• dinsdag 22 September 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname
Digitale overheid Suriname: Van digitaal ministerie naar digitale overheid

Digitale overheid Suriname: Van digitaal ministerie naar digitale overheid

| starnieuws | Door: Redactie

Het ministerie van Buitenlandse Zaken, Internationale Handel en Samenwerking (BIS) presenteert zich als het eerste digitale ministerie van Suriname. Met BIS Online worden dossiers digitaal verwerkt en gevolgd. Het systeem is intern ontwikkeld en volgens het ministerie zijn daarmee aanzienlijke externe ontwikkelings- en licentiekosten vermeden.

Dat is een ontwikkeling die waardering verdient. Toch is de belangrijkste vraag niet welk ministerie zich als eerste digitaal mag noemen. De vraag is wat de burger en de samenleving uiteindelijk van deze digitalisering merken. Suriname
begint immers niet bij nul. De afgelopen jaren zijn verschillende onderdelen van de digitale overheid gerealiseerd. De uitdaging verschuift daardoor. Het gaat steeds minder om de vraag of een ministerie een digitaal systeem heeft en steeds meer om de vraag of al die systemen uiteindelijk één samenhangende overheid vormen.

Daar zit een risico. Wanneer ieder ministerie afzonderlijk systemen ontwikkelt, eigen databestanden opbouwt en eigen procedures digitaliseert, kan een nieuwe vorm van versnippering ontstaan. De papieren eilanden van vroeger worden dan digitale eilanden. Voor de burger verandert er uiteindelijk minder dan gehoopt wanneer dezelfde gegevens bij verschillende instanties opnieuw moeten worden aangeleverd of systemen niet met elkaar kunnen communiceren.

BIS Online zou daarom niet alleen als succes van één ministerie moeten worden bekeken. De regering kan onderzoeken welke onderdelen bruikbaar zijn voor andere ministeries, welke standaarden gezamenlijk kunnen worden toegepast en hoe het systeem past binnen de bredere digitale
infrastructuur van de overheid.

Daar hoort ook meten bij. Over een jaar zou BIS niet alleen moeten kunnen melden dat het systeem bestaat, maar ook hoeveel sneller dossiers worden afgehandeld, hoeveel kosten daadwerkelijk zijn bespaard en hoeveel processen volledig digitaal verlopen. Digitalisering wordt pas bestuurlijke vooruitgang wanneer de resultaten aantoonbaar zijn.

Daarbij is nog een andere ontwikkeling relevant. Met het oog op toekomstige inkomsten uit de offshore olie-industrie wordt het steeds belangrijker om corruptierisico’s tijdig te verkleinen en publieke besluitvorming beter controleerbaar te maken. Juist daar kan digitalisering een belangrijke rol spelen.

Veel corruptierisico ontstaat waar procedures ondoorzichtig zijn, beslissers veel discretionaire ruimte hebben en achteraf moeilijk is vast te stellen wie welke beslissing heeft genomen. Goed ingerichte digitale systemen kunnen helpen die ruimte te verkleinen. Wanneer iedere stap in een dossier wordt geregistreerd, kan worden vastgesteld wanneer een aanvraag is ontvangen, wie haar heeft behandeld, hoe
lang de behandeling heeft geduurd en wie uiteindelijk een besluit heeft genomen.

Maar digitalisering is op zichzelf geen corruptiebestrijding. Een slecht bestuurde organisatie wordt niet vanzelf goed bestuurd omdat de dossiers digitaal zijn. Daarvoor blijven duidelijke procedures, onafhankelijke controle, transparante aanbestedingen en sterke instituties noodzakelijk.

Ook digitale systemen zelf moeten controleerbaar zijn. Handelingen moeten worden gelogd, wijzigingen achteraf traceerbaar zijn en bevoegde toezichthouders moeten toegang kunnen krijgen tot de informatie die zij voor hun werk nodig hebben.


Dat wordt urgenter met het oog op de verwachte grootschalige offshore olieproductie vanaf 2028. Dan gaat het om omvangrijke contracten, vergunningen, aanbestedingen, local content-afspraken en staatsinkomsten. Als Suriname pas daarna begint met het versterken van transparantie en controle, loopt het land achter de feiten aan.

Een geïntegreerde digitale overheid roept tegelijkertijd een andere vraag op: welke gegevens mogen overheidsinstanties eigenlijk met elkaar delen? Systemen verbinden betekent niet dat iedere instantie toegang

moet krijgen tot alle gegevens van burgers. Naarmate de overheid meer informatie digitaal opslaat en systemen koppelt, worden duidelijke regels over privacy, gegevensbescherming, cybersecurity en toegang juist belangrijker. Burgers moeten erop kunnen vertrouwen dat hun gegevens alleen worden gebruikt voor het doel waarvoor zij nodig zijn. Daarnaast moet digitalisering toegankelijk blijven. Niet iedere Surinamer beschikt over dezelfde internetverbinding, apparatuur of digitale vaardigheden. 


Een overheid die haar dienstverlening digitaliseert, moet daarom voorkomen dat efficiëntie voor de overheid nieuwe obstakels voor burgers oplevert. Digitale dienstverlening en fysieke ondersteuning zullen voorlopig naast elkaar moeten bestaan. Tegelijkertijd moet verder worden geïnvesteerd in internettoegang, digitale vaardigheden en eenvoudige dienstverlening die ook bruikbaar is voor mensen met beperkte ICT-kennis.

De stap van BIS verdient daarom navolging, maar niet door simpelweg op ieder ministerie een afzonderlijk digitaal systeem te bouwen. De volgende stap is groter: gezamenlijke standaarden ontwikkelen, systemen veilig met elkaar verbinden, resultaten meetbaar maken, verantwoordelijkheden
traceerbaar maken en tegelijk duidelijk regelen wie welke persoonsgegevens voor welk doel mag gebruiken. Daarmee wordt digitalisering meer dan een ICT-project. Het wordt onderdeel van de manier waarop Suriname zijn overheid organiseert en controleerbaar maakt.

De echte vooruitgang wordt uiteindelijk niet gemeten aan het aantal digitale ministeries, maar aan de vraag of burgers merken dat de overheid sneller, toegankelijker en transparanter werkt, en of achteraf kan worden gecontroleerd hoe besluiten tot stand zijn gekomen.

Vincent Roep

| starnieuws | Door: Redactie