• zondag 27 November 2022
  • Het laatste nieuws uit Suriname

Suriname 47 jaar en in de goot!!!

| de ware tijd | Door: Redactie

Op 25 november is Suriname 47 jaar terug onafhankelijk verklaard door het Koninkrijk der Nederlanden. Suriname is het enige land ter wereld dat is “gevraagd” om onafhankelijk te worden en 3,2 miljard heeft ontvangen om ja te zeggen. Na 47 jaar staat Suriname niet aan wal, maar ligt hij in de goot. De Nederlandse minister Stef Blok noemde het land in een meeting met werkers van internationale fora zelf een “failed state”. Hoe komt Suriname eruit?

door Kenneth Sukul

Landen sturen hun burgers om te studeren, zodat zij met moderne kennis de problemen die de productie van goederen en diensten stagneren oplossen.

Een goed voorbeeld daarvan is India. Nog in de jaren zestig van de vorige eeuw heerste er hongersnood in het land en moest het de wereld bedelen om voedsel.

India verschaft vandaag voedsel en ontwikkelingshulp aan veel landen, inclusief Suriname. India is op dit moment de op twee na grootste economie ter wereld en heeft nog alleen de Verenigde Staten en China voor zich.

Vanaf de jaren vijftig van de vorige eeuw en zelfs daarvoor stuurde Suriname zijn burgers naar Nederland om er te studeren. In 1966 werd er een universiteit opgezet om de mensen zelf op te leiden. Hoe kan het dat Suriname, dat in de jaren zestig van de vorige eeuw er beter voor lag, nu bij India giften bedelt en in de schuld staat? Waar zijn de Surinaamse kinderen met hun opgedane kennis en wie dienen ze daarmee?

“Het voorbeeld Staatsolie, dat slechts met vijfhonderdduizend Surinaamse gulden was opgezet, werd  verzwegen”

Economie

De Surinaamse kinderen gingen studeren om de armoede en het zware werk op het veld te ontsnappen. Daardoor kwam er geen kennis en ontwikkeling in de bestaande sectoren, zoals de landbouw en daarop gebaseerde industrie. De Melkcentrale Paramaribo is daarvan een goed voorbeeld.

In de jaren zestig van de vorige eeuw deden de boeren alles eraan om hun productie te verbeteren. Tegelijkertijd werd de geleverde melk in de riool door de MCP gedumpt. Zij had geen kennis om het tot zuivelproducten te verwerken. Tot vandaag heeft zij geen zuiveltechnoloog in dienst en is de melksector zo goed als dood.

De overheid nam iedereen in dienst, waardoor ook het studeren daarop werd gericht. Zij die aan een beetje geld konden komen, werden liever importeur, omdat het opzetten van productiebedrijven moeilijk en riskant zou zijn. Het geld dat Suriname uitgaf, kwam van Alcoa en begrotingshulp uit Nederland.

Ontwikkelingsbeleid

Vanaf de jaren vijftig tot tachtig van de vorige eeuw was het beleid gericht op het aanleggen van infrastructuur en blootleggen van grondstoffen om buitenlandse bedrijven aan te trekken. Echter, op de bauxietbedrijven Alcoa en Billiton na bleven die weg. Alcoa was er al veel eerder aanwezig.

De Verenigde Staten had het  goedkope bauxiet voor de bouw van haar oorlogsvliegtuigen nodig. En nadat ze de bouw van de Afobaka-krachtcentrale in handen kreeg, omdat Suriname geen geld had daarvoor, breidde ze haar activiteiten uit met een aluinaardefabriek en aluminiumsmelter.

Bij de onafhankelijkheid kreeg Suriname 3,2 miljard Nederlandse gulden voor het opzetten van ontwikkelingsprojecten. Het land koos niet ervoor om de bestaande industrieën, zoals de aluminiumindustrie, Bruynzeel, Melkcentrale Paramaribo verder te ontwikkelen, maar om wegen, havens en een treinbaan van ruim honderd kilometer aan te leggen in West Suriname.

Daarnaast wilde het land ook nog een waterkrachtcentrale bouwen om het bauxiet dat daar voorkomt door buitenlandse bedrijven tot aluminium te laten verwerken. Echter, de buitenlandse bedrijven bleven ook toen weg.

In 1980 werden de activiteiten stopgezet door de militaire regering. Er werd overgegaan tot het opzetten van bedrijven die de import moesten terugdringen. Om dat te stimuleren werd het bureau Index opgezet. Er werden tientallen bedrijven opgezet. Echter, die gingen binnen de kortste keren failliet. De bedrijven waren voor hun grondstoffen en hulpmiddelen afhankelijk van de import en de lokale markt raakte snel verzadigd.

Door de toen onstabiele financiële sector als gevolg van de stopzetting van de ontwikkelingshulp door Nederland in 1982, werd de US dollar steeds schaarser, waardoor de aanvoer van grondstoffen stagneerde en onbetaalbaar werd. De bedrijven die het goed deden waren de bacovebedrijven, de rijst-, groente- en vissector en Staatsolie. Zij zaten ook in de export en konden daardoor in hun behoefte voorzien.

“De ervaring leert dat de miljarden die tot nu toe door de bodemschatten zijn voortgebracht, niet Suriname ten goede zijn gekomen”

Eddy Jharap, Hakrinbank en gemiste gouden kansen

In het jaar 2000 meldden buitenlandse bedrijven zich in Brokopondo om goud te mijnen. De regering-Venetiaan koos toen niet voor een eigen goudbedrijf. De reden daarvoor was volgens de regering, de politici en zij die waren gestuurd om te studeren, dat het te veel geld zou kosten, dat de risico’s te groot waren, dat er zou worden gestolen en dat de overheid er niet is om ondernemer te spelen.

Het voorbeeld Staatsolie, dat slechts met vijfhonderdduizend Surinaamse gulden was opgezet, werd  verzwegen. Tot nu toe wordt verwezen naar Bruynzeel, Stichting Machinale Landbouw (SML) en andere staatsbedrijven die in financiële nood verkeerden en uiteindelijk failliet gingen. De argumenten kwamen in feite erop neer dat van de zeshonderdduizend Surinamers en meer dan 3.500 universitair geschoolden, slechts Eddy Jharap verstand, ambitie  en moraal had.

Ook het succesvolle model, de Hakrinbank, werd verzwegen. De Hakrinbank werd in1973 van een failliete particulier overgenomen. De regering werd voor 51 procent aandeelhouder en na 49 jaar is de Hakrinbank de best functionerende bank in Suriname.

In dezelfde periode (2000-2005) liet de regering-Venetiaan weer een gouden kans voorbijgaan. Staatsbedrijven, zoals Bruynzeel en SML, hadden slechts een financiële injectie nodig om vervolgens als het model Hakrinbank door te gaan. Echter, het kabinet koos ervoor om de toen weer vrijgekomen ontwikkelingshulp van ruim 1,2 miljard euro te gebruiken om schulden te betalen en een deel als deviezenreserve op de Centrale Bank van Suriname te laten liggen.

Daardoor verloor Suriname verwerkings- en exportbedrijven, duizenden arbeidsplaatsen en miljoenen dollars aan kapitaal en inkomsten. Ook miste het land daardoor de kans om de meer dan twee miljard US dollar van de burgers, die op de binnenlandse en buitenlands banken liggen, te mobiliseren voor de eigen economie.

Vertrek buitenlandse bedrijven

In 2019 vertrok Alcoa uit Suriname ondanks het feit dat zij een contract had lopen tot 2033 en er nog ruim honderd miljoen ton hoogwaardig bauxiet ter beschikking was. Alcoa had toen al alle investeringskosten afgetrokken uit de bauxietinkomsten. De regering onder leiding van Desi Bouterse zei dat het te veel zou kosten om het bedrijf weer op te starten.

Ook verklaarde hij dat Alcoa super deskundigen had en dat Suriname geen kans zou maken bij het eïsen van schadevergoeding. Zijn regering betaalde Alcoa nog honderd miljoen US dollar om te vertrekken.

Eerder was Billiton vertrokken. Suriname verzuimde toen te eisen van Billiton dat zij eerst alle uitgemijnde concessies moest rehabiliteren. Billiton betaalde 360 miljoen US dollar aan Alcoa om dat voor haar te doen. Echter, de regering-Bouterse liet toe dat Alcoa dat bedrag opbracht voor de totale uitgemijnde gebieden, van zowel Suralco als Billiton.

Op dit moment doet zich dezelfde situatie voor met Iamgold. Die wil vertrekken en Suriname vraagt niet hoe het zit met de rehabilitatie van de ruim zeventigduizend vierkante kilometers aan kraters. Iamgold heeft het bedrijf in 2006 gekocht van Cambior. De koopsom van 1,2 miljard US dollar heeft zij uit de goudopbrengsten afgetrokken.

De bedrijfsmiddelen die al twee keer zijn afgeschreven, uit de goudopbrengsten, en waarvoor er geen invoerrechten zijn betaald, worden nu voor de tweede keer doorverkocht. De koper zal ze uiteraard weer afschrijven als onkosten.

Suriname heeft de afgelopen zestien jaar winstbelasting geïnd bij Iamgold. Heeft het land ooit gecontroleerd als Iamgold de juiste inkomsten en uitgaven heeft opgegeven? Wie heeft dat gecontroleerd? Volgens de Grondwet zijn alle bodemschatten eigendom van het volk. Waarom is het goudinstituut, dat Suriname inzicht moest geven in zijn eigendom, niet opgericht?

In het kader van de huidige financiële crisis en de toenemende armoede is meerdere keren aan president Chandrikapersad Santokhi gevraagd om te heronderhandelen met de goudbedrijven. De goudprijs is vandaag 450 procent (350-600) hoger dan in 2003. Waarom heeft president Santokhi steeds geweigerd de inkomsten voor het volk te verhogen? Waarom bestaat de commissie die de president onlangs heeft benoemd om de situatie bij Iamgold te bestuderen niet uit deskundigen.

In het geval van Alcoa had president Bouterse ook een commissie benoemd die niet competent was. De voorstellen die ze toen deed ter afsluiting van de overeenkomst met Alcoa werden door De Nationale Assemblee betiteld als onethisch en nadelig voor Suriname. Echter, het parlement keurde ze toch goed.

Op dit moment wordt het volk voorgehouden dat er in 2025 miljarden US dollars gaan stromen uit de zee richting Suriname. Echter, de ervaring leert dat de miljarden die tot nu toe door de bodemschatten zijn voortgebracht, niet Suriname ten goede zijn gekomen. Waarom gelooft het volk dat deze keer de miljarden wel hem ten goede zullen komen? En hoe gaat ervoor worden gezorgd dat Suriname na 47 jaar wel in de voetsporen van India gaat treden?.

| de ware tijd | Door: Redactie