis wordt minder en zien we ook minder dode vissen drijven. Op de modderige oever nemen de mannen de sporen van een jaguar waar. Eerder zagen ze dat ook al tussen het riet.


We vertrekken in de 'reddingsboot'
terwijl de mannen de defecte motor op de andere boot vervangen.
Na enkele pogingen kunnen we een signaal opvangen, lang genoeg om een telefoontje te plegen naar het kamp aan de zee waar onze bestemming is. We geven onze locatie aan en roepen hulp in. De boot wordt dwars in het kanaal geplaatst opdat we kunnen profiteren van de schaduw van de twee bomen aan weerszijden. De rugtassen gaan open en we delen bacoven, water en krentenbollen met elkaar. Korte tijd later horen we 'de troepen' aankomen. Een boot met twee jongemannen. Ze brengen een motor mee. Wij stappen in de 'reddingsboot', terwijl de anderen de motor verwisselen. De boot brengt ons naar het kamp.

Het kamp en de mangroveplantjes

Te midden van riet, droge bomen en vegetatie, is er op een verhoging in de blakende zon een kamp neergezet waar een handvol militairen al 18 dagen wonen en

werken. Hun taak is om 12.000 mangroveplantjes in de grond te zetten om de ravage die de handelingen van de ondernemer hebben veroorzaakt te herstellen. De plantjes gedoneerd door multinational Total Energies hebben een reis vanuit Coronie achter de rug. Eerst in de container tot de afdamming, daarna dezelfde weg die wij gevolgd hebben. Alles in tranches, een boot kan immers niet veel vervoeren en door de lage waterstand gaat dat ook trager.


De plantjes zijn via het irrigatiekanaal vervoerd en worden geplaatst op de dam om vervolgens opnieuw ingeladen te worden voor verplaatsen in de Climbing Creek.

Op de dam al zagen we honderden uitgedroogde plantjes. De aarde waarin de zaailingen waren gezet, was fout. De militairen die soortgelijke projecten al eerder hebben gedaan en veel kennis hebben opgedaan over de mangrove, vertellen haarfijn wat mis is gegaan en welke plantjes wel een overlevingskans hebben. Betere communicatie zou deze

'waste' van geld en moeite hebben bespaard. Het blijft zonde van de dode plantjes die worden begraven aan het begin van de kanaal.


De kustvlakte is de uiteindelijke bestemming van de plantjes. Hier moet zich binnen een paar jaar een mangrovebos hebben ontwikkeld.

De kamp is primitief, bedekt met een zeil en opgedeeld in een slaap- en keukengedeelte. Drinkwater is schaars omdat de aanvoer moeilijk gaat vanwege de lage waterstand in het kanaal. Er wordt gebruik gemaakt van het zeewater in de kanaal om te baden en de was te doen. Vanuit het kamp is het traject naar de kust veel moeilijker. Dagenlang hebben de mannen de plantjes verplaatst naar waar ze uiteindelijk in de grond moesten. Dat was geenszins een makkelijke taak. Op primitieve sleetjes werden steeds een klein aantal van de plantjes naar hun uiteindelijke bestemming gebracht. Het verplaatsen ging zeer moeizaam, doordat er veel droog grond was.

Het water was te ver weggetrokken en de wortels van de plantjes verdragen niet te veel water. Hoe gek dat ook klinkt. In de opstart fase hebben ze genoeg aan natte modder.


Indra Toelsie


(Morgen het slotdeel)

| starnieuws | Door: Redactie