
China telt voor het eerst meer ouderen dan kinderen in afhankelijkheidsratio
| starnieuws | Door: Redactie
China telt voor het eerst meer ouderen die afhankelijk worden geacht van de werkende bevolking dan kinderen. De verhouding bedroeg in 2025 respectievelijk 23,1% en 22%. De ontwikkeling onderstreept de demografische verschuiving waarmee het land wordt geconfronteerd en roept vragen op over de toekomst van de arbeidsmarkt, pensioenen en gezondheidszorg.
Uit cijfers in het Chinese statistische jaarboek 2026 blijkt dat de afhankelijkheidsratio voor ouderen vorig jaar voor het eerst hoger lag dan die voor kinderen. De gegevens werden eind oktober bekendgemaakt
De afhankelijkheidsratio geeft de verhouding weer tussen mensen buiten de werkende leeftijd en de bevolking in de werkende leeftijd. Het gaat om een demografische indicator en niet om het werkelijke aantal mensen dat financieel door familieleden wordt onderhouden.
China telde eind 2025 ongeveer 223,65 miljoen inwoners van 65 jaar en ouder, tegenover circa 212,76 miljoen kinderen jonger dan 15 jaar. Ouderen vormden daarmee ongeveer 15,9% van de bevolking, terwijl kinderen goed waren voor circa 15,1%.
De verschuiving weerspiegelt de combinatie van een vergrijzende bevolking, een dalend geboortecijfer en een afnemende totale bevolking.
De Chinese bevolking daalde in 2025 voor het vierde achtereenvolgende jaar. Volgens het Nationaal Bureau voor de Statistiek telde het land aan het einde van dat jaar ongeveer 1,405 miljard inwoners, 3,39 miljoen minder dan een jaar eerder.
In 2025 werden 7,92 miljoen kinderen geboren,
De ontwikkeling vergroot de zorgen over de toekomstige omvang van de Chinese beroepsbevolking. Een kleiner aandeel mensen in de werkende leeftijd kan de druk op de economie vergroten, vooral wanneer tegelijkertijd meer middelen nodig zijn voor ouderenzorg en pensioenen.
Gevolgen voor economie en sociale voorzieningen
De vergrijzing stelt China voor de opgave om de financiering van pensioenen, gezondheidszorg en langdurige ouderenzorg op peil te houden. Tegelijkertijd neemt het aantal mensen dat beschikbaar is om te werken en bij te dragen aan deze voorzieningen relatief af.
Volgens deskundigen kan de demografische verschuiving ook gevolgen hebben voor de consumptie en de economische groei. Wanneer huishoudens meer geld moeten reserveren voor de zorg voor oudere familieleden, kan er minder ruimte overblijven voor andere uitgaven.
De vergrijzing biedt echter
De afhankelijkheidsratio kent bovendien beperkingen. Niet alle ouderen zijn financieel afhankelijk of niet meer actief op de arbeidsmarkt. Een deel blijft werken, beschikt over eigen inkomsten of draagt op andere manieren bij aan het gezin en de samenleving. De verhouding geeft dus een algemeen demografisch beeld, maar zegt niet alles over de daadwerkelijke economische bijdrage van ouderen.
Een erfenis van het eenkindbeleid
Een belangrijke achtergrond van de huidige ontwikkeling is het eenkindbeleid, dat China vanaf ongeveer 1980 invoerde om de snelle bevolkingsgroei af te remmen. Het beleid werd eind 2015 beëindigd.
Hoewel de beperkingen op gezinsgrootte later werden versoepeld, is het niet gelukt om het geboortecijfer duurzaam te laten stijgen. Hoge woon- en opvoedingskosten, veranderende gezinsopvattingen en verschuivingen in de
Daardoor moet een relatief kleinere generatie werkenden steeds vaker bijdragen aan de ondersteuning van oudere generaties. De gevolgen zijn niet alleen zichtbaar in de overheidsfinanciën, maar ook binnen gezinnen die zorg en financiële verantwoordelijkheden moeten verdelen.
Beijing zoekt naar oplossingen
De Chinese regering probeert het dalende geboortecijfer tegen te gaan met maatregelen die het krijgen en opvoeden van kinderen aantrekkelijker moeten maken. Tegelijkertijd wordt gewerkt aan uitbreiding van de ondersteuning voor ouderen.
Volgens officiële gegevens ontvingen eind 2025 meer dan 53 miljoen ouderen toelagen en subsidies. Ook de versterking van ouderenzorg en de ontwikkeling van diensten voor een vergrijzende bevolking krijgen aandacht in het economische beleid van het land.
De uitdaging voor Beijing is om beide kanten van de demografische verandering aan te pakken: gezinnen ondersteunen die kinderen willen krijgen en tegelijkertijd voorzieningen ontwikkelen voor een snel groeiende
De nieuwe cijfers maken duidelijk dat de vergrijzing niet langer alleen een toekomstige uitdaging is. De verschuiving in de afhankelijkheidsratio is inmiddels een feit, terwijl de bevolkingskrimp en het lage geboortecijfer de druk op de Chinese economie en sociale voorzieningen verder kunnen vergroten.
Uit cijfers in het Chinese statistische jaarboek 2026 blijkt dat de afhankelijkheidsratio voor ouderen vorig jaar voor het eerst hoger lag dan die voor kinderen. De gegevens werden eind oktober bekendgemaakt
en zijn gebaseerd op de bevolkingscijfers over 2025.
De afhankelijkheidsratio geeft de verhouding weer tussen mensen buiten de werkende leeftijd en de bevolking in de werkende leeftijd. Het gaat om een demografische indicator en niet om het werkelijke aantal mensen dat financieel door familieleden wordt onderhouden.
China telde eind 2025 ongeveer 223,65 miljoen inwoners van 65 jaar en ouder, tegenover circa 212,76 miljoen kinderen jonger dan 15 jaar. Ouderen vormden daarmee ongeveer 15,9% van de bevolking, terwijl kinderen goed waren voor circa 15,1%.
De verschuiving weerspiegelt de combinatie van een vergrijzende bevolking, een dalend geboortecijfer en een afnemende totale bevolking.
De Chinese bevolking daalde in 2025 voor het vierde achtereenvolgende jaar. Volgens het Nationaal Bureau voor de Statistiek telde het land aan het einde van dat jaar ongeveer 1,405 miljard inwoners, 3,39 miljoen minder dan een jaar eerder.
In 2025 werden 7,92 miljoen kinderen geboren,
tegenover 11,31 miljoen sterfgevallen. Het geboortecijfer kwam uit op 5,63 per duizend inwoners. Daarmee waren er aanzienlijk meer sterfgevallen dan geboorten.
De ontwikkeling vergroot de zorgen over de toekomstige omvang van de Chinese beroepsbevolking. Een kleiner aandeel mensen in de werkende leeftijd kan de druk op de economie vergroten, vooral wanneer tegelijkertijd meer middelen nodig zijn voor ouderenzorg en pensioenen.
Gevolgen voor economie en sociale voorzieningen
De vergrijzing stelt China voor de opgave om de financiering van pensioenen, gezondheidszorg en langdurige ouderenzorg op peil te houden. Tegelijkertijd neemt het aantal mensen dat beschikbaar is om te werken en bij te dragen aan deze voorzieningen relatief af.
Volgens deskundigen kan de demografische verschuiving ook gevolgen hebben voor de consumptie en de economische groei. Wanneer huishoudens meer geld moeten reserveren voor de zorg voor oudere familieleden, kan er minder ruimte overblijven voor andere uitgaven.
De vergrijzing biedt echter
ook economische mogelijkheden. De zogenoemde silver economy, gericht op de behoeften van oudere consumenten, kan nieuwe vraag creëren naar onder meer gezondheidsdiensten, aangepaste woningen, zorgtechnologie en recreatie.
De afhankelijkheidsratio kent bovendien beperkingen. Niet alle ouderen zijn financieel afhankelijk of niet meer actief op de arbeidsmarkt. Een deel blijft werken, beschikt over eigen inkomsten of draagt op andere manieren bij aan het gezin en de samenleving. De verhouding geeft dus een algemeen demografisch beeld, maar zegt niet alles over de daadwerkelijke economische bijdrage van ouderen.
Een erfenis van het eenkindbeleid
Een belangrijke achtergrond van de huidige ontwikkeling is het eenkindbeleid, dat China vanaf ongeveer 1980 invoerde om de snelle bevolkingsgroei af te remmen. Het beleid werd eind 2015 beëindigd.
Hoewel de beperkingen op gezinsgrootte later werden versoepeld, is het niet gelukt om het geboortecijfer duurzaam te laten stijgen. Hoge woon- en opvoedingskosten, veranderende gezinsopvattingen en verschuivingen in de
maatschappelijke positie van vrouwen spelen eveneens een rol.
Daardoor moet een relatief kleinere generatie werkenden steeds vaker bijdragen aan de ondersteuning van oudere generaties. De gevolgen zijn niet alleen zichtbaar in de overheidsfinanciën, maar ook binnen gezinnen die zorg en financiële verantwoordelijkheden moeten verdelen.
Beijing zoekt naar oplossingen
De Chinese regering probeert het dalende geboortecijfer tegen te gaan met maatregelen die het krijgen en opvoeden van kinderen aantrekkelijker moeten maken. Tegelijkertijd wordt gewerkt aan uitbreiding van de ondersteuning voor ouderen.
Volgens officiële gegevens ontvingen eind 2025 meer dan 53 miljoen ouderen toelagen en subsidies. Ook de versterking van ouderenzorg en de ontwikkeling van diensten voor een vergrijzende bevolking krijgen aandacht in het economische beleid van het land.
De uitdaging voor Beijing is om beide kanten van de demografische verandering aan te pakken: gezinnen ondersteunen die kinderen willen krijgen en tegelijkertijd voorzieningen ontwikkelen voor een snel groeiende
oudere bevolking.
De nieuwe cijfers maken duidelijk dat de vergrijzing niet langer alleen een toekomstige uitdaging is. De verschuiving in de afhankelijkheidsratio is inmiddels een feit, terwijl de bevolkingskrimp en het lage geboortecijfer de druk op de Chinese economie en sociale voorzieningen verder kunnen vergroten.
| starnieuws | Door: Redactie



































