• vrijdag 09 October 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname
Ramadhin trekt rijstzaak in om verder oplopende kosten te stoppen

Ramadhin trekt rijstzaak in om verder oplopende kosten te stoppen

| suriname herald | Door: Redactie

Ondernemer Bhagwatpersad Ramadhin heeft het kort geding tegen de Staat ingetrokken om te voorkomen dat de kosten voor het opgehouden schip verder oplopen. Volgens een van zijn advocaten, Vishal Rambharos, kon het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) tijdens de zitting geen concrete termijn aangeven waarbinnen het onderzoek naar de lading zou worden afgerond. De ondernemer koos daarom voor terugzending naar Guyana. Alleen aan kosten voor het schip was hij volgens de advocaat inmiddels ongeveer US$ 35.000 kwijt.

In een interview met Suriname Herald legt Rambharos uit dat onzekerheid over de verdere afhandeling doorslaggevend was. Zijn cliënt moest rekening houden met dagelijkse scheepskosten, terwijl niet vaststond wanneer een besluit over de lading zou volgen.

Volgens de advocaat legde de rechter Ramadhin aan het einde van de comparitie de keuze voor: wilde hij het onderzoekstraject voortzetten en de uitkomst afwachten, of het schip met de lading terugsturen om verdere kosten

te beperken?

US$ 5000 per dag voor het schip Rambharos noemt voor het verblijf van het schip een bedrag van US$ 5000 per dag. Bij zeven dagen komt dat neer op US$ 35000. Als het wachten een maand zou duren, zouden alleen deze kosten volgens zijn berekening tot ongeveer US$ 150.000 oplopen.

Volgens de advocaat werd tijdens de zitting gesproken over onderzoek, waaronder laboratoriumonderzoek, dat mogelijk een maand in beslag kon nemen. Het kon ook eerder zijn afgerond, maar LVV zou daarover geen zekerheid hebben gegeven. Voor Ramadhin betekende dit dat hij vooraf niet kon overzien hoeveel langer het schip moest blijven liggen en hoe hoog de rekening uiteindelijk zou worden. Om verdere schade te beperken, koos hij voor terugzending en werd de vordering ingetrokken.

De genoemde US$ 35000 betreft volgens Rambharos uitsluitend de scheepskosten. In het verzoekschrift worden daarnaast kosten genoemd voor de aankoop, het vervoer, het lossen en

het opnieuw laden van de rijst.

Geen voorafgaande LVV-toestemming De advocaat erkent dat Ramadhin de vereiste fytosanitaire toestemming van LVV niet vooraf had aangevraagd. Volgens Rambharos had de ondernemer vooral ervaring met export en was dit zijn eerste import van deze soort rijst.

Het verzoekschrift vermeldt dat Ramadhin veronderstelde dat de Guyanese documenten en de herkomst uit een Caricom-land voldoende waren. Toen duidelijk werd dat afzonderlijke Surinaamse toestemming nodig was, zou hij alsnog een aanvraag hebben ingediend.

De partij omvat volgens de processtukken 384,80 metrieke ton parboiled breukrijst. Het schip MV FALK kwam daarmee op 29 september in Nickerie aan. In het verzoekschrift staat dat de aanvraag voor fytosanitaire toestemming op 2 oktober werd ingediend.

Aanvraag liep vast op ontbrekende LVV-stukken Uit een brief van Rambharos en mede-advocaat J. Kraag aan de kortgedingrechter, gedateerd 7 oktober, blijkt dat ook een afzonderlijke importvergunning nodig was.

Die vergunningplicht sluit

aan bij de wijziging van het Besluit Negatieve Lijst uit april 2026. Daarin zijn planten, plantendelen en bijbehorende goederen onder onder meer hoofdstuk tien overgebracht naar de categorie vergunningplichtige invoergoederen.

Volgens de brief diende Ramadhin op 7 oktober via het Suriname Electronic Single Window een aanvraag in. Die werd voor aanvulling teruggestuurd, met de mededeling dat ook de verplichte LVV-stukken moesten worden geüpload.

De advocaten schrijven dat LVV juist eerst de importvergunning verlangde voordat de aanvraag voor fytosanitaire toestemming in ontvangst zou worden genomen. Volgens hen ontstond daardoor een situatie waarin de ondernemer de ene aanvraag niet kon afronden zonder de stukken uit de andere procedure.

Wat artikel twaalf mogelijk maakt Rambharos beroept zich op artikel twaalf van de Plantenbeschermingswet 2020. Het tweede lid bepaalt dat een inbeslagname kan worden opgeheven wanneer ontbrekende documenten zijn ontvangen, behalve wanneer na inspectie blijkt dat de zending een risico vormt.

Die

herstelmogelijkheid betekent geen automatische toestemming of vrijgave. Artikel acht vereist dat de aanvraag vóór de bestelling wordt ingediend. Artikel veertien bevat bovendien een afzonderlijke bepaling over goederen die zonder toestemming binnenkomen: die moeten in bewaring worden genomen met het oog op vernietiging onder toezicht van de bevoegde dienst. De wet biedt dus ruimte voor ontbrekende documenten, maar maakt invoer zonder voorafgaande toestemming daarmee niet zonder meer rechtmatig.

Ramadhin vroeg de rechter om een snelle inspectie en beoordeling van zijn aanvraag. Het verzoekschrift bevat daarnaast een verzoek om toestemming en medewerking aan inklaring wanneer uit de inspectie geen fytosanitair risico zou blijken. Er werd daarmee geen onvoorwaardelijke vrijgave zonder controle gevraagd, benadrukt de advocaat.

Breukrijst bestemd voor pluimvee Volgens Rambharos bestond de lading uit breukrijst, bestemd voor kippen en de pluimveesector, en niet voor menselijke consumptie. De invoer was volgens hem geenszins bedoeld om Surinaamse rijstboeren te benadelen. Hij noemt

daarnaast de mogelijkheid dat een deel later zou worden geëxporteerd.

De advocaat vindt dat de fytosanitaire beoordeling moet draaien om het risico op introductie en verspreiding van plagen. De toelichting op artikel acht ondersteunt dat onderscheid: toestemming moet worden gebaseerd op een plaagrisicoanalyse en niet op handelsprotectionistische overwegingen. Dat staat los van eventuele andere vergunningvereisten.

Voor zijn cliënt blijven volgens Rambharos inmiddels aanzienlijke kosten over. De keuze om de lading terug te sturen was, zo stelt hij, bedoeld om te voorkomen dat die financiële schade nog verder zou oplopen.

| suriname herald | Door: Redactie