• dinsdag 03 November 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname

COLUMN | ONS REGENWOUD IS GEEN BRAAKLIGGEND LAND — HET IS ECONOMISCH KAPITAAL

| united news | Door: Redactie

Foto: (v.l.n.r.) Presentator Henk John Guicherit in gesprek met Max Huisden en Ben de Leon van het Groene NGO Collectief Suriname.

Business Radio: Na de Uitzending….. Wat mij in de uitzending van deze week het meest opviel, was dat het gesprek over ontbossing uiteindelijk niet alleen over bomen ging.

Op papier ging het over de petitie tegen grootschalige ontbossing, Mennonieten, landbouw, biodiversiteit en klimaat. In werkelijkheid ging het over een fundamentelere vraag: begrijpen wij in Suriname eigenlijk wel wat ons regenwoud economisch waard is?

Aan tafel zaten Ben de Leon en Max Huisden. Beide namens het Groene NGO collectief Suriname. De directe aanleiding was de petitie Stop de grootschalige ontbossing van het Surinaams regenwoud. De Mennonieten vormden volgens Ben de trigger, maar al snel ging het over de bredere vraag wat wij als land met primair regenwoud willen doen.

Ben verwoordde dat raak: “Het bos is niet gewoon een braakliggend stuk land.”

Toch behandelen we natuur

nog te vaak alsof economische waarde pas ontstaat zodra er iets wordt gekapt, gebouwd of verbouwd.

Er komt een investeerder, er worden hectares genoemd en banen beloofd. Dan ontstaat al snel het beeld: daar gebeurt tenminste iets met die grond. Maar daarmee begint precies de denkfout.

Een bos waar geen soja, maïs of houtplantage op staat, is niet economisch waardeloos.

Max wees op waterhuishouding, biodiversiteit, bodemkwaliteit en onze ondergrondse zoetwaterreserves. Grootschalige landbouw vraagt irrigatie, kunstmest, pesticiden en herbiciden. Dat heeft gevolgen die veel verder reiken dan alleen de hectares waarop bomen verdwijnen.

Hij maakte bovendien een belangrijk punt: de bodems in het binnenland zijn volgens hem niet vanzelfsprekend geschikt voor grootschalige soja- of maïsteelt. De vruchtbaarheid van tropisch bos zit voor een belangrijk deel in de organische bovenlaag die door het bos zelf in stand wordt gehouden.

Toen stelde ik de voor de hand liggende vraag: waarom zou je landbouw waarvoor je bos moet vernietigen

daar ontwikkelen, als Suriname ook gebieden heeft die geschikter zijn voor landbouw

Daar werd het gesprek interessant.

Ben zei dat beleidsmakers het in gesprekken vaak met deze argumenten eens zijn. Maar, voegde hij eraan toe: “Als je naar de daden kijkt, dan zie je het tegenovergestelde.”

En precies daar zit voor mij de spanning van deze uitzending.

We hebben kennis. We hebben deskundigen. We hebben universiteiten. We hebben klimaatplannen en strategieën.

Maar de stap van kennis naar beleid is kennelijk nog altijd veel te groot.

Ben ging daarin ver. Volgens hem spelen gebrekkige beleidsvorming, incompetentie en mogelijk ook corruptie een rol. Dat zijn stevige woorden en geen vastgestelde feiten. Maar dat zulke verdenkingen zo nadrukkelijk op tafel komen, zegt wel iets over het vertrouwen in besluitvorming rond grond, vergunningen en natuur.

Max formuleerde het anders: volgens hem ontbreekt een duidelijk beleidskader en een duidelijke richting.

In Suriname draaien we die volgorde te vaak om.

Er verschijnt een opportunity en

vervolgens proberen we daar beleid omheen te bouwen. In plaats van eerst te bepalen waar we naartoe willen en daarna investeringen te selecteren die daarbij passen.

Opportunity is nog geen strategie.

En daar kwam voor mij de economische kern van het gesprek naar boven.

We praten vaak alsof Suriname moet kiezen tussen natuur óf economische ontwikkeling.

Maar waarom?

Het bos levert waterregulatie, biodiversiteit en koolstofopslag. Het biedt mogelijkheden voor ecotoerisme, onderzoek, natuurgeneeskundige toepassingen en mogelijk inkomsten uit koolstofmarkten. Max vertelde bovendien over onderzoek naar bioactieve moleculen en de mogelijkheden die onze biodiversiteit biedt.

Dat is óók economie.

Ik vroeg Max of beleidsmakers die kennis ook actief bij de universiteit ophalen. Zijn antwoord was voorzichtig. Mijn conclusie was minder voorzichtig: als deskundigheid in eigen land beschikbaar is, maar nauwelijks structureel wordt gebruikt bij belangrijke beleidsbesluiten, organiseer je je eigen onwetendheid.

Daar komt wetgeving nog bij. Max wees erop dat Suriname vijftien jaar heeft gewacht op de Milieuraamwet en dat

verschillende waterwetten eveneens al jaren in het proces zitten.

Ondertussen gaat economische activiteit gewoon door.

De natuur wacht niet totdat onze instituties eindelijk klaar zijn.

De petitie is belangrijk, maar Ben en Max waren realistisch: ze is geen einddoel. Ze is een middel om bewustwording te creëren en zichtbaar te maken hoeveel burgers vinden dat het anders moet.

Uiteindelijk worden beleidsmakers niet beoordeeld op de woorden waarmee zij het bos beschermen.

Ze worden beoordeeld op wat er daadwerkelijk wordt gekapt.

Daar zit voor mij de kern van deze uitzending.

De vraag is niet alleen: wat kost het om het regenwoud te beschermen?

De veel belangrijkere vraag is: wat kost het Suriname als we het níét beschermen?

In water. In biodiversiteit. In klimaatwaarde. In toerisme. In wetenschappelijke mogelijkheden. En uiteindelijk gewoon in geld.

De les van deze week is voor mij daarom helder: natuur en economie zijn geen tegenpolen. Slecht economisch beleid en natuurbehoud soms wel.

Het regenwoud ís een economisch bezit.

De uitdaging is eindelijk te leren verdienen aan het behoud ervan, in plaats van aan de vernietiging.

https://c.org/VLRhbGyzzr De link om de petitie te ondertekenen.

https://youtu.be/6IFDf8X4NZc  Link uitzending Business Radio

ADVERTORIAL|BUSINESS RADIO

 

 

| united news | Door: Redactie