Jennifer van Dijk-Silos
De recente verzoeken tot in staat van beschuldigingstelling (ISB) van Bronto Somohardjo, Riad Nurmohamed en Gillmore Hoefdraad vormen een belangrijk moment voor de Surinaamse rechtsstaat. De kernvraag is of het Openbaar Ministerie (OM) juridisch én strategisch voldoende is toegerust om politieke ambtsdragers effectief te vervolgen.De ISB-procedure is geen gewone strafzaak. Zij bevindt zich op het snijvlak van recht en politiek. Vervolging kan pas plaatsvinden nadat De Nationale Assemblee (DNA) daartoe besluit. Dat betekent dat naast juridische kwaliteit
ook helderheid, overtuigingskracht en politieke begrijpelijkheid doorslaggevend zijn.
De Wet In Staat van Beschuldigingstelling stelt duidelijke eisen aan verzoeken:
● voldoende aanwijzingen van schuld
● concrete feitelijke onderbouwing
● koppeling tussen feiten en strafbepalingen
● aantoonbare ambtsuitoefening
De huidige verzoekschriften vormen daarmee een test voor de rechtsstaat. Tegelijkertijd
rijst de vraag of het OM daadwerkelijk inzet op succesvolle vervolging of vooral wil laten zien dat het handelt.
Belangrijkste tekortkomingen in de aanpak van het OM:1.
Overlading van strafbare feiten: Meerdere strafbepalingen worden tegelijk genoemd zonder duidelijke prioritering.
2.
Gebrek aan focus Er ontbreekt een scherpe kernbeschuldiging.
3.
Bewijsstructuur Sterke
afhankelijkheid van processen-verbaal en verklaringen in plaats van forensisch-financiële onderbouwing.
4.
Strategische timingVerzoeken lijken ingediend terwijl onderzoeken nog niet volledig zijn afgerond.
5. Juridische formulering
Veel herhaling en standaardformuleringen.
6.
Gebrek aan individualiseringOnvoldoende onderscheid tussen systeemfouten en persoonlijke strafbaarheid.
7. Complexiteitsrisico
Vooral bij Hoefdraad kan de complexiteit de overtuigingskracht ondermijnen.
/>8.
Politiek-juridische balansOnvoldoende rekening met de politieke drempel: het DNA-besluit.
Analyse per dossier:-SomohardjoSterktes:
● concreet en feitelijke beschrijvingen
● ondersteuning door verklaringen en communicatie
● duidelijke juridische kwalificatie
● herkenbaar patroon van gedragingen
Zwaktes:
● beperkte financiële onderbouwing
● afhankelijkheid van verklaringen in plaats van
harde financiële audit
● mogelijke discussie over directe betrokkenheid
-Nurmohamed
Sterktes:
● breed juridisch kader met meerdere strafbare feiten
● aanwezigheid van contractuele en documentatiebasis
Zwaktes:
● gebrek aan scherpe afbakening
● zwakke koppeling tussen persoon en handelingen
● risico op versnippering van bewijs
● complex dossier zonder
duidelijke kern
-HoefdraadSterktes:
● uitgebreid financieel onderzoek
● concrete geldstromen en constructies
● systematische opbouw
● ondersteuning met communicatie
Zwaktes:
● hoge complexiteit
● overlap van strafbare feiten
● vereist zware bewijslast per afzonderlijk feit
Kernfout van het OMDe centrale tekortkoming is een te brede
aanpak: te veel strafbare feiten tegelijk, zonder duidelijke focus. Waar alles wordt genoemd, wordt niets overtuigend bewezen.
Een ISB-procedure vraagt niet om volledigheid, maar om overtuiging. Door de breedte van de dossiers ontstaat verwatering van de kern en ruimte voor twijfel.
De beslissende factor: DNAHet OM lijkt
onvoldoende rekening te houden met het feit dat de eerste en belangrijkste toets plaatsvindt in DNA en niet in de rechtszaal.
Als het OM daar niet overtuigt:
● strandt de zaak voordat de rechter eraan te pas komt
● faalt zelfs een juridisch sterk dossier
Gevolgen voor de rechtsstaatAls de zaken stranden, zal dat niet alleen worden gezien als een juridische mislukking, maar als bewijs dat het systeem niet in staat is politieke verantwoording af
te dwingen.
maar door het succesvol afronden ervan. Als deze zaken slagen, is dat een overwinning. Als zij falen, zal de conclusie zijn dat niet het gebrek aan misstanden het probleem is, maar het onvermogen om deze te bewijzen.
Opvallend blijft dat het dossier Nurmohamed duidelijk zwakker oogt dan de andere
dossiers. Dit kan alleen maar de vraag oproepen of dit in het geval van de VHPer Nurmohamed toeval is.
Mr. dr. J. van Dijk-Silos
In_staat_van_beschuldigingstelling_(geheel_artikel).pdf