• donderdag 24 September 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname

Een standbeeld voor Bouterse? Zijn we de vijftien vergeten?

| waterkant | Door: Redactie

[INGEZONDEN] – Op Waterkant.Net lazen wij vorige week dat Ingrid Bouterse een boek wil uitbrengen over het leven en de nalatenschap van Bouterse. Naast het uitbrengen van een boek wil zij ook een standbeeld van Bouterse laten maken. Dat is haar goed recht. Maar dan verdient dat boek een volledige en eerlijke geschiedschrijving. Een boek over Bouterse moet niet alleen positieve zaken bevatten, maar ook de donkere bladzijden uit zijn leven en de geschiedenis van Suriname.

Een standbeeld voor Desi Bouterse? Op basis waarvan? Op basis van zijn betrokkenheid bij de Decembermoorden en ernstige mensenrechtenschendingen? Waar zou zo’n standbeeld moeten komen? In elk geval niet op een openbare plek, zoals het Onafhankelijkheidsplein. Misschien op de ‘Berm’. En wat moeten wij dan zeggen tegen de nabestaanden van de vijftien slachtoffers van december 1982? En wat moeten we zeggen tegen de nabestaanden van Herman Gooding en van de slachtoffers van het bloedbad van

Tamanredjo op 20 maart 1987, waarbij zeven mensen op brute wijze werden vermoord?

Op 20 december 2023 sprak het Hof van Justitie zijn definitieve oordeel uit in de Decemberstrafzaak. Bouterse werd veroordeeld tot twintig jaar gevangenisstraf wegens het medeplegen van moord. Het Hof wees daarbij op zijn leidinggevende en allesbepalende rol bij het geheel. Vijftien mensen werden in december 1982 van het leven beroofd.

Achter dat getal zitten vijftien levens. Vijftien gezinnen. Echtgenoten, kinderen, ouders, familieleden en vrienden. Mensen die nooit meer thuiskwamen. Nabestaanden die meer dan vier decennia moesten wachten op een definitief rechterlijk oordeel. Het Hof merkte in zijn uitspraak op dat sommige nabestaanden de dag van de uiteindelijke uitspraak niet eens meer hebben mogen meemaken.

Een standbeeld is geen neutraal geschiedenisboek. Een standbeeld is een eerbetoon. Je geeft daarmee een boodschap aan de samenleving en aan toekomstige generaties. Wat vertellen wij onze kinderen als wij iemand die door de hoogste

rechterlijke instantie van Suriname is veroordeeld voor zijn rol bij de Decembermoorden, vervolgens op een voetstuk plaatsen?

Dat de herinnering aan slachtoffers uiteindelijk moet wijken voor de verheerlijking van een politieke leider? Dat zou een pijnlijke boodschap zijn. Niemand hoeft te ontkennen dat Bouterse een belangrijke rol heeft gespeeld in de politieke geschiedenis van Suriname. Maar geschiedenis kennen is iets anders dan geschiedenis verheerlijken. En dát is het verschil.

Wij kunnen de politieke rol van Bouterse analyseren. Wij kunnen de periode van de revolutie, de militaire dictatuur, de binnenlandse oorlog en de latere politieke terugkeer van Bouterse bespreken. Daarvoor hoeven wij niets uit onze geschiedenis weg te poetsen. Maar een standbeeld is iets anders. En daar wringt de schoen. Een standbeeld zegt: dit is iemand die wij willen eren.

Want hoe kunnen wij slachtoffers herdenken en tegelijkertijd degene die door de rechter verantwoordelijk is gehouden voor het medeplegen van moorden op een voetstuk

plaatsen? Hoe leggen wij dat uit aan de nabestaanden? Hoe kijken wij dan in de ogen van de families die jarenlang voor gerechtigheid hebben gestreden?

En misschien nog belangrijker: welk Suriname willen wij aan de volgende generatie nalaten? Een Suriname waarin de rechtsstaat slechts wordt gerespecteerd wanneer een uitspraak ons politiek goed uitkomt? Of een Suriname waarin wij begrijpen dat niemand boven de wet staat?

Het gaat daarom niet om haat tegen Bouterse. Het gaat niet om wraak. Het gaat om een fundamenteel beginsel: een democratische rechtsstaat moet zijn slachtoffers kunnen eren zonder degenen die voor hun dood verantwoordelijk zijn gehouden door de rechter, te verheerlijken. Men moet zich afvragen wat zo’n monument betekent voor de vijftien slachtoffers van 8 december 1982 en voor de andere slachtoffers onder het militaire bewind van Bouterse.

Hun namen mogen nooit verdwijnen achter de naam van één man. Hun families mogen nooit worden geconfronteerd met de pijnlijke

boodschap dat hun geliefden eerst werden vermoord en dat er vervolgens, decennia later, plaats zou moeten worden gemaakt voor een monument voor degene die daarvoor door de rechter veroordeeld is tot 20 jaar gevangenisstraf.

Suriname heeft geen behoefte aan een voetstuk voor Bouterse. Suriname heeft behoefte aan historisch bewustzijn. Aan eerbied voor de slachtoffers. Laat ons daarom monumenten oprichten die ons herinneren aan wat nooit meer mag gebeuren. Laat ons onze kinderen vertellen dat politieke macht tijdelijk is, maar dat rechtvaardigheid en menselijke waardigheid blijvende waarden zijn.

De vijftien slachtoffers van december 1982 en de andere slachtoffers verdienen geen stilte. Zij verdienen herinnering. Over wat wij willen eren. En wie hen werkelijk wil eren, kan niet tegelijkertijd degene die voor hun dood is veroordeeld, op een voetstuk plaatsen.

Idris Naipal*Ingezonden stukken geven de mening van de auteur weer en weerspiegelen niet noodzakelijk het standpunt van de redactie van Waterkant.Net.

| waterkant | Door: Redactie