
Rechter wijst vordering tegen uitzetting mennonieten af
| starnieuws | Door: Redactie
De vordering om de uitzetting van een groep mennonieten uit Suriname tegen te houden, is afgewezen. Kantonrechter Deborah Haakmat-Sniphout heeft zojuist vonnis gewezen in het kort geding dat Suriname Green Energy Agriculture N.V. tegen de Staat had aangespannen. De eisende partij is bovendien veroordeeld tot betaling van de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Het kort geding was aangespannen naar aanleiding van het optreden van de autoriteiten tegen ongeveer zestig mennonieten die in het gebied van Kraka verblijven. De onderneming
Aan de kantonrechter was via raadsman Derrick Veira gevraagd de Staat te verbieden de voorgenomen uitzetting uit te voeren. Het gevraagde verbod had ook betrekking op het overbrengen van de mennonieten naar een vertrekplaats, het boeken of uitvoeren van een uitzettingsvlucht en andere handelingen die tot hun gedwongen vertrek zouden leiden. Daarnaast werd geëist dat reeds ingezette uitzettingshandelingen onmiddellijk zouden worden gestaakt. Ook mocht de Staat volgens de vordering geen maatregelen treffen die de uitvoering van een eventueel rechterlijk verbod zouden doorkruisen.
Om naleving af te dwingen, werd een dwangsom van SRD 10 miljoen per dag of gedeelte daarvan geëist, met een maximum van SRD 100 miljoen. Verder werd gevraagd de Staat te veroordelen tot betaling van de proceskosten, waaronder SRD 150.000 aan salaris voor de gemachtigde.
De volledige motivering van de rechter is nog niet bekend.
Het kort geding was aangespannen naar aanleiding van het optreden van de autoriteiten tegen ongeveer zestig mennonieten die in het gebied van Kraka verblijven. De onderneming
wilde met een rechterlijk verbod voorkomen dat de betrokkenen gedwongen Suriname zouden moeten verlaten.
Aan de kantonrechter was via raadsman Derrick Veira gevraagd de Staat te verbieden de voorgenomen uitzetting uit te voeren. Het gevraagde verbod had ook betrekking op het overbrengen van de mennonieten naar een vertrekplaats, het boeken of uitvoeren van een uitzettingsvlucht en andere handelingen die tot hun gedwongen vertrek zouden leiden. Daarnaast werd geëist dat reeds ingezette uitzettingshandelingen onmiddellijk zouden worden gestaakt. Ook mocht de Staat volgens de vordering geen maatregelen treffen die de uitvoering van een eventueel rechterlijk verbod zouden doorkruisen.
Om naleving af te dwingen, werd een dwangsom van SRD 10 miljoen per dag of gedeelte daarvan geëist, met een maximum van SRD 100 miljoen. Verder werd gevraagd de Staat te veroordelen tot betaling van de proceskosten, waaronder SRD 150.000 aan salaris voor de gemachtigde.
Kantonrechter Haakmat-Sniphout heeft de vorderingen echter
afgewezen. De eisende partij moet de proceskosten betalen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad, wat betekent dat de proceskostenveroordeling in beginsel kan worden uitgevoerd, ook wanneer hoger beroep wordt ingesteld. Met deze uitspraak is het gevraagde rechterlijke verbod op de uitzetting niet tot stand gekomen.
De volledige motivering van de rechter is nog niet bekend.
| starnieuws | Door: Redactie
































