Jack Menke
Terwijl internationale offshore-oliegiganten en hun Surinaamse tegenhangers de nadruk leggen op economische groei en fysieke voorzieningen, zoals olieplatforms, oliereserves en logistieke infrastructuur, is het vertrouwen in de politieke en extractieve instituties van Suriname al jarenlang tot bijna nul gedaald. De offshore-oliewinning zal de zoveelste golf van schijnwelvaart voortbrengen, met nieuwe elites, maar zonder daadwerkelijke ontwikkeling. Daartegenover staat de mogelijkheid om Suriname succesvol te ontwikkelen, met hernieuwbare hulpbronnen, harmonie met de natuur en inclusieve politieke, economische en onderwijsinstituties als pijlers. Dit in tegenstelling tot extractieve instituties die niet-hernieuwbare mijnbouw als speerpunt hebben. Suriname kan ontwikkeling realiseren door hernieuwbare hulpbronnen de hoogste prioriteit te geven, in plaats van zich opnieuw te laten meeslepen als aanhangwagen van de mijnbouwsector, met economische groei zonder ontwikkeling.
In een zevendelige serie betoog ik dat de huidige offshore-oliehype, inclusief de Suriname 1.0-, 2.0- en 3.0-visie van het ministerie van Olie, Gas en Milieu (OGM), Suriname op ontwikkelingsgebied ‘oliedom’ zal maken, waarbij een deel van onze elites plaatsneemt in de aanhangwagens van internationale oliegiganten. Na ‘Suriname 1.0, 2.0 en 3.0: valse start omarmt schijnwelvaart’ volgen de bijdragen ‘Local Content voor offshore-olie’, ‘Local Development versus Local Content’, ‘Lessen uit de offshore-olieontwikkeling van Guyana’, ‘Olie-enclave: schijnwelvaart en apartheid’, ‘Staatsolie: gisteren, vandaag en morgen’ en ‘Surinames alternatieve ontwikkelingspad’.
Deel 7: Surinames alternatieve ontwikkelingspadDrie economieën
Tijdens de koloniale periode en vooral na de onafhankelijkheid hebben de formele, informele en criminele economie zich in Suriname genesteld. Terwijl de formele en informele economie legale eindproducten voortbrengen, zijn de eindproducten van de criminele economie illegaal, zoals cocaïne.
Na 1975 zijn deze drie economieën steeds nauwer met elkaar verweven geraakt binnen een
verworden
politiek mamiostelsel, waarin de criminele economie een dominante rol speelt. Politieke elites verdelen onderling concessies en posities, waardoor onderwereld en bovenwereld steeds verder met elkaar verstrengeld raken. Onbekwame partijgenoten nestelen zich in overheidsinstituten en staatsbedrijven, waar politieke en economische regelingen voor machtsconcentratie elke vorm van ontwikkeling dwarsbomen.
Zevenvoudig krachtenveldTijdens het militaire regime werd Suriname in 1987 op papier een gedecentraliseerde eenheidsstaat, onder een nieuwe grondwet waarin de kiemen van het huidige politieke krachtenveld werden gelegd. Decentralisatie kwam echter niet van de grond, terwijl belangen rond goud, drugs, bauxiet en hout wortel schoten. Later kwamen daar grondconversie, grootschalige landbouw door mennonieten en offshore-olie bij. Zo ontstond een zevenvoudig krachtenveld waarin onderwereld en bovenwereld met elkaar verweven zijn.
Na elke verkiezing wordt het politieke mamiomodel van coalitieregeringen voortgezet, met verdere democratische uitholling en machtsconcentratie tot gevolg. Dit staat haaks op ontwikkeling, een rechtvaardige verdeling van welvaart en de erkenning van
de collectieve rechten van Inheemse en tribale volken.
Falend extractief modelSinds de onafhankelijkheid lijken alle negen burgerregeringen op elkaar. Hun belangrijkste gemeenschappelijke kenmerk is de voortzetting van een koloniaal extractief model, gebaseerd op mijnbouw. De terugkerende, niet-duurzame economische groei kennen we van honderd jaar bauxietwinning in Suriname. Zodra een exploitatiebron of project wegvalt, eindigt ook de economische groei.
Het Brokopondoproject is het schoolvoorbeeld van ‘groei zonder ontwikkeling’. Tussen 1965 en 1967 werd een gemiddelde jaarlijkse economische groei van 13 procent bereikt, die daarna omsloeg in negatieve groei. De regeringsdoelen van duurzame groei, werkgelegenheid en sociale rechtvaardigheid werden niet gerealiseerd. Marrondorpen in Brokopondo verdwenen onder het water van het stuwmeer, terwijl de natuur en lokale ontwikkelingsmogelijkheden werden vernietigd.
Offshore-olieAnno 2026 staat, te midden van de huidige offshore-oliekoorts, ongeveer 50 procent van het offshoregebied van Suriname, minstens 44.142 vierkante kilometer, onder actieve productiedelingscontracten. De ogen van politieke
en economische elites zijn gericht op de geplande offshore-olieproductie in 2028. Daardoor dreigt Suriname in de aanhangwagen van buitenlandse multinationals te blijven hangen, afhankelijk van oliecontracten en blootgesteld aan een opkomende olievloek.
Deze oliewinning en -export, zonder lokale verwerking of waardetoevoeging, heeft weinig tot geen duurzame verbinding met de nationale economie. Tegelijkertijd ontbreekt opnieuw een passend en samenhangend ontwikkelingsplan. Het wemelt van de concessies en illegale activiteiten die gepaard gaan met natuurvernietiging in uitgestrekte bos- en woongebieden waar juist duurzame ontwikkelingsmogelijkheden bestaan.
OntwikkelingsalternatiefHoe kunnen we ontwikkeling op gang brengen binnen een verworden politiek systeem waarin democratische waarden, bestuurlijke effectiviteit en doelgerichtheid plaatsmaken voor corruptie en machtsmisbruik? Ontwikkeling wordt pas mogelijk wanneer Suriname zijn eigen potentieel aan hernieuwbare hulpbronnen onder eigen beheer mobiliseert binnen een duurzaam ontwikkelingsproject, gebaseerd op participatie, duurzaamheid en harmonische diversiteit. Deze drie pijlers vormen, net als in de natuur, de kern van ontwikkeling.
/>Een alternatief voor het extractieve model, dat de natuur en gemeenschappen in het binnenland vernietigt, is ontwikkeling in harmonie met de natuur. Dit maatschappelijk en ecologisch verantwoorde ontwikkelingsmodel gaat uit van participatie van individuen en gemeenschappen, duurzaamheid en harmonische culturele en biologische diversiteit.
Daarbij staan vijf onderling verbonden thema's centraal:
1. Een milieuvriendelijke economie: prioriteit geven aan duurzame landbouw, agroforestry, bosbouw en ecotoerisme, ondersteund door daarop afgestemde kerninstituties voor onderwijs, onderzoek, traditionele kennis en volksgezondheid. Deze moeten de voorwaarden scheppen voor brede participatie van de bevolking.
2. Hernieuwbare energie: het ontwikkelen en benutten van duurzame energiebronnen.
3. Natuurbehoud en biodiversiteit: bescherming van de natuur en haar biologische rijkdom.
4. Lokale en collectieve ontwikkeling: ontwikkeling van lokale gemeenschappen, met behoud van hun leefgebied, cultuur en natuurlijke omgeving.
5. Duurzame productie en inkomensvorming: het creëren van economische activiteiten die op lange termijn werkgelegenheid en inkomsten opleveren.
/>Een vergelijking tussen de resultaten van de huidige extractieve economie en die van een milieuvriendelijke economie moet de voordelen aantonen van een ontwikkelingsstrategie in harmonie met de natuur. Kwantitatief en kwalitatief kan worden vastgesteld hoe producten en diensten duurzaam kunnen worden voortgebracht, met behoud van lokale, Inheemse en tribale gemeenschappen en zonder schade aan de natuur.
Naast milieuvriendelijke mijnbouw gaat het onder meer om bosproducten, zoals podosiri, ecotoerisme en de medicinaleplantenindustrie. Deze sectoren zouden Suriname jaarlijks miljarden Amerikaanse dollars kunnen opleveren. Local Development binnen een nationaal Surinaams ontwikkelingsplan, waarin natuur en mens centraal staan, biedt een duurzaam alternatief voor Local Content.Ook op institutioneel gebied moeten voorwaarden worden geschapen voor kennisontwikkeling en duurzaamheid, in samenwerking met betrouwbare partners die integriteit, democratie en ontwikkeling vooropstellen.
Dit kan door vooral de versnipperde maatschappelijke bewegingen, deskundigen, groene ngo's en integere krachten binnen de bestaande politiek samen te brengen tot een tegenmacht (countervailing
power). Daarbij is actieve betrokkenheid van lokale gemeenschappen noodzakelijk om te waarborgen dat mijnbouwprojecten de rechten van Inheemse en tribale volken respecteren, het milieu beschermen en tastbare voordelen opleveren voor deze gemeenschappen.
Lokale democratie en inclusieve besluitvormingsprocessen moeten ervoor zorgen dat de opbrengsten van productie en de verdeling van inkomsten uit natuurlijke hulpbronnen alle lagen en groepen van de samenleving bereiken en sociale ongelijkheid verminderen. Een nieuw ontwikkelingspad kan voorkomen dat de Suriname 1.0-, 2.0- en 3.0-visie van OGM, met de dominantie van het offshore-extractivisme, het al decennialang falende ontwikkelingsbeleid en de natuurvernietiging verder versterkt en schijnwelvaart en ongelijkheid in stand houdt.