
Rijk aan beloften, arm aan uitvoering
| starnieuws | Door: Redactie
President Simons hield onlangs haar jaarrede. Een langdradige opsomming van voornemens en problemen tot aan de horizon, maar zonder duidelijke kern. Ik leg deze jaarrede langs de meetlat van het nationale wapen van Suriname. Daarin staat immers de morele en politieke opdracht van de staat: Justitia – Pietas – Fides. Prudentia voeg ik eraan toe. Pecunia (geld) staat er niet bij, maar juist dat lijkt voor menige zakkenvuller het hoogste doel te zijn geworden.
Justitia staat voor rechtvaardigheid: ieder geven wat
De staat is geen eigendom van toevallige machthebbers, maar van de hele gemeenschap. Dit sluit aan bij de woorden uit de jaarrede dat verandering niet door één persoon, partij of regering kan worden gerealiseerd. Maar dit botst met de praktijk. Ministeries worden verdeeld als politieke buit, familieleden en vrienden worden benoemd en eigen belangen wegen vaak zwaarder dan het algemene belang.
Het probleem waarmee Suriname worstelt, is niet zozeer Financiën, maar Fides: vertrouwen.
Een belofte die de regering-Simons wel concreet heeft uitgevoerd, is bijvoorbeeld Heritage Month. Maar welk urgent probleem is daarmee opgelost? Wat groepen werkelijk verbindt, is goed onderwijs, een betrouwbare rechtsstaat, sterke, niet-etnisch georiënteerde instituties, veiligheid en vertrouwen in de overheid.
Ook de koopkracht is enigszins verbeterd door de verhoging van sociale uitkeringen. Maar wat kunnen mensen daar werkelijk meer voor kopen? De inflatie daalt, maar de prijzen niet. Die stijgen alleen minder snel. Ondertussen is het Spaar- en Stabiliteitsfonds nog altijd niet operationeel. Veel plannen uit 2025 worden in 2026 opnieuw
Een opvallende uitspraak in de jaarrede was: ‘Ik wil geen drugsvliegtuigen in mijn achterland.’ Een goed punt. Maar onduidelijk blijft welke obstakels daarvoor concreet uit de weg moeten worden geruimd. Vage verhalen wekken geen vertrouwen.
Het interessantste uit de jaarrede is misschien wel: ‘De olieperiode begint vóór de olie-inkomsten. 2027 is het voorbereidingsjaar.’ Maar waarom pas 2027? Ook hier botst politieke retoriek met de praktijk. Nog in mei 2026 constateerde het IMF dat de uitvoering van begrotingsdiscipline, institutionele versterking en een functionerend oliefonds, achterblijft. Er gaapt een kloof tussen belofte en uitvoering. De politieke daadkracht om zaken goed uit te voeren lijkt te ontbreken. En als het geen onwil is, dan is het een gebrek aan kennis en kunde.
De spectaculaire gebeurtenis van deze eeuw wordt de olie. Het wordt de ultieme test voor Suriname. Het oliefonds is, zoals gezegd, nog niet operationeel.
Is de staat werkelijk sterk genoeg om de gigantische toekomstige olierijkdom goed te beheren? Ze slaagt er niet eens in de goudsector, en de daarmee verbonden vergiftiging van mens, dier en milieu, te ordenen. De president wil dat wel, maar wil zij het nog wanneer hervormingen politiek kostbaar worden en ten koste gaan van de macht?
De olierevolutie komt er wel. De beloofde revolutie in de bestuurspraktijk waarschijnlijk niet, althans niet op tijd. De oliedollars zullen voorlopig niet in goede aarde vallen. Een kleine groep zal zeer rijk worden en als een dunne olielaag op een grote watermassa komen te drijven. Olie en water mengen niet. De groep die met
Ondertussen krabbelt de regering verder en probeert zij met nieuwe leningen te overleven, in afwachting van de oliedollars. Is het glas halfleeg, dan dreigt een ontwikkeling richting Venezuela of Nigeria. Is het halfvol, dan lonkt iets van Singapore en Noorwegen. Het gaat om de kwaliteit van instituties en het beheer van natuurlijke rijkdommen.
De leider die blokkades voor ontwikkeling werkelijk durft weg te bulldozeren, moet nog opstaan. Suriname is rijk aan beloften, maar rijkdom begint pas wanneer woorden worden omgezet in daden.
D. Balraadjsing
Justitia staat voor rechtvaardigheid: ieder geven wat
hem toekomt en de rechtsstaat versterken. Pietas is trouw aan wat groter is dan het eigen belang en verantwoordelijk handelen. Fides staat voor vertrouwen en het nakomen van beloften. Prudentia is het vermogen om gevolgen te voorzien en vooruit te kijken. Het doel van de staat is dus niet primair rijkdom vergaren, maar een gemeenschap vormen en bijeenhouden volgens deze vier beginselen. Hieraan gemeten biedt de jaarrede vooral goede bedoelingen, maar te weinig concrete maatregelen.
De staat is geen eigendom van toevallige machthebbers, maar van de hele gemeenschap. Dit sluit aan bij de woorden uit de jaarrede dat verandering niet door één persoon, partij of regering kan worden gerealiseerd. Maar dit botst met de praktijk. Ministeries worden verdeeld als politieke buit, familieleden en vrienden worden benoemd en eigen belangen wegen vaak zwaarder dan het algemene belang.
Het probleem waarmee Suriname worstelt, is niet zozeer Financiën, maar Fides: vertrouwen.
Dat vertrouwen brokkelt af wanneer gronden dubbel worden uitgegeven, rechten van Inheemsen en tribale gemeenschappen worden genegeerd, cocaïne, kwik, geld, sieraden en zelfs arrestanten uit politiebewaring verdwijnen, rechterlijke uitspraken niet worden nageleefd en de staat haar verplichtingen niet nakomt en onduidelijkheid laat bestaan over verantwoordelijkheden. Wat burgers missen, is Justitia, Pietas en Fides: rechtvaardigheid, plichtsbesef en betrouwbaarheid.
Een belofte die de regering-Simons wel concreet heeft uitgevoerd, is bijvoorbeeld Heritage Month. Maar welk urgent probleem is daarmee opgelost? Wat groepen werkelijk verbindt, is goed onderwijs, een betrouwbare rechtsstaat, sterke, niet-etnisch georiënteerde instituties, veiligheid en vertrouwen in de overheid.
Ook de koopkracht is enigszins verbeterd door de verhoging van sociale uitkeringen. Maar wat kunnen mensen daar werkelijk meer voor kopen? De inflatie daalt, maar de prijzen niet. Die stijgen alleen minder snel. Ondertussen is het Spaar- en Stabiliteitsfonds nog altijd niet operationeel. Veel plannen uit 2025 worden in 2026 opnieuw
gepresenteerd als toekomstig beleid.
Een opvallende uitspraak in de jaarrede was: ‘Ik wil geen drugsvliegtuigen in mijn achterland.’ Een goed punt. Maar onduidelijk blijft welke obstakels daarvoor concreet uit de weg moeten worden geruimd. Vage verhalen wekken geen vertrouwen.
Het interessantste uit de jaarrede is misschien wel: ‘De olieperiode begint vóór de olie-inkomsten. 2027 is het voorbereidingsjaar.’ Maar waarom pas 2027? Ook hier botst politieke retoriek met de praktijk. Nog in mei 2026 constateerde het IMF dat de uitvoering van begrotingsdiscipline, institutionele versterking en een functionerend oliefonds, achterblijft. Er gaapt een kloof tussen belofte en uitvoering. De politieke daadkracht om zaken goed uit te voeren lijkt te ontbreken. En als het geen onwil is, dan is het een gebrek aan kennis en kunde.
De spectaculaire gebeurtenis van deze eeuw wordt de olie. Het wordt de ultieme test voor Suriname. Het oliefonds is, zoals gezegd, nog niet operationeel.
Wie zal de bewakers bewaken? De kasreserve-affaire bij de Centrale Bank van Suriname in 2019 is een waarschuwing. Op papier leek het geld veilig, maar in de praktijk konden politieke machthebbers een aanzienlijk deel van de kasreserves misbruiken.
Is de staat werkelijk sterk genoeg om de gigantische toekomstige olierijkdom goed te beheren? Ze slaagt er niet eens in de goudsector, en de daarmee verbonden vergiftiging van mens, dier en milieu, te ordenen. De president wil dat wel, maar wil zij het nog wanneer hervormingen politiek kostbaar worden en ten koste gaan van de macht?
De olierevolutie komt er wel. De beloofde revolutie in de bestuurspraktijk waarschijnlijk niet, althans niet op tijd. De oliedollars zullen voorlopig niet in goede aarde vallen. Een kleine groep zal zeer rijk worden en als een dunne olielaag op een grote watermassa komen te drijven. Olie en water mengen niet. De groep die met
een lege maag voor de deur van het huis zit te piekeren over geldzorgen, zal niet automatisch kleiner worden.
Ondertussen krabbelt de regering verder en probeert zij met nieuwe leningen te overleven, in afwachting van de oliedollars. Is het glas halfleeg, dan dreigt een ontwikkeling richting Venezuela of Nigeria. Is het halfvol, dan lonkt iets van Singapore en Noorwegen. Het gaat om de kwaliteit van instituties en het beheer van natuurlijke rijkdommen.
De leider die blokkades voor ontwikkeling werkelijk durft weg te bulldozeren, moet nog opstaan. Suriname is rijk aan beloften, maar rijkdom begint pas wanneer woorden worden omgezet in daden.
D. Balraadjsing
| starnieuws | Door: Redactie



































